Cornelis Moerman

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Cornelis Moerman (Vlaardingen, 6 januari 1893 – aldaar, 27 augustus 1988) was een Nederlandse huisarts in Vlaardingen die uit zijn liefhebberij, de duivensport, een (omstreden) alternatieve therapie tegen kanker ontwikkelde.

Levensloop[bewerken]

Moerman wilde na zijn middelbare schoolperiode diergeneeskunde studeren, maar vanwege de Eerste Wereldoorlog werd Moerman gemobiliseerd voor militaire dienst, waarna hij tot 1918 in het leger blijft. Na afloop van de oorlog volgde Moerman een studie geneeskunde aan de universiteit van Leiden, waar zijn interesse voor kanker wordt geboren.

In 1929 vestigt hij zich als huisarts op het ouderlijk landgoed in Vlaardingen, waar hij ook duiven gaat houden. Moerman is al sinds zijn vroegste jeugd een fervent liefhebber van de duivensport. Filosofieën over en experimenten met zijn duiven brengen hem tot de ideeën die later de basis vormden voor zijn controversiële kankertherapie.

Moerman trouwde op op 23 december 1939 in de toenmalige gemeente Vlaardinger-Ambacht met Anna Emma van den Berg. Het echtpaar is op 18 juli 1953 te Vlaardingen gescheiden. Er waren geen kinderen uit dit huwelijk.

Moermanmethode[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Moermanmethode voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Als duivenmelker viel hem op dat de kwaliteit van voeding de weerstand en prestaties van duiven kon verhogen. Duiven konden volgens hem geen kanker krijgen, en daaruit trok hij de conclusie dat een aangepast dieet kanker bij mensen zou kunnen genezen. In 1939 "genas" hij op deze manier zijn eerste patiënt, hoewel buitenstaanders twijfelden aan het feit of deze patiënt wel kanker had.

Moerman ondernam in het begin regelmatig pogingen om zijn therapie onderzocht te krijgen maar hij vond geen weerklank bij de medische wetenschap. Daardoor ontwikkelde hij een afkeer tegen de geneeskunde en de wetenschap, een afkeer die een objectief onderzoek naar de effectiviteit ook later in de weg zou staan. In 1955 kwam zijn therapie in een stroomversnelling toen in het Dagblad voor de Zaanstreek, De Typhoon een artikel over hem verscheen. De populariteit van Moerman nam daarna met sprongen toe, en in 1956 werd daarom een commissie in het leven geroepen onder leiding van de huisarts Delprat om de therapie dan toch te onderzoeken. Hoewel Moerman meewerkte aan dit onderzoek leidde het tot een negatief rapport over zijn behandelingsmethode. Moerman diende een klacht in bij het Medisch Tuchtcollege maar dat leidde niet tot resultaat. Wel kreeg hij een boete voor het feit dat hij kankerpatiënten medische therapie onthield.

Desondanks nam zijn populariteit toe, en onder druk van de publieke opinie besloot de politiek om de Moermanmethode opnieuw te onderzoeken: de motie Borgman (1979) leidde er toe dat het Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne de Begeleidingscommissie Onderzoek Moermanmethode instelde. Het onderzoek werd echter ernstig gehinderd door meningsverschillen over de toe te passen onderzoeksmethode, en uiteindelijk werd een onderzoek nooit uitgevoerd. Een onderzoek uit eigen kring, gestart door Jan Wiese, leidde in 1991 tot het rapport Retrospectief Onderzoek Moermantherapie waarin over een tijdspanne van 50 jaar 21 gevallen werden gemeld waarvan genezing door de therapie zou hebben plaatsgevonden. Het aantal succesgevallen werd in 1992 door internist-oncoloog Blijham teruggebracht tot maximaal 2 à 7.[1]

Met het overlijden van Moerman stierf ook de aandacht voor zijn therapie. Toch wordt door enkele tientallen artsen de behandelmethode nog steeds gepraktiseerd.

In verband met zijn opvattingen over kanker en de door hem aan zijn patiënten voorgeschreven diëten wordt er vaak vergoelijkend op gewezen dat er ook volgens de hedendaagse inzichten in de erkende medische wetenschap toch relaties kunnen worden gelegd tussen voeding en de preventie van kanker. Voor de opvatting dat dit ook zou gelden voor een daadwerkelijke genezing van kanker bestaat in de medische wetenschap echter geen draagvlak.

Moerman staat nummer 1 in de top 20 van de vereniging tegen de Kwakzalverij van de kwakzalvers van de 20e eeuw.

Moerman in de Tweede Wereldoorlog en zijn vermeend antisemitisme[bewerken]

In de Tweede Wereldoorlog worden de duiven van Moerman in beslag genomen door de Duitsers uit angst voor spionage.[2]

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog wordt Moerman opgepakt vanwege vermeend NSB-lidmaatschap. Als de zaak vervolgens wordt onderzocht blijken er echter geen bewijzen voor deze beschuldiging te vinden te zijn. Moerman zelf zei te vermoeden dat sommigen het hem kwalijk nemen dat hij tijdens de oorlog NSB-vrouwen heeft behandeld voor kanker.[2]

Dat rond zijn persoon de sfeer van landverraad is ontstaan, heeft Moerman in latere jaren als verklaring gebruikt waarom zijn kankertherapie niet serieus werd genomen.[2]

Het idee om van zijn voormalige woonhuis/praktijk te Vlaardingen een museum te maken strandde toen er aantekeningen werden gevonden die de Duitse ideologieën in W.O. II onderschreven. Het ging met name om een antisemitische passage in zijn boek De wedergeboorte van het Christendom (1956). In 1988, in een interview met het weekblad Hervormd Nederland nam hij van deze tekst nog geen afstand. Hierover werd een stuk geschreven door het CIDI in Overview of anti-Semitic incidents in the Netherlands in 1997. [1][2]

De hernoeming van de Moermanlaan[bewerken]

Een straat bij zijn voormalige woonboerderij, waar ook zijn praktijk gevestigd was, was enige tijd naar hem de Moermanlaan genoemd. De gemeenteraad van Vlaardingen ging echter op 6 november 1997 akkoord met een voorstel van burgemeester en wethouders om deze laan om te dopen in Hoogstad. De reden voor deze naamswijziging waren de gerezen bedenkingen na het bekend worden van de gewraakte antisemitische passage (zie boven).

Belangrijkste publicaties[bewerken]

  • Cancer, post tenebra lux, 1949, eerste publicatie, uitgebracht in eigen beheer
  • De wedergeboorte van Christus, 1956, brochure waarin antisemitische uitlatingen zijn aangetroffen
  • De oplossing van het kankervraagstuk, 1958
  • Het schaamteloos bedrog, 1972, brochure over het rapport-Delprat
  • Kanker als gevolg van onvolwaardige voeding kan genezen door dieet en therapie, 1978, ISBN 90-202-4873-1 (elf herdrukken, vertaald in het Duits en Italiaans).
  • De natuur, onze grote dokter, 1979.
  • Mijn kankeronderzoek verricht in de dertiger jaren, 1985, uitgave bij zijn 55-jarig jubileum als arts.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. {G.H. Blijham, tijdschrift Kanker, vol. 16, pag. 58, 1992}
  2. a b c (nl) Andere Tijden, aflevering 11 mei 2004 - Cornelis Moerman.