Joelija Tymosjenko
Joelija Volodymyrivna Tymosjenko (Oekraïens: Юлія Володимирівна Тимошенко, [ˈjuʎijɑ β̞oloˈdɪmɪriu̯nɑ tɪmoˈʃɛnko]) (Dnjepropetrovsk, 27 november 1960) is een Oekraïense ondernemer en politica. Van 24 januari tot 8 september 2005 en van 18 december 2007 tot 3 maart 2010 was zij premier van Oekraïne. Tymosjenko is de lijsttrekker van Blok Joelija Tymosjenko.
Inhoud |
[bewerken] Biografie
Tymosjenko voltooide in 1984 haar studie economie in haar geboorteplaats Dnjepropetrovsk. In 1988 begon zij samen met haar echtgenoot Oleksandr een bedrijf, dat zich na het bereiken van Oekraïense onafhankelijkheid in 1991 toelegde op regeringscontracten. In de jaren 1996-1997 was zij voorzitter van de Verenigde Energiesystemen Oekraïne.
[bewerken] Politieke carrière
In december 1996 werd zij lid van het Oekraïense parlement, de Verchovna Rada. Tevens werd zij vicevoorzitter van de partij Hromada, die destijds werd geleid door oud-premier Pavlo Lazarenko. Nadat laatstgenoemde het land in 1998 was ontvlucht en in de Verenigde Staten gearresteerd op verdenking van het witwassen van zwart geld, liet Tymosjenko de partij omdopen tot Batkivsjtsjyna ("Vaderland"). In 1997 en 1998 was zij ook voorzitter van de begrotingscommissie van de Verchovna Rada.
Bij de presidentsverkiezingen van 1999 steunde zij Leonid Koetsjma en verschafte het presidentiële kamp een parlementaire meerderheid. In ruil daarvoor verkreeg zij in december 1999 de positie van vicepremier belast met energie in de regering van premier Viktor Joesjtsjenko. Haar bestrijding van de corruptie en een door haar geïnitieerde drastische liberalisering van de mijnbouwsector leverden haar echter veel vijanden op, vooral onder de Oekraïense (en Russische) oligarchen. Ook haar betrekkingen met president Koetsjma verslechterden. In augustus 2000 werd haar echtgenoot gearresteerd; hem werd verweten de staatskas voor honderden miljoenen dollars te hebben benadeeld. In de herfst van hetzelfde jaar werd ook Joelija Tymosjenko zelf aangeklaagd. In januari 2001 moest zij haar positie in de regering opgeven en in februari werd zij op verdenking van corruptie gearresteerd. Alle aanklachten tegen haar werden in maart door het gerechtshof in Kiev ongeldig verklaard en Tymosjenko werd vrijgelaten.
Na haar aftreden als lid van de regering richtte Tymosjenko samen met andere politici een Forum van Nationale Redding op, dat op veel weerstand en hindernissen van staatswege stuitte. Tijdens de campagne voor de parlementsverkiezingen van maart 2002 raakte zij zwaargewond bij een ernstig auto-ongeluk, waarvan de omstandigheden nooit opgehelderd zijn. Niettemin behaalde het liberale Blok Joelija Tymosjenko (BJoeT) 7,2 % van de stemmen.
[bewerken] Oranjerevolutie
Tymosjenko was medeoprichter van de coalitie Syla Narodu ("Kracht van het Volk"), die bij de presidentsverkiezingen van 2004 de kandidatuur van Viktor Joesjtsjenko steunde. Zij speelde een prominente rol in de Oranjerevolutie, die volgde op de frauduleuze overwinning van Viktor Janoekovytsj. Kort na zijn beëdiging tot president benoemde Joesjtsjenko op 24 januari 2005 Joelija Tymosjenko tot kandidaat-premier; op 4 februari werd deze benoeming door het parlement bekrachtigd. De relatie tussen president Joestsjenko en premier Tymosjenko verslechterde na de Oranjerevolutie. Wilde de eerste een snelle liberalisatie van de economie, Tymosjenko was voorstander van staatscontrole en desnoods hernationalisatie van bedrijven die al geprivatiseerd waren.
Aan de eerste regering-Tymosjenko kwam op 8 september van hetzelfde jaar een voortijdig einde, toen president Joesjtsjenko haar en haar regering na een vermeend corruptieschandaal op het hoogste niveau en bloc naar huis stuurde. Tymosjenko werd opgevolgd door de gouverneur van de oblast Dnjepropetrovsk, Joeri Jechanoerov.
[bewerken] Tweede ambtstermijn en verloren presidentsverkiezing
Op 26 maart 2006 deed ze als lijsttrekker voor BJoeT mee aan de parlementsverkiezingen. De partij kwam overtuigend als tweede uit de bus met 22,29% van de stemmen. Op 25 mei 2006 nam zij als fractievoorzitter van haar partij zitting in het parlement. Tijdens de parlementsverkiezingen van 2007 verkreeg BJoeT 30,71% van de stemmen. Op 18 december 2007 werd ze met 226 van de 450 parlementsstemmen opnieuw tot premier verkozen.
Oekraïne werd tijdens haar tweede ambtstermijn als premier het middelpunt van een ruzie over gasprijzen met Rusland. De doorvoer van aardgas naar Oekraïne werd rond 1 januari 2009 voor enkele weken door Rusland stopgezet, dit leidde tot aardgastekorten in Centraal-Europa. Uiteindelijk bereikte Tymosjenko een akkoord met Rusland, maar nadien werd ze door president Joestsjenko van verraad beschuldigd.
In februari 2010 verloor Tymosjenko in de tweede ronde van de presidentsverkiezing van Viktor Janoekovytsj, met 45,5% van de stemmen tegen 49%. Op 3 maart nam de Verchovna Rada (het Oekraïense parlement) een motie van wantrouwen tegen de (tweede) regering-Tymosjenko aan (met 243 van de 450 stemmen), waarna zij aftrad. Haar opvolger als premier werd Mykola Azarov.[1]
In december 2010 startte een gerechtelijk onderzoek naar mogelijk misbruik van overheidsgelden door Tymosjenko.[2] Zij vermoedde dat het onderzoek was gekomen onder druk van Janoekovytsj.[2] Zij werd in augustus 2011 gearresteerd en hoorde een maand later 7 jaar cel tegen zich eisen.[3] Op 11 oktober 2011 werd Tymosjenko veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf. Vertegenwoordigers van onder andere de Europese Unie en de Verenigde Staten noemden de arrestatie van Tymosjenko "een selectieve vervolging van politieke tegenstanders".[4] Ook de Russische premier Vladimir Poetin had kritiek op de veroordeling.[5]
Bronnen, noten en/of referenties
|
[bewerken] Externe link
- (en) Eigen website
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Yulia Tymoshenko op Wikimedia Commons. |