Mamertijnse gevangenis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
San Giuseppe dei Falegnami
Trap naar Tullianum
Tullianum
Het gat tussen de Carcer en het Tullianum

De Mamertijnse gevangenis is een historische gevangenis in Rome.

Het gebouw[bewerken]

De Mamertijnse gevangenis bevindt zich aan de rand van het Forum Romanum, vlakbij de Curia en aan de voet van het Capitool. Zij bestaat uit twee ruimtes die boven elkaar liggen, de Carcer Mamertina en het Tullianum.
De twee ruimtes staan met elkaar in verbinding door een gat van 70 centimeter in diameter in het plafond, waardoor men vroeger de gevangene naar beneden liet zakken; soms met een strop rond hun nek, zodat ze meteen stikten, maar meestal om de hongerdood te sterven. De gevangenen kregen namelijk niets te eten.

Boven de gevangenis is in de 16e eeuw de kerk San Giuseppe dei Falegnami gebouwd, waarschijnlijk in 1597 door G. P. Montano voor het gilde van de timmerlieden.

De naam Mamertijns komt waarschijnlijk van het Latijnse Mamertinus (van Mamers, een andere naam voor de oorlogsgod Mars). Soldaten uit Campanië (die na de dood van hun aanvoerder, Agathocles, in 289 v.Chr. de stad Messana op Sicilië bezetten) noemden zichzelf zonen van Mars, Mamertini. De link met de gevangenis is onduidelijk, de naam dateert uit de Middeleeuwen en verwijst mogelijk naar het nabij gelegen Altaar van Mars.

De Carcer Mamertinus[bewerken]

De bovenste verdieping, de Carcer, stamt uit de 2e eeuw v.Chr.. De Carcer heeft de vorm van een trapezium, is ongeveer vijf meter lang, breed en hoog en is opgetrokken uit tufsteen. Sinds de 15e eeuw wordt deze etage de San Pietro in Carcere genoemd, naar de gevangenschap van de heilige Petrus rond 64 na Christus (zie Bekende gevangenen).

Het Tullianum[bewerken]

Het Tullianum ("bronnenhuis") is een cirkelvormige kerker onder de Carcer Mamertina en heeft een diameter van vijf en een hoogte van twee meter. De kerker is gebouwd met vulkanische steen (peperino).

Livius (59 voor - 17 na Christus) meende dat het Tullianum in de koningstijd (6e eeuw v.Chr.) was gebouwd, en dat het zijn naam dankt aan koning Servius Tullius, die de gevangenis zou hebben laten bouwen.
Tegenwoordig weet men dat het Tullianum in 387 v.Chr.[bron?] tijdens de Gallische invallen is gebouwd en dat de naam afkomstig is van tullius, wat in het Latijn wilde stroom of waterval betekent. Dit omdat de ruimte oorspronkelijk als waterreservoir gebouwd is, maar in 300 v.C.[bron?] was drooggevallen.

In het Tullianum vonden ook executies plaats. De trap die tegenwoordig als toegang voor de kerker dient was in de Romeinse tijd nog niet aanwezig. Oorspronkelijk was alleen de bovenste ruimte als gevangenis in gebruik, later werden ze samengevoegd en kregen ze samen de bestemming van staatsgevangenis en plaats voor terechtstellingen. Door een deur in het Tullianum, was er een verbinding met het Cloaca Maxima (het Romeins riool); op deze manier werden de lijken naar de Tiber afgevoerd.

In het Tullianum is een klein altaar voor Petrus gebouwd, die hier volgens de legende gevangen zat. Op het altaar is het omgedraaide kruis van Petrus bevestigd. Ernaast staat de paal waar Petrus aan vast zou zijn gebonden.

Bekende gevangenen[bewerken]

De belangrijkste gevangenen staan op een marmeren plaat in de gevangenis en enkele worden hieronder genoemd.

Het is zo goed als zeker dat de gevangenschap van Petrus en Paulus op een middeleeuwse legende berust. De legende is dat Petrus zijn bewakers doopte met het water uit een bron die hij liet ontspringen. Aan het begin van de trap naar beneden is een opvallend vlak stukje muur te zien: volgens de overlevering heeft Petrus hier zijn hoofd gestoten. Wanneer men de plek beter bekijkt, is er een lichte deuk te zien.

Citaten[bewerken]

Beschrijving van de gevangenis door C. Sallustius Crispus (86 tot 35 voor Christus), in diens De Catilinae coniuratione:

Est in carcere locus, quod Tullianum appelatur, ubi paululum ascenderis ad laevam, circiter duodecim pedes humi depressus. Eum muniunt undique parietes atque insuper camera lapideis fornicibus iuncta; sed inculta, tenebris, odore foeda atque terribilis eius facies est.
Vertaling:
Als men dan een beetje links naar boven gaat, is er in de gevangenis een plek die het Tullianum wordt genoemd; ongeveer twaalf voet diep ingegraven. Hij is van alle kanten gesloten door muren en een gewelf gevormd uit bogen en stenen; maar door de verwaarlozing, de duisternis en de stank is de aanblik afstotend en onheilspellend.

Externe links[bewerken]