Kathedraal van Barcelona

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Catedral de la Santa Creu i Santa Eulàlia
De voorgevel van de kathedraal
De voorgevel van de kathedraal
Plaats Barcelona
Gebouwd in 13e - 15e eeuw
Gewijd aan Eulalia van Mérida
Architectuur
Stijlperiode Gotiek
Afmeting 93 m lang, 40 m breed
Toren 70 m hoog
Klokkentoren 54 m hoog
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Barcelona

De Kathedraal van het Heilig Kruis en Sint Eulalia (Catalaans: Catedral de la Santa Creu i Santa Eulàlia, Spaans: Catedral de la Santa Cruz y Santa Eulalia) is de gotische kathedraal van Barcelona, gelegen aan de Plaça de la Seu. Zij is de hoofdkerk van het aartsbisdom Barcelona en is gewijd aan de heilige Eulalia van Mérida, die in 304 stierf als martelares en co-patrones van de stad is.

Beschrijving[bewerken]

De kathedraal is een hallenkerk met een schip bestaande uit een hoofdbeuk en vier vrijwel even hoge zijbeuken, waarvan de buitenste twee in 28 kapellen onderverdeeld zijn. Het chevet bestaat uit een kooromgang met negen straalkapellen. Onder het hoogaltaar bevindt zich de crypte met een marmeren sarcofaag met de relieken van de heilige Eulalia. In het middenschip bevinden zich bewerkte vijftiende-eeuwse koorbanken waarop de wapens van verschillende Europese koningen zijn geschilderd. Op het witmarmeren koorhek uit de zestiende eeuw staan scènes afgebeeld van het martelaarschap van Sint-Eulalia. Naast de doopvont vooraan in de kerk hangt een plaat die de doop herdenkt van zes Caribische indianen die door Columbus uit de Nieuwe Wereld werden meegebracht.

In een van de zijkapellen, de Capella del Santíssim Sagrament, hangt de Christus van Lepanto (Santo Cristo de Lepanto), met een kruisbeeld van een schip dat meegevochten heeft tijdens de Slag bij Lepanto (1571). Volgens een Catalaanse legende zou de jezusfiguur zich tijdens de gevechten op miraculeuze wijze naar rechts hebben bewogen om te vermijden dat hij zou geraakt worden door een kanonskogel. In de Capella de Sant Benet, gewijd aan de stichter van de benedictijnenorde, hangt een altaarstuk uit het midden van de vijftiende eeuw van Bernat Martorell.

Aan de kathedraal is ook een gotische kloostergang verbonden met in een van de hoeken een fonteintje met drinkbaar water bekroond met een beeld van Sint-Joris en de draak. In de tuin van het klooster, waar palmbomen en sinaasappelbomen groeien, leven ook dertien witte ganzen, waarvan het aantal verwijst naar het feit dat Eulalia dertien jaar was toen zij de marteldood stierf. Vanuit de kloostergang heeft men ook toegang tot het Sacristiemuseum, waarin artefacten van de schatkamer van de kathedraal worden tentoongesteld. De Capella de Santa Llúcia dateert van 1257-1268 en is in romaanse stijl. Zij bevindt zich op een hoek van het klooster en is van de buitenzijde toegankelijk.

De voornaamste bezienswaardigheden binnen de kathedraal zijn:

  • de crypte met de sarcofaag van de heilige Eulalia
  • het bewerkte vijftiende-eeuwse koorgestoelte
  • de Capella del Santíssim Sagrament (met het kruisbeeld van de Christus van Lepanto van 1571)
  • de Capella de Sant Benet (met het altaarstuk van de Transfiguratie van Bernat Martorell)
  • de romaanse Capella de Santa Llúcia

Geschiedenis van de locatie en bouw[bewerken]

Op de plaats van de kathedraal stond in de vierde eeuw al een Romeinse vroegchristelijke basiliek. Bij opgravingen is een gebouw ontdekt met drie schepen die van elkaar gescheiden worden door twee rijen witmarmeren zuilen. Dit gebouw zou kunnen overeenkomen met de vierde-eeuwse basiliek. In 985 werd de basiliek nagenoeg vernield door de Moren, toen deze de stad grotendeels verwoestten en platbrandden. De kerk bleef echter bestaan tot 1046, toen Raymond Berengarius I van Barcelona en zijn vrouw Almodis de opdracht gaven tot de bouw van een nieuwe kathedraal in de romaanse stijl. Deze kathedraal werd op 18 november 1058 ingewijd.

De huidige gotisch kathedraal werd gebouwd op de fundamenten van de vroegchristelijke basiliek en de romaanse kathedraal. De bouw van de kathedraal startte in 1298 ten tijde van Jacobus II van Aragón en rond het midden van de vijftiende eeuw was de kathedraal grotendeels afgewerkt.

Onder leiding van bouwmeester Jaume Fabre ontstonden het brede middenschip en de vrijwel even hoge zijbeuken, die in een kooromgang uitmonden. Machtige bundelpijlers geleden de traveeën van het langschip, waarvan de gewelven pas in 1448 met kleurige sluitstenen werden voltooid. In 1337 voltooide men de crypte onder de kerk. Fabre was tevens verantwoordelijk voor het vlakke, twaalfdelige waaiergewelf, dat een inspiratiebron zou zijn voor Antoni Gaudí.

De voorgevel dateert echter van eind negentiende eeuw. Deze werd voltooid in 1889 en werd gebouwd naar de oorspronkelijke plannen uit 1408 van de Fransman Charles Galtès. De drie torens aan de westzijde werden voltooid in 1913. De middelste toren heeft een hoogte van 74 meter. De twee achthoekige klokkentorens boven de zijdeuren zijn ouder. Zij dateren uit het laatste kwart van de 14e eeuw.

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]