Peyo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Peyo
Handtekening van Peyo
Handtekening van Peyo
Algemene informatie
Volledige naam Pierre Culliford
Pseudoniem Peyo
Geboren 25 juni 1928
Overleden 24 december 1992
Land Vlag van België België
Beroep Stripauteur
Werk
Genre(s) Stripverhalen
Stroming School van Marcinelle
Uitgeverij(en)
Website
Portaal  Portaalicoon   Strip
Peyo.

Pierre Culliford (Brussel, 25 juni 1928 – aldaar, 24 december 1992) was een Belgische striptekenaar en scenarioschrijver. Hij was onder andere de geestelijke vader van de Smurfen, en was vooral bekend onder zijn pseudoniem Peyo.

Inhoud

[bewerken] Biografie

[bewerken] Jeugd

Culliford, geboren in Brussel, was de zoon van een tot Belg genaturaliseerde Engelse vader en een Belgische moeder. In zijn jeugd tekende hij al zijn schoolboeken vol. Daarnaast speelde hij toneel en hield hij van lezen en sport. Hij zat ook bij de katholieke scouts. Zijn middelbare schoolloopbaan verliep turbulent en werd niet afgemaakt. Zijn vader was toen al overleden, dus moest hij op zoek naar werk. Hij kon aan de slag als assistent in een bioscoop tot het einde van de Tweede Wereldoorlog ongeveer een jaar later. Hierna begon Culliford aan een kunstopleiding aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel. Hij brak deze na drie maanden af, omdat hij niet academisch maar humoristisch wilde leren tekenen.[1] Op zoek naar een job kwam hij in 1945 terecht bij de tekenfilmstudio CBA als assistent om tekeningen te retoucheren met gouacheverf. In die tijd ondertekende hij ook voor het eerst een eigen stripverhaal met de naam "Peyo", zoals zijn neefje zijn (bij)naam (Pierrot) uitsprak.[2]

Bij CBA werd Culliford de jongste collega van André Franquin, Eddy Paape, en Morris. Nadat de firma enkele maanden later failliet ging, bleef hij contact houden met de anderen, die bij het pas heropgerichte Spirou (Robbedoes) gingen werken. Culliford stapte echter de reclamesector in.[3]

[bewerken] Beginnend striptekenaar

Naast het reclamewerk tekende Peyo ook een aantal strips. In L'Occident verscheen in april 1946 zijn Riquet, les aventures de Pied-Tendre. Voor winkelketen Au Bon Marché tekende hij Une Enquête de l'Inspecteur Pik.

Culliford richtte in die tijd ook een gemengd koor op. Eén van de koorleden bracht hem binnen bij La Dernière Heure. Hij startte er op 11 april 1946 een stripverhaalreeks in de rubriek Pour la Jeunesse: Johan, dat begon als gagreeks. In augustus verscheen zijn tweede gag. In september kwam de koning, die later ook een grote rol zal spelen, voor in een nieuwe gag. Vanaf 16 januari 1947 verscheen Johan in een langer verhaal, wat later gevolgd door een tweede.

Wat later in 1946 stelde iemand van het koor hem voor aan een zekere Janine (Nine), die later zijn vrouw en inkleurster werd.

Naast zijn werk bij CBA en nadien zijn reclamewerk en werk bij La Dernière Heure, tekende Peyo ook nog verhalen over Tenderfoot, een jonge indiaan, voor het tijdschrift Mowgli van de Belgische Scoutswelpen. In 1948 tekende hij ook de avonturen van Capitaine Corky, die niet uitgegeven werden. In 1949 verhuisde Peyo naar Le Soir, waarin hij op 22 januari 1949 ook een andere reeks startte, Poesie, die liep tot 1952. Van Johan verschenen er in deze krant twee verhalen, in 1951 en 1952. Intussen probeerde Peyo ook binnen te raken bij enkele stripuitgeverijen zoals Dupuis en Le Lombard, maar zonder succes.

[bewerken] Bij Spirou/Robbedoes

[bewerken] Johan en Pirrewiet

In 1951 kwam Peyo André Franquin voor het eerst in vijf jaar tegen. Franquin kon Charles Dupuis van de gelijknamige uitgever kort daarna overtuigen om Peyo toch aan te nemen. Peyo startte er met een nieuw verhaal rond Johan, De nederlaag van Basenau, dat vanaf 11 september 1952 in Spirou verscheen. Bij de overstap veranderde Johan wel van uiterlijk: hij was niet langer blond, maar werd zwartharig. In 1954 dook in deze reeks de figuur Pirrewiet op, aanvankelijk voor één album. Toen hij populair bleek, bleef hij behouden en werd de reeks hernoemd tot Johan en Pirrewiet.

In 1955 vroeg Le Soir de reeks Poesie te herbeginnen in de krant. Vanaf dan verscheen de reeks parallel met Johan en Pirrewiet tot het einde van de jaren 50.

Eveneens in 1955 verschenen er korte verhalen van Johan en Pirrewiet in Risque-Tout, een nieuw magazine dat Dupuis uitgaf voor de adolescenten. Ruim een jaar later werd het al opgedoekt. In het totaal verschenen er 5 verhalen van Johan en Pirrewiet in het blad.

In 1957, in het verhaal De zwarte pijl, veranderde Peyo van lettertype: in de plaats van hoofdletters gebruikte hij voortaan ook kleine letters. Dat was nodig omdat de kinderen eerst kleine letters lezen. Peyo week ook steeds meer af van de 12 gelijke vakjes per blad om zo bepaalde acties beter in beeld te kunnen brengen.[4]

Behalve voor Johan en Pirrewiet, werd Peyo soms ook gevraagd om echte verhalen te schrijven of om speciale strips te maken voor het weekblad, zoals voor speciale uitgaven rond christelijke feestdagen. Robbedoes richtte zich vanaf 1958 echter steeds minder op christelijke tradities. Peyo's laatste bijdrage met christelijke inslag, een kerstverhaal, verscheen dan ook in dat jaar.

[bewerken] De Smurfen

In de zomer van 1957 was Peyo met Franquin aan de Noordzee. Peyo vroeg Franquin het zout aan te geven, maar kon niet op het woord komen en zei: "Passe-moi le schtroumpf. (Geef de smurf eens)" . Franquin antwoordde hem met: "Hier, smurf aan." Dit ging zo een tijd door en de Smurfentaal was geboren. De taal werd uiteindelijk in 1958 gebruikt voor het verhaal De fluit met zes smurfen, waarin een dwergenvolkje, de Smurfen, een hoofdrol zou spelen. Het werd ook het eerste album van Peyo op 60 pagina's, wat het voor hem mogelijk maakte om meer te vertellen. Op 23 oktober 1958 verschenen de Smurfen voor het eerst in Robbedoes. Hoofdredacteur Yvan Delporte zag er wel meer in: in 1959 verscheen op zijn verzoek het eerste zelfstandige verhaal van De Smurfen als bijlage in Robbedoes. De verhalen sloegen aan en de Smurfen werden vanaf dan een echte stripreeks.

Charles Dupuis zag in het begin echter weinig in de Smurfen. Hij werd pas overtuigd toen de Smurfen geschikt leken als tekenfilmfiguren voor zijn tekenfilmstudio TVA. Ook het oprichten van stripblad Pilote in 1959 verplichtte hem om meer vertrouwen te hebben in zijn eigen tekenaars zodat ze niet naar het nieuwe blad zouden stappen.[5]

[bewerken] Studio Peyo

Charles Dupuis maakte van het succes van de Smurfen gebruik om ook Poesie opnieuw uit te geven, deze keer in Spirou/Robbedoes, vanaf 1965. De reeks werd hiervoor voor het eerst ingekleurd. Peyo bleef Le Soir echter ook trouw en begon daarom in 1960 aan een nieuwe reeks voor de krant: Steven Sterk. Dupuis was echter ook in die reeks geïnteresseerd en Steven Sterk verhuisde naar Dupuis. Voor Le Soir bedacht Peyo daarom Jakke en Silvester, een reeks die werd getekend door enkele van zijn medewerkers. In 1960 tekende Peyo ook drie verhaaltjes over Pietje en de lamp.

Door de vele projecten moest Peyo assistenten in dienst nemen. Peyo zelf werd zo steeds meer scenarioschrijver; het tekenwerk liet hij aan anderen over. Hij richtte zijn eigen studio op, Studio Peyo, met onder andere Lucien De Gieter, Marc Wasterlain, Derib, Gos, François Walthéry, Albert Blesteau en André Benn als medewerkers. Hoewel Peyo Johan en Pirrewiet lang niet doorspeelde aan zijn medewerkers, moest hij met oog op de deadlines voor het verhaal De hekserij van Bozerik toch noodgedwongen de hulp inroepen van Walthéry, Gos en Wasterlain.

Tussen het tekenen en schrijven van zijn reeksen door, bleef Peyo ook trouw aan de scouts, waarvoor hij gags en tekeningen bleef maken voor hun uitgaven zoals tijdschrift Seeonee en de kalenders van de Fédération des Scouts Catholiques.

[bewerken] Internationale doorbraak

De Smurfen waren in de jaren 60 aan hun opmars bezig. Ontbijtgranenproducent Kellogg's bracht promotiestrips uit en stak Smurfenpopjes in hun Corn Flakes. In 1975 kwam de film De fluit met zes smurfen in de bioscoopzalen. De merchandising nam een hoge vlucht en bereikte zelfs de televisiezender NBC. In 1981 bestelden zij bij Hanna-Barbera een tekenfilmreeks. Die werd een internationaal succes en Peyo werd steeds meer een zakenman. De andere reeksen van Peyo belandden steeds meer op de achtergrond en werden uiteindelijk gestopt tegen het einde van de jaren 70. Hij tekende zijn laatste verhaal rond Johan en Pirrewiet in 1977, maar had wel nog plannen voor een nieuw verhaal voor de reeks, een verhaal rond de Hunnen. Hij liet informatie verzamelen en maakte schetsen en aantekeningen, maar het basisidee werd pas na zijn dood opgepikt voor De Horde van de Raaf. Zijn bezigheden als zakenman stonden de plannen in de weg. Daarnaast vond Peyo een comeback riskant: de lezers hadden mogelijk te hoge verwachtingen gekregen.

[bewerken] Laatste levensjaren

In Peyo's studio kwamen ook zijn twee kinderen hem helpen: dochter Veronique werd belast met de merchandising, zoon Thierry werd supervisor van de tekenstudio. Zij richtten ook I.M.P.S op, dat de rechten over Peyo's patrimonium beheert en onder de hoede van Veronique kwam.

Peyo verliet Dupuis na bijna 40 jaar in 1989. De breuk kwam er nadat de sfeer in het bedrijf veranderde toen Charles en Paul Dupuis het bedrijf verlieten en nadat het na een juridisch-financiële strijd werd verkocht in 1985. Vrienden als Roba, Franquin en Walthéry hadden na de veranderingen eveneens met een andere uitgever een overeenkomst gesloten. In 1985 richtte Thierry Cartoon Creation op, een tekenstudio voor de afgeleide producten van I.M.P.S. Hij wist zijn vader te overtuigen om zijn strips zelf uit te geven bij Cartoon Creation. De tekenstudio werd geleid door Daniel Desorgher en leverde heel wat nieuwe pagina's af. In 1989 verscheen ook het maandblad Schtroumpf, waarop Peyo zich echter niet ten volle stortte. Het blad werd ondanks enkele veranderingen geen groot succes en in 1992 werd het al gestopt na 34 nummers.

Cartoon Creation bracht in het Frans twee Smurfenalbums uit (in het Nederlands drie) en één album rond Pietje en de lamp. Distributieproblemen dwongen hen ook om Cartoon Creation om te vormen door meer tekenaars aan te trekken of om het te ontbinden. Omdat de eerste optie niet de bedoeling was van Cartoon Creation werd de uitgever weer gewoon een tekenstudio. Thierry overtuigde zijn vader om zich alleen nog met strips bezig te houden. Het team vond uiteindelijk een nieuwe uitgever: Le Lombard, Dupuis' grootste concurrent. Er werd besloten Johan en Pirrewiet en Steven Sterk terug op te pikken.[6]

Peyo zette zich aan een nieuw lang Smurfenverhaal, De Geldsmurf, dat hij samen met zijn zoon Thierry schreef. Alain Maurry, die intussen heel wat spelletjespagina's en korte verhaaltjes had getekend, werd door Peyo gekozen om het verhaal te tekenen. Waarschijnlijk leidden de scènes op de middeleeuwse markt in het verhaal ertoe dat Peyo in Maurry ook de geknipte opvolger zag voor Johan en Pirrewiet. De eerste schetsen lagen medio december 1992 klaar, net voor de vakantie. De verdere plannen zouden begin '93 besproken worden. Peyo overleed echter op 24 december '92 aan een hartaanval.

Zoals Peyo het wou, worden zijn reeksen na zijn dood voortgezet. Zijn zoon werd de verantwoordelijke voor het artieste werk.

Le Lombard is sinds het opdoeken van Cartoon Creation nog steeds de uitgever van Peyo's werk. De Nederlandse vertaling werd verzorgd door Balloon Books, maar na een meningsverschil tussen deze uitgever en Peyo's nabestaanden ligt de vertaling sinds 2008 in handen van Standaard Uitgeverij.

[bewerken] Stripseries van Peyo

[bewerken] Prijzen

Bronnen

Voetnoten

  1. Dayez, Hugues; De Kuyssche, Alain. Page du Roy (Frans), Dupuis, Marcinelle, 2008, p. 9 ISBN 9782800140100.URL bezocht op 16 maart 2010.
  2. Dayez, Hugues; De Kuyssche, Alain. Page du Roy (Frans), Dupuis, Marcinelle, 2008, p. 4 ISBN 9782800140100.URL bezocht op 16 maart 2010.
  3. Peyo; Auquier, Jean. Peyo - een gouden oorkonde, Belgisch Centrum van het Beeldverhaal en De Post, België, juli 2008, p. 8-10 ISBN 9789075880626.URL bezocht op 16 maart 2010.
  4. De Kuyssche, Alain Brigands et malandrins (Frans), Dupuis, Marcinelle, 2009, p. 5 ISBN 9782800143521.URL bezocht op 16 maart 2010.
  5. De Kuyssche, Alain Brigands et malandrins (Frans), Dupuis, Marcinelle, 2009, p. 15 ISBN 9782800143521.URL bezocht op 16 maart 2010.
  6. LE COIN DU PATRIMOINE BD : « Les Schtroumpfs » de Peyo. BDZOOM.com (21 april 2009). Geraadpleegd op 15 maart 2010.
  7. 1982–1983 Emmy Awards. Infoplease.com (2000-2009). Geraadpleegd op 17 maart 2010.
  8. Waarom Raoul Cauvin niet in Angoulême was. Strip Turnhout (3 februari 2010). Geraadpleegd op 17 maart 2010.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen