CAC 40

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
CAC40
Afkorting voor Cotation Assistée en Continu
Oprichting 31 december 1987
Beurs Euronext Parijs
Locatie Vlag van Frankrijk Parijs
Fondsenaantal 40
Marktkapitalisatie € 1977 miljard
na free float correctie: € 1402 miljard[1]
Soort nationale index
Methode marktwaarde gewogen
Herweging per kwartaal
Incl. dividend nee
Hoofdfondsen LVMH, TotalEnergies, Sanofi
Website Euronext website CAC40

De CAC 40 (Cotation Assistée en Continu, in beursverslaggeving gebruikelijk uitgesproken in het Frans, dus als CAC quarante) is de aandelenindex van de 40 belangrijkste bedrijven aan de Franse beurs. De index is begonnen met als beginwaarde een stand van 1000 punten. De index wordt viermaal per jaar herwogen.

Samenstelling[bewerken | brontekst bewerken]

De aandelenindex bestaat uit maximaal veertig aandelen op basis van een aantal criteria. Alle bedrijven op de beurs worden gerangschikt naar marktkapitalisatie en daarna wordt de vrije marktkapitalisatie in de berekening betrokken. Tot slot wordt de verhandelbaarheid van de aandelen in aanmerking genomen. De veertig bedrijven die als hoogste scoren worden in de index opgenomen. Bij de weging wordt een bedrijf afgekapt op een maximaal gewicht van 15% in de CAC 40.

De index wordt per kwartaal aangepast. De veranderingen gaan altijd in op de derde vrijdag van maart, juni, september en december. De free float wordt ieder jaar in september opnieuw bekeken.

Per ultimo maart 2021 was LVMH veruit de grootste onderneming in de index met een gewicht van 11,25%, gevolgd door Sanofi en Total met elk zo'n 7% in de CAC 40.[1]

Samenstelling[bewerken | brontekst bewerken]

In juni 2021 bestond de CAC 40 uit de volgende bedrijven:[2]

Koersontwikkeling[bewerken | brontekst bewerken]

Jaar Slotkoers Mutatie
in punten
Mutatie in %
1987 1000,00
1988 1573,94 573,94 57,39
1989 2001,08 427,14 27,14
1990 1517,93 −483,15 −24,14
1991 1765,66 247,73 16,32
1992 1857,80 92,14 5,22
1993 2268,22 410,42 22,09
1994 1881,15 −387,07 −17,06
1995 1871,97 −9,18 −0,49
1996 2315,73 443,76 23,71
1997 2998,91 683,18 29,50
1998 3942,66 943,75 31,47
1999 5858,32 1915,66 48,59
2000 5926,42 68,10 1,16
2001 4624,58 −1301,84 −21,97
2002 3063,91 −1560,67 −33,75
2003 3557,90 493,99 16,12
2004 3821,16 263,26 7,40
2005 4715,23 894,07 23,40
2006 5541,76 826,53 17,53
2007 5614,08 72,32 1,31
2008 3217,97 −2396,11 −42,68
2009 3936,33 718,36 22,32
2010 3804,78 −131,55 −3,34
2011 3159,81 −644,97 −16,95
2012 3641,07 481,26 15,23
2013 4295,95 654,88 17,99
2014 4272,75 −23,20 −0,54
2015 4637,06 364,31 8,53
2016 4862,31 225,25 4,86
2017 5312,56 450,25 9,26
2018 4730,69 −581,87 −10,95
2019 5978,06 1247,37 26,37
2020 5551,41 −426,65 −7,68