Handschrift (boek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het begrip "manuscript" in de betekenis van "tekst die aan een uitgeverij wordt aangeboden", zie Manuscript (modern).
Miroslav Evangelie
Muziekhandschrift uit Jena

Handschrift is een verzamelnaam voor boeken die met de hand geschreven zijn. Dat kunnen boeken zijn die (ver) vóór de uitvinding van de boekdrukkunst geschreven zijn, boeken die geschreven zijn tijdens en kort na de uitvinding van de boekdrukkunst, en boeken die ondanks de overheersende positie van het gedrukte boek toch met de hand geschreven werden. Al naargelang het gebruikte schrijfmateriaal - hout, boombladeren, boomschors, kleitabletten, wastafels, papyrus, dierenhuiden (waarvan perkament gemaakt werd), papier - heeft het boek zijn eigen vorm. Het wordt ook wel manuscript (Lat. manus "hand", scribere "schrijven") of codex (Lat. "blok hout", "boek"; mv. codices) genoemd.

Geschiedenis[bewerken]

Al in het oude Egypte verzamelde men handschriften, meestal op papyrus. De bibliotheek van Alexandrië is daarvan een goed voorbeeld. In de Middeleeuwen schreef men handschriften meestal op perkament en vaak werden zij ware kunstwerken door het aanbrengen van illustraties, zogeheten miniaturen. Dergelijke verluchte handschriften hanteerde men met meer zorg dan gewonere gebruikshandschriften waarvan er veel minder bewaard zijn gebleven.

Het schrijven en kopiëren van leggers was letterlijk monnikenwerk en greep grotendeels plaats in het scriptorium van een klooster door vaardige kopiisten. Er waren dan ook meestal maar enkele tientallen of zelfs maar een enkel exemplaar van een bepaald boek in omloop. Veel geschriften uit de oudheid, waar niet veel vraag naar was, gingen dan ook voorgoed verloren als het laatste exemplaar verdween door bv. slijtage, diefstal of brand. Van de werken van belangrijke auteurs waarnaar wel vraag was werden geregeld kopieën gemaakt en er zijn soms honderden handschriften bekend.

Soorten handschriften[bewerken]

Bijbelse handschriften[bewerken]

De Bijbel is door verschillende mensen en in de loop van circa 1500 jaar tot stand gekomen. De oorspronkelijke handschriften van de Bijbel, de zogenoemde autografa, zijn alle verloren gegaan. Er bestaat dus geen originele brief meer die nog persoonlijk door bijvoorbeeld de apostel Paulus is geschreven. De oorspronkelijke handschriften zijn verloren gegaan. Wel zijn de oorspronkelijke handschriften steeds gekopieerd. Overschrijven was in de Oudheid de gebruikelijke manier van vermenigvuldigen van brieven en documenten. Van de Bijbel is in de loop der tijd een grote hoeveelheid handschriften gevonden. De tekstwetenschap van de Bijbel tracht uit de verschillende handschriften, op basis van opgestelde regels, zo zorgvuldig mogelijk de oorspronkelijke tekst te achterhalen. Uiteraard blijft dat een werk met vragen en keuzes omgeven. Door de vondst van de Dode Zeerollen zijn weer vele handschriften van het Oude Testament beschikbaar gekomen. Het was opmerkelijk dat deze nieuw gevonden handschriften eigenlijk nauwelijks afweken van de reeds beschikbare handschriften. Over het algemeen ging men in het overschrijven kennelijk zeer nauwkeurig te werk.

Het oudste handschrift van het Nieuwe Testament stamt uit circa 125 na Christus. Het is een gedeelte uit het Evangelie volgens Johannes (Joh. 18: 31-33 en Joh. 18:37-38). Dit handschrift staat wetenschappelijk bekend onder de code P52. De tekst is geschreven op papyrus. Er zijn momenteel circa 3300 verschillende Griekse handschriften van het Nieuwe Testament beschikbaar. Dit is meer dan van welke klassieke tekst uit de oudheid ook.

Profane literatuur opgeslagen in handschriften[bewerken]

De gehele Middelnederlandse literatuur is ons overgeleverd via handgeschreven producties. De producten werden tegen betaling per regel vervaardigd door eenmansbedrijfjes van beroepskopiisten in zogenoemde schrijfhuisjes. Dit leidde tot verzamelhandschriften. In deze periode was het verzamelhandschrift de productie-eenheid van literatuur en niet de tekst als zodanig. Pas de drukpers zal de afzonderlijke tekst als op zich zelf staande eenheid vestigen. Als motivatie tot het handmatig vastleggen van gesproken teksten blijkt sterk aanwezig dat men over een correcte tekst kon beschikken om hem uit het hoofd te kunnen leren. Immers literaire teksten in de volkstaal bestonden tot voorheen voor de omgeving slechts als rijmende klank en geluid met een ritme en metrum. Ze werden mondeling overgeleverd als een vorm van orale geschiedenis.

Bekende voorbeelden van verzamelhandschriften zijn de Manesse Codex, het Gruuthuse-handschrift, het Geraardsbergse handschrift en het Hulthemse handschrift. Een waar kunstwerk is het middeleeuws profane manuscript De Graal van Rochefoucauld, kunstig verlucht met miniaturen.

Muziekhandschriften[bewerken]

Vanaf het ontstaan van de muzieknotatie in zijn oudste vorm in de 9e eeuw met het neumenschrift verschijnen handschriften met muziek. Zij vormen, naast teksten waarin sprake is van muziek, de enige bronnen voor de bestudering van de muziekgeschiedenis tot het verschijnen van de Odhecaton in 1501, het eerste gedrukte muziekboek.

Universiteitsbibliotheken en andere wetenschappelijke bibliotheken hebben veelal een aparte afdeling voor de bestudering van handschriften en oude drukken.

Bibliografie[bewerken]

Zie ook[bewerken]