Nozem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nozems verstoren twee minuten stilte tijdens de Dodenherdenking (1962)

Nozem is een Nederlands woord dat werd geïntroduceerd in 1955. Hiermee werd een destijds nieuw type jongeling aangeduid: zelfbewust en vaak agressief, gekleed in spijkerbroek en leren jack en uitgedost met vetkuif, hangend op zijn buikschuiver voor de snackbar. In het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands wordt het woord verklaard als 'probleemjongere, opstandige jongere'.[1]

Jeugdcultuur[bewerken]

De nozem is een eerste voorbeeld van wat later jeugdcultuur zal gaan heten. Voor het eerst gaan grote groepen jongeren uit de arbeidersklasse beschikken over eigen geld. De muziek die in de Verenigde Staten voor deze doelgroep wordt gemaakt, de rock-'n-roll, komt ook in Europa beschikbaar via films, grammofoonplaten en Radio Luxembourg.

Verveling en groepsgedrag van de nozems in de grote steden leiden niet zelden tot vandalisme en geweld. Het woord krijgt dan ook steeds meer een negatieve lading.

Al in 1955 maken de Nederlandse journalist Jan Vrijman en de fotograaf Ed van der Elsken een serie reportages voor het weekblad Vrij Nederland met als titel De nozems van de Nieuwendijk. [2] In 1958 schrijft Louis Paul Boon de reportage Op zoek naar de nozems.[3] "Gij interesseert u aan de jeugd? Het schijnt een nieuw spel te zijn. Iedereen interesseert zich aan ons, ik zou wel eens willen weten waarom?" laat hij een nozem zich afvragen.

De latere Groningse jeugdpsychiater Gerrit Mik publiceerde in 1960 een boekje Onze nozems[4] en promoveerde in 1965 op het proefschrift Dissociaal gedrag bij jongens in de puberteit.

Ook in 1965 promoveerde de latere criminoloog Wouter Buikhuisen op het proefschrift Achtergronden van nozemgedrag.[5] In zijn studie introduceert hij de term provo. Daarna raakt het begrip nozem in onbruik doordat de jeugdcultuur andere vormen en gedaanten aanneemt.

Oorsprong van het woord nozem[bewerken]

De etymologie van nozem is niet geheel zeker, al wordt wel aangenomen dat dit woord in de jaren 1920 aan het Bargoens werd ontleend.[6]

De (her)introductie van het woord in de jaren 60 van de vorige eeuw wordt geclaimd door Jan Vrijman die in 1962 schreef: "Het (fenomeen) bestond, ik heb er alleen vijf letters aan gegeven. De filosofie van de nozem hield in: weg met de waarde van gisteren. Er is geen zin, alles is toeval. Het is een praktische filosofie, maar ik was intelligent en vooral dialectisch genoeg om er de psychologie bij te betrekken." De Amerikaans-Nederlandse historicus James Kennedy beweert dat het woord een acroniem zou zijn van 'Nederlands Onderdaan Zonder Enige Manieren'.

Het woord "nozem" is een van de eigen taalvondsten om een sociologische ontwikkeling bij de jeugd aan te duiden. In de VS worden deze jongeren "greasers" of "beatniks" genoemd, in Engeland "teddy boys", in Frankrijk "blousons noirs", en in Duitsland "Halbstarken".

Ook het woord brozem kwam voor en wel als samenvoeging van "bromfiets" en "nozem". In de jaren zestig werd deze naam gebruikt om groepen "brommende" jongeren aan te duiden.

Dijkers en Pleiners[bewerken]

Er waren eind jaren '50 en begin jaren '60 in Amsterdam twee groepen jongeren, die resp. dijkers en pleiners genoemd werden. In Den Haag werden deze groepen Kikkers en Bullen (of Plu) genoemd, in Utrecht Sjorsklanten en Rockers en in Hilversum Natnekkers en Vetkuiven.

Dijkers schoolden samen op de Nieuwendijk, en voldeden aan de beschrijving hierboven van de nozem. Hun kapsel, dat voortdurend met behulp van vette Brylcreem in de plooi moest worden gekamd, kan worden omschreven als vetkuif, naar het voorbeeld van Elvis Presley. Hun bromfiets, bij voorkeur een buikschuiver van het merk Zündapp of Kreidler, was voorzien van een 'buddy-seat', een doorlopend zadel voor berijder en passagier, waar ofwel een hoog-opgetoupeerde vriendin in petticoat in amazone-zit achterop zat, of de berijder in race-houding zelf, aldus het gehele zadel in beslag nemend en daarmee zijn bromfiets het predicaat 'buikschuiver' verlenend.

Pleiners schoolden samen op het Leidseplein, in het bijzonder in de cafés Eijlders en Rijnders. Zij waren meer alternatief gekleed (zie lemma Artistiekeling), bij voorkeur in het zwart, naar voorbeeld van de Parijse 'existentialisten', niet zelden pijprokend, voorzien van snor en/of baard, zonnebril en een 'caesar'-kapsel, naar Julius Caesar. Hun Haagse evenknieën de "kikkers" droegen groene parka's of zwarte PTT-capes en halfhoge bruine Clark-schoenen. Hun bromfiets, bij voorkeur een Puch of zijn armere broertje Tomos, was voorzien van een zeer hoog stuur, waardoor de berijder, in tegenstelling tot de Dijker op zijn buikschuiver, juist achterover aan zijn stuur hing. De Puchcultus begon al eind jaren 50 in Den Haag en verspreidde zich via Utrecht en het Gooi door geheel Nederland.

Hun vriendin leek op de Franse zangeres Françoise Hardy, met kohl-zwarte ogen en een lang blond sluik kapsel.

Confrontaties[bewerken]

Het kwam wel tot confrontaties tussen Pleiners en Dijkers, maar nooit zo gewelddadig en dodelijk als de strijd tussen de gangs in de Verenigde Staten, of meer precies, zoals verbeeld in de, razend populaire, verfilmde musical West-Side Story tussen de 'Jets' en de 'Sharks' , waarnaar Pleiners en Dijkers wel gemodelleerd leken.

In Den Haag woedde jarenlang een oorlog tussen de Kikkers en Bullen, symbolisch werd in 1997 tussen vertegenwoordigers van beide groepen De Vrede van Den Haag alsnog getekend.

De jeugd in het geding[bewerken]

In 1959 verscheen de studie De jeugd in het geding van D.E. Krantz en E.V.W. Vercruijsse. "De directe aanleiding tot het onderzoek," aldus het boek, "(...) was het optreden van het jeugdige publiek tijdens een jazz-concert van Lionel Hampton in de Apollohal te Amsterdam." Ze komen tot de voor die tijd opmerkelijke conclusie dat niet de "losgeslagen jongeren" het probleem vormden, maar de bekrompen ouderen door "(...) de toelaatbaarheidsgrenzen voor het gedrag van de jeugd zo nauw (te) trekken (...). Het wordt zaak de bezorgde volwassenen ervan te overtuigen, dat het nodig is de grenzen van het toelaatbare te verwijden en het gedrag van bepaalde groepen jongeren als een aanvaardbare variatie op het algemene patroon te beschouwen."

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. M. Philippa e.a., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands(2003-2009), [1].
  2. Vrij Nederland 20-8, 27-8 en 3-9-1955. Ook in: J. Vrijman, ‘De nozems van de Nieuwendijk’, in: Vijfentwintig jaar Vrij Nederland. Een bloemlezing uit het illegale en het na-oorlogse Vrij Nederland. Zie [2].
  3. De delen van deze reportage verschenen van 3 december tot en met 27 december 1958 anoniem in het Vlaamse dagblad Vooruit onder de titel Op zoek naar de nozems. Heeft de jeugd andere opvattingen omtrent leven, liefde en moraal?
  4. Gerrit Mik, Onze nozems [Reeks: Het abc der opvoeding, 10], Nijkerk: Callenbach.
  5. Dr. W. Buikhuisen, Achtergronden van nozem gedrag. Assen, Van Gorcum & Comp. N.V - Dr H.J. Prakke & H.M.G. Prakke, 1965.
  6. Meijers s.v. “Nieuwe woorden”; Rob Tempelaars, “Hebt gij bepaalde wenschen …”, in: F. Heyvaert et al., red., Het grootste woordenboek ter wereld. Een kijkje achter de kolommen van het woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), Den Haag/Antwerpen z.d. [1998]