Coleman Hawkins

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Coleman Hawkins
Hawkins tijdens een optreden in New York (september 1946)
Hawkins tijdens een optreden in New York (september 1946)
Algemene informatie
Volledige naam Coleman Randolph Hawkins
Geboren 21 november 1904
Overleden 19 mei 1969
Land Missouri, VS
Werk
Jaren actief 1920 - 1969 ?
Genre(s) Jazz, Swing, Bebop
Beroep(en) Muzikant
Instrument(en) Tenorsaxofoon
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Coleman Randolph Hawkins (St. Joseph (Missouri), 21 november 1904New York City, 19 mei 1969) was een Amerikaans jazzmuzikant. Hij wordt beschouwd als de eerste grote jazz-tenorsaxofonist.

Hij was een van de pioniers van de jazzmuziek en heeft met name de saxofoon een hechte plaats binnen de jazz gegeven. Vandaar zijn bijnaam 'vader van de tenorsaxofoon'. Hij begon op 5-jarige leeftijd echter op piano en wat later ook op cello. Op zijn negende verjaardag kreeg hij een, toen in de Verenigde Staten populaire en goedkope, C-melody sax. Hoewel wat kleiner dan een tenorsax toch een groot instrument voor een kind, maar de jonge Coleman was er bezeten van.

Zijn kennis van muziek en zijn vermogen om muziek te lezen was groot en al met 12 jaar trad hij regelmatig met anderen op. Zijn grote kans kwam toen hij 16 was en hij door de toen razend populaire vaudeville-zangeres Mamie Smith voor haar showband werd gevraagd. Zijn moeder weigerde in eerste instantie om toestemming te geven, maar gaf twee jaar later toch toe. Hij speelde er zowel cello als saxofoon, waarbij hij de C-melody al snel inruilde voor de tenorsax.

Zijn eerste standplaats was Chicago, in die tijd van de 'drooglegging' de eerste jazzstad waar ook bijna alle muzikanten vanuit New Orleans naartoe getrokken waren. Onder deze muzikanten waren onder andere King Oliver, Jelly Roll Morton en Louis Armstrong. Bovendien was Chicago de stad was waar jonge blanke musici als Benny Goodman, Bix Beiderbecke en Glenn Miller opgroeiden.

Al snel speelde Hawkins ook met topmusici in New York. Hij verliet Mamie Smith in 1923 om onder meer te gaan werken met Fletcher Hendersons orkest.

Geïnspireerd door pionier Adrian Rollini bespeelde Coleman daar korte tijd ook de grote bassaxofoon en dubbelde hij ook regelmatig op klarinet en bariton. De tenor zou echter zijn grote liefde blijven. Het was in deze periode dat zijn spel tot rijpheid kwam en zijn naam voorgoed werd gevestigd. Een jaar lang maakte ook Armstrong deel uit van de Henderson-band en al bleven de twee solisten afstandelijk ten opzichte van elkaar, toch zullen ze elkaar zeker gestimuleerd hebben.

In 1934 was Hawkins aan verandering toe en vertrok naar Engeland voor een engagement met het toen beroemde orkest van Jack Hylton. Een jaar later had Hylton een tournee in Duitsland waar toen al geen zwarte Amerikanen werden toegelaten. Daarom reisde hij door naar Nederland, met regelmatige uitstapjes naar Parijs en Zwitserland. Gelukkig zijn in die periode veel platen gemaakt, onder andere met het Nederlandse orkest The Ramblers met zang van Annie de Reuver en met musici als Django Reinhardt en Stéphane Grappelli.

Net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog keerde Hawkins in 1939 naar New York terug, waar hij op 1 oktober in Kelly's Stables Body and Soul opnam, dat hem op slag wereldfaam opleverde, ook buiten jazzkringen. Hij ging nu zijn meest vruchtbare periode in en met alle groten van de jazz maakte hij de ene opnamesessie na de andere, met name ook met jonge muzikanten die een nieuwe muziekvorm hadden bedacht: bebop.

Zijn muzikale smaak was zeer gevarieerd en hij bezat veel platen van Chopin en Schumann tot Mahler en Strauss, maar Bach was ongetwijfeld zijn grootste favoriet en diens muziek hield hij ook altijd aan jonge musici als voorbeeld voor. Hij was zelf een goed pianist en speelde ook veel klassiek op zijn Steinway vleugel. Als saxofoon koesterde hij het zwaar vergulde exemplaar dat hij persoonlijk van Maurice Selmer, directeur van de gelijknamige saxofoon'fabriek', had ontvangen.

Eind jaren veertig maakte Hawkins' stilistische voorbeeldfunctie (G. Slagmolen sprak van 'een superbe sonore swingstijl') plaats voor die van zijn vibratoloos spelende tegenspeler Lester Young om na het door Miles Davis geïnstigeerde tijdperk van de 'cool'-jazz weer aantoonbaar te worden in het spel van Sonny Rollins en (eind jaren 60) Archie Shepp. Dit neemt niet weg, dat hij in de jaren 50 een prominente rol speelde in het reizende muzikale 'circus' van Norman Granz met zijn fameuze 'Jazz at the Philharmonic'.

Daarnaast waren er de, vaak eveneens door Granz georganiseerde, festivals zoals het meest beroemde in Newport. En in 1959 werd door hem de zoveelste versie van Body and Soul gespeeld, die voor veel kenners geldt als nog beter dan het 'origineel'. Feit is dat Hawkins (of 'Bean', zoals hij vaak werd aangeduid) ook in deze periode dingen heeft neergezet, zoals zijn prachtige solo's op het Benny Carter-album "Further Definitions" en met het orkest van Duke Ellington.


Er is geen tweede voorbeeld van een jazzmusicus, die zonder zijn eigen stijl te verloochenen in de voorste gelederen is blijven spelen tot aan zijn dood toe, onder meer als jongeman samen met de jonge Louis Armstrong, later met de topbopper Dizzy Gillespie en in de jaren zestig met John Coltrane. Zijn absorptievermogen was te danken aan een verbluffende muzikale intelligentie.

Bijzondere opnamen[bewerken]

Verzamel-cd's[bewerken]

Een deel van deze afzonderlijke opnamen is eveneens te vinden op de cd 'Ken Burns Jazz: Coleman Hawkins' (Verve, 2000). Dit is een spinoff van de omvangrijke PBS-productie Ken Burns Jazz, welke in 12 afleveringen op de televisie werd vertoond.

Een andere aanrader is de voordelige 4 cd-box 'The Bebop Years' van het Engelse Proper. In 88 uitstekend gedocumenteerde opnamen passeren hier de productieve jaren veertig de revue, te beginnen met 'Body and Soul'.

Een ruimer tijdsbestek bestrijkt 'A Retrospective 1929-1963' op RCA (1995), dat op 2 cd's 34 jaar aan opnamen op Victor-labels weergeeft. Dit omvat tevens vroege klassiekers en de originele 1939 sessie met 'Body and Soul'.

Zie ook[bewerken]