Brandhout

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Opgestapeld brandhout
Houtvuur
Kampvuur
Resten van een kampvuur op een bosbodem, Yosemite National Park.
Houtgestookte saunakachel
Middeleeuwse haard, bij Oostende, omstreeks 1465.
Brandstapel op Wickiana, drukwerk uit de zestiende eeuw.
Duurzaam bosgebruik: de bomen worden niet gekapt, maar de twijgen worden geoogst voor brandstof. China, 2006.
Armoede in Duitsland: ruil van brandhout voor aardappelschillen. (De schillen zijn te gebruiken als veevoer of om te composteren). Berlijn, 1947.
Vervoer van brandhout per hondenslee, Labrador (Canada), 1871.

Brandhout is hout dat bestemd is om verbrand te worden en zo thermische energie, oftewel warmte, te leveren. Het is de oudste brandstof van de mensheid en wordt gebruikt vanaf het moment dat de mens vuur begon te beheersen. Tot de negentiende eeuw was het ook de voornaamste energiebron, onder meer met het uit hout geproduceerde houtskool. Daarna verminderde het belang van brandhout, vooral ten voordele van steenkool en later aardolie. Door de toenemende prijs van deze klassieke energiebronnen kent brandhout vanaf het einde van de twintigste eeuw een hernieuwde populariteit. Behalve als warmtebron wordt brandhout ook gebruikt om voedsel te roken. Onder het kopje Verwante toepassingen zijn nog andere toepassingen van energie uit hout te vinden.

Brandhout is een duurzame energiebron die ook kan worden aangewend voor de productie van groene stroom. Van alle duurzame energiebronnen moeten vooral biomassa (waaronder brandhout) en aardwarmte oordeelkundig beheerd worden om uitputting te voorkomen. Te sterke ontbossing voor de ontginning van brandhout heeft in sommige delen van de wereld (onder andere de Sahel) geleid tot verwoestijning.

Ontginning van brandhout[bewerken]

Soms wordt brandhout geoogst uit speciaal aangeplante bosjes hakhout, maar in erg bosrijke gebieden is het vaak een bijproduct van het natuurlijke bos. Omgevallen hout dat nog niet is begonnen te rotten heeft de voorkeur, omdat het al gedeeltelijk gedroogd is. Dood hout dat nog rechtstaat is nog beter, omdat het al gedroogd is en weinig rot heeft. Het rooien van dit soort bomen vermindert de snelheid en intensiteit van bosbranden.

In ontwikkelingslanden en andere arme gebieden werd en wordt brandhout gesprokkeld: klein, liefst droog hout zoals afgevallen kleine takken en desnoods losse boomschors, wordt opgeraapt om te dienen als brandstof voor het huishouden, vooral voor voedselbereiding en verwarming.

Brandhout wordt doorgaans in de winter geoogst, omdat de bomen dan het minste sap bevatten, wat het drogen vergemakkelijkt.

Verwerken van brandhout[bewerken]

Brandhout moet droog worden verbrand om een voldoende rendement te geven. De hoeveelheid vocht mag maximaal tussen de 15 en 20% bedragen. Het drogen gaat het snelst wanneer het hout is gekloofd. Aangezien vers gekapt hout gemakkelijker kan worden gekloofd dan uitgedroogd hout, gebeurt het kloven best onmiddellijk na het vellen van de boom. Tegenwoordig wordt brandhout voor commerciële doeleinden meestal met een mechanische kliefmachine gekloofd, maar het kan ook met een kloofbijl.

Na het kloven moet het hout nog geruime tijd drogen. Het hout droogt met een snelheid van ongeveer 5 cm per jaar . De uiteindelijke droogtijd is mede afhankelijk van de houtsoort. Zachte houtsoorten zoals wilg, populier en naaldhout hebben een droogtijd van ten minste 1 jaar, hardhout zoals beuk en es een droogtijd van ten minste 2 jaar. Eikenhout kan men het beste 3 jaar laten drogen.

Bewaren van brandhout[bewerken]

Brandhout droogt het best als het in stukken van 30-40 cm gezaagd en gekloofd wordt opgeslagen. Het hout wordt best tegen regen beschut, dus bovenaan bedekt of overdekt en liefst zonder overhangende bomen of daken die regenwater op het hout kunnen druppelen. Hout dat onbedekt in de open lucht wordt bewaard zal na ongeveer 20 maanden toch al tot 25% gedroogd zijn. Het hout mag niet op een natte ondergrond gestapeld worden anders wordt vocht opgezogen. Oude pallets eronder plaatsen is ideaal, zodat het hout ook van onderen belucht wordt. Kies de meest winderige plek en laat hier en daar openingen in de houtstapel door eens een blok in een andere richting te leggen. Dek het hout niet volledig af onder een zeil, het vocht kan dan niet ontsnappen en het hout zal verschimmelen.

Geschiktheid als brandhout[bewerken]

De waarde van brandhout wordt uitgedrukt in energetische waarde en brandduur. Knoestig hout kan bezwaarlijk zijn voor open vuur en voor het stoken in kachels of haarden, omdat de knoesten van dicht hout zijn en moeilijk branden. In grotere installaties loopt de temperatuur hoog genoeg op om de knoesten toch te verbranden. Voor brandhout wordt van oudsher vaak hout gebruikt dat minder geschikt is voor andere toepassingen, bijvoorbeeld afvalhout, spaanders, versplinterd, krom of gespleten hout en kleine takken. Het woord brandhout wordt daarom ook wel figuurlijk gebruikt, als pejoratief voor uiteenlopende producten van lage kwaliteit.

Soorten brandhout[bewerken]

Tot de beste houtsoorten voor brandhout behoren haagbeuk, eik, beuk, es, berk en els. De keuze van het meest geschikte brandhout is afhankelijk van de toepassing. Voor open haarden genieten harde loofhoutsoorten de voorkeur omdat ze weinig spatten en een mooi vlammenspel geven. In gesloten houtkachels en speksteenkachels kan ook naaldhout worden verstookt. Dit heeft ook een hoge energetische waarde, maar is voor open haarden en open vuur minder geschikt omdat het erg vonkt. Het geeft zijn warmte snel af en is daarom wel prima voor gebruik in houtfornuizen.

Verwante toepassingen[bewerken]

De energie-inhoud van hout kan ook indirect benut worden, bijvoorbeeld in een houtvergasser, of om houtskool te maken. Verder kan (afval)hout tot pellets geperst worden om bijvoorbeeld in industriële installaties of pelletkachels gebruikt te worden.