Clyde Tombaugh

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Clyde Tombaugh
Tombaugh gebruikte deze astrograaf om Pluto te ontdekken
De Lowell blink comparator

Clyde William Tombaugh (Streator (Illinois), 4 februari 1906Las Cruces (New Mexico), 17 januari 1997) was een Amerikaans astronoom die in 1930 de dwergplaneet Pluto ontdekte, naast 14 planetoïden. Tussen 1930 en 2006 werd Pluto beschouwd als de negende planeet van het zonnestelsel.

Leven en werk[bewerken]

Clyde William Tombaugh groeide op in een boerderij ten noordwesten van Burdett in Kansas. Hij studeerde af aan de Burdett High School in 1925.[1]

In zijn jeugd onderzocht Tombaugh de hemel met zelfgemaakte telescopen.[1] Later werd hij door Lowell Observatory te Flagstaff in Arizona ingehuurd en ontdekte er in 1930 Pluto, de buitenste 'planeet' (nu dwergplaneet) van ons zonnestelsel. Hij werkte er van 1929 tot 1945. Pluto werd in de nacht van 25 februari ontdekt op foto's ('plates'), genomen op 23 en 29 januari. Tombaugh gebruikte voor dit werk de Zeiss blink comparator.[1]

Tijdens zijn werk fotografeerde hij 65% van de hemel en bracht duizenden uren door met onderzoek van de miljoenen afbeeldingen van sterren, de meeste met de blink comparator. Hij ontdekte verscheidene clusters (sterrenhopen), een komeet en meer dan honderd asteroïden.[1]

Hij bleef nog lang na zijn afscheid als hoogleraar emeritus in 1973 actief, gaf lezingen en ging nog regelmatig naar zijn kantoor. In de jaren 1980 ging hij op een uitgebreide tour om door lezingen te geven geld in te zamelen voor een astronomiedotatie op New Mexico State University.

Tombaugh had de laatste jaren van zijn leven een slechte gezondheid, en werd tot aan zijn dood verzorgd door zijn vrouw. Hij werd uiteindelijk bijna 91 jaar oud.[2]

Aan het einde van de 20e eeuw werden tal van planeetachtige objecten in het zonnestelsel ontdekt en nader bestudeerd, waarvan enkele vergelijkbaar met of zelfs groter dan Pluto, zoals Ceres en Eris. Op de 26e algemene vergadering van de Internationale Astronomische Unie in 2006 werd de definitie van het begrip planeet daarom aangepast. Per 24 augustus 2006 werd Pluto dan ook een dwergplaneet genoemd, en zijn er nog maar acht "echte" planeten.

In de ruimtesonde die nu naar Pluto onderweg is, New Horizons genaamd, zit een deel van de as van zijn ontdekker. Deze sonde werd op 19 januari 2006 gelanceerd door de NASA, en het ligt in de lijn van de verwachtingen dat zij in de zomer van 2015 aankomt bij de dwergplaneet.

Interesse in ufo's[bewerken]

Tombaugh was waarschijnlijk de meest vooraanstaande astronoom die ooit zelf melding gemaakt heeft van ufo's. Op 20 augustus 1949 zag Tombaugh verscheidene ufo's in de buurt van Las Cruces in New Mexico. Hij beschreef hen als zes tot acht rechthoekige lichten en verklaarde:

"Ik betwijfel dat het verschijnsel een aardse weerspiegeling was omdat (...) niets dergelijks ooit is verschenen vóór of na... Ik was zo onvoorbereid voor zo'n vreemd gezicht, dat ik echt versteend was van verbazing."[3][4] Tombaughs verhaal verscheen in The UFO Evidence, ed.. Richard Hallen,[5] en in een artikel Life Magazine uit 1952 'HAVE WE VISITORS FROM SPACE?'[6]

In 1956 verklaarde hij niet uit te sluiten dat ufo's een buitenaardse oorsprong hadden:[7][8]

"I think that several reputable scientists are being unscientific in refusing to entertain the possibility of extra-terrestrial origin and nature. It is yet too early for any decisions of finality (Stringfield, 1956a)". [9][10]

Volgens mede-astronomen Donald Menzel en L. Boyd ontkende hij echter dat hij geloofde dat dit verschijnsel iets met buitenaards leven te maken had.[11] Donald Menzel had Tombaughs observatie afgedaan als een soort optische illusie in de atmosfeer en had getracht hem te dwingen zijn houding te herzien.

Een andere waarneming door Tombaugh een jaar of twee later, terwijl hij zich in het White Sands observatorium bevond, was van een object van magnitude -6, vier keer zo helder als Venus op haar helderst, zich voortbewegend van het zenit naar de zuidelijke horizon in ongeveer 3 seconden.[12]

Tombaugh bracht later ook verslag uit dat hij drie van de mysterieuze groene vuurballen had gezien, die eind 1948 plotseling boven New Mexico waren verschenen. Ondanks dit stond er in het eindrapport van project Twinkle dat "... he never observed an unexplainable aerial object despite his continuous and extensive observations of the sky." [13]

In juni 1952 leidde dr. Joseph Allen Hynek - een astronoom die als wetenschappelijk adviseur verbonden was aan Project Blue Book van de luchtmacht - in het geheim een enquête onder collega-astronomen over ufowaarnemingen. Tombaugh en vier andere astronomen vertelden Hynek over hun waarnemingen. Tombaugh zei Hynek ook dat zijn telescopen, indien daarom gevraagd, ter beschikking stonden van de luchtmacht voor het nemen van foto's van ufo's.[14]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b c d Bill Lawson, uitgever van "Northwest Skies" - Tacoma Astronomical Society: Clyde Tombaugh
  2. (en) Clyde Tombaugh, discoverer of Pluto, dies
  3. "I doubt that the phenomenon was any terrestrial reflection, because... nothing of the kind has ever appeared before or since. I was so unprepared for such a strange sight that I was really petrified with astonishment.
  4. Michael D. Swords, Tombaugh, Mars and UFO's in Journal of Scientific Exploration, Vol. 13, No. 4, 1999
  5. /www.ufoevidence.org
  6. http://www.project1947.com/shg/csi/life52.html Life Magazine, nummer van 7 aptil 1952
  7. Scientific Jounal
  8. Journal of Scientific Exploration, Vol. 13, No. 4, pp. 689, 1999
  9. Correspondentie met ufo-onderzoeker Len Stringfield
  10. Ik denk dat een aantal gerenommeerde wetenschappers onwetenschappelijk handelen door te weigeren de mogelijkheid van buitenaardse oorsprong en aard te overwegen. Het is nog te vroeg om eventuele finale beslissingen te nemen."
  11. The World of Flying Saucers, D. Menzel en L. Boyd, 1963
  12. Steiger, Brad (1976). Project Blue Book. Ballantine Books. p. 280. ISBN 0-345-34525-8.
  13. "... hij nooit een onverklaarbaar luchtobject had gezien ondanks langdurige en intensieve observatie."
  14. Steiger, Brad (1976). Project Blue Book. Ballantine Books. p. 268–285. ISBN 0-345-34525-8.