Jan Wagenaar (historicus)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jan Wagenaar
Jan Wagenaar, portret door Jacobus Buys
Jan Wagenaar, portret door Jacobus Buys
Algemene informatie
Geboren ged. 25 oktober 1709, Amsterdam
Overleden 1 maart 1773, Amsterdam
Land Nederland
Beroep Historicus
Werk
Bekende werken Vaderlandsche Historie (1749)
Uitgeverij Tirion
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Geschiedenis

Jan Wagenaar (Amsterdam, gedoopt 25 oktober 1709 - aldaar, 1 maart 1773) was een Nederlandse geschiedschrijver uit de achttiende eeuw. Hij schreef over de politieke, kerk- en economische geschiedenis van Nederland. Wagenaar was een vertegenwoordiger van de stroming van de Verlichting en concludeerde dat niet elke ramp als straf van God hoeft te worden beschouwd, noch dat elke zegen een beloning is. Zijn werk was meer dan een eeuw zeer populair en lokte kinnesinne uit van Willem Bilderdijk.[1]

Biografie[bewerken]

Jan Wagenaar werd op 25 oktober 1709 gedoopt [2] in de Oude Kerk in Amsterdam. Hij was de zoon van een schoenmaker, die al voor de tweede keer was getrouwd en hem niet kon laten studeren. Zijn moeder was Maria Sagtleven (en verwant aan Herman Saftleven, de schilder). Het echtpaar kreeg zeven kinderen, van wie er drie jong stierven.[3] Het gezin woonde op de hoek van Nes en de Wijde Lombardsteeg, tegenover de Bank van Lening. Klerk geworden bij een houthandelaar, wijdde hij zijn vrije tijd aan de bestudering van de Franse taal, later ook klassieke talen, enig Hebreeuws en Engels. Hij legde voorts belangstelling aan de dag voor de natuurwetenschappen.[4] Hij liet zich in 1730 in Rijnsburg bij de Collegianten doopsgezind dopen en werd vermaner. In 1737 schreef hij over een overstroming in Dantzig en de 'noodlijdenden aldaar'. In 1738 over de Tegenwoordige staat der Oostenrijksche, Fransche en Pruissische Nederlanden. Door zijn huwelijk in 1739 in Haarlem met de 25-jarige Christina Vergoes was hij in staat met zijn compagnon Jan de Jager een houthandel te beginnen en zijn eigen historische werk uit te geven. Hij schreef een boekje over de kinderdoop in 1740. In 1741 publiceerde hij over de overstromingsrampen in de Alblasserwaard. In 1742 woonde hij op de Haarlemmer Houttuinen, niet ver van de Haarlemmerdijk.[5]

Op uitnodiging van de uitgever Tirion schreef hij tussen 1739 en 1744 vijf eerste delen (van totaal twaalf) van de uit het Engels vertaalde Tegenwoordige staat der Vereenigde Nederlanden waarin alle mogelijke bijzonderheden van de steden en dorpen in ons land werden beschreven.[6] Wagenaars werd auteur van een spectatoriaal geschrift, dat de veelzeggende titel De Patriot droeg (1747). De staatkundige toestand van 1747 en 1748, en het Pachtersoproer waren aanleiding tot de uitgave van het wekelijks blaadje.

Vaderlandsche Historie[bewerken]

Vaderlandsche historie, vervattende de geschiedenissen der nu Vereenigde Nederlanden, inzonderheid die van Holland, van de vroegste tyden af: uit de geloofwaardigste schryvers en egte gedenkstukken samengesteld. (21 delen, 1752-1759)

In 1749 verscheen het eerste deel der Vaderlandsche Historie vervattende de geschiedenissen der nu Vereenigde Nederlanden dat begint met de Batavieren. Hij werd op slag beroemd. In 1759 was hij gevorderd tot het twintigste deel dat eindigt met de dood van stadhouder Willem IV.[7] Eerst toen gaf Wagenaar zich te kennen als de schrijver, alhoewel men reeds lang vermoedde dat hij de auteur was.

  • Deel I loopt van de Batavieren tot 800
  • Deel II loopt van 800 tot 1256
  • Deel III loopt van 1256 tot 1442
  • Deel IV loopt van 1443 tot 1529
  • Deel V loopt van 1529 tot 1555
  • Deel VI loopt van 1555 tot 1574
  • Deel VII loopt van 1574 tot 1584
  • Deel VIII loopt van 1584 tot 1589
  • Deel IX loopt van 1598 tot 1609
  • Deel X loopt van 1609 tot 1625. Wagenaar kreeg veel kritiek op zijn beschrijving van het Twaalfjarig Bestand en de godsdiensttwisten, zodat de voortgang van het project in het geding kwam. In 1753 was hij er volgens zijn biograaf helemaal mismoedig van geworden.
  • Deel XI loopt van 1625 tot 1648
  • Deel XII loopt van 1648 tot 1660
  • Deel XIII loopt van 1660 tot 1672
  • Deel XIV loopt van 1672 tot 1678 en beschrijft de Moord op de gebroeders De Witt in al zijn gruwelijke details.[8]
  • Deel XV loopt van 1679 tot 1689
  • Deel XVI loopt van 1689 tot 1697
  • Deel XVII loopt van 1698 tot 1713
  • Deel XVIII loopt van 1713 tot 1729
  • Deel XIX loopt van 1729 tot 1745, waarin hij Rudolf de Mepsche en de gebeurtenissen in het dorp Faan beschrijft.[9]
  • Deel XX loopt van 1745 tot 1751, de dood van Stadhouder Willem IV
  • Deel XXI is een Bijvoegsel op de voorgaande delen en is bewerkt door Hendrik van Wijn
  • Deel XXII behandelt het voogdijschap van Anna van Hannover
  • Deel XXIII behandelt de minderjarigheid van prins Willem V (1766)
  • Deel XXIV behandelt de Amerikaanse Onlusten tot 1774.

Stadshistorieschrijver[bewerken]

Vanaf 1756 ging hij in stedelijke dienst, eerst als schrijver van de Amsterdamsche Courant. Wagenaar sprak zich uit voor strikte neutraliteit in verband met de dreigende Zevenjarige Oorlog (1756-1763). Intussen werd een verkorte uitgave van zijn Vaderlandsche Historie in het Frans en Duits vertaald. In 1758 werd hij benoemd als 'historie schryver' van de stad, waarvoor hem toegang in de archieven werd gegeven. In 1760 is hij aangesteld als 'eerste clercq ter secretarije'.[10] Behulpzaam schijnt Abraham Calkoen te zijn geweest. Wagenaar kreeg in 1762 inzage in het kerkelijk archief. In datzelfde jaar verscheen deel 1 en in 1768 het 13e deel van AMSTERDAM, IN ZYNE OPKOMST, AANWAS, GESCHIEDENISSEN, VOORREGTEN, KOOPHANDEL, GEBOUWEN, KERKENSTAAT, SCHOOLEN, SCHUTTERYE, GILDEN EN REGEERINGE, etc.[11] Alle dertien delen waren rijkelijk geïllustreerd met kopergravures door Jacobus Houbraken en portretten door Hendrik Pothoven.

In 1768 publiceerde hij 't Verheugd Amsterdam, waarin hij het plechtige bezoek van Stadhouder Willem V en zijn kersverse echtgenote Wilhelmina heeft beschreven. Wagenaar publiceerde onder het pseudoniem van Klaas Kolyn, maar is door Balthazar Huydecoper ontmaskerd. Wagenaar herlas de Rijmkroniek van Melis Stoke door Huydecoper uitgegeven. Hij raakte bevriend met de sigarenmaker Justus van Maurik en zijn broer Willem. Aan het einde van zijn leven had hij grote problemen met zijn gezondheid, maar verklaarde dat het "grote web" af was.

In 1771 of 1777 is de Toets van de egtheid der Rymchronyke die op den naam van Klaas Kolyn gepubliceerd.[12]

Wagenaar is op 6 maart 1773 begraven in de Nieuwe Kerk. Het is nog niet helemaal duidelijk waar hij de laatste jaren van zijn leven woonde, maar waarschijnlijk aan de Herengracht bij de Hartenstraat.[13] Het is niet onmogelijk dat hij in 1772 een tuinhuisje kocht aan het Zandpad, nu aan het Vondelpark. [14]

Erfenis[bewerken]

Zijn voorstelling is niet onpartijdig, vooral Arminianen en staatsgezinden worden door hem verdedigd. Bilderdijk hoonde zijn visie op Johan de Witt in zijn Geschiedenis des Vaderlands [15], ook Adriaan Kluit en Elie Luzac bestreden zijn geschiedopvatting. Een libel van Pieter de Clercq of een gedicht van Pieter Burman Junior over De Witt gaf aanleiding tot deze Wittenoorlog. Hij is van grote betekenis geweest voor de opkomst van de patriottenbeweging. Ook Joan Derk van der Capellen was door zijn werken beïnvloed.

Na zijn dood zijn in zesendertig delen de Vervolgen van de Vaderlandsche Historie verschenen, die de periode van 1775 tot 1796 beschrijven. Wagenaar en de Vervolgen op Wagenaar waren tot het midden van de negentiende eeuw populaire literatuur.

Trivia[bewerken]

Een Leidse professor zag het aantal toehoorders slinken, omdat de studenten alles wat hij vertelde in de boeken van Wagenaar konden terugvinden.

Bronnen[bewerken]

  1. Jan Wagenaar (1709-1773) beschreef historie 'van het Volk, niet van de Vorst'
  2. Doopregisters Stadsarchief Amsterdam [1]
  3. Doopregisters stadsarchief [2]
  4. http://www.theprintscollector.com/Item.aspx?ItemId=18c3e654-9b9c-4f02-af5f-51e8b0552c66&mmType=
  5. Huisinga Bakker, Pieter; Het leeven van Jan Wagenaar: benevens eenige brieven van en aan denzelven, blz. 47.
  6. Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, Volume 1 [3]
  7. In het eerste en zesde deel beschrijft hij zijn doeleinden en geschiedopvatting.
  8. Deel XIV, pagina 169 tot 179
  9. Deel XIX, pagina 171 tot 173
  10. L.H.M. Wessels, Bron, waarheid en de verandering der tijden. Jan Wagenaar (1709-1773), een historiografische studie (Dissertatie Nijmegen 1996, Hollandse historische reeks XXVII, Den Haag: Stichting Hollandse historische reeks, 1997, ISBN 90 72627 19 9).
  11. Deze reeks verscheen ook in drie folio-delen. Een 4e folio-deel werd bewerkt door Jacobus Kok en Jan Fokke en verscheen 15 jaar na Wagenaar's dood in 1788.
  12. Werken van de maatschappy der nederlandsche letterkunde te Leyden, Volume 3 [4]
  13. Tulder, R. van (2008) XYZ van Amsterdam
  14. Transportakten Stadsarchief Amsterdam [5]
  15. http://www.dbnl.org/tekst/laan005lett01_01/laan005lett01_01_8226.php

Externe links[bewerken]

  • Lijst van publicaties, 62 brieven en de biografie Het leeven van Jan Wagenaar: benevens eenige brieven van en aan denzelven door Pieter Huisinga Bakker [6]
  • Overzicht Jan Wagenaar in het DBNL
  • Beschryving van Amsterdam verkort door Jan Wagenaar [7]