Slag bij Hohenlinden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Hohenlinden
Onderdeel van de Tweede Coalitieoorlog
Datum 3 december 1800
Locatie Hohenlinden, nabij München
Resultaat Beslissende Franse overwinning
Strijdende partijen
Frankrijk Oostenrijk
Beieren
Commandanten
Jean Victor Marie Moreau Johan van Oostenrijk
Troepensterkte
56.000 62.000
Verliezen
3.000 dood en gewond 4.600 dood en gewond,
9.000 gevangengenomen,
76 kanonnen

De Slag bij Hohenlinden, op 3 december 1800 nabij München, was een beslissende Franse overwinning tegen de Oostenrijkers in de Tweede Coalitieoorlog.

Inhoud

[bewerk] Aanloop

De Eerste Coalitieoorlog was uitgelopen op een verpletterende nederlaag voor de vijanden van de Franse Revolutie. In 1799 brak een nieuwe oorlog tegen revolutionair Frankrijk uit, de Tweede Coalitieoorlog. De Russen werden verslagen in Zwitserland door de Franse generaal Masséna en trokken zich terug uit de oorlog. In november greep Napoleon Bonaparte de macht in Frankrijk in de staatsgreep van 18 Brumaire. Hierna nam Napoleon persoonlijk de leiding over de Franse strijdkrachten in Italië, terwijl generaal Jean Victor Marie Moreau het commando kreeg over het Franse leger in Duitsland.

Op 14 juni 1800 kwam het tot een treffen tussen Napoleon en de Oostenrijkers in de Slag bij Marengo, nabij Alessandria. De veldslag was een nipte overwinning voor Napoleon en niet genoeg om de oorlog in het voordeel van Frankrijk te beslissen.

Ondertussen was Moreau met het Armée du Rhin van 100.000 troepen de Rijn overgestoken en dwong de Oostenrijkers terug in oostelijke richting. De Oostenrijkers verloren een reeks veldslagen en werden gedwongen tot een wapenstilstand op 15 juli. De Oostenrijkers trokken zich terug achter de rivier de Inn en de Oostenrijkse bevelhebber Kray werd vervangen door de 18-jarige aartshertog Johan van Oostenrijk, met de ervaren generaal Lauer als adviseur.

[bewerk] De veldslag

Na het einde van de wapenstilstand begonnen de Oostenrijkers eind november een offensief tegen Moreau, en op 1 december dreven de Oostenrijkers bij Ampfing de Franse achterhoede onder bevel van Michel Ney terug.

De onervaren aartshertog Johan dacht dat de Fransen aan het terugtrekken waren en haastte zich om de Fransen in te halen voordat ze konden ontsnappen. Om de Fransen te bereiken moesten de Oostenrijkse en Beierse troepen vanuit het oosten door zwaar bebost en sneeuwachtig gebied optrekken. Moreau wachtte ondertussen de Oostenrijkers op ten westen van de bossen, op de open vlakte tussen Hohenlinden en Harthofen.

Zijn plan was om met de Franse hoofdmacht (verdeeld in vier divisies onder bevel van Legrand, Bastoul, Ney en Grouchy) de Oostenrijkers aan te vallen zodra ze uit de bossen tevoorschijn kwamen. Tegelijkertijd zouden de divisies van Richepanse en Decaen, die ten zuiden van de hoofdmacht gelegen waren, de Oostenrijkse linkervleugel aanvallen. In het noorden had Moreau drie divisies onder bevel van Grenier.

De Oostenrijkers marcheerden door de bossen ten oosten van Hohenlinden, verdeeld in vier kolommen (onder bevel van Kollowrat, Kienmayer, Baillet en Rieschdoor). Aartshertog Johan reed samen met de Oostenrijkse hoofdmacht onder bevel van Kollowrat over de hoofdweg door de bossen.

De Fransen en Oostenrijkers troffen elkaar in de ochtend van 3 december. Kollowrat viel rond 8 uur Ney en Grouchy aan, die stand hielden. In het noorden werden Franse voorposten teruggedreven door Kienmayer. Riesch en Baillet zaten ondertussen nog vast in de bossen, zodat Richepanse zich voor Riesch kon positioneren.

Twee Oostenrijkse bataljons van grenadiers die waren teruggestuurd om Riesch te zoeken sneden de divisie van Richepanse in tweeën. Richepanse was echter ver van verslagen: hij vocht zich naar het noorden, bereikte de hoofdweg en draaide naar het westen om de Oostenrijkers in de rug aan te vallen. Baillet, die nu vuur uit zowel het westen als het zuiden hoorde, raakte in paniek, en Kienmayer en Kollowrat maakte gebruik van de situatie door de Franse hoofdlinie aan te vallen, maar Grenier en Grouchy hielden stand.

Rond 12 uur 's middags kwam Decaen tot de redding van Richepanse aan de zuidkant van het slagveld. Uiteindelijk werden de Oostenrijkers onder Riesch standgehouden en naar het oosten gedreven.

Aartshertog Johan stuurde eenheid na eenheid naar de achterhoede om de troepen van Richepanse van de hoofdweg af te drijven, maar de Fransen hielden stand. Moreau rook de overwinning en gaf het bevel aan zijn andere divisies om aan te vallen. De Oostenrijkse hoofdmacht onder bevel van Kollowrat werd omcirkeld aan drie kanten door Ney, Grouchy en Richepanse en viel uit elkaar. Aartshertog Johan kon nog vluchten, maar 9000 Oostenrijkse en Beierse troepen gaven zich over, met 76 kanonnen. Aan Oostenrijkse kant vielen 4600 doden en gewonden, aan Franse kant was het officiële aantal 1900, hoewel het echte aantal doden en gewonden waarschijnlijk rond 3000 lag. Bastoul raakte dodelijk verwond.

[bewerk] Nasleep

Na de nederlaag bij Hohenlinden gaf aartshertog Johan het bevel voor een haastige terugtrekking. Moreau achtervolgde de Oostenrijkers en nam 20.000 gevangenen. Op 17 december werd Johan vervangen door zijn broer, aartshertog Karel. Met de Fransen op minder dan 100 kilometer van Wenen vroeg Karel om een wapenstilstand, die op 25 december in Steyr getekend werd.

Na de wapenstilstand volgde op 9 februari 1801 de Vrede van Lunéville. Hierbij moest Oostenrijk de Vrede van Campo Formio nogmaals erkennen, waarbij het de Oostenrijkse Nederlanden (het huidige België en Luxemburg) en grote gebieden in Italië aan Frankrijk en haar vazalstaten had moeten afstaan. Verder annexeerde Frankrijk alle Duitse gebieden ten westen van de Rijn, die werd erkend als de Frans-Duitse grens. Ook de Russen tekenden later het vredesverdrag. In 1802 volgde de Vrede van Amiens met Groot-Brittannië, waardoor een kortstondige periode zonder oorlog aanbrak.

Het zette kwaad bloed bij Napoleon dat niet hij maar Moreau de beslissende overwinning in de oorlog had behaald. Dit was het begin van een breuk tussen de twee bondgenoten. Na het einde van de oorlog werd Moreau's vrouw de spil in een groep van tegenstanders van Napoleon. Die liet de samenzweerders arresteren, en Moreau kreeg gevangenisstraf, maar Napoleon liet de straf omzetten in verbanning.

Napoleon liet de Slag bij Hohenlinden wegmoffelen als een onbelangrijke veldslag en presenteerde de Slag bij Marengo als een glorieuze overwinning, hoewel hij in werkelijkheid de slag op het nippertje had gewonnen. De overwinning in de Tweede Coalitieoorlog verzekerde Napoleons positie als dictator van Frankrijk en maakte het mogelijk voor hem om zichzelf tot levenslange Eerste Consul te laten verkiezen en vervolgens in 1804 tot keizer te laten kronen.

De Schotse dichter Thomas Campbell schreef in 1803 een gedicht over de Slag bij Hohenlinden. De naam van de veldslag werd gegraveerd op de Arc de Triomphe in Parijs. Bij Hohenlinden staat een monument aan de veldslag.

[bewerk] Bronnen

  • Arnold, James R., Marengo & Hohenlinden: Napoleon's Rise to Power, Pen and Sword Books Ltd., 2005.
  • Eggenberger, David, Encyclopedia of Battles, Dover Publications, 1985.
  • A. Schleifer: Die Schlacht bei Hohenlinden am 3. Dez. 1800 und die vorausgegangenen Heeresbewegungen, Erding 1885.


 
Persoonlijke instellingen