Vita Sackville-West

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lady in a Red Hat – Vita Sackville-West.
William Strang, 1918

The hon. Victoria Mary Sackville-West , CH, (Knole House, Kent, 9 maart 1892 - Sissinghurst Castle, 2 juni 1962), ook wel tot haar ongenoegen Lady Nicolson genoemd naar haar echtgenoot, was een Engels schrijfster.

Haar lange gedicht The Land won de Hawthornden Prize in 1927. Ze won als enige schrijver deze prijs een tweede maal, in 1933 met haar Collected Poems. Ze is vooral bekend geworden door de beroemde tuinen die ze creëerde bij het door haar en haar echtgenoot gerestaureerde Sissinghurst Castle in Kent. Vita leefde een aristocratisch leven en wordt ook herinnerd door haar sterke verbondenheid met haar man, ongeacht haar affaires met vrouwen, zoals die met Violet Trefusis en Virginia Woolf. Haar voor die tijd uitgesproken liefde voor haar eigen sekse heeft echter niets afgedaan aan de diepe verbondenheid die zij ook naar haar echtgenoot kon ondervinden.

Jeugd[bewerken]

Vita Sackville-West werd geboren in Knole House in Kent. Haar eerste liefde was voor dit huis, omdat zij zich de enige erfgename voelde, wat ze in wezen ook was. Maar omdat ze een vrouw was kon ze het niet erven, wat haar leven sterk beïnvloedde. Vita was de dochter van Lord Lionel Edward Sackville en Lady Victoria Sackville, née Sackville-West. Haar moeder was een erkende dochter uit een buitenechtelijke relatie van een neef van haar vader, de tweede Lord Sackville en de Spaanse danseres Pepita Durant. Haar doopnamen waren Victoria Mary, maar zij stond haar gehele leven bekend als Vita. Toen haar man werd geridderd en Sir Harold werd en Vita Lady Nicolson, verbood ze mensen haar als zodanig aan te spreken, omdat ze diep teleurgesteld was dat zij de titel van Lady ging voeren zoals vele burgervrouwen dat konden na verheffing van hun man in de niet-erfelijke adelstand. Vita ambieerde een échte, adellijke en dus erfelijke titel, geen knighthood zoals Harold kreeg.

Persoonlijke leven, huwelijk en biseksualiteit[bewerken]

Vita Sackville-West trouwde en kreeg twee zoons, maar zij bleef zich gedurende haar gehele leven meer aangetrokken voelen tot vrouwen. Ze huwde in 1913 met Harold Nicolson, die onder andere diplomaat, (dagboek)schrijver, radiocolumnist en parlementslid was. In 1914 kochten zij Long Barn. Ook Nicolson was biseksueel. Beiden hadden relaties buiten het huwelijk. Zij o.a. met Violet Trefusis, geboren Keppel en Virginia Woolf, maar ook nog met een hele reeks andere vrouwen. De meest ingrijpende van deze relaties was wel die met Violet Trefusis en Virginia Woolf, hetgeen treffend is beschreven in haar na haar dood gevonden dagboekfragmenten en is uitgegeven in het boek van hun zoon Nigel Nicolson: Portrait of a marriage. Met Nicolson kocht ze in 1930 Sissinghurst Castle aan. Samen restaureerden ze het landgoed en legden een tuin aan die tegenwoordig wordt beheerd door de National Trust. Vita en haar man hadden nog een andere zoon, de kunsthistoricus Benedict Nicolson.

Rosamund en Vita Sackville-West[bewerken]

Rosamund Grosvenor was de eerste echte jeugdvriendin van Vita Sackville-West. Ze was vier jaar ouder dan Vita. Ze was uitgenodigd op Knole in 1899, om Vita gezelschap te houden gedurende de periode dat Vita's vader diende in de Boerenoorlog. Later ging Rosamund naar de ochtendlessen bij een gouvernante van Vita waar ze samen de lessen volgden. Vita noemde haar Roddie of Rose. Toch heeft ze Rosamund nooit echt zo ervaren als haar kennismaking met Violet Trefusis (toen Keppel). Na die ontmoeting zat Vita zingend in het bad en zong: "ik heb een vriendinnetje". "Roddie" of "Rose" had dus blijkbaar meer iets weg van een geliefd speelgoedbeestje.

Lady Sackville nodigde Rosamund uit op hun villa op Monte Carlo, in 1912, en schreef in haar dagboek "Rosamund is erg aardig en gevoelig", en Vita schreef in haar dagboek "Ik hou zo veel van haar", Vita was verliefd op haar. Vita bracht het grootste gedeelte van de dag met Rosamund door, later werd dit op Knole voortgezet, waar ze ook in de weekenden was. De relatie tussen Vita en Rosamund duurde tot in 1913 toen Vita ging trouwen. Rosamund was een van de bruidsmeisjes. Desalniettemin voelde Rosamund zich allang afgeserveerd, wat de realiteit wel benaderde. Vita had al in haar dagboeken genoteerd dat ze Rosamund een soort teddybeer vond maar verder totaal leeghoofdig.

Relatie met Violet Trefusis[bewerken]

Vita Sackville-West
Philip Alexius de László, 1910

De relatie die het diepste en langdurigste effect op Sackville-West's persoonlijke leven had, afgezien van haar echtgenoot Harold Nicolson was met schrijfster Violet Trefusis, dochter van de courtisane Alice Keppel. Zij ontmoette Vita Sackville-West toen ze twaalf jaar was, Violet Keppel (later Trefusis) was toen tien maar een zéér vroegrijp kind. Zij gingen samen gedurende een aantal jaren naar dezelfde school. Hun relatie begon eigenlijk al toen ze nog zeer jong waren. Een aantal jaren bracht Violet in het buitenland door voor haar algemene ontwikkeling en toen ze elkaar weer ontmoetten stond Vita op punt van trouwen. Toen Vita haar beide zonen had gekregen met daartussen ook nog een doodgeboren kind werd op 18 april 1918 haar relatie met Violet ook tot een fysieke relatie. Ze waren waanzinnig verliefd, wat nooit meer over zou gaan. Violet zou nog, zeer tegen haar zin in, trouwen met Denys Trefusis. Hij was een zwaar door de Eerste Wereldoorlog (de Slag om Yeper) getraumatiseerde officier met tuberculose onder de leden. Vanaf het voorjaar van 1918 gingen zij en Vita er een aantal keren samen vandoor, soms voor maanden en meestal naar Frankrijk en daarna door naar Monte Carlo. Sackville-West verkleedde zich dan als een jongeman als ze uitgingen. De verhouding eindigde uiteindelijk tragisch, vooral voor Violet Trefusis waarbij Trefusis Sackville-West lange tijd bleef schrijven, totdat Sackville-West's verhoudingen met andere vrouwen tenslotte hun tol eisten. Ook werd een handje geholpen door de zeer onfrisse manipulerende rol die een zg. wederzijdse vriendin, Pat Dansey in deze heeft gespeeld. Trefusis weigerde op te geven, ze wist van kind af aan dat haar lot verbonden was met dat van Vita. Zij was geen mythomane zoals Harold Nicolson haar noemde, zij wist waarom ze Vita al op zeer jonge leeftijd zo lief had en haar hele leven heeft lief gehad. Zij ervoer het als een soort lotsbestemming.
Daarom ook was de breuk die optrad in hun actieve relatie voor haar meer dan desastreus en de impact daarvan zou haar hele verdere leven doorwerken. Vanwege het schandaal moest ze wel uit Engeland weg, Engeland was haar vaderland niet meer, dat werd Frankrijk. Haar liefde stoelde op een geestelijk zeer hoog niveau en stond los van seksualiteit. Het was Vita die het seksuele aspect aanbracht want door Violet haar liefdesverklaring kon Vita de dualiteit van haar eigen wezen erkennen waardoor een nieuwe wereld voor haar open ging waar ze uiteindelijk mee aan de haal ging. Overijld ging ze, na de periode met Violet de ene seksuele relatie na de ander met vrouwen aan om deze vervolgens even gemakkelijk weer te dumpen. Zíj kon dat doen omdat ze zich altijd verzekerd wist van een veilige thuishaven. Voor vele van haar relaties was dat niet zo en die bleven ontredderd achter. De geestelijke band met Violet was echter zó groot dat die, ook al zat er een gaping van vele jaren tussen,er eigenlijk toch ongeschonden onder is gebleven, blijkens de briefwisseling uit het begin van de jaren vijftig. Vita Sackville-West houdt Violet dan enigszins op afstand hoewel ze haar meerdere keren bezoekt in haar thuis (toren) in Saint Loup-de-Naud maar ze is bang dat de blijvende verliefdheid weer zal ontaarden in een heftige relatie. Dat zou het inmiddels gevestigde en enigszins gezapige leven van Vita te veel verstoren. De toon van de latere brieven van Vita aan Violet is liefdevol en vol erkenning van hun bewezen onverbrekelijke band.

Ten tijde van de drie zeer gepassioneerde jaren van hun actieve relatie hadden de twee vrouwen een afspraak gemaakt exclusief voor elkaar te blijven, wat betekende dat, ofschoon beide waren getrouwd, geen van beide een seksuele relatie met hun eigen echtgenoot zou onderhouden. Sackville-West ontving ten onrechte aantijgingen dat Trefusis een relatie onderhield met haar echtgenoot, wat inhield dat ze haar belofte verbroken zou hebben, wat Vita deed besluiten de relatie te beëindigen. Al met al, Sackville-West was op dat moment op zoek naar een reden, en gebruikte dit nu als rechtvaardiging. Ondanks het trieste einde waren de twee vrouwen aan elkaar gehecht en bleven zwaar verliefd, gingen van tijd tot tijd door met hun relatie gedurende een aantal jaren daarna, maar nooit wakkerde hun relatie weer echt aan. Toch is Vita altijd de ring (van de Doge van Venetië) die zij op 16- jarige leeftijd van Violet had gekregen blijven dragen. Pas na Vita's dood is die ring door Harold Nicolson aan Violet geretourneerd. Violet Trefusis is altijd uiterst discreet met deze relatie omgegaan en heeft er nooit met een woord over gesproken. Zij verwerkte echter deze obsederende liefde in al haar romans want in feite was zij een begenadigder schrijverstalent dan Vita. Maar die erkenning heeft zij nooit gekregen. Tijdens en na de crisis in hun relatie schreef ze Vita meer dan 500 brieven. Na beider dood (Vita 1962 en Violet 1972) zijn die gepubliceerd onder de titel "Violet to Vita" (Mitchell A. Leaska en John Phillips 1989). Toen Violet, sinds 1929 weduwe van Denys Trefusis en wonend in Frankrijk, tijdens de Tweede Wereldoorlog en de bezetting terug naar Engeland vluchtte bekende Vita haar in maart 1941 dat ze eeuwig van haar hield. Diezelfde maand benam Virginia Woolf zich het leven.

Vita's boek Challenge, de eerste sleutelroman, verwijst naar deze relatie: Sackville-West en Trefusis waren begonnen met het schrijven van dit boek als een gezamenlijk project en de naam van het manlijke karakter was Julian, zijnde Sackville-West's bijnaam als ze zich weer als man vertoonde. Eve staat voor Violet. Vita's moeder, Lady Sackville, vond de gelijkenis te treffend en stond erop dat het boek niet in Engeland gepubliceerd zou worden. Het verscheen echter met enige jaren vertraging in Amerika (1927). Vita's zoon Nigel (Portrait of a marriage 1973, p. 194), prees zijn moeder echter: " Ze vocht voor het recht te houden van mannen en vrouwen, de gebruiken verwerpend dat het huwelijk liefde exclusief maakt, en dat vrouwen alleen van mannen zouden moeten houden, en mannen alleen van vrouwen. Hiervoor was ze bereid alles op te geven… Hoe zou ze kunnen betreuren dat de kennis hiervan gehoord zou kunnen worden door een nieuwe generatie, een zo oneindig veel meer betrokken zijnde generatie dan haar eigen ?" Alleen was Nigel sterk bevooroordeeld ten aanzien van Violet Trefusis door zijn vader Harold die Violet als enige echte bedreiging van zijn huwelijk heeft ervaren. Nigel noemt Violet een slang, wat ze niet was maar hemelt daarentegen Virginia Woolf op die zich wel als een soort slang heeft gedragen met haar roman "Orlando" door daarin persoonlijke gegevens over Violet te verwerken die zij zelf nooit kon weten en die dus uit de tweede hand had verkregen. Een soort vorm van wraakneming waartoe geen enkele rede bestond maar moet zijn voortgekomen uit jaloezie en diepe frustratie.

De relatie met Virginia Woolf[bewerken]

De relatie waardoor Sackville-West het meest bekend was, was met de schrijfster Virginia Woolf aan het eind van de jaren twintig. Woolf schreef een van haar meest bekende boeken, Orlando, door Sackville-West's zoon Nigel omschreven als "de langste en meest charmante liefdesbrief in de literatuur", voortkomend uit deze relatie.

Ongebruikelijk, maar het moment van het ontstaan van Orlando was gedocumenteerd: Woolf schrijft in haar dagboek op 5 oktober 1927: "En plotseling kwamen de gebruikelijke opwindende beelden in mijn gedachten op": een biografie beginnend in 1500 en doorgaand tot de huidige dag, getiteld Orlando: Vita; alleen met een verandering van de ene sekse in de andere. (postuum uittreksel uit haar dagboek "A Writers Diary" door haar echtgenoot Leonard Woolf gepubliceerd).

Virginia Woolf, psychisch labiel en zelf niet erg tot fysieke liefde in staat, haar huwelijk met Leonard was dan ook een verstandshuwelijk, was geobsedeerd door de relatie die Vita met Trefusis had gehad en geestelijk nog had. Naast het portret dat zij in "Orlando" van Vita neerzet portretteert ze daar ook Violet Trefusis als zijnde de ontrouwe Russische prinses Sascha "de vos met haar scherpe tanden".

Woolf maakt daar gebruik van zeer intieme informatie over Trefusis (Sascha) die ze alleen via Vita heeft kunnen verkrijgen. Vita beschrijft zelf hoe Virginia haar uithoorde over allerlei wederwaardigheden die er tussen haar en Violet hadden plaatsgehad.

Naast "Challenge" vormt "Orlando" de z.g. tweede sleutelroman. De derde werd geschreven door Trefusis. Dat is "Broderie Anglaise", bewust een titel kiezend die in feite onvertaalbaar is en waarin ze zichzelf beschrijft als zijnde Anne, Virginia als Alexa en Vita als John. De cerebrale schrijfster Alexa vormt echter de hoofdpersoon. John heeft eerst een relatie gehad met Anne en nu dan met de schrijfster Alexa. Alexa heeft een zeer negatief beeld van Anne en ergert zich eraan dat John zijn oude liefde die nu in Frankrijk woont nooit kan vergeten. Het beeld dat Alexa van Anne heeft verandert compleet als Anne haar plotseling bezoekt. Ze vindt haar zelfs sympathiek en het gevolg is dat uiteindelijk John sterk in haar achting is gedaald. Violet beschrijft zeer geestrijk het Engelse klimaat aan de hand van een Engelse theetafel die ze Alexa voor de komst van Anne laat inrichtten. Met veel jam en honing maar ook: " Petits fours in een onwaarschijnlijke tint roze leunden tegen stapels roomsoezen", daarnaast zet Violet zichzelf als Frankrijk neer als :" stuurs kijkende éclairs dicht tegen elkaar aangedrukt, als een droefgeestige familie die niet is voorgesteld" (Violet was zelf dol op chocolade éclairs en steekt hier duidelijk de draak met zichzelf).

Violet kon dit beeld van Virginia beschrijven naar aanleiding van de enige ontmoeting die zij ooit hebben gehad. Virginia's man Leonard en zij waren eigenaar van de Hogarth Press en Violet wilde haar nieuwe roman "Tandem" graag in Engeland laten uitgeven. Eind november 1932 bezoekt zij Virginia Woolf op Tavistock Square 52 in Bloomsbury (The Bloomsburygroup is het synoniem geworden voor een bepaalde groep schrijvers en intellectuelen waartoe ook Vita ging behoren; zó zelfs dat ze zelf méér Bloomsbury werd dan de Bloomsburygroep zelf). Door Virginia's jaloezie ten aanzien van de rol die Violet in Vita's leven had gespeeld werd Violet de toegang tot de Hogarth Press ontzegd. Virginia doet hier schriftelijk verslag van aan Vita en schrijft o.a: "God, wat was dat leuk! Ik begrijp waarom je zo verliefd op haar was - destijds. Ze is nu een beetje te dik beter gezegd opgeblazen. Maar wat een verleidelijkheid! - wat een charme op haar manier - die niet de mijne is, ik ben veel geraffineerder -". Negen jaar later, in 1941, het jaar van Virginia's zelf verkozen dood en vermoedelijk toen Vita weer contact had met de uit Frankrijk gevluchte Violet, komt ze hier in een brief aan Vita nog op terug en schrijft: "Ik herinner me nog hoe ze als een vossenjong (de vos met haar scherpe tanden in Orlando)- een en al geur en verleidelijkheid - naar Tavistock Square 52 kwam". Noch Virginia Woolf noch Vita hebben "Broderie Anglaise" waarschijnlijk ooit gelezen want hij is in beider nalatenschap niet aangetroffen. Bovendien las Virginia geen Frans, de taal waarin Violet dit boek in 1935 publiceerde. Violet had " Orlando " duidelijk wel gelezen want zij spreekt in "Broderie Anglaise " van een vossenjong. Het is vreemd te bedenken dat in Orlando gesproken wordt van een vos en niet van een vossenjong, die term introduceerde Violet in "Broderie Anglaise" om aan te geven dat zij Orlando had gelezen en vervolgens, in 1941 schrijft Virginia aan Vita over het vossenjong terwijl zij niet wist van het bestaan van "Broderie Anglaise". Vita heeft ooit aan Virginia geschreven: "Jij houdt van mensen maar alleen met je hoofd en niet met je hart". Violet heeft overigens de naam Sascha met verve gedragen, beschouwde het kennelijk als een soort compliment want in de jaren zestig ondertekende zij sommige brieven aan vrienden met "Sascha".

Virginia Woolf constateert in genoemd dagboek (1935) ook, waar en waarom haar relatie met Vita ten einde begon te lopen. Ze constateerde nuchter dat dat niet gepaard ging met een explosieve knal maar met een langzaam uitdoven. Ze bleven elkaar wel schrijven. Op 28 maart 1941 verzwaarde Woolf haar jaszakken met stenen en verdronk zichzelf in de rivier nabij hun buitenhuisje te Rodmell. Zij had haar eerste zenuwinzinking op 13 jarige leeftijd na de dood van haar moeder gehad en al eens eerder tijdens een psychose een zelfmoordpoging gedaan (waarschijnlijk zijn zij en haar zuster Vanessa seksueel misbruikt door hun halfbroers). Nu had ze brieven achtergelaten voor haar man Leonard en haar zuster Vanessa Bell.

Leonard Woolf heeft altijd volgehouden dat de spanning van de oorlog en vooral de Blitzkrieg, haar te veel waren geworden. Men zou ook van de veronderstelling kunnen uitgaan dat de uitgedoofde relatie met Vita en de wetenschap dat Vita opnieuw in contact gekomen was met haar grootste en meest bepalende liefde, Violet Trefusis, een crisis bij Virginia heeft veroorzaakt. In haar afscheidsbrieven, mogelijk al geschreven op 18 maart, zegt ze dat ze zó bang is om weer gek te worden en het allemaal niet meer ziet zitten, dat het beter is om dan maar dood te zijn.

Vita was zeer heftig ontdaan toen ze door zowel Leonard Woolf als Vanessa Bell op de hoogte werd gesteld en snapte er helemaal niets van. Virginia's lichaam werd pas op 18 april gevonden. Vita heeft zich de rest van haar leven zelfverwijten gemaakt dat zij dit drama niet had zien aankomen. In 1953 publiceerde Leonard Woolf dagboekfragmenten van Virginia onder de titel: "A writers diary" en Vita redigeerde de tekst. In haar eigen dagboek schrijft ze daarover: " O god, wat zou ik Virginia vreselijk graag weer terug willen hebben! Wanneer ik haar dagboek lees mis ik haar zo verschrikkelijk, en het geeft mij ook het gevoel dat ik tegen het einde iets had kunnen doen om haar van zelfmoord te weerhouden", ( zie "Vita, the life of Vita Sackville-West" van Victoria Glendinning). Vita heeft waarschijnlijk niet beseft dat zijzelf mogelijk mede een aanleiding tot Virginia's zelfmoord heeft gevormd.

De relatie met Hilda Matheson[bewerken]

Vita Sackville-West had tussen 1929 en 1931 ook een kortstondige relatie met Hilda Matheson, hoofd van de BBC praatprogramma's. Vita had Hilda het koosnaampje "Stoker" gegeven.

Andere relaties[bewerken]

Vita had ook nog relaties met haar schoonzus Gwen St. Aubyn, Mary Garman, Mary Campbell, Vanessa Bell, Evelyn Irons, Chrisopher St. John (Christabel Mary Marshall) en nog een aantal anderen.

Nalatenschap[bewerken]

De Rose Garden van van Sissinghurst Castle.
Blue plaque in Ebury Street, Londen

Sissinghurst Castle is nu van de National Trust[1]. De tuinen zijn de best bezochte in Engeland.

Er is een bruin-blauwe herdenkingsplaat (blue plaque) van haar en Harold Nicolson aan hun huis in Ebury Street, London SW1.

Belangrijkste werken[bewerken]

Gedichten[bewerken]

  • A Dancing Elf (1912)
  • Poems of West and East (1917)
  • Orchard and Vineyard (1921)
  • The Land (1927)
  • The Garden(1946)

Romans[bewerken]

  • Heritage (1919)
  • Challenge (1923)
  • The Edwardians (1930)
  • All Passion Spent (1931)
  • The Dark Island (1934)
  • Grand Canyon (1942)
  • The Easter Party (1953)

Biografieën en ander werk[bewerken]

  • Passenger to Teheran 1926
  • Knole and the Sackvilles (1922)
  • Saint Joan of Arc 1936
  • Pepita 1937
  • The Eagle and The Dove. A Study in Contrasts. St. Theresa of Avila, St. Therese of Lisieux 1943
  • Daughter of France: The Life of Marie Louise d'Orléans 1959
Bronnen, noten en/of referenties

Referenties

  1. The economist - A happy return to manure - Website

Bronnen

  • David Cannadine: Portrait of More Than a Marriage: Harold Nicolson and Vita Sackville-West Revisited. From Aspects of Aristocracy, pp.210-42. (Yale University Press, 1994) ISBN 0-300-05981-7
  • Robert Cross and Ann Ravenscroft-Hulme: Vita Sackville-West: A Bibliography (Oak Knoll Press, 1999) ISBN 1-58456-004-5
  • Victoria Glendinning: Vita: The Life of V. Sackville-West (Weidenfeld & Nicolson, 1983)
  • Nigel Nicolson and Vita Sackville-West: Portrait of a Marriage. (The University of Chicago Press, 1998. First published 1973) ISBN 0-226-58357-0 in het Nederlands vertaald als Portret van een huwelijk
  • Peggy Wolf: Sternenlieder und Grabgesänge. Vita Sackville-West: Eine kommentierte Bibliographie der deutschsprachigen Veröffentlichungen von ihr und über sie 1930 - 2005. (Daphne-Verlag, Göttingen, 2006) ISBN 3-89137-041-5