Falluja

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Falluja
الفلوجة
Plaats in Irak Vlag van Irak
Falluja
Falluja
Situering
Provincie Al-Anbar
Coördinaten 33° 21′ NB, 43° 47′ OL
Algemeen
Inwoners 285.000
Portaal  Portaalicoon   Azië

Falluja of Fallujah (Al Fallujah) (Arabisch: ‏الفلوجة‎, al-Fallūǧa) is een stad in de Iraakse provincie Al-Anbar (Umbar) met volgens schattingen 285.000 inwoners. Ze ligt ongeveer 69 kilometer ten westen van Bagdad, aan de rivier de Eufraat en op de hoofdweg die Bagdad met Jordanië verbindt.

In Irak staat de stad bekend als de "stad van de moskeeën": er zijn meer dan 200 moskeeën in de stad en de omringende dorpen. Falluja is lange tijd een van de belangrijkste centra van het Soennisme in de regio geweest.

Geschiedenis[bewerken]

De stad werd gesticht in de 4e eeuw op of nabij de plek waar de vroegere stad Misiche was. De Romeinse keizer Gordianus III was in de Slag van Misiche daar in 244 omgekomen. Het was toen een kleine en relatief onbelangrijke stad. Het lag in de schaduw van de noordelijker gelegen stad Al Anbar, die ook een tijdje de hoofdstad van het Abbasidenrijk was.

Ten tijde van het Ottomaanse Rijk van 1517 tot 1917, was de stad niet veel meer dan een stop op de weg naar Bagdad. In 1947 had de stad ongeveer 10.000 inwoners. Later groeide de stad door de aanwezige olie-industrie.

Onder Saddam Hoessein werd de stad belangrijker vanwege de vele soennieten die hier woonden. De soennieten, een minderheid in Irak, vormden de machtsbasis voor Hoessein en hij ondersteunde hen door de bouw van fabrieken en bedrijven.

Tweede Golfoorlog en daarna[bewerken]

Na de Golfoorlog van 2003 wordt Falluja een belangrijke plaats voor het Iraaks verzet. Anno oktober 2004 is de stad in handen van het verzet. De Amerikanen bombarderen de stad regelmatig omdat zij denken dat de uit Jordanië afkomstige rebellenleider Abu Musab al-Zarqawi zich er schuil houdt. Sinds de opkomst van het Iraaks verzet in juni 2003 wordt er vrijwel permanent gevochten om Falluja. Amerikaanse vliegtuigen voeren vrijwel dagelijks "precisie bombardementen" uit, waarbij ook veel burgerslachtoffers vallen.

Zo komen bij een bombardement op 1 september 2004 naar schatting 20 personen om het leven.

Bij een aanval op een konvooi, begeleid door zwaar gewapende bewakers van het bedrijf Blackwater Security Consulting USA, op 31 maart 2004 kwamen vier Amerikaanse huurlingen om het leven. Hun lichamen werden verbrand en verminkt opgehangen aan een brug.

Gedurende lange tijd was Falluja een soennitisch bolwerk waar zich duizenden strijders onder aanvoering van de vermeende leider van al Qaida in Irak, Abu Musab al-Zarqawi schuilhielden. De Amerikanen en Iraakse regeringstroepen hadden geen controle over de stad.

Op 7 november 2004 riep interim-premier Iyad Allawi de noodtoestand uit, waarna soldaten in de nacht van 7-8 november de aanval op de stad openden. In de stad waren toen nog naar schatting zo'n 50.000 van de 250.000 inwoners aanwezig. Het aantal strijders werd geschat op 1000 à 6000. In Falluja werden zwaargewonde opstandelingen door Amerikaanse soldaten doodgeschoten.

Op 8 november 2005 zond de Italiaanse zender Rai een documentaire uit, genaamd: Fallujah: The Hidden Massacre, waarin twee veteranen vertelden dat er bij de slag om Falluja gebruik was gemaakt van witte fosfor en van napalm, ook tegen burgers. Het Pentagon gaf in een verklaring op 16 november toe dat inderdaad witte fosfor was gebruikt, zij het niet tegen burgers.

Op 4 januari 2014 werd de stad ingenomen door ISIS, die actief is in het westen van Irak en Syrië. Er volgen felle gevechten tussen strijders van ISIL en het Iraakse leger gesteund door lokale milities om controle over de stad.[1]

Bronnen, noten en/of referenties