Coca (plant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Coca
coca plant
coca plant
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Malpighiales
Familie: Erythroxylaceae
Geslacht: Erythroxylum
Soort
Erythroxylum coca
Lam. (1786)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Coca (Erythroxylum coca) is een plant die zijn oorsprong vindt in Zuid-Amerika en die groeit op grotere hoogte. Coca wordt in het noordelijke Andesgebied in Zuid-Amerika, met name in Bolivia en Peru, gedronken als thee (maté), en gekauwd als middel tegen hoogteziekte en als stimulans voor arbeiders in de mijnbouw. Verder wordt het in producten als tandpasta verwerkt.

Het gebruik van coca is al heel oud. In nederzettingen in het noordwesten van Peru zijn achtduizend jaar oude gefossiliseerde resten van cocabladeren aangetroffen.

Door het kauwen van coca neemt het uithoudingsvermogen toe, verbetert de ademhaling en de zuurstofwisseling, en wordt het verbruik van glucose gereguleerd. Om die reden wordt coca ook nu nog door inheemse volken als Aymara, Quechua, Arhuaco, en Kogi gebruikt. De cocabladeren hebben daarnaast ook nog een religieuze functie. Ze worden onder andere gebruikt bij offerandes aan Pacha Mama (Moeder Aarde) of de Apus (de goden), waarbij ze worden verbrand of in de grond worden begraven. Ook worden ze ceremonieel gebruikt door de sjamaan.

Onderzoekers van Harvard University vonden dat cocablad een grote hoeveelheid kalk, ijzer, en vitamines bevat, waaronder zeer veel vitamine C. Uit cocablad kan echter ook cocaïne worden gesynthetiseerd. De toenemende populariteit van deze drug heeft in de jaren tachtig geleid tot een drugsoorlog (War on Drugs), waarbij cocaplantages worden platgebrand of vanuit de lucht met pesticiden worden besproeid.

De vele heilzame effecten van coca raken hierbij op de achtergrond, en de inheemse cultuur van de coca kauwende volkeren dreigt te worden vernietigd.

Wetenswaardigheden[bewerken]

  • De Spaanse overheersers in Zuid-Amerika verboden in de 16e eeuw het coca-kauwen onder de inheemse mijnwerkers, aangezien de licht verdovende werking een on-christelijke of demonische invloed zou hebben. Toen echter de zilver-productie in de mijnen snel afnam omdat de mijnwerkers minder uithoudingsvermogen hadden, werd het coca-kauwen al gauw weer ingesteld.
  • Nederland was voor een deel van de eerste helft van de 20e eeuw marktleider in de handel in coca en de productie van cocaïne. Nederlands-Indië werd in die periode de grootste teler van cocaplanten, met name in Amsterdam werd de opbrengst verhandeld. Een fabriek die het verder verwerkte tot cocaïne was de Nederlandsche Cocaïnefabriek.

Zie ook[bewerken]