Kievse Rijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Киевская Русь
Київська Русь
 Kaganaat van Roes
 Chazaren
882–1240 Republiek Novgorod 
Vladimir-Soezdal 
Galicië-Wolynië 
Vorstendom Tver 
Grootvorstendom Litouwen 
Yarthewise.png
(Details)
Kaart
Het Kievse Rijk circa 1000 n.Chr.
Het Kievse Rijk circa 1000 n.Chr.
Algemene gegevens
Hoofdstad Kiev
Oppervlakte 800.000 km²
Bevolking ca. 4 miljoen
Regering
Regeringsvorm Monarchie
Dynastie Ruriken
Staatshoofd Koning
Geschiedenis
- Oleg de Wijze verovert Kiev ca. 882
- Verovering van Kiev door de Mongolen 6 december 1240

Het Kievse Rijk (Russisch: Киевская Русь, Kievskaja Roes; Oekraïens: Київська Русь, Kyjivska Roes) is de vroeg-middeleeuwse voorloper van het huidige Rusland, Oekraïne en Wit-Rusland en had als centrum de stad Kiev. Het land is ook wel bekend als het Kievse Rus, Rijk van Kiev of het Grootvorstendom Kiev.

Inleiding[bewerken]

Dit uitgestrekte rijk werd bewoond door oostelijke Slaven, Finnen en Balten, naast Iraanse en Turkse stammen. De politieke macht was sinds de 9e eeuw in handen van de oorspronkelijk uit Zweden stammende Varjagen. De krijgshaftige Varjagen maakten de groeiende boerenbevolking in de bosgebieden schatplichtig. Ze dreven via de grote Russische rivieren een uitgebreide handel met het Byzantijnse Rijk en het Kalifaat van de Abbasiden, afgewisseld met plundertochten.

Het rijk beleefde zijn grootste bloei onder de vorsten Vladimir de Heilige (978-1015) en Jaroslav de Wijze (1019-1054). Het Kievse Rijk was in die periode de dominante macht in Oost-Europa. Vladimir trouwde in 988 met een zus van de Byzantijnse keizer en bekeerde zich tot het orthodoxe geloof. Uit de versmelting van de Slavische, Byzantijnse en christelijke cultuur ontstond de Russische natie.

Na de regering van Jaroslav de Wijze brokkelde het centrale gezag steeds verder af. De leden van de heersende dynastie der Ruriken vochten voortdurend opvolgingstwisten uit, die leidden tot versnippering van het land. De Mongoolse invallers hadden geen enkele moeite om het rijk in 1240 te veroveren en Kiev te verwoesten. Alleen het afgelegen Novgorod in het noordelijke bosgebied slaagde erin algehele onderwerping te vermijden.

Vroege geschiedenis[bewerken]

De belangrijkste bron over de geschiedenis over het rijk is het oudste Oost-Slavische geschrift, de Nestorkroniek uit de 11e eeuw. Volgens de Nestorkroniek nodigden Slavische en Finse stammen in de omgeving van Novgorod en Ladoga (nu Staraja Ladoga) in 862 de Varjager Rurik uit om hun heerser te worden:[1]

Aanhalingsteken openen

Ons land is groot, goed en van alles voorzien. Maar er is geen orde en regel. Komt daarom om ons te regeren en te leiden.

Aanhalingsteken sluiten

Rurik zou de stamvader worden van de dynastie der Ruriken of Rurikiden. Rurik's opvolger Oleg de Wijze (879-912) veroverde in 882 Kiev, de belangrijkste stad van de Poljanen en tot dat moment een buitenpost van het rijk der Chazaren. Kiev had een zeer gunstige strategische ligging aan de Dnjepr op de grens van de steppe en het bosgebied. Het werd de hoofdstad van het nieuwe rijk en vormde een belangrijke schakel in de export van slaven, barnsteen en bosproducten als bont, bijenwas en honing.

De Varjagen hadden in 860 hun militaire kracht al gedemonstreerd met een felle aanval op Constantinopel. De Varjagen ondernamen, in samenwerking met de Chazaren, ook plundertochten naar de zuidkust van de Kaspische Zee. De verhoudingen tussen de belangrijkste machten in Oost-Europa, het Byzantijnse rijk, de Chazaren, de Wolga-Bulgaren aan de bovenloop van de Wolga, de Petsjenegen op de steppen van Oekraïne en het Kievse Rijk, waren wisselvallig van karakter. Strijd en samenwerking volgden snel op elkaar.

Igor (912-945) wist na een nieuwe aanval op Constantinopel in 944 een gunstig handelsverdrag met het Byzantijnse rijk af te dwingen. De contacten met het hoog ontwikkelde Constantinopel leidden tot sterkere christelijke invloeden in het Kievse Rijk, naast die van het door de Chazaren omarmde joodse geloof, de islam en het traditionele sjamanisme .

De Gouden Eeuw[bewerken]

Vorst Svjatoslav I (962-972) was een groot militair leider. Hij vernietigde tussen 965 en 969 het rijk van de Chazaren. Hij vestigde zijn heerschappij in de gebieden ten noorden van de Kaukasus. Op verzoek van de Byzantijnse keizer viel Svjatoslav samen met de Petsjenegen het Bulgaarse koninkrijk op de Balkan aan. Hij versloeg ook deze tegenstander. Toen Svjatoslav zich permanent aan de Donau wilde vestigen, zette de Byzantijnse keizer Johannes I Tzimiskes de Petsjenegen tegen hem op. Zij wisten Svjatoslav in 972 bij het oversteken van de Dnjepr in de val te lokken en te doden. Volgens de Nestorkroniek maakte de khan van de Petsjenegen naar goed steppegebruik een vergulde drinkbeker van de schedel van zijn overwonnen tegenstander.

De kwetsbaarheid van het Kievse Rijk werd duidelijk door de interne machtsstrijd tussen Svjatoslav's zonen. Pas in 980 wist zijn jongste zoon Vladimir (978-1015) de onbetwiste macht te verwerven.

Holenklooster (huidig aanzien)

In 988 bekeerde Vladimir zich tot christendom, wat hem de bijnaam de Heilige opleverde. Volgens de traditie koos hij voor het christendom omdat de islam het nuttigen van alcohol verbood. Diplomatieke overwegingen speelden echter een grote rol. De Byzantijnse keizer Basilius II was in 987 ernstig in het nauw gedreven door de Bulgaren en bood Vladimir zijn zuster Anna ten huwelijk in ruil voor militaire steun. Vladimir schoot hem te hulp en keerde terug naar Kiev in het gezelschap van zijn hooggeboren, christelijke bruid en een groep Byzantijnse priesters. Vladimir zette zich krachtig in voor de verbreiding van het christendom. Hij wierp het beeld van de Slavische dondergod Perunu in de Dnjepr, beval de doop van de gehele bevolking van Kiev en andere steden en reserveerde tien procent van de koninklijke inkomsten voor de kerk. Met dit geld werd de eerste stenen kerk, de Kerk van de Tienden, gebouwd. Dit was de zetel van de metropoliet (aartsbisschop) van Kiev. De bekering tot het christendom ging gepaard met de invoering van het Cyrillisch alfabet voor het schrijven van religieuze en andere teksten in het Kerkslavisch.

Het christelijk geloof fungeerde als bindmiddel voor de verschillende volken binnen het Kievse Rijk. Het verschafte de vorsten, als de beschermheren van het nieuwe geloof, extra legitimiteit. De Kievse grootvorsten stonden in hoog aanzien en trouwden met kandidaten uit geheel Europa. Zo werden er onder andere dynastieke verbanden aangegaan met de vorstenhuizen van Noorwegen, Zweden, Frankrijk, Engeland, Polen, Hongarije en het Duitse Rijk.

Vladimir's opvolger Jaroslav de Wijze (1019-1054) liet in het gehele rijk kerken, kloosters, scholen en vestingwerken aanleggen. Verder hervormde hij de wetgeving en liet die op schrift stellen, de zogenaamde Roesskaja Pravda. In Kiev stichtte Jaroslav de eerste Russische bibliotheek. In 1037 bracht hij de Petsjenegen een beslissende nederlaag toe. Tot de komst van de Kiptsjak, een Turks nomadenvolk, in 1060 was het Kievse Rijk heer en meester over het steppegebied.

De opkomst van de deelvorstendommen[bewerken]

Het Kievse Rijk circa 1100 n.Chr.

Het grootste probleem van het Kievse Rijk was dat het land aan de periferie van Europa lag, grenzend aan de Euraziatische Steppe vanwaar met enige regelmaat nomadische volkeren als de Alanen, de Kumanen en de Petsjenegen het rijk binnenvielen. Een tweede grote probleem was de ondoorzichtige regeling van de troonopvolging, waardoor er iedere keer weer burgeroorlogen uitbraken. Naarmate het ledental van de Ruriken-dynastie groter werd, identificeerden zij zichzelf ook meer en meer met regionale belangen dan met het grotere geheel.

Het regeringssysteem dat door Jaroslav op zijn sterfbed werd ingesteld heeft aan het uiteenvallen van het rijk bijgedragen. Zijn vijf zonen en één kleinzoon kwamen overeen het rijk collectief te regeren. De oudste erfgenaam besteeg de kroon van Kiev en ontving de titel grootvorst. De andere vier erfgenamen kregen de regering over kleinere steden met het omringende gebied. De jongste werd vorst over de kleinste stad. Toen de grootvorst van Kiev overleed, volgde zijn oudste broer hem op, en zo schoof iedereen een plaats op. Dit leidde onvermijdelijk tot conflicten tussen de vorsten. In 1097 werd in Ljoebetsj (nabij Tsjernihiv) door de vorsten gepoogd het systeem te verbeteren, maar zonder veel succes. De lokale vorsten vochten vaak onder elkaar, waarbij ze hun bondgenoten onder de steppenvolkeren zochten. Tussen 1054 en 1224 waren er niet minder dan 83 burgeroorlogen. In 1100 bestond het Kievse Rijk uit twaalf deelvorstendommen die nauwelijks door een centraal gezag bijeengehouden werden.

De kruistochten zorgden ervoor dat verschillende handelswegen werden afgesneden. Dit versnelde de ondergang van het Kievse Rijk. In 1204 werd Constantinopel tijdens de Vierde Kruistocht geplunderd. De handelsroute via de Dnjepr verloor daardoor steeds meer aan betekenis.

Na de dood van de machtige vorst Vladimir Vsevolodovitsj Monomach in 1125 wisten zijn afstammelingen onder leiding van zijn oudste zoon Mstislav nog een tijdlang de eenheid te bewaren. Nadat Kiev in 1169 door Andrej Bogoljoebski, de zoon van de jongste broer van Vladimir Monomach, werd geplunderd, viel het rijk echter voorgoed uiteen. Er ontstonden drie nieuwe vorstendommen die alle werden geregeerd door telgen van de Ruriken:

Het kostte de Mongolen, die na 1223 binnenvielen, door deze versnippering van de macht weinig moeite de vorstendommen omver te werpen. De kleinzoon van Dzjengis Khan, Batu Khan, veroverde tussen 1237 en 1240 één voor één de vorstendommen. Kiev was als laatste aan de beurt. De stad werd met de grond gelijk gemaakt en zou niet meer geheel herstellen van deze verwoesting. De Mongolen vestigden in de steppen het khanaat van de Gouden Horde, dat twee eeuwen lang de Russische vorstendommen schatplichtig hield.

Uit de restanten van het rijk ontwikkelden zich drie volken: de Oekraïners in het zuiden, de Wit-Russen in het noordwesten en de Russen in het noorden en noordoosten.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Christian, David (1998) A History of Russia, Central Asia and Mongolia. Volume I: Inner Eurasia from Prehistory to the Mongol Empire Oxford: Blackwell Publishers Ltd. ISBN 978-0-631-20814-3

  1. Christian, pagina 334