Caspar de Robles

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Caspar
ca. 1527 – 1585
Heer van Billy
Periode 1558 – 1585
Voorganger Jeanne de Saint-Quentin
Stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Lingen (Filips II)
Periode 1573 – 1576
(1568 – 1573 plaatsvervangend)
Voorganger Gilles van Berlaymont
Opvolger George van Lalaing
Vader João Lopes de Robres
Moeder Maria de Leyte
De stenen man te Harlingen, gedenkzuil ter herinnering aan Caspar de Robles.

Caspar de Robles en Leyte of Gaspard di Robles (Porto, 1527 - Antwerpen, 5 april 1585) ook wel Billy in Artesië genoemd, was stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog (regeerperiode: november 1573 - 1576; 1568 - 1573 was Robles al plaatsvervangend stadhouder geweest).

Vroeg optreden[bewerken]

De Robles was de zoon van João Lopes de Robres (of Robles) en Maria de Leyte. Zijn vader was een Spaanse ridder in de Orde van Christus, die zich vanuit Robres in de Portugese havenstad Porto had gevestigd in huize (casa) en paleis (palacio) Robres aldaar. Mogelijk kwam Maria uit een plaats genaamd Leyte, maar een dergelijke plaats bestaat thans niet meer in Spanje. Dona Maria was waarschijnlijk de min van koning Filips II. Hij trouwde in 1558 met Jeanne de Saint-Quentin, vrouwe van Billy, en werd daardoor eigenaar van kasteel en landerijen in Billy, ten zuiden van Rijsel.

Op 17 mei 1568 zagen de Harlingers 1800 Waalse soldaten onder leiding van De Robles aan land komen. Zes dagen later versloeg Lodewijk van Nassau bij de slag bij Heiligerlee het Spaanse leger van stadhouder Arenberg die daarbij omkwam. De Robles nam deel aan de slag bij Jemmingen waarbij Lodewijk van Nassau maar net wist te ontsnappen. Datzelfde jaar werd De Robles benoemd tot luitenant-stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe.

Waterwerken[bewerken]

Op 1 november 1570 werd Friesland getroffen door de Allerheiligenvloed die bijna het gehele gewest overstroomde, grote schade aanrichtte en de dijken in ontredderde staat achterliet. Dijkherstel was dringend nodig, maar de Friezen konden niet tot overeenstemming komen over de kosten. Dankzij de bemoeienissen van De Robles werd snel een akkoord bereikt om de dijken (met name rondom Harlingen) te dichten en te versterken. Het dijktraject werd in twee delen gedeeld. Het noordelijk deel moest door de Binnendijkers en het zuidelijk deel door de Buitendijkers worden onderhouden. Toen het werk klaar was, werd er door de Binnendijkers op de grens een grensscheiding (terminus) geplaatst. Deze grensscheiding werd een gedenkzuil ter ere van De Robles die de Stenen Man (Fries: Stienen Man) kwam te heten. Deze gedenkzuil op de Westerzeedijk ten zuiden van Harlingen markeerde lange tijd de grens tussen twee waterschappen en is nog steeds te bezichtigen.

De Robles was ook verantwoordelijk voor de aanleg van het naar hem genoemde Kolonelsdiep tussen het Bergumermeer en Briltil (ten westen van Zuidhorn). Hierdoor werden Leeuwarden en Groningen met elkaar verbonden door een veilige binnendijkse vaarweg.

Stadhouderschap[bewerken]

De Robles kon met gemak de opstand van de Friese steden neerslaan. In tegenstelling tot Holland had Friesland slechts kleine steden die ook vaak geen verdedigingswerken hadden. In mei 1572 versloeg hij een Geuzenmacht van 6.000 man in de slag bij Stavoren; Bolsward, Sneek en Franeker, die zich al voor de prins van Oranje hadden verklaard, gaven zich daarop over aan de koninklijke troepen.

Hij ondersteunde Fadrique Álvarez de Toledo met iets minder dan 1.000 Waalse soldaten tijdens het beleg van Haarlem. Op of rond 23 mei 1573 raakte hij lichtgewond door een schot uit een roer. In november 1573 werd Robles benoemd tot stadhouder en kapitein-generaal van Friesland, Groningen en Drenthe.

In de loop der jaren werd De Robles steeds meer gehaat, door vriend en vijand. De Spaanse soldaten ontvingen al maanden geen soldij en waren erg ontevreden en hij vroeg Alva om een vergoeding voor zijn werk. In 1576 ging hij naar Groningen om de gemoederen te sussen, maar werd gevangengenomen door zijn eigen soldaten toen Spanje bankroet werd verklaard. Dat was het einde van de macht van Caspar de Robles in het noorden van de Lage Landen.

Einde[bewerken]

Caspar de Robles kwam om in 1585 bij het Beleg van Antwerpen. Gedurende het beleg hadden de Spanjaarden een brug van boten aangelegd om de Schelde te blokkeren en de stad uit te hongeren. Staatse troepen probeerden tevergeefs de blokkade te doorbreken, en tijdens een poging wisten ze met de schepen "Fortuin" en "Hoop" volgeladen met buskruit, tegen de blokkade aan te varen en tot ontploffing te brengen. De explosie eiste de levens van minstens 800 Spaanse soldaten, waaronder dat van De Robles, die tegen een paal werd verpletterd.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties