Chromatische aberratie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Chromatische aberratie
Het gevolg van chromatische aberratie: gekleurde randjes
Chromatische abberatie met detail
Foto met zware chromatische aberratie: de boomtakken steken paars af tegen de lichte lucht.

Chromatische aberratie of kleurschifting is een optische fout van lenzen en lenzensystemen die ontstaat doordat licht van verschillende golflengten niet in dezelfde mate wordt gebroken aan de lensoppervlakken. De oorzaak hiervan is dispersie, een materiaaleigenschap van glas en van andere optische media. Het getal van Abbe is een maat voor de dispersie van een optisch medium.

Wanneer licht door een optisch afbeeldingssysteem gaat, moeten alle stralen uit één punt in het voorwerp idealiter samenkomen in één punt in de afbeelding. Stralen met verschillende golflengten zullen vanwege de dispersie echter in het algemeen in verschillende afbeeldingspunten gefocusseerd worden. Dit effect is vaak erger aan de randen van het beeld dan op de optische as van het afbeeldingssysteem.

Door samengestelde lenzen te maken van lenzen met onderling tegengestelde chromatische aberraties zullen die elkaar grotendeels opheffen. Voor de corrigerende lens wordt flintglas met een hoge brekingsindex en een hoge dispersie gebruikt. Een composietlens die de beelden voor twee kleuren corrigeert heet een 'achromaat' en één die voor meer kleuren corrigeert heet een 'Apochromaat'. Vaak worden in apochromaten duurdere glassoorten gebruikt dan voor achromaten.

De figuur toont een voorbeeld van een enkelvoudige (dus ongecorrigeerde) lens. Het beeld eronder toont hoe de afbeelding eruit zou zien als het projectievlak op het brandpunt van groen zou staan. De groene component is scherp, terwijl de rode en blauwe component onscherp zijn.

Chromatische aberratie kan zich op kleurenfoto's uiten als paarse randjes rond details met veel contrast. Paars (golflengte ca. 400 nm) ligt namelijk aan de rand van het zichtbare spectrum, terwijl er wordt ontworpen voor optimale scherpte in het midden van het spectrum (ca. 600 nm).

Zie ook[bewerken]