Odoaker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de gelijknamige Vlaamse edelman, zie Odoaker (Vlaanderengouw)
Een solidus met de afbeelding van Odoaker.

Odoaker (435 - 15 maart 493, Ravenna) was de eerste barbaarse koning van Italië, nadat hij daarvoor Romulus Augustulus, de laatste keizer van het West-Romeinse Rijk, had onttroond. Hij was de aanvoerder van de Germaanse huurlingen in het Romeinse leger.

Opkomst[bewerken]

Odoaker was de zoon van Edeko, een Skirische hertog die vazal was van de Hunnen. Hij groeide hoogstwaarschijnlijk op aan het hof van Attila in Pannonia. Toen het rijk van de Hunnen na de dood van Atilla uiteen viel en de Skiren en Herulen uit Pannonia verdreven werden, arriveerden zij omstreeks 469 in Italië. De Herulen en Skiren werden in het Romeinse Rijk toegelaten en opgenomen in het leger. Daar maakte Odoacer carrière. Hij diende eerst als lijfwacht van de machtige Ricimer en vertoefde in diens omgeving. Hier werden zijn kwaliteiten opgemerkt en al spoedig bereikte hij een hoge officiersrang.

Toen Flavius Orestes, de magister militum van het Romeinse leger, in 475 de macht greep, stond Odoaker eerst aan diens kant. Keizer Iulius Nepos werd weggejaagd naar Dalmatia en de zoon van Orestes, Romulus Augustulus, werd als nieuwe keizer op de troon gezet. Al snel kreeg Orestes te maken met oppositie. De ambitieuze Odoaker maakte dankbaar gebruik van de situatie en ontketende een opstand in het Romeinse leger, dat overwegend uit Germaanse huurlingen bestond. Orestes werd in 476 door Odoaker in Ravenna verslagen, gevangengenomen en vermoord; de jonge keizer Romulus Augustulus werd afgezet. Dit feit wordt algemeen beschouwd als het einde van het West-Romeinse Rijk en het begin van de middeleeuwen. Het Byzantijnse Rijk bleef nog ongeveer duizend jaar bestaan, tot de val van Constantinopel in 1453.

Koning[bewerken]

Als niet-Romein kon Odoaker zelf geen keizer worden. In plaats van een 'marionettenkeizer' op de troon te plaatsen, zoals zijn voorgangers (o.a. Ricimer) hadden gedaan, benoemde hij zichzelf tot koning (rex) van Italië en besloot het West-Romeinse keizerschap formeel aan de Oost-Romeinse keizer Zeno te geven. Hierdoor was hij dus officieel afhankelijk van de Byzantijnse keizer, maar deed de facto wat hij wilde.

Koninkrijk Italië[bewerken]

Als heerser van Italië was Odoaker tamelijk succesvol. Hij versloeg de Vandalen op Sicilië en voegde dit eiland bij zijn koninkrijk. In 480 zette hij zijn leger over naar Dalmatië, waar keizer Iulius Nepos verbleef en nam ook dat gebied in bezit. Hij sloot bondgenootschappen met de Visigoten en de Franken en hielp hen in de oorlogen tegen de Bourgondiërs, Allemannen en Saksen.

In 487 haalde Odoaker opnieuw een belangrijke overwinning, deze maal op de Rugiërs, die een koninkrijk hadden ten noorden van Italië.

Dood[bewerken]

Toen het koninkrijk van Odoaker zich verder uitbreidde, nam diens populariteit onder de Romeinse bevolking toe, ook kreeg hij internationaal meer invloed. Zeno, de Romeinse keizer in het oosten, zag dit allemaal met lede ogen aan. Aanvankelijk had Odoaker een goede verstandhouding met Zeno, maar deze verslechterde toen Odoaker zich steeds meer als een onafhankelijk heerser manifesteerde, en zijn politiek succesvol bleek te zijn. Zeno sloot een verbond met de Ostrogoten die onder leiding van Theodorik stonden en in 489 vielen de Ostrogoten Italië binnen. De strijd verliep moeizaam voor de Ostrogoten. Maar na vier jaar oorlog slaagde Theodorik uiteindelijk erin Odoaker in het nauw te drijven. Odoaker werd gedwongen zich terug te trekken in de hoofdstad Ravenna dat vervolgens werd belegerd. Theodorik stelde voor om samen met Odoaker Italië te besturen wat werd aangenomen. Theodorik had echter geen intentie om zijn woord te houden en nodigde Odoaker op 15 maart 493 uit voor een banket. Op het moment dat Odoaker plaats nam stapte Theodorik op hem af en kliefde Odoakers lijf van sleutelbeen tot dij doormidden.[1]

Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten

  1. Norwich (1989), blz. 179

Literatuur