Bas Veth (kunstschilder)
Bastiaan (Bas) Veth (Arnhem, 12 maart 1861 - Gouvieux, 4 april 1944) was een Nederlands kunstschilder, aquarellist en politiek activist voor de Boerenrepublieken[1].
Inhoud |
[bewerken] Levensloop
[bewerken] Jonge jaren
Bas Veth was de enige zoon van Arie Veth, oprichter-firmant van de Arnhemsche Rijtuigfabriek (Veth & Zoon), en Elisabeth Gips, die in 1860 te Dordrecht getrouwd waren. Na de dood van Arie keerde Elisabeth Veth-Gips in 1877 met Bas en twee jongere dochters terug naar Dordrecht. Bas studeerde van 1879 tot 1881 aan de Polytechnische School te Delft en werd daarna handelaar. Hij ontwikkelde zich tot impressionistisch schilder, aquarellist en tekenaar van vooral landschappen, rivier- en zeegezichten. Werken van zijn hand bevinden zich in het Dordrechts Museum, het Frans Halsmuseum in Haarlem en het Prentenkabinet van de Gemeentelijke Archiefdienst Delft.
[bewerken] Actief in Dordrecht
Op 10 oktober 1887 trouwde Veth te Dordrecht met Maria Johanna Smits (Dordrecht, 1865 - Wiesbaden, 1924) - zij kregen vier kinderen. In Dordrecht was Veth werkend lid en voorzitter van het Teekengenootschap Pictura. Daarnaast bereidde hij tentoonstellingen van de vereniging Voor Vak en Kunst mede voor. In 1892 was hij een van de oprichters van de historische Vereeniging Oud-Dordrecht, waarvan hij jarenlang voorzitter was. Van 1892 tot 1903 fungeerde hij als conservator van het Museum Oud-Dordrecht van de vereniging boven de Groothoofdspoort (de collectie bevindt zich nu in Museum Huis Van Gijn). Na zijn aftreden werd hij door de ledenvergadering tot erelid benoemd.
[bewerken] Steun aan Boerenrepublieken
Veth was ook politiek actief. Tussen 1890 en 1899 was hij secretaris en voorzitter van de liberale kiesvereniging Burgerplicht. Verder fungeerde hij als hoofd van het Persbureau te Dordrecht van het Algemeen Nederlands Verbond. Mogelijk bracht deze functie hem in contact met dr. Willem Johannes Leyds, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister van de Zuid-Afrikaansche Republiek. Leyds was tijdens de Tweede Boerenoorlog (1899-1902) de spil van pogingen om vanuit West-Europa de Boerenrepublieken te steunen. Als "medewerker" ontwikkelde Veth vele activiteiten voor de Boerenrepublieken, die uiteenliepen van administratief werk, schrijven van opinieartikelen in Franse kranten tot beproeven en aankopen van explosieven, geweren (van Mauser) en munitie. Hij organiseerde de smokkel van wapens en de uitzending van vrijwilligers naar Zuid-Afrika. Aan het einde van de Tweede Boerenoorlog was hij ook betrokken bij het sturen van hulpgoederen naar de Boeren die over de grens met Mozambique naar de Delagoabaai gevlucht waren.
[bewerken] Naar Frankrijk
Na de Boerenoorlog ging Veth weer in zaken en verhuisde hij naar Den Haag. Hij scheidde van Maria Johanna Smits en verliet Den Haag. Hij overleed op 4 april 1944 in Gouvieux, waar hij tolk was.
[bewerken] Archief
Zijn persoonlijk archief wordt bewaard bij het Nationaal Archief te Den Haag[2].
[bewerken] Werken
Onder meer
- Grijze Dag (1883, Dordrechts Museum)
- Dordrecht, olieverf
- Schepen in een haven bij winter
- De vlootschouw, olieverf
- Havengezicht, aquarel
- Houten tjalk aan de Kade
- Tjalken in de sneeuw
- Witte bloemen
- Tjalken op de Oude Maas voor Dordrecht
- Beurtschip en vrachtschepen voor Dordrecht
- Bomschuit op het strand
- Afgemeerde zeilschepen in een haven (1898)
Referenties
|