Herenboer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Herenboerderij uit Beerta (Groningen) in het Openluchtmuseum te Arnhem.

De term herenboer of scholteboer, ook wel herenagrariër en herenlandbouwer genoemd, wordt gebruikt om een boer aan te duiden die voldoende kapitaal heeft om niet zelf zijn land te bewerken maar hiervoor personeel in dienst heeft.

In Nederland kwamen deze herenboeren vooral voor in Noord-Groningen en het Oldambt, in mindere mate in de Groningse en Drentse veenkoloniën, in delen van Friesland en in vrijwel geheel Zeeuws-Vlaanderen. In de Gelderse Achterhoek worden deze grootgrondbezitters scholteboeren genoemd.

In de negentiende eeuw stonden de herenboeren bekend om hun rijkdom vanwege het verbouwen en verhandelen van grote hoeveelheden graan en aardappelen. Deze rijkdom uitte zich vooral in sociale positie en aanzien. Boerderijen werden vergroot en versierd en omgeven door de slingertuinen in Engelse landschapsstijl. Door de verschillen tussen enerzijds de kleine groep herenboeren en anderzijds de landarbeiders waren de klassentegenstellingen groot. Meerdere herenboeren waren actief in de plaatselijke, provinciale en landelijke politiek.