Milan Kundera

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Milan Kundera (Brno, 1 april 1929) is een Tsjechisch schrijver. Hij woont sinds 1975 in Frankrijk. Hij was daar tevens docent vergelijkende literatuurwetenschap aan de Universiteit van Rennes.

In zijn werk is hij humoristisch, cynisch met een wat melancholische ondertoon. Hij schrijft veel over de situatie in zijn geboorteland sinds het communisme. Hij verbindt daarbij de persoonlijke geschiedenissen met filosofische thema's, zonder te beleren. Hoewel hij uitdrukking geeft aan een Tsjechische traditie van emotionele verdieping schrijft hij sinds 1989 in het Frans. Zijn eerste roman 'De Grap' toont zijn cynische humor. De roman 'Onsterfelijkheid' is er een waarbij zowel de compositie als de inhoud kenmerkend is voor al zijn werk. Het wisselende standpunt van de personagebeschrijvingen verdiept de lezer in de psyche van de individuen én laat een beschouwing op afstand toe. Deze beschouwing wordt dan tussen de regels gevoed door Kundera's bespiegelingen. Je zou hem een existentialist kunnen noemen zonder hoop; sommigen noemen hem een postmodernist.

Een van Kundera's bekendste werken is De ondraaglijke lichtheid van het bestaan; een filosofische roman die zich afspeelt in de hoofden van vier hoofdrollen met verschillende achtergronden en denkbeelden, die hun bestaan op hun eigen manier in richten. Vanuit diverse perspectieven worden zaken als toeval en voorbestemming, politiek, kunst, liefde, seks, kitsch en natuurlijk de lichtheid van het bestaan behandeld. Het boek werd onder de titel The Unbearable Lightness of Being verfilmd.

Affaire Dvořáček[bewerken]

In oktober 2008 vestigt de historicus Adam Hradilek in het Tsjechische weekblad Respekt de aandacht op een document uit de archieven van de geheime politie, dat lijkt aan te tonen dat de 20-jarige Kundera in 1950 een 22-jarige anticommunistische activist, Miroslav Dvořáček, bij de politie aangaf. Dvořáček werd veroordeeld tot 22 jaar gevangenisstraf, waarvan hij er 14 daadwerkelijk uitzat, voor een deel in de uraniummijnen. Kundera ontkent, maar historici achten het onwaarschijnlijk dat het politierapport een vervalsing is. Wel is het opvallend dat in de aangifte zowel het nummer van Kundera's identiteitskaart als zijn handtekening ontbreekt. Volgens een getuige uit de jaren 50, Zdeněk Pešat, heeft niet Kundera maar diens studiegenoot Ivan Dlask de aangifte gedaan, uit persoonlijke wraakmotieven.[1]

Voor een uitgebreide beschouwing over de kwestie zie Zatčení Miroslava (cs) . Meer achtergrond, plus een Engelse vertaling van Pešats verklaring.[2]

Bibliografie[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. (en) Praguemonitor.com
  2. Steamthing.com

Externe links[bewerken]