Hạ Longbaai

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ha Longbaai
Werelderfgoed natuur
Ha Longbaai vanaf het water
Ha Longbaai vanaf het water
Land Vlag van Vietnam Vietnam
UNESCO-regio Azië en Pacific
Criteria vii, viii
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 672
Inschrijving 1994 (18e sessie)
Uitbreiding 2000
UNESCO-werelderfgoedlijst

De Ha Longbaai (Vietnamees: Vịnh Hạ Long) is een baai bij de stad Hạ Long in het noorden van Vietnam in de Golf van Tonkin, nabij de grens met China. De baai heeft een kustlijn van 120 kilometer en het gebied beslaat zo'n 1500 vierkante kilometer. Vịnh Hạ Long betekent in het Vietnamees Baai van de dalende Chinese draak.

In de baai liggen 1969 kalkstenen eilanden, elk met dichte begroeiing op de top. De kalkstenen monolieten rijzen spectaculair op uit de oceaan. Verschillende van de eilanden zijn hol, met enorme grotten. Hang Đầu Gổ (Houten Stokken Grot) is de grootste van deze grotten. Franse toeristen die deze grot aan het eind van de 19e eeuw bezochten, noemden hem Grotte des Merveilles (Grot van de Wonderen). De drie grote kamers bevatten veel grote stalactieten en stalagmieten (en Franse 19e-eeuwse graffiti).

De naam van veel van de eilanden is het resultaat van de plaatselijke interpretatie van hun vreemde vorm. Voorbeelden hiervan zijn Voi (olifant), Ga Choi (vechtende haan) en Mai Nha (dak). 989 van de eilanden hebben een naam.

Bij enkele van de eilanden bevinden zich drijvende dorpen van vissers die in de ondiepe wateren 200 soorten vis en 450 soorten weekdieren vangen. Op sommige eilanden leven dieren, zoals kippen, apen en leguanen.

In 1994 is de Ha Long Baai opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het is één van de populairste toeristenbestemmingen van Vietnam.

Het omringende land is rijk aan steenkool, die in opdracht van de Vietnamese regering wordt gemijnd.

Geschiedenis[bewerken]

In de baai van Ha Long heeft Vietnam diverse zeeslagen gevoerd met haar buren. Tot drie keer toe heeft het Vietnamese leger in het labyrint van waterwegen de Chinezen tegengehouden. In 1228 verhinderde generaal Trần Hưng Đạo dat Mongoolse schepen de nabijgelegen rivier Bạch Đằng opvoeren door bij hoogwater houten stokken te plaatsen, waardoor de Mongoolse vloot zonk.

Tijdens de Vietnamoorlog werden door de Amerikaanse marine zeemijnen gelegd in verschillende waterwegen tussen de eilanden. Sommige overgebleven mijnen vormen nog steeds een risico.

Externe link[bewerken]