Slijmprikken
| Slijmprikken | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() |
|||||||||||
| Slijmprik Eptatretus stoutii | |||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||
|
|||||||||||
| Familie | |||||||||||
| Myxinidae |
|||||||||||
| Afbeeldingen Slijmprikken op |
|||||||||||
| Slijmprikken op |
|||||||||||
|
|||||||||||
De slijmprikken (Myxinidae) zijn een familie van kaakloze zeevissen met een aalvormig lichaam.
Dit waterorganisme behoort tot de klasse der Myxini (ook bekend als Hyperotreti). Deze vissen scheiden een kleverig slijm af. Ze maken zichzelf schoon door zich in een knoop te wringen en zo het slijm af te schrapen.
Slijmprikken worden in Japan gegeten en van hun huid wordt in Korea "aalleer" gemaakt.
Recent kwamen deze dieren in de belangstelling door een onderzoek naar de genetische verwantschap tussen chordadieren. Daarnaast is bekend dat het slijm vezels bevat die lijken op spinnenzijde.
Inhoud |
Lichaamsbouw [bewerken]
Slijmprikken worden gemiddeld een halve meter lang. De grootste bekende soort is Eptatretus goliath, waarvan een exemplaar bekend is met een lengte van 127 cm. De kleinste soorten behoren tot het geslacht Myxine, en hiervan zijn er enkele die niet groter dan 18 cm worden. Slijmprikken hebben een langgerekt, aalachtig lichaam met een peddelvormige staart. Hun schedel bestaat hoofdzakelijk uit kraakbeen en tandachtige structuren uit keratine. De kleur van de vis is sterk soortafhankelijk, variërend van roze tot blauwgrijs, al dan niet met zwarte en/of witte vlekken. De ogen zijn matig tot zwak ontwikkeld. Slijmprikken hebben geen echte vinnen. De mond van slijmprikken bevat doorgaans vele kamvormige tanden (die vastzitten op een kraakbeenplaat). Ze worden gebruikt om voedsel te grijpen en het in de richting van de keelholte te stuwen.
Voortplanting [bewerken]
Over de voortplanting van slijmprikken is nog maar weinig bekend. Het sexratio van veel soorten staat merkwaardig genoeg op 100:1 (in het voordeel van de vrouwtjes). Om die reden vermoedt men dat slijmprikken hermafrodiet zouden kunnen zijn, en dat ze dus zowel een eierstok als een testikel bezitten. Tevens vermoedt men in sommige gevallen dat de eierstok pas actief wordt nadat de vis een welbepaalde leeftijd bereikt heeft, of wanneer de vis een bepaald signaal uit zijn omgeving opneemt.
Afhankelijk van de soort, leggen deze vissen 1 – 2, tot 20 – 30 stevige eitjes. Bij sommige soorten gaan de ouderdieren zich na het leggen ook rond hun eitjes krullen. Men is er echter niet zeker van of dit broedgedrag is of niet. In tegenstelling tot prikken, kennen slijmprikken geen larvaal stadium.
Taxonomie [bewerken]
Er zijn 77 soorten beschreven in 6 genera.
Eptatretus[1]
- Eptatretus ancon Mok, Saavedra-Diaz and Acero P., 2001
- Eptatretus bischoffii (Schneider, 1880)
- Eptatretus burgeri (Girard, 1855)
- Eptatretus caribbeaus Fernholm, 1982
- Eptatretus carlhubbsi (McMillan and Wisner, 1984)
- Eptatretus chinensis Kuo and Mok, 1994
- Eptatretus cirrhatus (Forster, 1801)
- Eptatretus deani (Evermann & Goldsborough, 1907)
- Eptatretus eos Fernholm, 1991
- Eptatretus fernholmi McMillan & Wisner, 2004
- Eptatretus fritzi Wisner & McMillan, 1990
- Eptatretus goliath Mincarone & Stewart, 2006
- Eptatretus grouseri McMillan, 1999
- Eptatretus hexatrema (Müller, 1836)
- Eptatretus indrambaryai Wongratana, 1983
- Eptatretus lakeside Mincarone & McCosker, 2004
- Eptatretus laurahubbsae McMillan and Wisner, 1984
- Eptatretus longipinnis Strahan, 1975
- Eptatretus lopheliae Fernholm & Quattrini, 2008
- Eptatretus mcconnaugheyi Wisner & McMillan, 1990
- Eptatretus mccoskeri McMillan, 1999
- Eptatretus mendozai Hensley, 1985
- Eptatretus menezesi Mincarone, 2000
- Eptatretus minor Fernholm and Hubbs, 1981
- Eptatretus multidens Fernholm and Hubbs, 1981
- Eptatretus nanii Wisner and McMillan, 1988
- Eptatretus nelsoni (Kuo, Huang and Mok, 1994)
- Eptatretus octatrema (Barnard, 1923)
- Eptatretus okinoseanus (Dean, 1904)
- Eptatretus polytrema (Girard, 1855)
- Eptatretus profundus (Barnard, 1923)
- Eptatretus sinus Wisner & McMillan, 1990
- Eptatretus springeri (Bigelow & Schroeder, 1952)
- Eptatretus stoutii (Lockington, 1878)
- Eptatretus strahani McMillan and Wisner, 1984
- Eptatretus strickrotti Møller & Jones, 2007
- Eptatretus taiwanae (Shen and Tao, 1975)
- Eptatretus wisneri McMillan, 1999
- Eptatretus yangi (Teng, 1958)
- Myxine affinis Günther, 1870
- Myxine australis Jenyns, 1842
- Myxine capensis Regan, 1913
- Myxine circifrons Garman, 1899
- Myxine debueni Wisner & McMillan, 1995
- Myxine dorsum Wisner & McMillan, 1995
- Myxine fernholmi Wisner & McMillan, 1995
- Myxine formosana Mok & Kuo, 2001
- Myxine garmani Jordan & Snyder, 1901
- Myxine glutinosa Linnaeus, 1758
- Myxine hubbsi Wisner & McMillan, 1995
- Myxine hubbsoides Wisner & McMillan, 1995
- Myxine ios Fernholm, 1981
- Myxine jespersenae Møller, Feld, Poulsen, Thomsen & Thormar, 2005
- Myxine knappi Wisner & McMillan, 1995)
- Myxine kuoi Mok, 2002
- Myxine limosa Girard, 1859
- Myxine mccoskeri Wisner & McMillan, 1995
- Myxine mcmillanae Hensley, 1991
- Myxine paucidens Regan, 1913
- Myxine pequenoi Wisner & McMillan, 1995
- Myxine robinsorum Wisner & McMillan, 1995
- Myxine sotoi Mincarone, 2001
- Nemamyxine elongata Richardson, 1958
- Nemamyxine kreffti McMillan and Wisner, 1982
- Neomyxine biniplicata (Richardson and Jowett, 1951)
- Notomyxine tridentiger (Garman, 1899)
- Paramyxine atami Dean, 1904
- Paramyxine cheni Shen and Tao, 1975
- Paramyxine fernholmi Kuo, Huang and Mok, 1994
- Paramyxine moki McMillan & Wisner, 2004
- Paramyxine sheni Kuo, Huang and Mok, 1994
- Paramyxine walkeri McMillan & Wisner, 2004
- Paramyxine wayuu Mok, Saavedra-Diaz & Acero P., 2001
- Paramyxine wisneri Kuo, Huang and Mok, 1994
Zie ook [bewerken]
Externe links [bewerken]
Bronnen, noten en/of referenties
|
