Geschiedenis van Oekraïne
Dit artikel beschrijft de geschiedenis van Oekraïne, van de Nieuwe steentijd tot heden.
Inhoud |
Vroege beschavingen[bewerken]
De geschiedenis van Oekraïne begon in het Neolithicum. De enige aanwijzingen uit deze tijd zijn archeologische vondsten. De eerste bewoners van Oekraïne leefden voornamelijk aan de kust van de Zwarte Zee en de Zee van Azov, in het bijzonder op de Krim, en aan de oevers van de grote rivieren.
Opgravingen hebben het bestaan van de Tripoljecultuur tussen 4500 v.Chr. en 3000 v.Chr. aangetoond. De belangrijkste vondsten zijn gedaan in Tripilje, en Čučuteni (Roemenië). De afkomst van deze eerste bewoners is onbekend; het is mogelijk dat zij een Indo-Europese achtergrond hadden.
Meer naar het oosten ontwikkelde zich de Sredny Stog-cultuur (4500-3200 v.Chr.).
Omstreeks 3600 v.Chr. ontstond in het Wolga-bekken de jamnacultuur, gekenmerkt door kuilgraven, die zich uiteindelijk verbreidde van de Zuidelijke Boeg tot de Oeral. De jamnacultuur werd rond 2300 v.Chr in het westen van zijn verspreidingsgebied opgevolgd door de catacombencultuur en in het oosten door de Poltavkacultuur en de srubnacultuur.
Oorsprong der Oekraïners[bewerken]
Het is niet zeker waar de eerste Oekraïners vandaan komen (de 'Urheimat' is onbekend, maar onder andere de Koerganhypothese plaatsen deze in het Oeralgebied); wel is aangetoond dat zij deel uitmaakten van de Slavische volkeren en rond de 6e eeuw, toen de Slaven uiteenvielen in oost, zuid en west, de Oekraïners bij de Vroege Oostelijke Slaven hoorden. Het woongebied van de vroege Oekraïners bevond zich ruwweg tussen de Dnjestr en de Don en Donets.
Rond 800 v.Chr. kwamen de Scythen vanuit het oosten binnenvallen en vestigden zich in de steppen grenzend aan de Zwarte Zee. De Scythen onderwierpen een aantal, waarschijnlijk Slavische, stammen in het zuiden, die door Herodotus Neuri en Budini werden genoemd. De Slaven legden voorzichtige contacten met de Griekse koloniën op de Krim en er ontstond handel tussen de Grieken en de Scythen. De eersten handelden in olijfolie, wijn en textiel en de laatsten in vee, huiden, bont, hout, bijenwas, honing en graan.
Rond 200 v.Chr. kwamen de Sarmaten vanuit Azië en vestigden zich in het zuiden. De Scythen werden verdreven of geassimileerd en verdwenen rond 100 v.Chr. als bevolkingsgroep, al wordt door Romeinse geschiedschrijvers later soms nog wel gesproken van Scythen, waar het echter Slaven betreft. Het Romeinse Rijk nam in die tijd ook de Griekse koloniën in. Rond het begin van onze jaartelling was er sprake van een 'Rijk van de Bosporus', dat de Krim en de streek rond de Zee van Azov omvatte.
De Germaanse Goten veroverden de Oekraïne rond 300, waar zij het dan reeds gevestigde christendom overnamen. De Oost-Goten beheersten voornamelijk de Krim en de kustgebieden ten westen van de Dnjepr tot de Donau. In 376 vielen de Hunnen het leefgebied van de Oost-Goten binnen en verdreven hen westwaarts, waar zij uiteindelijk het Romeinse Rijk ten val zouden brengen.
Rond 451 hadden de Zwarte Hunnen onder leiding van Attila de Hun de meeste Slavische stammen overwonnen, maar kregen ook de eerste tegenslag te verduren tegen de Romeinse generaal Flavius Aetius in de Slag op de Catalaunische velden in Gallië. Na deze nederlaag nam de macht van het te uitgestrekte rijk van de Zwarte Hunnen snel af en rond 500 hadden deze zich teruggetrokken tot bij de benedenloop van de Don en de Wolga.
Een aantal overgebleven Goten vestigden zich op de Krim, wat tot in de 16e eeuw terug te zien was in het Krim-Gotisch. De Germanen trokken vervolgens naar het westen en de Slaven trokken in hun gebieden en vestigden zich tot aan de Elbe en bedreigden aan de Donau het Byzantijnse Keizerrijk. Deze Slaven hielden zich bezig met landbouw, jagen en vallen zetten, vissen, bijenhouden en nomadische veeteelt.
Eerste staatkundige eenheid[bewerken]
In de 9e-13e eeuw was in gedeelten van het huidige Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland het Kievse Rijk gevestigd, opgericht door de Varjagen uit Scandinavië, die onder andere handel dreven op Constantinopel. In 988 werd het Byzantijnse christendom geïntroduceerd bij de bekering van Vladimir de Heilige, de toenmalige vorst van het Kievse Rijk. Het Rijk van Kiev (ook vaak Rus' genoemd) raakte langzamerhand versnipperd over verschillende vorstendommen en het huidige Oekraïense grondgebied viel vanaf 1237 ten prooi aan invallen van Mongolen, die in 1240 Kiev veroverden. Dit betekende ook het uiteenvallen van de Oost-Slaven als één volk in drie nieuwe volkeren: De Oekraïners in het zuiden, de Russen in het oosten en noordoosten en de Wit-Russen in het noordwesten. Tegenwoordig is er een historische eerstrijd tussen de drie volken gaande over wie de eigenlijke erfgenamen zijn van het glorierijke Kievse Rijk.
Het in 1199 ontstane Koninkrijk Galicië-Wolynië werd de staatkundige opvolger van het Rijk van Kiev. Tussen de 12e en 14e eeuw kende het een tijdperk van grote bloei, maar in 1349 werd het door Polen ingelijfd.
Verdeeldheid[bewerken]
In de 13e-14e eeuw wist het Groothertogdom Litouwen steeds meer voormalige Russische vorstendommen ten westen van de Dnjepr onder zijn gezag te verenigen. In 1362 werd ook Kiev ingenomen. Litouwen fuseerde in 1569 met Polen door het Pools-Litouws Gemenebest te vormen.
Het Gemenebest kwam in 1654 in oorlog met Rusland over Oekraïne en Wit-Rusland, toen de Oekraïense leider, Bohdan Chmelnytsky, Oekraïne onder bescherming van de Russische tsaar Aleksej wilde plaatsen (Pools-Russische Oorlog (1654-1667). In 1667 sloten de strijdende partijen het Bestand van Androesjovo; de gebieden ten oosten van de Dnjepr werden een onderdeel van Rusland, bij de Eeuwige Vrede van 1686 werd dit tenslotte bevestigd. In dit uitgestrekte gebied, ook wel Linkeroever-Oekraïne genoemd, werd het Kozakhetmanaat opgericht dat een zekere mate van zelfbestuur kende onder de soevereiniteit van de Russische keizer. Onder de keizerlijke invloed werd oostelijk Oekraïne geleidelijk gerussificeerd.
De Krim en andere kustgebieden aan de Zwarte Zee vormden van de 15e eeuw het Kanaat van de Krim, dat uiteindelijk 1783 eveneens door Rusland werd ingelijfd. De gebieden ten westen van de Dnjepr bleven Pools en ondergingen een westerse invloed tot de Poolse delingen: Galicië en Lodomerië kwamen in 1772 onder Habsburg, de andere gebieden, Kiev inbegrepen, werden Russisch in 1793-'95. In deze periode werden de grondslagen gelegd voor de nu nog bestaande verschillen tussen het westen en het oosten.
Communistische tijd[bewerken]
1917-1939[bewerken]
Viervijfde deel Oekraïne communistisch[bewerken]
Tijdens de Russische Burgeroorlog (25 oktober 1917 tot oktober 1922[1]) streden de Russische Bolsjewieken (later het Rode Leger genoemd), die op 25 oktober 1917 de macht hadden gegrepen, tegen Russische groepen die zich verzetten tegen deze Bolsjewiekse machtsovername, gezamenlijk aangeduid als de Witte Legers. Daarnaast maakten vele door Rusland overheerste volken van de omstandigheden gebruik om, al of niet langs militaire weg, hun onafhankelijkheid na te streven; daaronder ook de Polen en de Oekraïners. Daarnaast mengden diverse buitenlandse machten zich in de strijd, waaronder het Duitse Rijk.
In deze wreed uitgevochten oorlog viel het voorheen Russische gedeelte van huidig Oekraïne eerst onder gezag van de zich autonoom en later onafhankelijk noemende Volksrepubliek Oekraïne, die overigens in 1918 wel weer een half jaar onder Duits gezag stond, onder de naam Oekraïense Staat. Enige tijd hadden de Russische Witten dit deel van Oekraïne in handen. Op zeker moment namen de Polen Kiev in. Uiterlijk begin 1921 was dit oostelijke deel van Oekraïne echter in handen van de zegevierende Russische Roden. Als Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek zou het tot 1991 onderdeel blijven van de Sovjet-Unie, onderbroken door Duitse bezetting tussen 1941 en 1944.
Tijdens het bewind van Stalin (1922-1953) onderging dit deel van Oekraïne een krachtige industriële ontwikkeling. De gedwongen collectivisering van landbouwbedrijven leidde evenwel tot de holodomor-hongersnood van 1932-33 waardoor een vijfde deel van de boerenbevolking (5 tot 10 miljoen mensen) het leven liet.
Westelijk deel Pools[bewerken]
Het zuidwestelijke deel van huidig Oekraïne echter, ongeveer 250 x 250 km rond Lviv en Chernivtsi, dat tot 1772 Pools was geweest en sindsdien deel van Oostenrijk-Hongarije, scheidde zich daar op 18 oktober 1918 van af en verklaarde zich de onafhankelijke West-Oekraïense Volksrepubliek. Polen, dat zichzelf rond 1918 ook onafhankelijk verklaarde, nam op 21 november 1918 de stad Lviv, grotendeels door Polen bewoond, in. In 1919 kreeg Polen deze hele regio vrijwel onder controle (zie Pools-Russische Oorlog (1919-1921)). Tot september 1939 bleef dit gebied weer Pools (zie Molotov-Ribbentroppact).
Noordwest-Oekraïne, de circa 270 x 180 km rond Kovel, Loetsk en Rivne, dat tot 1795 Pools was geweest en sindsdien Russisch, viel tussen december 1918 en mei 1919 eveneens onder Poolse controle (zie Pools-Oekraïense Oorlog). Tot september 1939 bleef ook dit gebied weer Pools (zie Molotov-Ribbentroppact).
1939-1944[bewerken]
Pools Oekraïne bezet[bewerken]
Op 17 september 1939 bezette de Sovjet-Unie het destijds Poolse deel van Oekraïne, dus de westelijke strook van ongeveer 270 x 400 km (zie Molotov-Ribbentroppact).
Duitse bezetting[bewerken]
In september 1941 viel Duitsland de Sovjet-Unie binnen, veroverde praktisch geheel huidig Oekraïne, uitgezonderd een gebied ten noordoosten van Kiev rond Tsjernihiv en Soemy, en plaatste dit samen met stukken Polen en het huidige Wit-Rusland onder het Rijkscommissariaat Oekraïne. Overig Oekraïne kreeg een Russisch militair bestuur.
De Duitse bezetters gingen bij hun machtsovername over tot grootschalige Jodenvervolging en het ronselen van ‘Ostarbeiter’. Oekraïne verloor toen een zesde deel van de bevolking.
Echter, een aanzienlijk gedeelte van de bevolking collaboreerde vrijwillig met de Duitsers. De Nationalisten namen zelfs actief deel aan de Jodenvervolging in Oekraïne. Verder werden er relatief veel Oekraïners ingezet als Hiwi (Hilfswilliger) bij de Wehrmacht of als bewaker in een concentratie- of vernietigingskamp bij een van de SS-Totenkopfverbände. Daarbij gingen zij zo ver over de landsgrenzen dat er zelfs een compagnie Oekraïners diende in het SS-Wachbataillon 'Nordwest' in Nederland.
Nationalisme, onderdrukking door de Sovjetregering, antisemitisme en de mogelijkheid om te ontsnappen aan de slechte levensomstandigheden waren de grootste motivaties om te collaboreren met de Duitsers.
1944-1991: deel van Sovjet-Unie[bewerken]
Tussen februari 1943 en oktober 1944 verdreef de Sovjet-Unie de Duitsers uit geheel huidig Oekraïne[2] en herstelde de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek, nu echter inclusief het tot 1939 Poolse deel van Oekraïne.
Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Oekraïne zich tot een van de belangrijkste en meest welvarende socialistische sovjetrepublieken (SSR's) van de Sovjet-Unie.
In 1954, tijdens het bewind van Chroesjtsjov, werden het schiereiland de Krim van de Russische SFSR en de Boedzjak van de Moldavische SSR overgeheveld naar Oekraïne.
Onafhankelijk Oekraïne[bewerken]
Onafhankelijkheid, economisch herstel[bewerken]
Na de staatsgreep in Moskou riep het Oekraïense parlement op 24 augustus 1991 de onafhankelijkheid uit, los van de Sovjet-Unie. Eerder die dag had het zich hernoemd had tot Oekraïne, zonder het lidwoord ‘de’. Op 1 december stemde een overweldigende meerderheid van de Oekraïners bij een volksraadpleging voor deze afscheiding. Op 25 december werd de onafhankelijkheid officieel en erkend door de internationale gemeenschap.
Oekraïne tekende met Rusland een contract waardoor de Russische vloot de haven van Sebastopol huurt tot 2017. De kwestie ligt erg gevoelig voor beide landen, aangezien de Oekraïners liever geen Russische (oorlogs)schepen in de haven zien liggen, maar Rusland de haven hard nodig heeft omdat het zelf weinig 'warme havens' heeft.
Leonid Kravtsjoek was president van 1991 tot 1994, Leonid Koetsjma daarna van 1994 tot 2004. Hun belangrijkste taken waren het aanpakken van de economische teruggang, die rond 2000 uiteindelijk overwonnen werd. Sindsdien komen andere problemen meer onder de aandacht.
2004-2006 Regering Joesjtsjenko met Tymosjenko[bewerken]
De jonge staat kampt al sinds haar ontstaan met een oost-west machtsstrijd, met als inzet de betrekkingen tussen het Westen en Rusland. In 2004 kwam dit uiteindelijk voor het eerst duidelijk naar boven bij de presidentsverkiezingen, toen Leonid Koetsjma liet weten zich niet nogmaals verkiesbaar te stellen. De twee grote politieke partijen, de centrum-rechtse pro-westerse Nasja Oekrajina van Viktor Joesjtsjenko en de pro-Russische Partij van de Regio's van Viktor Janoekovytsj konden slecht met elkaar overweg. In het Oekraïense parlement, de Verchovna Rada, kwam het soms tot knokpartijen van politici onderling.
Na de presidentsverkiezingen van 2004, waarbij de toenmalige regeringspartij van Janoekovytsj massaal gefraudeerd bleek te hebben, ontstonden er grote opstanden onder de pro-Europese Oekraïners die uiteindelijk de Oranjerevolutie zouden gaan heten. Na grote demonstraties in Kiev en betwisting van de geldigheid van de stemming vanuit het buitenland werden er nieuwe verkiezingen gehouden waarin Viktor Joesjtsjenko won.
In maart 2005 werd Joelija Tymosjenko tot premier benoemd, maar reeds in september werd ze door president Joesjtsjenko ontslagen, en opgevolgd door Joeri Jechanoerov, partijgenoot van Joesjtsjenko.
2006-2007 Regering Joesjtsjenko met Janoekovytsj[bewerken]
Bij de parlementsverkiezingen in maart 2006 werd Nasja Oekrajina door de kiezer afgestraft voor de chaotische regeerperiode en eindigde ze als derde. Janoekovytsj' Partij van de Regio's won de meeste stemmen, gevolgd door Tymosjenko's blok. De vorming van een Nasja Oekrajina-Blok Tymosjenko-regering mislukte in juli, waarop Joesjtsjenko zijn aartsvijand Janoekovytsj de hand reikte en hem benoemde tot premier van een 'anti-crisisregering' van vier partijen.
In maart 2007 liepen elf parlementsleden van Nasja Oekrajina over naar de Partij van de Regio's; grote demonstraties werden gehouden tegen het beleid van president Joesjtsjenko. Op 2 april ontbond deze het parlement en schreef nieuwe verkiezingen uit. Janoekovytsj bestreed de geldigheid van deze daad en ging naar het Grondwettelijk Hof. Dit zorgde voor het ontstaan van een langdurige politieke crisis, die in september werd beslecht door parlementsverkiezingen te houden.
2007-2010 Regering Joesjtsjenko met Tymosjenko[bewerken]
Bij de parlementsverkiezingen van september 2007 haalde de Partij van de Regio’s 34% van de stemmen, Blok Joelija Tymosjenko 31%, en Nasja Oekrajina 14%. Het Blok Tymosjenko en Nasja Oekrajina vormden samen een regering, zoals eerder in 2005. De samenwerking tussen president Joesjtsjenko en de teruggekeerde premier Tymosjenko was zeer moeizaam, ze werden het zelden ergens over eens[3]. Ook niet tijdens de vijfdaagse oorlog tussen Georgië en Rusland in augustus 2008. Joesjtsjenko was op de hand van Georgië[3] en zijn partij Nasja Oekrajina stelde een verklaring op om het Russische optreden in Georgië te veroordelen, Tymosjenko vond dat Oekraïne een neutraal standpunt moest innemen[3] om een goede verhouding met Rusland te behouden. Daarop beschuldigde Joesjtsjenko haar van 'hoogverraad'. Deze ruzie deed hun beider populariteit geen goed[3].
Op 4 september 2008 kwam de regering in crisis door de goedkeuring van een reeks wetten in het parlement die de macht van de president beperkten en die van de premier vergrootten. Daarop dreigde de partij van president Joesjtsjenko uit de regering te stappen en verklaarde zij pas verder te willen regeren als Tymosjenko's partij zich schikte. Op 8 oktober schreef president Joesjtsjenko verkiezingen uit, die werden echter weer uitgesteld om Oekraïne door de economische crisis van 2008 te loodsen. 16 december 2008 werd er een nieuwe regering gevormd door Blok Tymosjenko en Nasja Oekrajina en het kleinere Blok Lytvyn. Parlementsverkiezingen zijn nu gepland voor oktober 2012.
2010 tot heden: president Janoekovytsj[bewerken]
Bij de presidentsverkiezingen in februari 2010 kreeg de zittende president Joesjtsjenko slechts 5,5% van de stemmen[3], Joelija Tymosjenko haalde 45,5%, en winnaar werd Viktor Janoekovytsj met 49%. Het lijkt erop, dat Janoekovytsj een neutrale politiek wil voeren tussen de Europese Unie en Rusland. Hij probeert verdragen met Brussel te sluiten, maar daarbij tegelijkertijd Moskou niet van zich te vervreemden[3].
Onderdrukking van oppositie[bewerken]
In december 2010 werd voormalig minister van Binnenlandse Zaken, Joeri Loetsenko, gearresteerd en vastgezet, op de aanklacht van onder meer ambtsmisbruik. In februari 2012 werd hij – groot tegenstander van de regering-Janoekovytsj – hiervoor veroordeeld tot vier jaar cel. Op dat vonnis heeft de EU felle kritiek geuit. De arrestatie en het voorarrest van Loetsenko in december 2010 zijn op 3 juli 2012 door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veroordeeld als onrechtmatig en “willekeur”, en het Hof vermoedt politieke motieven achter Loetsenko’s vervolging.[4]
Ook in december 2010 startte een justitieel onderzoek naar misbruik van overheidsgelden door Joelija Tymosjenko, premier van december 2007 tot maart 2010 en eveneens politiek tegenstandster van Janoekovytsj. Zij werd in augustus 2011 gearresteerd en in oktober 2011 veroordeeld tot zeven jaar cel. De Verenigde Staten en de Europese Unie noemden die veroordeling politiek gemotiveerd
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Geschiedenis van Europa |
|---|
|
Geschiedenis van: Albanië · Andorra · Azerbeidzjan · België · Bosnië en Herzegovina · Bulgarije · Denemarken · Duitsland · Estland · Finland · Frankrijk · Georgië · Griekenland · Hongarije · Ierland · Italië · Kosovo · Kroatië · Letland · Liechtenstein · Litouwen · Luxemburg · Macedonië · Malta · Moldavië · Monaco · Montenegro · Nederland · Noorwegen · Oekraïne · Oostenrijk · Polen · Portugal · Roemenië · Rusland · San Marino · Servië · Slovenië · Slowakije · Spanje · Tsjechië · Turkije · Vaticaanstad · Verenigd Koninkrijk (Engeland, Schotland, Wales, Noord-Ierland) · Wit-Rusland · IJsland · Zweden · Zwitserland |
