Henry Oldenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Henry Oldenburg

Henry Oldenburg (Bremen, ong. 1618 - Londen, 5 september 1677) was een Duitse natuurfilosoof en diplomaat uit Bremen. Hij had theologie gestudeerd, en gewerkt als leraar voor Engelse edelen. Naast Duits sprak hij ook vloeiend Frans, Italiaans en Engels. Hij werd naar Engeland gezonden om met Oliver Cromwell te onderhandelen over het open houden van de Bremense handel met Engeland gedurende de eerste Engelse Oorlog. Hij kreeg zelfs meer dan dat, en verzekerde zich van Cromwells steun voor Bremens onafhankelijkheid van Zweden.

In Engeland raakte Oldenburg bevriend met de belangrijkste Engelse filosofen en wetenschappers, zoals John Milton, Thomas Hobbes en vooral Robert Boyle. Gedurende een reis door Europa, als leraar van een Engelse edelman, de neef van Boyle, bezocht hij diverse bijeenkomsten van wetenschappers en intellectuelen, die in navolging van Marin Mersenne waren opgericht, waar wetenschappelijke en filosofische onderwerpen werden besproken. Oldenburg was enthousiast over deze "onzichtbare colleges", maar droomde van een dergelijke groep waarbij de nadruk meer op onderzoek en feiten, en minder op filosofie en discussie zou liggen.

Zijn kans kwam toen het Britse koningschap hersteld werd en op 28 november 1660 de Royal Society werd opgericht. Oldenburg was niet bij de oprichtingsvergadering, maar wel op de eerste ledenlijst, en toen de vereniging in 1662 officieel erkend werd door koning Karel II, werd Oldenburg tot secretaris benoemd. Als zodanig zou hij tot zijn dood de leider en organisator van de Society blijven.

Als secretaris werd Oldenburg de spin in een netwerk van brieven. Wetenschappers als Boyle en Newton, maar ook geïnteresseerde leken uit heel Engeland stuurden hem verslagen van hun nieuwe ontdekkingen en ideeën. Ook had hij uitgebreide contacten met andere Europese landen, waarbij hij de mogelijkheid had van de Britse diplomatieke kanalen gebruik te maken. Ook zijn talenkennis was van belang: Antoni van Leeuwenhoek schreef bijvoorbeeld zijn bevindingen in het Nederlands, en die werden dan door Oldenburg in het Engels en Frans vertaald. Zo kon Leeuwenhoek deel uitmaken van de groeiende wetenschappelijke gemeenschap. Voorheen zou dat onmogelijk zijn geweest omdat hij geen Latijn kende.

Op 6 maart 1665 publiceerde Oldenburg het eerste nummer van de Philosophical Transactions, het tijdschrift van de Society, en luidde daarmee een nieuw tijdperk in de wetenschap in: het tijdperk van het journal, dat sindsdien is uitgegroeid tot het belangrijkste medium voor de verspreiding van wetenschappelijke ontdekkingen.

Bronnen, noten en/of referenties