Jean Baptiste de Belloy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kardinaal Belloy
Aartsbisschop de Belloy op jongere leeftijd

Jean-Baptiste de Belloy (Morangles, 9 oktober 1709 - Parijs, 10 juni 1808) was een Frans aartsbisschop en kardinaal.

Belloy studeerde in Parijs, werd er tot priester gewijd en in 1737 doctor in de theologie. Zijn bisschop, kardinaal Léon Potier de Gesvres, benoemde hem tot vicaris-generaal en aartsdiaken van zijn kathedraal. In 1751 werd hij tot bisschop van Glandèves gewijd. Bij de vergadering van de Franse geestelijkheid van 1755 koos Belloy de zijde van de gematigde partij en droeg hij bij tot het herstel van de rust in de Franse Kerk. De dissentie die ontstaan was door de pauselijke bul Unigenitus, werd ondertussen zo groot in het aartsbisdom Marseille dat er bij de dood van bisschop De Belsunce gevaar van een schisma dreigde. Bisschop De Belloy werd overgeplaatst naar Marseille en slaagde er in het vertrouwen van de beide partijen te winnen en de vrede te herstellen.

In juli 1790 riep de Nationale Vergadering de opheffing van het bisdom Marseille uit. De bisschop trad af, maar schreef een protestbrief. Hij trok zich terug in Chambly, een stadje nabij zijn geboorteplaats. Toen in 1801 het staatshoofd besliste dat de Franse bisschoppen hun ontslag moesten aanbieden om het afsluiten van een concordaat te vergemakkelijken, was hij de eerste om daaraan tegemoet te komen. Napoleon was zeer gecharmeerd door zijn blijken van toewijding aan kerk en staat en benoemde de grijsaard tot aartsbisschop van Parijs. Niettegenstaande zijn leeftijd bestuurde de bejaarde zijn bisdom met kracht en wijsheid. Napoleon vroeg voor hem de kardinaalshoed aan paus Pius VII, die Belloy in 1805 verhief tot kardinaal.

Externe link[bewerken]

Voorganger:
Jean-Baptiste Royer
Aartsbisschop van Parijs
1802-1808
Opvolger:
Jean-Sifrein Maury