Aandelenindex

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Aandelenindex de AEX over de periode 1992-2008

De aandelenindex is het gewogen gemiddelde van een aantal belangrijke aandelen. Vaak zijn dit de grootste aandelen van de beurs, zoals de Dow Jones Industrial Average in New York, de AEX in Nederland, de Bel20 in België of de DAX-index in Duitsland. Ook is het mogelijk dat er een aandelenindex wordt gecreëerd op een "mandje" aandelen uit een bepaalde sector, bijvoorbeeld van de aandelen in de auto-industrie. Enkele aandelenindices worden berekend op basis van alle aandelen die genoteerd zijn aan een beurs.

Methodes van berekening en samenstelling[bewerken]

De criteria die de grondslag vormen voor de keuze van de bedrijven waaruit de index wordt samengesteld verschilt per index. De meeste indices worden periodiek herzien en aangepast. Van de bedrijven die nu deel uitmaken van de Dow Jones-index, is er maar één dat vanaf het begin meegenomen werd in de berekening. Bedrijven die failliet gaan of anderszins uit de gratie raken worden verwijderd, nieuwe bedrijven maken hun entree. De AEX wordt tweemaal per jaar herwogen (in maart en september). Bij de Braziliaanse Bovespa gebeurt dit elk kwartaal.

Het gewicht van individuele aandelen in een index is belangrijk, omdat zo de impact van koersbewegingen van aandelen op de index tot uitdrukking komt. Er zijn drie methodes om het gewicht van aandelen in een index te bepalen:

  • Prijsgewogen index

De bekendste aandelenindices ter wereld die deze methodiek toepassen zijn de Dow Jones Industrial Average en de Nikkei 225. Hier tellen aandelen zwaarder mee in de berekening als de absolute koers van het aandeel hoger is. Zo kan het zijn dat de invloed van een van de grootste bedrijven ter wereld, Toyota, relatief bescheiden meeweegt in de Nikkei 225.

  • Gelijkgewogen index

Bij een gelijkgewogen index hebben alle opgenomen aandelen een even grote weging in de index.

De meeste indices zijn "market-weighted": hierbij wordt de koers van elk aandeel vermenigvuldigd met het aantal in omloop zijnde aandelen. Vaak wordt dat aantal beperkt tot de free float: alleen het aantal daadwerkelijk voor handel beschikbare aandelen wordt meegeteld. De koers van grote bedrijven weegt zo zwaarder mee in de index dan die van kleinere bedrijven. Een andere benaming is de marktkapitalisatiegewogen index.

Een variant is de marktgewogen index waarbij een maximum gewicht wordt gehanteerd. Bij de AEX Index is het maximum gewicht van een individueel beursgenoteerd bedrijf vastgesteld op 15%. Bij indices bestaande uit een beperkt aantal bedrijven beperkt dit maximum (de capping) de invloed die de koers van enkele grote bedrijven op de index kan hebben. Bij de AEX geldt dit maximum voor twee bedrijven: Royal Dutch en Unilever.

Rekenvoorbeeld[bewerken]

In de onderstaande tabel wordt de waarde ontwikkeling van de index berekend naar alle drie methoden. In de kolommen (A) en (B) staan de koersen van vijf bedrijven (K tot en met O) op twee verschillende momenten. Voor de prijsgewogen index worden de koersen op beide momenten opgeteld en volgt een procentuele daling van 9,8%. Ingeval van een gelijkgewogen index is de koersverandering van de index gelijk aan het gemiddelde van de vijf individuele koersveranderingen, ofwel een daling van 10,3%. Voor de berekening van een marktkapitalisatiegewogen index worden de koersen eerst vermenigvuldigd met het aantal aandelen in de index (C). Uit de som van de uitkomsten blijkt de index slechts 1,0% te zijn gedaald. Het effect van de sterke koersdaling van de aandelen van bedrijven L en O wordt gereduceerd door het lage aantal aandelen van deze bedrijven bij deze methode.

Bedrijf Koers
(t=0)
(A)
Koers
(t=1)
(B)
Procentuele
mutatie koers
(B)/(A)
Aantal
aandelen in index
(C)
Waarde in index
(t=0)
(D)=(A)x(C)
Waarde in index
(t=1)
(E)=(B)x(C)
K 100 102 Gestegen 2,0% 100 10.000 10.200
L 85 50 Gedaald 41,2% 20 1700 1000
M 50 55 Gestegen 10,0% 50 2500 2750
N 40 43 Gestegen 7,5% 40 1600 1720
O 10 7 Gedaald 30,0% 10 100 70
Som 285 257 15.900 15.740
Procentuele mutatie -9,8% -10,3% -1,0%

Gevolg van dividenduitkering[bewerken]

Bij de berekening van een aandelenindex is het uitkeren van dividend een complicerende factor. Bij een prijsindex worden de koersen gebruikt zoals deze tot stand zijn gekomen op de beurs. Wanneer er dividenden worden uitgekeerd dan daalt de koers van het aandeel, ceteris paribus, en met deze lagere aandelenkoers wordt de index berekend. Als voor de uitgekeerde dividenden wordt gecorrigeerd, door deze weer bij de aandelenkoersen op te tellen, wordt gesproken over een totaal rendement. Dit laatste is de som van het koersresultaat en het dividendrendement. Het dividendrendement is nooit negatief en het totaal rendement zal daarom altijd hoger zijn dan het koersresultaat.

Nut van beursindex[bewerken]

Het nut van het gebruik van een beursindex is onder meer:

  • Mogelijkheid tot vergelijken koersniveaus over het verloop van tijd ("de aandelen op de beurs staan gemiddeld hoger dan vorige week")
  • Mogelijkheid tot vergelijken beleggingsprestaties met het gemiddelde beursresultaat ("jouw beleggingsresultaat over 2006 was lager dan de koersstijging van de AEX in dezelfde periode"). De index fungeert zo als benchmark.
  • Het vereenvoudigt de mogelijkheden om te beleggen/speculeren op een grote hoeveelheid aan aandelen ("ik bescherm mijn beleggingsportefeuille door het kopen van een putoptie op de AEX-index")

In veel gevallen kent een index een aantal subindices. Een "brede" aandelenindex kan enkele honderden aandelen bevatten, en is verdeeld in sub-indices per sector of industriegroep: auto-industrie, banken, chemie, consumentenproducten, media, nutsbedrijven, technologie, telecom, et cetera. Er zijn ook indices die bepaalde industrietakken juist uitsluiten, bijvoorbeeld indices "ex tobacco and alcohol".

Behalve de in de media bekende indices als de hierboven genoemde AEX en DJIA worden in het vermogensbeheer de indices van MSCI, Salomon Brothers en EFFAS veel gebruikt. Dow Jones publiceert nog vele andere indices. Er zijn, alle sub-indices meegerekend, vele duizenden indices in omloop.

Opgemerkt wordt dat een index niet een "officieel" iets hoeft te zijn. Een effectenbeurs zal vaak zelf een of meer indices publiceren, als publieksvoorlichting of uit marketing-oogpunt, maar een ieder kan zelf een index ontwikkelen en bijhouden, met data die hij of zij relevant acht. Effectenbeurzen en statistische bureaus verkopen hiertoe hun gegevens aan professionele indexsamenstellers. Een particulier zou echter bijvoorbeeld een index kunnen samenstellen van de ontwikkeling van de groenteprijzen op de wekelijkse markt in zijn woonplaats, desnoods met sub-indices voor individuele groentesoorten.

Overzicht beursindices[bewerken]

Wereldwijd[bewerken]

Europa[bewerken]

Verenigde Staten[bewerken]

Zuid-Amerika[bewerken]

Azië[bewerken]

Midden-Oosten[bewerken]

Afrika[bewerken]

Zie ook[bewerken]