De hond van de Baskervilles

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De hond van de Baskervilles
ArthurConanDoyle HoundOfTheBaskervilles.jpg
Oorspronkelijke titel The Hound of the Baskervilles
Auteur(s) Sir Arthur Conan Doyle
Land Verenigd Koninkrijk
Taal Engels
Reeks/serie Sherlock Holmes
Genre detective, misdaad, mysterie
Uitgever George Newnes
Uitgegeven 1902
Medium print (hardcover & paperback) en luisterboek
Pagina's 243
Voorloper Het teken van de vier
Vervolg De vallei der verschrikking
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

De hond van de Baskervilles (originele titel The Hound of the Baskervilles) is een Britse detectiveroman van Sir Arthur Conan Doyle. Het is Conan Doyles derde roman over de detective Sherlock Holmes, en wordt gezien als het bekendste boek over deze detective. Het verhaal verscheen oorspronkelijk van augustus 1901 tot april 1902 als een vervolgverhaal in het Britse tijdschrift The Strand Magazine, en werd in 1902 gepubliceerd in boekvorm.

De voorloper van deze roman is eigenlijk de verhalenbundel De memoires van Sherlock Holmes. In het laatste korte verhaal hiervan "The Adventure of the Final Problem", lijkt Holmes te zijn gestorven. Na "The Adventure of the Final Problem" is toch deze roman verschenen, ofschoon deze zich wel voor het korte verhaal afspeelt. Omdat de roman zo populair was dat fans erop stonden dat Conan Doyle Holmes weer terug zou laten keren, werd de verhalenbundel De terugkeer van Sherlock Holmes geschreven, die chronologisch gezien wel het vervolg is op "The Adventure of the Final Problem".

Oorsprong[bewerken]

Fox Tor in Dartmoor. Dit moerasachtige land was mogelijk een inspiratiebron voor Grimpen Mire in de roman “de hond van de Baskervilles”

Conan Doyle schreef De hond van de Baskervilles kort na zijn terugkeer uit Zuid-Afrika, waar hij had gewerkt als vrijwillig arts in het The Langman veldhospitaal in Bloemfontein. Hij werd met de plot geholpen door een 30-jarige journalist van de Daily Express, genaamd Bertram Fletcher Robinson (1870-1907). Zijn idee kwam van de legende van Richard Cabell. Diens tombe is te zien in het plaatsje Buckfastleigh.[1][2] Richard Cabell leefde in de 17e eeuw, en was een lokale schildknaap in Buckfastleigh. Hij had een passie voor jagen, en werd destijds gezien als een 'monsterlijk kwaadaardige man'. Er werd onder andere van hem beweerd dat hij zijn ziel aan de duivel zou hebben verkocht, en dat hij zijn vrouw zou hebben vermoord. Na zijn dood op 5 juli 1677 zag men volgens de verhalen regelmatig een mysterieuze roedel honden die zich in de buurt van zijn graf ophielden. Ze zouden geleid worden door de geest van Cabell. Om hier een einde aan te maken, lieten de dorpelingen een groot gebouw rondom de tombe bouwen, die de geest van Cabell vast moest houden.[3]

Conan Doyle baseerde zijn omschrijving van Baskerville Hall op Cromer Hall in Norfolk. Een andere inspiratiebron was het verhaal van Black Shuck, de spookhond van Cromer, waar Conan Doyle over hoorde tijdens zijn verblijf aldaar.[1]

Inhoud[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De rijke landeigenaar Sir Charles Baskerville wordt dood gevonden in het park van zijn kasteel, gelegen in Dartmoor. Hij lijkt te zijn overleden aan een hartaanval, maar volgens zijn beste vriend, Dr. Mortimer, is er meer aan de hand. Volgens hem is Charles het slachtoffer van een bovennatuurlijk wezen, dat door het gebied spookt in de gedaante van een enorme hond. Enorme hondensporen rond het lijk lijken dit verhaal te bevestigen. Mortimer is bang dat Charles’ erfgenaam, zijn neef Sir Henry Baskerville, in groot gevaar is. Daarom roept hij de hulp in van Sherlock Holmes.

Dr. Mortimer vertelt Holmes en Dr. Watson van de zogenaamde Baskervillevloek, die volgens hem al eeuwenlang op de familie rust. De vloek zou zijn ontstaan door de wandaden van ene Sir Hugo Baskerville, die leefde ten tijde van Oliver Cromwell. Volgens de verhalen was hij een zeer kwaadaardige en sadistische man. Hij werd verliefd op de dochter van een vrijboer. Hij ontvoerde haar, en sloot haar op in zijn slaapkamer. De vrouw kon echter ontsnappen. Toen Hugo dit merkte, riep hij dat hij zijn lichaam en ziel aan het kwaad zou willen geven als hij haar maar kon krijgen. Vervolgens zette hij de achtervolging op haar in met zijn jachthonden. Een paar uur later vonden Hugo’s vrienden de lijken van zowel de vrouw als Hugo. Een grote spookhond stond bij Hugo’s lijk, beet diens strot af en verdween ermee in de nacht.

Holmes ontdekt al snel dat Sir Charles op iemand wachtte, en concludeert aan de hand van diens voetafdrukken dat hij vlak voor zijn dood wegvluchtte voor iets of iemand. Hij bezoekt vervolgens Sir Henry, die in zijn hotelkamer een cryptische brief heeft ontvangen waarin iemand hem waarschuwt weg te blijven bij het Baskerville-landgoed. De brief is geschreven met uitgeknipte letters, die volgens Holmes uit de krant van de dag ervoor komen. Alleen het woord “moor” is handgeschreven. Na bestudering van de brief concludeert Holmes dat deze door een vrouw is geschreven. Hij vraagt daarom een jongen genaamd Cartwright om voor hem de prullenbakken na te zoeken naar een kapotgeknipte krant. Henry merkt verder op dat er een nieuwe schoen van hem is gestolen.

Holmes vraagt Mortimer of Charles wellicht meer familieleden had. Volgens Mortimer had hij nog twee broers. Henry is de zoon van de oudere Sir Henry, die nu in Canada woont. De andere broer is Sir Roger, die bekendstaat als het zwarte schaap van de familie. Hij vertrok uiteindelijk naar Zuid-Amerika, waar hij is gestorven.

Ondanks de waarschuwing op het briefje wil Henry toch Baskerville Hall bezoeken. Wanneer hij Holmes’ huis aan Baker Street verlaat, volgen Holmes en Dr. Watson hem. Ze zien hoe een man met een vals uitziende zwarte baard Sir Henry volgt in een huurrijtuig. Hij vlucht weg wanneer hij Holmes opmerkt, maar die kan nog wel het kenteken noteren. Terug in Sir Henry’s hotelkamer blijkt er weer een schoen van hem te zijn gestolen; dit keer een oude. De gestolen nieuwe schoen wordt al snel weer teruggevonden. Holmes concludeert dat ze met een echte hond te maken hebben, en dat iemand de schoenen wellicht wil gebruiken om de hond op Henry’s spoor te zetten. Hij vertelt Mortimer over de man die ze hebben gezien. Volgens Mortimer voldoet Barrymore, de butler van Baskerville Hall, aan Holmes’ omschrijving. Ook praat Holmes met hem over de erfenis. Het blijkt dat als Henry iets overkomt, een zekere James Desmond de volgende in lijn is die de erfenis zal krijgen.

Omdat Holmes nog andere zaken op te lossen heeft in Londen, gaat Watson met Henry mee naar Baskerville Hall. Later die avond ontvangt Holmes bericht dat Cartwright de verknipte krant niet heeft gevonden, en dat Barrymore de hele avond al in Baskerville Hall was. Beide sporen lopen dus dood. James ondervraagt koetsier John Clayton over de man met de baard, maar dit levert weinig op.

Sherlock Holmes en Dr. Watson zien de hond

Dr Mortimer, Watson en Sir Henry vertrekken naar Baskerville Hall. Onderweg lopen ze een aantal soldaten tegen het lijf, die op zoek zijn naar de ontsnapte gevangene Selden. Tijdens zijn verblijf in Baskerville Hall meent Watson een paar keer 's nachts een vrouw te horen huilen. Ook ontmoet hij Jack Stapleton, een naturalist die bekend is met Dartmoor. Hij ontmoet tevens zijn zus, Beryl Stapleton, die erop staat dat Sir Henry het gebied weer verlaat. Watson merkt op dat Beryl en Jack totaal niet op elkaar lijken, en vindt het moeilijk te geloven dat de twee broer en zus zijn. Henry wordt verliefd op Beryl, tot ongenoegen van Jack.

Uiteindelijk komt Holmes in het geheim naar Baskerville Hall. Hij heeft ontdekt dat Jack en Beryl Stapleton in werkelijkheid niet broer en zus zijn, maar met elkaar zijn getrouwd. Terwijl ze deze ontdekking bespreken, horen ze een schreeuw van een man die wordt achtervolgd door een hond. Ze vinden even later het dode lichaam van de man, die bij nader onderzoek Selden blijkt te zijn. Hij is de broer van de echtgenote van Barrymore.

De ontknoping volgt wanneer Holmes een portret van Hugo Baskerville ziet, en zich door de gelijkenis realiseert dat Jack Stapleton zelf lid is van de familie Baskerville. Hij is de zoon van Rodger Baskerville, de jongere broer van Sir Charles, waarvan iedereen dacht dat hij ongetrouwd en zonder kinderen was gestorven. Dit geeft Jack een motief voor de moorden: met Charles en Henry uit de weg kan hij het familiefortuin opeisen. Hij zit volgens Holmes achter de hond die Charles gedood zou hebben, aangezien hij goed op de hoogte was van de vloek die op de familie zou rusten. Die nacht gaan Holmes en Watson de confrontatie aan met de hond, die net op dat moment Henry aanvalt. Ze schieten het beest op tijd dood, en Henry is gered. Wanneer ze vervolgens Jack willen gaan arresteren, blijkt hij te zijn gevlucht. Hij werd voor het laatste gezien toen hij Dartmoor invluchtte, en is vermoedelijk omgekomen. In Jacks schuilplaats vinden ze de gestolen schoen en fosfor waarmee Jack de hond zijn duivelse verschijning gaf.

Verfilmingen[bewerken]

Er bestaan minimaal 24 verfilmingen van De hond van de Baskervilles.

Jaar Title Land Regisseur Holmes Watson
1914 Der Hund von Baskerville, 1. Teil Keizerrijk Duitsland Rudolf Meinert Alwin Neuß geen
1914 Der Hund von Baskerville, 2. Teil - Das einsame Haus
1914 Der Hund von Baskerville, 3. Teil - Das unheimliche Zimmer Richard Oswald
1915 Der Hund von Baskerville, 4. Teil
1920 Das dunkle Schloß Duitsland Willy Zeyn Eugen Burg geen
1920 Das Haus ohne Fenster Erich Kaiser-Titz
1920 Dr. MacDonalds Sanatorium
1921 The Hound of the Baskervilles Verenigd Koninkrijk Maurice Elvey Eille Norwood Hubert Willis
1929 Der Hund von Baskerville Duitsland Richard Oswald Carlyle Blackwell George Seroff
1932 The Hound of the Baskervilles
(volgens de IMDB is de film zoek geraakt, maar de soundtrack bestaat nog wel)
Verenigde Staten Gareth Gundrey Robert Rendel Frederick Lloyd
1936 Der Hund von Baskerville nazi-Duitsland Carl Lamac Bruno Güttner Fritz Odemar
1939 The Hound of the Baskervilles Verenigde Staten Sidney Lanfield Basil Rathbone Nigel Bruce
1955 Der Hund von Baskerville Duitsland Fritz Umgelter Wolf Ackva Arnulf Schröder
1959 The Hound of the Baskervilles Verenigd Koninkrijk Terence Fisher Peter Cushing André Morell
1962 Bees Saal Baad (na 20 jaar) India Hemant Kumar - -
1968 L'Ultimo dei Baskerville Italië Guglielmo Morandi Nando Gazzolo Gianni Bonagura
1968 The Hound of the Baskervilles Verenigd Koninkrijk Graham Evans Peter Cushing Nigel Stock
1972 The Hound of the Baskervilles Verenigde Staten Barry Crane Stewart Granger Bernard Fox
1978 The Hound of the Baskervilles Verenigd Koninkrijk Paul Morrissey Peter Cook Dudley Moore
1981 The Hound of the Baskervilles (Собака Баскервилей) Sovjet-Unie Igor Maslennikov Vasilij Livanov Vitali Solomin
1982 The Hound of the Baskervilles Verenigd Koninkrijk Peter Duguid Tom Baker Terence Rigby
1983 The Hound of the Baskervilles Verenigd Koninkrijk Douglas Hickox Ian Richardson Donald Churchill
1983 Sherlock Holmes and the Baskerville Curse Australië Ian McKenzie & Alex Nicholas Peter O'Toole (stem) unknown
1988 The Hound of the Baskervilles Verenigd Koninkrijk Brian Mills Jeremy Brett Edward Hardwicke
1998 The Hound of the Baskervilles (BBC Radio Broadcasting) Verenigd Koninkrijk Enyd Williams Clive Merrison Michael Williams
2000 The Hound of the Baskervilles Canada Rodney Gibbons Matt Frewer Kenneth Welsh
2002 The Hound of the Baskervilles Verenigd Koninkrijk David Attwood Richard Roxburgh Ian Hart
2011 Sherlock; The Hounds of Baskerville Verenigd Koninkrijk Gatiss en Moffat Benedict Cumberbatch Martin Freeman

Referenties in andere werken[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Spiring, Paul. Hugo Baskerville & Squire Richard Cabell III. BFROnline (2007) Geraadpleegd op 2009-03-29
  2. Cabell Tomb - Buckfastleigh. Devon Guide (2007) Geraadpleegd op 2009-03-29
  3. Legendary Dartmoor (2007-11-22) Geraadpleegd op 2009-03-29