Sophie van Beieren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sophie van Beieren
Aartshertogin Sophie en haar man, op latere leeftijd

Sophie Friederike Dorothea Wilhelmine (München, 27 januari 1805 - Wenen, 28 mei 1872) was de vrouw van aartshertog Frans Karel van Oostenrijk en de moeder van keizer Frans Jozef I.

Sophie werd geboren als de dochter van koning Maximiliaan I Jozef van Beieren en koningin Caroline. In 1824 trouwde ze met Frans Karel, de zoon van keizer Frans II. Het paar kreeg vijf kinderen, waaronder de eerder genoemde Frans Jozef en de latere keizer van Mexico: Maximiliaan. Sophie had een zeer grote invloed aan het hof. Toen haar zwager, de zwakbegaafde keizer Ferdinand in 1848 afstand moest doen van de troon, wist ze het, samen met haar vertrouweling Metternich zo te plooien dat haar zoon hem kon opvolgen. Ze stond aan de wieg van de nieuwe Oostenrijkse grondwet van 1848 en beïnvloedde de politiek van haar zoon, met name voor wat betreft de blijvende oriëntatie op Duitsland.

Haar politieke ideologie, die ze op haar zoon en diens politiek overbracht, is als reactionair te beschouwen. Zo gaf ze de voorkeur aan een centrale rol voor een absolute monarchie in de politiek. Tijdens de revolutie van 1848 speelde ze een doorslaggevende rol in de redding van de monarchie en de overwinning van de reactie door zich onverzettelijk en resoluut op te stellen, waarmee ze feitelijk de mastermind aan het hof was. Waar de rest van de keizerlijke familie angst toonde als gevolg van de revolutie leek Sophie eerder koelbloedig. Ze werd daarom door de onderdanen van de Donaumonarchie heimelijk omschreven als de "enige man aan het hof". In de jaren 1850 oefende ze veel invloed uit op haar zoon en diens politiek. Ook nadien bleef ze zich bemoeien met de politiek, waarbij ze veel teleurstellingen moest verwerken, omdat Oostenrijk in 1866 de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog verloor, waardoor Oostenrijk geen aanspraak kon maken op het politieke leiderschap in Duitsland. Andere teleurstellingen volgden in 1867 toen Hongarije, een land waar ze een hartgrondige hekel aan had, verregaande autonomie kreeg en haar tweede zoon Maximiliaan van Mexico werd geëxecuteerd door Mexicaanse opstandelingen. Na de dood van haar tweede zoon trok ze zich uit het openbare leven terug. In 1872 stierf ze. Van haar persoonlijke leven is vooral haar slechte verhouding met haar liberaal georiënteerde nicht en schoondochter Elisabeth (Sisi) bekend geworden.

Kinderen[bewerken]