Boerentoren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Skyline Antwerpen met rechts de Boerentoren
Zicht vanuit de Boerentoren

De Boerentoren (recenter ook: KBC-toren) is een monumentaal bouwwerk in art-decostijl in het centrum van Antwerpen. Toen het grote project in 1931 werd voltooid, was het de eerste wolkenkrabber van Europa.[1] De toren was toen 87,5 meter en hoog was de hoogste wolkenkrabber van Europa, in Antwerpen is alleen de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal hoger. Het torengebouw kreeg zijn (spot)naam vanwege de betrokkenheid van de toen nog Belgische Boerenbond die de bouwheer van het project, de Algemeene Bankvereeniging, controleerde. De boerentoren kreeg, bij koninklijk besluit, op 17 juli 1981 de status van ‘beschermd monument’.

Geschiedenis[bewerken]

De bouwheer[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was bij de belegering van Antwerpen in 1914 het huizenblok Schoenmarkt-Beddenstraat door de Duitsers in puin geschoten en was een stuk braakland in het centrum van de stad geworden. In 1919 richtte de stad een wedstrijd in waaruit een ontwerp moet komen om dit stadsdeel her in te richten. In de jaren twintig was de stad onder leiding van burgemeester Frans Van Cauwelaert nog altijd op zoek naar een project om de Meir op een mooie manier af te sluiten ter voorbereiding van de wereldtentoonstelling die gepland was voor 1930. De stad wou het braakliggende terrein aan één partner verkopen, die ze vond in de Algemeene Bankvereeniging een bank die samenwerkte met de Middenkredietkas die op haar beurt ressorteerde onder de Belgische Boerenbond. De “Middenkredietkas” ging in 1934 failliet, ze had een groot deel van haar liquiditeiten ingezet om de Algemeene Bankvereeniging te redden, er was een tekort van 930 miljoen BF.[2] De spaargelden werden gedeeltelijk vergoed, maar dat gebeurde in verschillende fasen en het duurde 28 jaar. In de nasleep van dit debacle werd in 1935 de Kredietbank voor handel en Nijverheid opgericht uit de Algemeene Bankvereeniging en de Kortrijkse bank voor Handel en Nijverheid.[3] In Antwerpen werd dan ook gezegd dat het de ‘Boerentoren’ was omdat hij gebouwd was met het geld dat gestolen was van de boeren. Op 24 december 1931 werd de exploitatie overgedragen aan de dochtermaatschappij Mobezit waardoor de enorme investering van 40 à 50 miljoen uit de boeken van de Algemeene Bankvereeniging verdween. Mobezit werd overgenomen door de Kredietbank in 1965.

De bouwgeschiedenis[bewerken]

Het terrein van 2.124,85 vierkante meter werd door de stad verkocht op 7 augustus 1928 voor de som van 7.200.000 frank en de verkoop werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 28 augustus van dat jaar. Volgens de verkoopovereenkomst was de koper gehouden onmiddellijk op de grond te bouwen:

"De kooper is verplicht onmiddellijk op den te koop gestelden grond een monumentaal gebouw in den modernen bouwtrant op te richten dat in zijne groote lijnen, onder esthetisch op zicht zal opgevat worden volgens de aanduidingen van de schemas nummers een en twee die aan deze zullen gehecht blijven na erkentenis en waarmerking. "

Bij de realisatie van het torengebouw waren drie architecten betrokken. Emiel Van Averbeke, hoofdbouwmeester van Antwerpen, adviseerde in naam van de stad. Jan Vanhoenacker werd aangesteld als bouwmeester en hij liet zich assisteren door Jos Smolderen die vooral voor de binneninrichting en de gevelarchitectuur zou instaan. Wie het concept maakte dat aangehecht was aan de verkoopakte is nog steeds geen uitgemaakte zaak. Uit de debatten op de gemeenteraadszitting van 1928 zou men kunnen opmaken dat dit Van Averbeke moet geweest zijn, maar er zijn geen materiële bewijzen voorhanden. Volgens recent onderzoek zou het voorontwerp van de and van Jos Smolderen zijn.[4]

Als aannemer van de werken werd de Willebroekse firma "Société Anonyme, anciennement Dumon & Vander Vin" gecontracteerd. De bouw begon in februari 1929 met het uitgraven van de bouwput en het leggen van de funderingen. Men koos voor een massieve ondoordringbare funderingsplaat onder het ganse gebouw. De plaat is twee meter dik onder de toren en één meter onder de zijvleugels. Op 25 oktober van datzelfde jaar begon men met het bouwen van het stalen geraamte dat het gebouw moest dragen. De staalbalken werden met elkaar verbonden met schroeven en klinknagels. Het skelet bestond uit pijlers op afstanden van 3,5 tot 5m van elkaar geplaatst. Ze werden verbonden met dwarsliggers. De bouw van het skelet werd uitgevoerd door de firma Demag uit Duisburg en was afgerond in maart 1930. Men kon daarna beginnen met het plaatsen van de betonnen vloerbalken en het metsen van de muren in Boomse baksteen. Voor de buitenbekleding werd holle Mölersteen gebruikt. De muren waren niet dragend maar deden louter als wandvulling dienst. De ruimte tussen binnen- en buitenbekleding werd gebruikt voor de nutsleidingen. Boven de zwart marmeren hoofdingang werden acht bronzen art-deco beelden van Arthur Pierre aangebracht.

Op 1 september 1930 waren de winkels op de gelijkvloerse verdieping aan de Schoenmarkt klaar en op 15 december werd de brasserie Torenkelder geopend. Tegen het najaar van 1931 was het grootste gedeelte van de kantoren en appartementen verhuurd. Het gebouw werd opgeleverd op 24 december 1931. De panoramazaal op de 24e verdieping werd geopend voor het publiek op 19 maart 1932 en op 29 maart nam de bank haar intrek in de nieuwe kantoren.

Tot 1969 wijzigde er weinig of niets aan het torengebouw, maar in 1970 werd begonnen met de restauratie en werd een nieuwe vleugel langs de Eiermarkt toegevoegd. Die vleugel had, volgens het originele contract, samen met het hoofdgebouw moeten gebouwd worden maar werd niet gerealiseerd door de financiële problemen van de bank.

Enkele cijfers[bewerken]

  • Hoogte:
    • 87,5 m: De originele hoogte in 1931.
    • 100 m: De hoogte in 1954 na de bouw van een relaiszender van het toenmalige NIR.); 112,5 m als men de antennes meerekende.
    • 95,75 m: De hoogte sedert de verbouwing van de top in 1975-1976.
  • Uitgravingen: 7.000 m³
  • Geraamte: 3.400 ton staal
  • Betonijzer: 500 ton
  • Farco-metaal (bekisting van het vloerbeton): 18.500 m²
  • Klinknagels: 430.000
  • Bouten: 180.000
  • Boomse baksteen: 3.500.000 stuks
  • Mölersteen: 6.000 m²
  • Schwenstein-steen voor de binnenmuren: 350.000 stuks
  • Witte Bourgondische steen: 1.400 m³
  • Cement 3.550 ton
  • Plaaster: 200 ton
  • Rijnkiezel: 5.000 m³
  • Rivierzand: 6.000 m³
  • Stalen ramen: 2.000 m²

Binnenindeling[bewerken]

De Boerentoren was gepland als een multifunctioneel gebouw met ruimte voor de kantoren van de bank, winkels en horecazaken, maar in essentie was het gebouw bedoeld als een woontoren met appartementen. Op de gelijkvloerse verdieping was er de lokettenzaal van de bank. Deze zaal was twee verdiepingen hoog en werd op de eerste verdieping omringd door een galerij met kantoren. Het plafond werd uitgewerkt als een grote lichtkoepel. Vanuit de lokettenzaal leidde een brede trap met een leuning van verchroomd koper naar de kluizen in de kelder.

In de kelder was er een grote brasserie de Torenkelder gevestigd maar ook op de negende en tiende verdieping was er een twee verdiepingen hoge zaal waarin een restaurant-tearoom gevestigd was (ondertussen gesloopt). Op de eerste verdieping, bereikbaar ia een monumentale trap, bevond zich de befaamde tearoom Cuperus ingericht als een Chinees salon.

De rest van de toren bestond uit appartementen. De verdiepingen werden ingedeeld naar de wensen van de klanten het aantal appartementen per verdiep was dus vaiabel, er zijn bijna geen plannen van de indeling teruggevonden. De toren bleef zijn woonfunctie behouden tot in 1968. Na de ingrijpende restauratie onder leiding van Léon Stynen werd de Boerentoren een echt kantoorgebouw, volledig ingenomen door de bank, met uitzondering van enkele winkels op het gelijkvloers. Oorspronkelijk was het bankgedeelte beperkt tot de loketzaal en de kantoren eromheen op de gelijkvloerse verdieping, een aantal kantoren op de eerste verdieping langs de kant van de beddenstraat en de kluizen in de kelder. Op de derde verdieping werd een auditorium met ca. 400 zitplaatsen ingericht met een bijhorend foyer.

Waterreservoir[bewerken]

Voor de bevoorrading van de toren zelf en als voorraad bij eventuele bluswerkzaamheden werd op de 25e verdieping een gigantische koperen waterbak voorzien met een inhoud van 230 m³. Het waterpeil wordt continu op niveau behouden bij middel van elektrische pompen in de onderkelders. Voor het koperen reservoir werden 900 m² koperplaat gebruikt met een totaal gewicht van 7 ton.

Panoramazaal[bewerken]

Op de 24e verdieping bevond zich de zogenoemde Panoramazaal onder het grote waterreservoir. Deze zaal was van bij de aanvang was bedoeld om bezoekers de gelegenheid te geven Antwerpen te bewonderen vanuit vogelperspectief. De Panoramazaal werd geopend op 19 maart 1932 en er werd een kleine vergoeding (3 frank) gevraagd aan de bezoekers. De twee oorspronkelijke liften zorgden voor het vervoer van de bezoekers en brachten ze naar boven met een snelheid van 1,5 m per seconde, niettemin duurde de rit bijna een minuut. In zijn gloriejaren was de panoramazaal goed voor 150.000 bezoekers per jaar.

In 1970 werd de toren gerestaureerd en werd er een nieuwe Panoramazaal toegevoegd als 26e verdieping dus boven het waterreservoir. Omdat ondertussen de toren volledig gebruikt werd als kantoorruimte door de Kredietbank, werd uit veiligheidsoverwegingen de zaal niet meer publiek toegankelijk gesteld. Men kan er enkel nog terecht bij speciale gelegenheden.

Zie ook[bewerken]


Bronnen
Referenties
  1. onroerenderfgoed.be
  2. Leen van Molle, Ieder voor allen: de Belgische Boerenbond, 1890-1990, Kadoc-studies, Universitaire Pers Leuven, 1990, p.251.
  3. Leen van Molle, 1990, p.274.
  4. Line Van Gheem, Jos Smolderen (1889-1973): architect en stedenbouwkundige, Masterproef, 2008, Universiteit Gent, pp. 69-70.