Naslagwerk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Naslagwerken die 'alles' willen registreren gaan terug tot de poging van Paul Otlet en Henri Lafontaine. In 1895 sticht Otlet het 'Institut international de bibliographie' en in 1910 richten ze samen het Mundaneum of 'het papieren internet' op. Het Mundaneum verzamelt zes kilometer papier, dat via fiches, trefwoorden en steekkaarten met elkaar verbonden is.

Een naslagwerk is een boek(enreeks) of een digitale verzameling van gegevens waarin snel informatie opgezocht kan worden. Sommige naslagwerken zijn specialistisch (zoals een medisch of biografisch woordenboek, een bijbelconcordantie, een historische atlas of een adelsboek). Andere zijn generalistisch (een atlas, een encyclopedie, een onomasticon, een vademecum of een woordenboek). Een synoniem voor naslagwerk is secundaire literatuur.

Primaire en secundaire literatuur[bewerken]

Primaire teksten zijn tijdschriftartikels, websites, monografieën, dissertaties, rapporten, thesissen, jaar- en congresverslagen, persberichten, krantenartikels, literaire bronnen, wetten, jurisprudentie, gedichten, enz. Om deze teksten te ontsluiten, maken informatieleveranciers twee categorieën van naslagwerken.

  • Referentiesystemen verwijzen naar de primaire bronnen: de catalogi en de bibliografieën.
  • Repertoria maken een synthese van de primaire bron. Dit soort naslagwerken zijn encyclopedieën, (vak)woordenboeken, biografieën, adresgidsen, handboeken en zakboekjes, geografische informatiesystemen, periodieke uitgaves en beeldbanken.

De digitalisering roept zoekmogelijkheden in het leven die in boekvorm onmogelijk zijn. Onderwerpsgidsen en zoekmachines combineren de mogelijkheden van het verwijzen, het synthetiseren en het aanbieden van full tekst.

Referentiesystemen[bewerken]

De Encyclopédie werd het boegbeeld van De Verlichting in de 18e eeuw. Denis Diderot schreef 6000 van de 72.000 artikelen.

Referentiesystemen verwijzen naar primaire literatuur: catalogi en bibliografieën. Bibliografieën verzamelen thematisch titels, een catalogus verzamelt titels verbonden aan een plaats bibliotheek. Een collectieve catalogus verwijst naar het bezit van verschillende bibliotheken. Uitgeverijen maken hun publicaties bekend via fondscatalogi. Soms geeft het referentiesysteem een korte samenvatting.[1] Catalogi gebruiken classificaties om de onderwerpen te groeperen en verwante onderwerpen in de nabijheid te plaatsen met een plaatscode. Vier classificaties worden courant gebruikt: de Dewey Decimale Classificatie, de Universele Decimale Classificatie, de Liberary of Congres-Classification en de Siso. Een thesaurus is een database met woordgroepen met hiërarchische en semantische relaties. Een thesaurus is in een bibliotheek wat een index is in een boek.[2]

Repertoria[bewerken]

Encyclopedieën[bewerken]

De encyclopedie beschrijft historische en geografische basisinformatie, analyseert, synthetiseert en verwijst naar literatuur. Encyclopedieën gebruiken onderzoekers bij de oriëntatie in hun onderwerp. Er zijn algemene en specifieke encyclopedieën.

Uitgeverij Larousse legde zich toe op naslagwerken zoals woordenboeken en encyclopedieën. Deze Petit Larousse illustré combineerde de twee en is een encyclopedisch woordenboek. Het verscheen voor het eerst in 1905.

(Vak)woordenboeken[bewerken]

Voor het zoeken van betekenissen, het vertalen van woorden, uitdrukkingen of begrippen zijn er woordenboeken. Een woordenboek is geen encyclopedie: het behandelt woorden als taal en geeft de betekenis en het gebruik aan. Het laat zich niet in met wat de woorden aanduiden, dat is de taak van de encyclopedie. Een lexicon houdt het midden tussen beide. Specialistische of vakwoordenboeken verschaffen toelichtingen bij begrippen, instellingen, personen, feiten, plaatsen uit één vakgebied.

Biografieën[bewerken]

Biografieën of naslagwerken inzake persoons- en levensbeschrijvingen hebben uiteenlopende ordeningen en de selectiecriteria. Ze variëren volgens nationaliteit, het al dan niet in leven zijn en zijn of haar vakgebied.[3]

Adresgidsen[bewerken]

Adresboeken, telefoongidsen en infolijnen en sociale kaarten helpen bij het vinden van adresgegevens en personen, diensten en functies.[4]

Handboeken[bewerken]

Handboeken of losbladige naslagwerken presenteren regelmatig syntheses van een vakgebied: visies, overzichten, inzichten, invalshoeken en samenhangen. Losbladige heruitgaven zorgen voor actualiteitswaarde en vermijden de complete herdruk. Handboeken bestaan vaak uit delen en slorpen ruimte op, zijn omvangrijk, duur, arbeidsintensief, moeilijk hanteerbaar en enkel in vakbibliotheken te vinden. Elektronische versies en zakboekjes maken de naslagwerken toegankelijker en handiger. Wetenschappelijke uitgeverijen zoals Bohn Stafleu van Loghum, Kluwer, Die Keure, Maklu, Politeia, en Elsevier, overheidsdiensten en universiteiten verzorgen deze publicaties.

Abraham Ortelius (1527- 1598) was na Gerardus Mercator de grootste geograaf uit zijn tijd. Hij publiceerde de eerste moderne wereldatlas (1570) met de titel 'Theatrum Orbis Terrarum'. De 53 kaarten liet hij maken door diverse meesters in dezelfde stijl. Hij maakte er folia van die even groot waren en ordende ze naar continent, streek en staat en voorzag ze van beschrijvingen en doorverwijzingen. Zo bracht hij alle West-Europese geografische kennis samen.

Gisysteem[bewerken]

Gis is de afkorting van een Geografisch informatie systeem en valt te omschrijven als een systeem dat locatiegebonden informatie beheert, bewerkt, analyseert en presenteert. Dit kan in de vorm van atlassen, kaarten, routebeschrijvingen, weerberichten, navigatiesystemen, als referentie naar een plaats of als een adres. Andere termen voor Gis zijn locatiegebonden informatie, geo info, ruimtelijke informatie of geo-ict.

Vaktijdschriften[bewerken]

Boeken komen traag tot stand. Vaktijdschriften ontstonden uit de behoefte zich snel te documenteren en om ongestructureerde communicatie per brief te formaliseren.[5] Hun thematisch karakter, hun periodiciteit en hun resumerende aard maken vaktijdschriften, nieuwsbrieven, rapporten en congresverslagen tot het instrument om de actualiteit te volgen.

Beeldbanken[bewerken]

Beeldwoordenboeken omschrijven en tonen voorwerpen.

Onderwerpsgidsen en zoekmachines[bewerken]

Voor de digitalisering plaatste men documenten vaak op microfilm. Bij genealogische naslag wordt microfilm vaak gebruikt. Deze opslagmethode vergt onderhoud en is erg kwetsbaar. Een microfiche is betrouwbaarder.

Onderwerpsgidsen[bewerken]

Onderwerpsgidsen zijn overzichten van onderwerpen, aangelegd en beheerd door een redactie. Samenstellers - niet de machines – bepalen wat er in de database verschijnt en categoriseren de info. Daarom leveren ze een kleinere hoeveelheid maar relevantere resultaten op dan zoekmachines. Relevante bronnen zijn onderverdeeld in categorieën. Een beschrijving over de oorsprong, de inhoud of de aard van de bron laat de onderzoeker toe om voor zichzelf uit te maken of de bron interessant is. De selectie, de opmaak van de inhoudsopgave, het toekennen van sleutelwoorden en het in categorieën verdelen is complex en tijdrovend waardoor de kwaliteit en de kwantiteit van gids tot gids verschilt. Onderwerpsgidsen zijn in te delen naar inhoud of naar vorm.

  • Vormelijk (stambomen, indices en matrices). Stambomen zoeken van breed naar specifiek, een matrix organiseert informatie in roosters en een index bestaat uit trefwoorden.
  • Inhoudelijk (startpagina’s, portalen, blogs en webringen).

Zoekmachines[bewerken]

Een zoekmachine levert een grotere hoeveelheid aan resultaten op dan een onderwerpsgids, maar deze hoeveelheid omvat ook minder relevante resultaten. Dit komt doordat ze het web doorzoeken op basis van trefwoorden zonder beschouwing van de context waarin deze trefwoorden voorkomen. Tot de resultaten behoren documenten en websites. Een zoekmachine bestaat uit drie delen: een programma dat het web doorzoekt, de tijdelijke opslag en het programma dat de zoekterm met de cache vergelijkt.

Tertiaire literatuur[bewerken]

Overzichten van secundaire publicaties worden tertiaire publicaties genoemd. Tertiaire literatuur omvat multizoekmachines, portalen van organisaties, bibliografieën van bibliografieën, collectieve catalogi en vaktijdschriftoverzichten.

Noten en bibliografie[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Een abstract of informatief referaat telt tussen de 100 en 300 woorden en is een samenvatting die alle elementen, niet kritisch, leesvervangend presenteert. Een indicatief referaat is korter dan 100 woorden en behandelt het thema, zonder besluit. Een annotatie beschrijft in enkele zinnen of woorden de inhoud als de titel nietszeggend of misleidend is.
  2. RIESTHUIS G. & WIJNANDS G. [Eds.]. Thesaurusbouw. Handboek voor opleiding en praktijk, Nblc, Den Haag, 1992; VERVENNE D. Thesaurustechnologie. Instrumenten voor coöperatief kennisbeheer, Academia Press, Gent, 2002; MAGRIJN H. Woordsystemen. Theorie en praktijk van thesauri en trefwoordsystemen, Biblion, Den Haag, 2000.
  3. VAN DEN EECKHOUT P. Naslagwerken voor de studie van de hedendaagse samenleving. VubPress, Brussel, 1991, p. 381.
  4. Bruikbaar maar verouderd: Alternatieve documentatiegids voor Vlaanderen. Antwerpen, 1984; BERGSMA A. Vakbibliotheken in Nederland en België. Een beschrijving van de interessantste gespecialiseerde bibliotheken, met adressen en telefoonnummers, Schuyt&Co, Haarlem, 1993; BELGISCHE VERENIGING DOCUMENTATIE. Repertorium van documentatiecentra inzake menswetenschappen. Brussel, 1985.
  5. The Internet Library of Early Journals op www.bodley.ox.ac.uk/ilej toont Engelse tijdschriften uit de achttiende en negentiende eeuw.

Bibliografie[bewerken]

  • BILLIET J. & WAEGE H. [Eds.]. Een samenleving onderzocht. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek, Standaard, Antwerpen, 2001.
  • MAGRIJN H. Woordsystemen. Theorie en praktijk van thesauri en trefwoordsystemen, Biblion, Den Haag, 2000.
  • RIESTHUIS G. & WIJNANDS G. [Eds.]. Thesaurusbouw. Handboek voor opleiding en praktijk, Nblc, Den Haag, 1992.
  • VAN DEN EECKHOUT P. & VANTHEMSCHE G. [Ed.] Bronnen voor de studie van het hedendaags België, 19de – 20ste eeuw. VUB-Press, Brussel, 2001.
  • VAN DEN EECKHOUT P. Naslagwerken voor de studie van de hedendaagse samenleving. VubPress, Brussel, 1991.
  • VAN DER MEER K. Documentaire informatiesystemen. Biblion, Den Haag, 2002.
  • VERVENNE D. Thesaurustechnologie. Instrumenten voor coöperatief kennisbeheer, Academia Press, Gent, 2002.

Zie ook[bewerken]