Naar inhoud springen

Anna Boleyn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Zie Anna Boleyn (film) voor de gelijknamige film.
Anna Boleyn
ca. 1500 -1536
Portret van Anne Boleyn(ca. 1583), onbekende kunstenaar, Hever Castle
Portret van Anne Boleyn
(ca. 1583), onbekende kunstenaar, Hever Castle
Koningin van Engeland
Periode 1533-1536
Voorganger Catharina van Aragon
Opvolger Jane Seymour
Familie
Geboren 1501 (juliaans)Bewerken op Wikidata
Blickling
Overleden Londen, koninkrijk Engeland
Vader Thomas Boleyn
Moeder Elisabeth Howard
Broers/zussen Mary Boleyn,George Boleyn
Partner Hendrik VIII van Engeland
Kinderen Elizabeth I van Engeland

Anna Boleyn (Engels: Anne Boleyn, Blickling, 1501 – Londen, 19 mei 1536) was de tweede vrouw van koning Hendrik VIII van Engeland en koningin-gemalin van 1533 tot 1536. Zij was de moeder van koningin Elizabeth I.

Anna Boleyn was de dochter van de Engelse diplomaat Thomas Boleyn, en een nicht van de machtige hertog van Norfolk. Zij bracht een deel van haar jeugd door als erejoffer aan de hoven van landvoogdes Margaretha van Oostenrijk in de Nederlanden, en van Frans I van Frankrijk en zijn gemalin Claude. Na haar terugkeer in Engeland kreeg ze een plek in het gevolg van koningin-gemalin Catharina van Aragon. Rond 1526 trok ze de aandacht van koning Hendrik VIII, maar ze weigerde om zijn maîtresse te worden. Om met Anna te kunnen trouwen, vroeg de koning de paus om zijn huwelijk met Catharina nietig te verklaren. De weigering van de paus leidde uiteindelijk tot de afsplitsing van de Engelse kerk.

Anna Boleyn heeft van de zes vrouwen van Hendrik VIII de grootste politieke invloed gehad. Zij speelde in 1529 een belangrijke rol bij de val van kardinaal Thomas Wolsey, de Lord Chancellor. Zij was actief betrokken bij de ontwikkeling van de relaties tussen Engeland en Frankrijk, en was een belangrijke pleitbezorger voor de reformatie in Engeland. Al voor haar huwelijk met de koning had ze een aanzienlijk fortuin opgebouwd en was een invloedrijk landeigenaar.

Op 2 mei 1536 werd zij onverwacht gearresteerd op beschuldiging van hoogverraad en overspel met een aantal hovelingen, onder wie haar broer George. Ze werd in twee weken tijd berecht en ter dood veroordeeld, en is op 19 mei 1536 onthoofd. De meeste 21e-eeuwse historici houden haar voor onschuldig. De gangbare verklaring voor haar val is een politiek conflict met Thomas Cromwell, de machtige secretaris van Hendrik VIII. Ook was er in 1536 sprake van een crisis in haar relatie met de koning, onder andere omdat het huwelijk geen zoon had voortgebracht.

Anna Boleyn is lang een omstreden figuur gebleven. Pas eind 19e eeuw is er serieus historisch onderzoek naar haar gedaan. In de 21e eeuw wordt ze door historici gezien als een onafhankelijk optredende vrouw, die invloed heeft gehad op politiek, religie en kunst in Engeland.

Het levensverhaal van Anna Boleyn is vaak verwerkt in literatuur, drama en muziek. In de 21e eeuw verschijnen er nog steeds romans, films en tv-series waarin zij een belangrijke rol speelt.

De familie Boleyn

[bewerken | brontekst bewerken]
Hever Castle, zetel van de familie Boleyn in Kent

Anna Boleyn - in het Engels Anne - was de dochter van Thomas Boleyn (c. 1477-1539) en Elizabeth Howard (c.1480-1538). Het verhaal dat de Boleyns kooplieden waren en door de Engelse hogere kringen gezien werden als parvenus klopt niet. De familie stond al enkele generaties in aanzien, ook aan het hof. Ze waren door huwelijken verwant met verschillende adellijke families, zoals de Butlers (graven van Ormond) en de Howards (graven van Surrey en later hertogen van Norfolk).[1][2]

Thomas Boleyn was een diplomaat en hoveling, die door Hendrik VII en Hendrik VIII gewaardeerd werd om zijn talent als onderhandelaar en zijn talenkennis. Hij was ambassadeur van Engeland in Spanje, de Habsburgse Nederlanden en Frankrijk; ook was hij lid van de Privy Council (de adviesraad van de koning). Hij was zelf niet erg rijk. Hij was afhankelijk van gunsten en geschenken van de koning om rond te kunnen komen, en moest van tijd tot tijd ook land verkopen of verpachten. Hij stond bekend als ambitieus en inhalig, en sterk gericht op zijn eigenbelang. Boleyn werd in 1525 in de adelstand verheven als burggraaf Rochford; in 1529 werd hij graaf van Ormond en graaf van Wiltshire.[3][4]

Elizabeth Howard, Anna Boleyns moeder, was een dochter van de tweede hertog van Norfolk en een zuster van Thomas Howard, de derde hertog. Zij was een hofdame van Catharina van Aragon, de eerste vrouw van Hendrik VIII.[5]

Er is lang over gediscussieerd of Anna Boleyn in 1501 of 1507 geboren is.[noot 1] De meeste historici vinden 1501 het waarschijnlijkst. Anna kwam ter wereld in Blickling Hall in Norfolk. Ze had een oudere zus, Maria (ca. 1499-1543) en een jongere broer George (ca. 1504-1536). Zij woonde tot 1505 in Blickling, maar bracht het grootste deel van haar kindertijd door op Hever Castle in Kent. Anna en Maria kregen het traditionele onderwijs van meisjes uit de hogere kringen: schoonschrift, literatuur, Latijn en Frans, muziek en godsdienst.[7][8]

Margaretha van Oostenrijk

In 1512 werd Thomas Boleyn ambassadeur aan het hof van Margaretha van Oostenrijk, de landvoogdes van de Habsburgse Nederlanden. Dit was het hof van het oude hertogdom Bourgondië; het stond in Europa bekend om zijn pracht en praal, en om zijn verfijnde cultuur. Margaretha was een gepassioneerd kunstliefhebber en een beschermvrouwe van kunstenaars.[noot 2][10]

Boleyn stond op goede voet met de landvoogdes en kon haar overhalen om Anna als erejoffer op te nemen in haar hofhouding. In de zomer van 1513 kwam zij aan in Mechelen, waar ze een goede indruk maakte op Margaretha. Ze was toen twaalf; dat was geen ongebruikelijke leeftijd voor een erejoffer. Margaretha's erejoffers waren een internationale groep meisjes die aan haar hof de vaardigheden leerden die essentieel werden gevonden voor een vrouw uit de hoogste kringen: conversatie in het Frans, hoofse omgangsvormen, dans, muziek en naaldkunst. De joffers hielpen de landvoogdes en haar hofdames bij alle voorkomende taken en waren aanwezig bij belangrijke ceremonies aan het hof. Ze hadden een leraar en mochten aanschuiven bij het onderwijs van de prinsessen Eleonora, Isabella en Maria (deze zusters van de latere keizer Karel V werden door hun tante Margaretha opgevoed).[10][11][12]

Thomas Boleyn vroeg Margaretha van Oostenrijk al na een jaar om Anna uit haar hofhouding te laten vertrekken. Zij zou samen met haar zuster Maria Boleyn onderdeel worden van het gevolg van prinses Maria Tudor, de jongste zus van Hendrik VIII, die was uitgehuwelijkt aan de Franse koning Lodewijk XII.[13][14]

Lodewijk XII overleed op Nieuwjaarsdag 1515, slechts enkele maanden na zijn huwelijk met Maria Tudor; zijn weduwe keerde terug naar Engeland. Ook Maria Boleyn vertrok al snel uit Frankrijk. Anna bleef en werd deel van de hofhouding van koningin Claude, de gemalin van de nieuwe koning Frans I. De koningin was maar twee jaar ouder dan Anna, en de twee kregen een goede band. Ook prinses Renate van Frankrijk, de jongere zuster van Claude, had veertig jaar later nog positieve herinneringen aan Anna Boleyn.[noot 3][16] [15]

Koningin Claude had een indrukwekkende bibliotheek en voerde graag gesprekken met geleerden, waarbij de joffers aanwezig waren. Anna Boleyn kwam zo al jong in contact met de vroege humanistische kerkhervorming die in Frankrijk opgang begon te doen. Andere prominente vrouwen aan het hof waren Louise van Savoye, de moeder van Frans I die twee keer optrad als regentes van Frankrijk, en zijn zuster Margaretha van Valois, een verdienstelijk schrijfster en beschermvrouwe van kerkhervormers. Vooral Margaretha van Valois heeft grote indruk gemaakt op de jonge Anna.[17][18]

In 1518 werd ze tijdelijk herenigd met haar vader, die een jaar lang de Engelse ambassadeur in Frankrijk was. Zijn belangrijkste opdracht was het organiseren van een ontmoeting tussen Frans I en Hendrik VIII. Anna was van 7 tot 20 juni 1520 aanwezig bij deze ontmoeting tussen de Franse en Engelse koningen in het Goudlakenkamp, waar zij actief is geweest als tolk.[19][20]

Het Goudlakenkamp, 1520

In het najaar van 1521 vertrok Anna onverwacht uit Frankrijk. Hendrik VIII had achter de rug van Frans I een verdrag gesloten met diens aartsvijand keizer Karel V, wat leidde tot een overhaast vertrek van Engelse burgers uit Parijs.[21]

Rond deze tijd was er sprake van een verloving tussen Anna en haar achterneef James Butler. Hij was de oudste zoon van de graaf van Ormond, met wie Thomas Boleyn in conflict was over de vraag wie van hen beiden de rechtmatige erfgenaam van de graventitel was. Kardinaal Wolsey, de Lord Chancellor, had de verloving voorgesteld als een mogelijke oplossing. De onderhandelingen tussen de Butlers en de Boleyns zouden jaren duren, maar tot een officiële verloving is het nooit gekomen.[22][21]

Aan het Engelse hof

[bewerken | brontekst bewerken]

Terug in Engeland werd Anna Boleyn benoemd als erejoffer (maid of honour) in de hofhouding van Catharina van Aragon, de Spaanse vrouw van koning Hendrik VIII. Dit was op z’n laatst in 1527, maar waarschijnlijk eerder.[23][noot 4]

Uitstraling en persoonlijkheid

[bewerken | brontekst bewerken]

Anna viel op aan het Engelse hof. Ze was geen oogverblindende schoonheid (Maria Boleyn werd gezien als verreweg de mooiste van de twee zussen), maar werd bewonderd om haar fascinerende persoonlijkheid, intelligentie en sprankelende conversatie. Uit beschrijvingen van tijdgenoten weten we dat zij donkere ogen en donker haar had, en een beige teint. Omdat ze jarenlang had geleefd in de nabijheid van de Habsburgse en Franse vorsten en letterlijk met prinsessen was opgevoed, had ze een behoorlijke dosis zelfvertrouwen. Ze was intelligent, belezen en bekend met de beste kunst en muziek van haar tijd. Ze was bedreven in conversatie en woordenspel, en sprak vloeiend Frans. Daarnaast kon ze goed zingen, bespeelde enkele instrumenten, kon uitstekend dansen en werd gezien als een trendsetter als het ging om de laatste mode. Ze hield van paardrijden, jagen en boogschieten, en keek graag naar hanengevechten.[25][26][27]

Riddertoernooi met steekspel,ca. 1530.

Aan het hof van Hendrik VIII leefden de laatmiddeleeuwse idealen van ridderlijkheid en hoofse cultuur nog volop. Steekspelen waren een geliefd tijdverdrijf. Een van de elementen van de hoofse cultuur was de hoofse liefde: een mannelijke hoveling presenteerde zich als de (platonische) bewonderaar ('dienaar') van een bij voorkeur onbereikbare dame.[28]

In het geval van Henry Percy, de oudste zoon van de graaf van Northumberland, ging het verder dan een hoofs rollenspel: Anna en hij werden verliefd en wilden in 1523 trouwen. Voor Percy, lid van de hoogste Engelse adel, was dat volgens de normen van die tijd een huwelijk beneden zijn stand. Bovendien waren huwelijken binnen de adel onderdeel van de machtspolitiek van de kroon en van adellijke families onderling. Zowel voor Percy als voor Anna Boleyn hadden de hoofden van hun families - en kardinaal Wolsey - andere kandidaten op het oog. Wolsey en de graaf van Northumberland verboden het huwelijk en Anna mocht enige tijd niet aan hof komen. Het is mogelijk dat Percy en Anna Boleyn tegen elkaar hebben uitgesproken dat ze wilden trouwen (een de futuro trouwgelofte). Als ze ook sex hebben gehad, waren ze volgens de regels van die tijd getrouwd. [29][30]

Ook de dichter Thomas Wyatt was een bewonderaar van Anna Boleyn. Er is gespeculeerd over een romance tussen de twee: zij een van de bekendste vrouwen uit de Engelse Renaissance, en hij een van de grootste dichters. Vooral katholieke bronnen waren er heel stellig in dat de beiden geliefden waren geweest; dit was mogelijk om het beeld te schetsen dat Anna voor haar huwelijk een losbandig leven had geleid. In Wyatts poëzie zijn weinig concrete verwijzingen naar Anna te vinden, en of er sprake is geweest van een echte romance tussen de twee blijft onzeker. Wyatt was zeker tot haar aangetrokken, maar mogelijk hield Anna afstand van de getrouwde - en verarmde - Wyatt. [31][32]

Hendrik VIII, circa 1530-1535. Joos van Cleve, Royal Collection

Hendrik VIII (1491-1547) was in 1509 koning van Engeland geworden; hij was toen 18. Datzelfde jaar trouwde hij met Catharina van Aragon (1485-1536), een dochter van de Spaanse vorsten Ferdinand II van Aragon en Isabella van Castilië. Zij was de weduwe van prins Arthur van Wales, Hendriks oudere broer die in 1501 enkele maanden na hun huwelijk was overleden. Voor het huwelijk tussen Hendrik en zijn voormalige schoonzuster moest in Rome dispensatie worden aangevraagd. Paus Julius II gaf toestemming, met name omdat het huwelijk tussen Catharina en Arthur niet zou zijn geconsummeerd.[33]

Portret van Maria Boleyn
,toegeschreven aan Remigius van Leemput, Koninklijke Collectie

Catharina was meerdere keren zwanger, maar alleen hun dochter Maria (1516-1558) bleef in leven. Dat het huwelijk geen mannelijke erfgenaam had opgeleverd was voor de koning een ernstig probleem. Conflicten over de erfopvolging hadden in de 15e eeuw geleid tot een bloedige Engelse burgeroorlog. Als er bij het overlijden van Hendrik VIII geen kroonprins zou zijn, was een nieuwe burgeroorlog denkbaar.[34]

Hendrik begon in de bijbeltekst Leviticus 20:21 een mogelijke verklaring te zien waarom zijn huwelijk kinderloos was gebleven: “Wanneer een man de vrouw van zijn broer neemt, is dat onreinheid. Omdat hij de schaamte van zijn broer ontbloot heeft, zullen zij kinderloos zijn.” Vanaf 1525 - nog voordat hij geïnteresseerd raakte in Anna Boleyn - zocht hij naar mogelijkheden om zich van Catharina te laten scheiden.[35]

Vanaf 1514 had Hendrik VIII maîtresses. Met Elizabeth Blount had hij een buitenechtelijke zoon, Hendrik Fitzroy (1519-1536), die hij had erkend en de titel hertog van Richmond had gegeven. Maria Boleyn, die in 1520 getrouwd was met de hoveling William Carey, was tussen 1522 en 1525 enige tijd de maîtresse van de koning, maar het is onduidelijk wanneer precies en voor hoelang. [36][37]

Anna Boleyn en Hendrik VIII

[bewerken | brontekst bewerken]

Misschien heeft Hendrik VIII Anna Boleyn in maart 1522 voor het eerst ontmoet. Ze had toen een van de hoofdrollen in een masque die in het paleis van kardinaal Wolsey werd opgevoerd. Hij begon pas vanaf 1526 echt interesse in haar te tonen. Anna was toen 25, de koning 35.[38]

Anna was een heel andere persoonlijkheid dan Catharina van Aragon, die bekendstond als een traditioneel toonbeeld van ingetogen koninklijke waardigheid.[39] Anna stond graag in het centrum van de belangstelling, ze was levendig, flirterig, wispelturig, ad rem en scherp van tong, en niet bang om haar mening te geven of Hendrik en plein public tegen te spreken. Met Hendrik VIII deelde ze een belangstelling voor muziek, poëzie en theologie.[40] Dat de koning erg verliefd op Anna werd, blijkt uit het feit dat hij in de jaren 1527 en 1528 ten minste zeventien brieven aan Anna schreef; het is bekend dat hij een hekel had aan schrijven. De brieven geven inzicht in hoe de relatie zich ontwikkelde, en hoe hopeloos verliefd Hendrik VIII op haar was. [41]

Liefdesbrief no. 5 - een van de brieven die Hendrik VIII aan Anna Boleyn schreef

Huwelijksplannen

[bewerken | brontekst bewerken]

Aanvankelijk dacht Hendrik VIII niet aan een huwelijk; hij zag Anna als een nieuwe maîtresse. Zij wees zulke avances resoluut af, ook toen Hendrik aanbood om haar ‘maîtresse-en-titre’ te maken, een positie met aanzienlijke status die aan het Franse hof gebruikelijk was maar in Engeland nog niet. Als ze zich te veel onder druk gezet voelde door Hendrik, vertrok ze naar Hever Castle waar de koning haar bestookte met brieven en geschenken, en haar smeekte om terug te komen naar het hof. In 1527, bijna een jaar nadat de koning voor het eerst belangstelling in haar begon te tonen, gaf Anna Boleyn toe: zij weigerde nog steeds om Hendriks geliefde te worden maar stemde in met een huwelijk. Kort daarna verscheen ze voor het eerst in het openbaar aan de zijde van de koning.[42][43]

Daarmee werd voor Hendrik VIII een scheiding van Catharina van Aragon nog belangrijker. Kardinaal Wolsey kreeg opdracht om de zaak persoonlijk op zich te nemen. Eind 1527 werd een formeel verzoek aan de paus gedaan om het huwelijk nietig te verklaren. Als reden werd aangevoerd dat het ondanks de pauselijke dispensatie in strijd was met bijbelse voorschriften, en dus ongeldig. Vanaf dat moment was de relatie tussen Anna en Hendrik ook aan buitenlandse hoven bekend; de ambassadeurs van Frankrijk, Venetië en de keizer rapporteerden er regelmatig over. [44]

Anna en Catharina van Aragon

[bewerken | brontekst bewerken]
Catharina van Aragon

Als erejoffer was Anna Boleyn jarenlang bijna altijd in de nabijheid van Catharina van Aragon. Aanvankelijk woonde ze zelfs in de verblijven van de koningin; pas in december 1528 kreeg ze van Hendrik VIII haar eigen appartementen.[45] Er is weinig bekend over hoe de twee vrouwen met elkaar en met deze situatie omgingen. Koninklijke echtgenotes negeerden doorgaans de buitenechtelijke relaties van hun man, die ook geen bedreiging vormden voor hun positie. Vanaf 1529 verscheen Anna steeds vaker aan de zijde van de koning. Tot 1531 voelde Hendrik zich echter nog verplicht om Catharina bij formele gelegenheden als zijn gemalin op te voeren, en dineerde ook nog incidenteel met haar. Tot grote irritatie van Anna naaide Catharina ook nog steeds zijn hemden, de traditionele taak van een echtgenote. [46][47]

Invloed op Hendrik VIII

[bewerken | brontekst bewerken]

In Engeland werden vrouwen doorgaans niet serieus genomen als politieke actoren. Anna Boleyn had echter van dichtbij gezien hoe Margaretha van Oostenrijk en Louise van Savoye macht en invloed uitoefenden. Ze was ook op de hoogte van het debat over de rol van vrouwen in de samenleving dat in de 16e eeuw werd gevoerd. De door haar bewonderde Margaretha van Valois stelde in haar geschriften de traditionele verhoudingen tussen mannen en vrouwen ter discussie, net als Anne de Graville, een hofdame van koningin Claude die Anna persoonlijk heeft gekend. Haar invloed op de koning en op staatszaken groeide snel.[48][49]

Al in 1528 was Hendrik VIII geneigd om Anna haar zin te geven, bijvoorbeeld toen het ging om de benoeming van een aangetrouwd familielid tot abdis van het Benedictijner klooster Sint Edith. De koning begon officiële documenten met haar te delen, en ze was ook aanwezig bij sommige gesprekken met zijn adviseurs of met diplomaten.[50][51]

In 1528 was er een uitbraak van de gevreesde zweetziekte, die veel slachtoffers maakte. Hendrik VIII verliet Londen, met Catharina van Aragon maar zonder Anna; zij moest uitwijken naar Hever. In juni of juli werd ze zelf ziek. Zij herstelde, maar haar zwager William Carey, de man van haar zuster Maria, overleed tijdens de epidemie. Hendrik benoemde Anna op haar verzoek tot voogd van haar minderjarige neefje Hendrik Carey- een ongebruikelijke rol voor een jonge ongetrouwde vrouw. Ze kreeg daarmee ook het (lucratieve) bewind over de aanzienlijke landerijen die hij had geërfd.[52][53]

Val van kardinaal Wolsey

[bewerken | brontekst bewerken]
Thomas Wolsey

Kardinaal Thomas Wolsey was jarenlang na de koning de machtigste man in Engeland. Als Lord Chancellor was hij de belangrijkste adviseur van Hendrik VIII; als kardinaal en pauselijk legaat was hij hoger in rang dan de aartsbisschop van Canterbury. Daarnaast had hij in de loop der jaren een groot persoonlijk fortuin weten te verzamelen.[54]

Zijn positie was omstreden. Wolsey kwam uit een middenstandsfamilie. Hoge edelen als de hertog van Suffolk en de hertog van Norfolk konden niet accepteren dat Wolsey zoveel macht had en in grootse staat leefde. Ze zochten naar mogelijkheden om hem ten val te brengen. Ook Anna’s vader Thomas Boleyn, in 1525 door Hendrik VIII in de adelstand verheven als burggraaf (Viscount) Rochford, behoorde tot deze groep. [55]

Uitblijven beslissing paus

[bewerken | brontekst bewerken]

Wolsey speelde een centrale rol in de onderhandelingen met het Vaticaan over de nietigverklaring van het huwelijk van Hendrik en Catharina. Anders dan Hendrik VIII en Anna Boleyn hadden gedacht, liet de beschikking van de paus jaren op zich wachten. Catharina van Aragon, die zich altijd had geschikt naar de wensen van haar echtgenoot, verzette zich tegen een nietigverklaring. Ze riep de hulp in van haar neef, keizer Karel V. Paus Clemens VII was sinds de verovering en plundering van Rome door keizerlijke troepen in 1527 niet in staat om de keizer te schofferen. Hij was zeer huiverig het huwelijk van diens tante nietig te verklaren. Bovendien hield nietigverklaring in dat de oorspronkelijke pauselijke dispensatie voor het huwelijk van Hendrik en Catharina uit 1509 werd teruggedraaid, iets wat het Vaticaan liever niet deed. De paus probeerde de zaak zoveel mogelijk te rekken.[56] Karel V benoemde in 1529 Eustace Chapuys tot ambassadeur in Engeland. Hij had de opdracht alles te doen om Catharina te steunen: haar zaak was de zaak van de keizer.[57]

Coalitie tegen Wolsey

[bewerken | brontekst bewerken]

Anna raakte ervan overtuigd dat Wolsey zich niet volledig inzette om haar huwelijk met de koning mogelijk te maken. Waarschijnlijk heeft Wolsey ook onderschat hoe vastbesloten de koning was om met Anna te trouwen, en hoe groot haar invloed was. Buitenlandse ambassadeurs meldden in hun berichten dat het gebrek aan voortgang in de zaak de positie van Wolsey ondermijnde. Wolsey's tegenstanders zagen een kans om hem ten val te brengen.[58] De adellijke groep die tegen Wolsey ageerde, zocht toenadering tot Anna Boleyn omdat zij grote invloed had op de koning. Met haar steun organiseerden ze in 1529 een succesvolle campagne om de macht van de kardinaal te breken. In oktober 1529 trad Wolsey af, en droeg al zijn bezittingen over aan de koning.[59][noot 5]

Er wordt vaak gesuggereerd dat Anna Boleyn wraak wilde nemen op Wolsey omdat hij in 1523 haar huwelijk met Henry Percy onmogelijk had gemaakt. Daar zijn weinig concrete aanwijzingen voor. De relatie tussen Anna en Wolsey leek aanvankelijk over en weer welwillend. [61][62]

Groeiende invloed

[bewerken | brontekst bewerken]

Ondertussen was Anna Boleyn nog steeds niet de maîtresse van Hendrik VIII. Nu ze besloten hadden tot een huwelijk, waren beiden vastbesloten dat hun kinderen niet buitenechtelijk verwekt of geboren mochten worden. Toch werd Anna in het buitenland standaard 'de concubine' genoemd. Dat Hendrik nog steeds smoorverliefd was blijkt onder andere uit de kleine liefdesbriefjes die hij haar schreef in de marges van haar gebedenboek. Hij betaalde haar schulden en overlaadde haar met cadeaus. Volgens hovelingen kon hij nog geen uur zonder Anna. [63]

Koning Frans I van Frankrijk, door Jean Clouet

Anna’s invloed groeide na de val van Wolsey, die als Lord Chancellor werd opgevolgd door de filosoof en staatsman Thomas More. Ook haar familie profiteerde hiervan. Zo wist Anna de koning te overtuigen om haar oom, de hertog van Norfolk, aan te stellen als voogd van zijn buitenechtelijke zoon Hendrik Fitzroy. Haar vader werd in 1529 benoemd tot graaf van Ormond en Wiltshire; haar broer George voerde daarna de courtesy title Viscount (burggraaf) Rochford.[64][65]

Breuk met Rome

[bewerken | brontekst bewerken]

Na de val van Wolsey werd de campagne om Rome tot nietigverklaring over te halen geïntensiveerd. De familie Boleyn speelde hierin een actieve rol. Thomas Boleyn en de hervormingsgezinde theoloog Thomas Cranmer vertrokken in 1530 naar het continent om prominente juristen en theologen over de kwestie te raadplegen. De Boleyn-factie ontwikkelde een petitie die de paus vroeg 'in het belang van het land' de scheiding toe te staan; deze werd getekend door bijna de gehele Engelse adel en enkele hoge geestelijken. Anna Boleyn voerde een charmeoffensief richting Franse diplomaten, met het doel van Frans I steun te krijgen voor de scheiding. Haar broer leidde een delegatie die met het zelfde doel naar Frankrijk afreisde. De Franse koning hield zich echter op de vlakte. [66]

Langzamerhand ontstond het idee dat het mogelijk zou moeten zijn om Engelse religieuze zaken in Engeland af te handelen, zonder inmenging vanuit Rome. Anna wees Hendrik VIII op het (verboden) boek Obedience of a Christian Man van William Tyndale, die van mening was dat koningen gezag hadden over de kerk en niet andersom. Thomas Cromwell, die na de val van Wolsey een belangrijke adviseur van de koning was geworden, sympathiseerde met het gedachtegoed van de reformatie en werkte met Anna samen om de koning los te weken van Rome.[67]

Maria Tudor, jongste zuster van Hendrik VIII, en haar tweede echtgenoot Charles Brandon, hertog van Suffolk. Beiden waren tegenstanders van Anna Boleyn

Op 9 augustus 1529 riep Hendrik VIII het parlement bijeen om de juridische basis te leggen voor de hervorming van de kerk in Engeland. Tussen november 1529 en april 1536 nam het ‘reformatieparlement’ een reeks wetten aan die een einde maakten aan de pauselijke autoriteit in Engeland, en de koning macht gaven over kerkelijke zaken.[68] In 1531 erkende de Engelse geestelijkheid onder zware druk Hendrik VIII als hoofd van de Engelse kerk.[69]

In de zomer van 1531 verbande Hendrik VIII Catharina van Aragon definitief van het hof. Ze leefde tot haar dood in 1536 in afgelegen kastelen, in steeds groter isolement en met een steeds kleinere hofhouding.[70]

Inmiddels begon steeds duidelijker te worden dat Hendrik en Anna aanstuurden op een huwelijk zonder pauselijke toestemming. Deze radicale veranderingen vielen niet goed bij de conservatieve partijen aan het hof, zoals de hertogen van Suffolk en Norfolk, met wie Anna nog had samengewerkt in de campagne tegen Wolsey. Thomas More nam in 1532 ontslag als Lord Chancellor.[71] Er was een publieke aanvaring tussen de zuster van de koning, Maria Tudor (inmiddels de hertogin van Suffolk) en Anna Boleyn; de prinses gebruikte richting Anna zulke heftige taal dat de Venetiaanse ambassadeur het in zijn rapport niet wilde herhalen.[72]

In de jaren 1531-1533 bereikte Anna's politieke invloed zijn hoogtepunt. Volgens sommige bronnen was ze in deze periode even invloedrijk als kardinaal Wolsey op het hoogtepunt van zijn macht.[73]

Huwelijk en kroning

[bewerken | brontekst bewerken]

Achter de schermen werd begonnen met de voorbereidingen voor het huwelijk van Anna Boleyn en Hendrik VIII, en voor de kroning van Anna als koningin-gemalin. Anna nam haar intrek in Catharina's appartementen, en bouwde een eigen hofhouding op. Ze liet nieuwe kleding maken - zij wist hoe belangrijk het was dat een koningin altijd vorstelijke allure uitstraalde. De koninklijke appartementen in de Tower, waar een koningin-gemalin traditioneel de nacht voor haar kroning doorbracht, werden opgeknapt en verfraaid.[47][74] Er dreigde een kink in de kabel te komen toen de vrouw van Henry Percy, Anna's jeugdliefde, suggereerde dat het stel elkaar in 1523 wel degelijk trouwbeloftes had gedaan. Percy moest onder ede verklaren dat dit niet waar was, en er dus geen beletsel was voor een huwelijk van Anna met de koning.[75]

Een witte valk op een boomstam met Tudorrozen was het embleem van Anna Boleyn; het werd later overgenomen door haar dochter Elizabeth I

Markiezin van Pembroke

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 1 september 1532 verhief Hendrik VIII tijdens een grootse plechtigheid Anna Boleyn tot markiezin van Pembroke suo jure (in haar eigen naam). Zij kreeg hiermee een zetel in het House of Lords.[noot 6] Bijzonder is dat Hendrik bepaalde dat de titel na Anna’s dood ook door eventuele onwettige kinderen geërfd zou kunnen worden. Als haar embleem koos ze een witte valk, gezeten op een boomstronk waaruit rode en witte Tudorrozen groeien.

Als markiezin kon Anna als 'hoogste Engelse dame' aanwezig zijn bij de ontmoeting tussen Hendrik VIII en Frans I in Calais en Boulogne die gepland stond voor oktober 1532. Frans I was na het overlijden van koningin Claude hertrouwd met Eleonora van Oostenrijk, een zuster van Karel V en een nichtje van Catharina van Aragon. Hij nam haar niet mee naar Calais om te voorkomen dat ‘de concubine’ formeel aan zijn gemalin zou moeten worden voorgesteld. Anna zou de Franse vorst, die ze nog kende uit haar tijd aan het Franse hof, in Calais wel ontmoeten. Met gevoel voor theater vertoonde ze zich pas op de laatste avond; ze had de hoofdrol had in een masque, en vroeg - nog steeds gemaskerd - Frans I ten dans.[76][77][78]

Het vermoeden is dat Anna op de terugreis van Calais naar Londen voor het eerst met Hendrik VIII sliep. Volgens sommige bronnen sloten ze op 14 november 1532 in Dover een informeel huwelijk. Dit betekende dat ze uitspraken elkaar als man en vrouw te zien. Op 25 januari 1533 was er een formele, maar geheime huwelijksplechtigheid in het paleis van Whitehall; waarschijnlijk was Anna op dat moment al zwanger. Dit alles gebeurde zonder pauselijke toestemming. [79]

Het huwelijk werd geheim gehouden tot het parlement in april 1533 wetgeving goedkeurde die een einde maakte aan het gezag van de Paus in Engeland. Het werd bij wet verboden om geschillen betreffende erfenissen, testamenten én huwelijken door te verwijzen naar Rome. Aan het hof werd bekend gemaakt dat Anna Boleyn vanaf nu als koningin moest worden behandeld. Op 13 april 1533 begeleidde zij de koning voor het eerst officieel als zijn gemalin naar de Paasmis, en tijdens de dienst werd er voor haar gebeden.[80][81]

Ontwerp van een tableau vivant met de titel Apollo en de muzen op Parnassus, gemaakt voor de kroning van Anna Boleyn. Het stond langs de route van haar kroningsprocessie door Londen.

Boleyn werd op 1 juni 1533 met groot ceremonieel gekroond in Westminster Abbey. De festiviteiten duurden vier dagen. Er was een bootprocessie op de Theems om haar te vervoeren tussen het paleis in Greenwich en de Tower, en een feestelijke optocht door de stad van de Tower naar Westminster Abbey, waar ze werd gekroond. De route in de stad was rijkelijk versierd met vlaggen en slingers, en er waren tableaux, muziek en kanonschoten om de gelegenheid luister bij te zetten.[82]

Voor het eerst werd een koningin-gemalin gekroond met de kroon van Sint-Eduard, die tot dan toe alleen was gebruikt voor de kroning van de monarch zelf. Volgens de verslagen van buitenlandse ambassadeurs was de reactie van het publiek niet spontaan enthousiast. De totale kosten van de kroning worden geschat tussen 46.000 en 65.000 pond, voor die tijd een astronomisch bedrag. Minimaal de helft van de kosten kwam voor rekening van de stad Londen.[83][84]

De Engelse elite, met name de adel, nam bijna zonder uitzondering deel aan de festiviteiten. Het was een afgedwongen loyaliteitsverklaring aan de nieuwe koningin, en publieke acceptatie van de hervormingen die Hendrik VIII en Cromwell hadden ingevoerd. Van de buitenlandse ambassadeurs liet alleen de keizerlijke gezant Chapuys verstek gaan.[85][86]

De hofhouding van Anna Boleyn was wezenlijk anders dan die van Catharina van Aragon. Een van de grootste verschillen was dat Anna mannelijke hovelingen toestond om in haar appartementen te komen. Onder koningin Catharina was dit niet toegestaan. Aan Anna’s hof heerste een relatief informele sfeer. Hofdames en hovelingen deden spelletjes, er werd gekaart, gedanst, muziek gemaakt, geconverseerd en geflirt.[87][88]

De overgang van de positie van onbereikbare geliefde naar koningin-gemalin was niet makkelijk voor Anna Boleyn. Als koningin was ze meer gebonden door protocol en conventie dan toen ze nog de favoriet van de koning was. Uit verklaringen van hovelingen en opmerkingen die Anna tijdens haar gevangenschap heeft gemaakt ontstaat het beeld dat zij het als koningin moeilijk vond om gepaste afstand te houden. Zij liet zich te makkelijk verleiden tot plagerijen en geflirt, net als voor haar huwelijk.[89]

Anna Boleyn eiste van haar dames dat ze zich zedig zouden gedragen en geen schandalen zouden veroorzaken. De indruk bestaat dat Anna wat dat betreft haar hofhouding niet volledig onder controle had. Haar zuster Maria trouwde in 1534 in het geheim en zonder overleg met Anna met William Stafford, die niet tot de hoogste kringen behoorde. Anna verbande haar zuster uit haar hofhouding, trok haar toelage in, en had de rest van haar leven geen contact meer met haar. In 1535 begon Margaret Douglas, een nichtje van Hendrik VIII, een geheime romance met Thomas Howard, een familielid van Anna, en verloofde zich met hem zonder de vereiste toestemming van de koning. [90][91]

Acceptatie en populariteit

[bewerken | brontekst bewerken]

Catharina van Aragon werd in Engeland algemeen gerespecteerd en Anna Boleyn werd nooit geliefd als koningin, zeker niet bij vrouwen. Al voor haar huwelijk was ze in Engeland een omstreden figuur. In 1531 moest ze in Londen een keer in veiligheid worden gebracht toen een vijandige menigte optrok naar het huis waar ze verbleef.[92] Toen na haar kroning in een Londense kerk werd gevraagd om voor koningin Anna te bidden, liep de helft van de gelovigen weg. De populaire profetes Elizabeth Barton (bekend als de non van Kent) werd in 1534 opgehangen omdat ze Anna Boleyn had belasterd.[93][94]

Anna Boleyn werd ook - grotendeels ten onrechte - verantwoordelijk gehouden voor de onpopulaire maatregelen tegen de katholieke kerk die de koning en Cromwell invoerden. De terdoodveroordelingen in 1535 van bisschop John Fisher en Thomas More, die weigerden Hendrik VIII te erkennen als hoofd van de kerk in Engeland, werden op haar conto geschreven.[93]

Moeder en stiefmoeder

[bewerken | brontekst bewerken]

Geboorte Elizabeth

[bewerken | brontekst bewerken]
Het koninklijk paleis in Greenwich, ca. 1650

Anna Boleyn was ten tijde van haar kroning zes maanden zwanger. Er zijn aanwijzingen dat de laatste maanden van de zwangerschap moeilijk verliepen. Hendrik VIII maakte zich zorgen en liet zich ontvallen dat hij liever het kind zou verliezen, dan het risico lopen dat Anna tijdens de bevalling overleed. Toch waren de maanden na Anna’s kroning voor het koninklijk paar ook een feestelijke en triomfantelijke tijd. Ooggetuigen meldden dat ze de koning nooit vrolijker hadden gezien.[95][96]

Eind augustus 1533 trok de hoogzwangere Anna zich zoals toentertijd gebruikelijk terug uit het hofleven. Zij zou in gezelschap van uitsluitend vrouwen uit haar hofhouding de bevalling afwachten in haar appartementen in het paleis in Greenwich. Op 7 september 1533 werd Elizabeth geboren, de latere koningin Elizabeth I. Anna en Hendrik waren overtuigd geweest dat ze een jongetje zouden krijgen, en dit was hen ook door astrologen voorspeld. Toch leken ze niet extreem teleurgesteld met de geboorte van ‘het eerste wettige kind van de koning’. Wel werden de feestelijkheden die gepland waren voor de geboorte van een kroonprins afgeschaald.[97]

Naar 21e-eeuwse begrippen had Anna Boleyn weinig contact met haar dochter. Elizabeth werd vanaf haar geboorte gevoed door een min. Toen ze drie maanden oud was, kreeg ze haar eigen ‘huishouding’ in Hertfordshire. Lady Bryan (een halfzuster van Anna Boleyns moeder) was verantwoordelijk voor de opvoeding van de kleine prinses; zij had ook prinses Maria en Hendrik Fitzroy opgevoed. Anna bezocht haar dochtertje regelmatig en kocht graag mooie kleding voor haar. Een enkele keer kwam het kindje naar het hof.[98]

De koning en de Privy Council waren beslissingsbevoegd als het om Elizabeth ging; Anna had formeel geen enkele zeggenschap over haar dochter. Toen Lady Bryan Elizabeth wilde spenen, overlegde ze wel met Anna, maar vroeg formeel toestemming bij de Privy Council. In 1534 liet Hendrik VIII wel vastleggen dat Anna in het geval van zijn overlijden regentes zou worden tot zijn erfgenaam meerderjarig werd, en dat zij ook de volledige voogdij over hun kinderen zou hebben.[99]

Twijfels aan wettigheid

[bewerken | brontekst bewerken]

Anna Boleyn was gekroond en gezalfd als koningin-gemalin, maar veel buitenlandse vorsten waren niet overtuigd dat haar huwelijk met Hendrik VIII geldig was. Daardoor waren er ook twijfels of prinses Elizabeth gezien kon worden als een wettige dochter van de koning. Dit had gevolgen voor haar positie op de koninklijke huwelijksmarkt.

Anna wilde dat Elizabeth op haar twaalfde verloofd zou worden met een Franse prins.[100] Tot ontgoocheling van Anna en Hendrik werd in 1534 tijdens onderhandelingen tussen Karel V en Frans I voorgesteld dat de Franse Dauphin zou trouwen met prinses Maria, die een volle nicht van de keizer was. Dit betekende dat beide vorsten Maria nog steeds zagen als het wettige oudste kind van Hendrik VIII. In mei 1535 weigerde Frans I een verloving goed te keuren tussen Elizabeth en zijn derde zoon Karel, hertog van Angoulême; Franse diplomaten suggereerden in plaats daarvan weer Maria als huwelijkskandidaat.[101][102]

Relatie met prinses Maria

[bewerken | brontekst bewerken]
Maria Tudor, dochter van Catharina van Aragon en Hendrik VIII (1544)

De relatie tussen Anna Boleyn en prinses Maria (1516-1558) was over en weer vijandig. In 1534 werd Elizabeth benoemd tot vermoedelijke troonopvolger en Maria tot bastaard verklaard. De toen 18-jarige Maria moest de titel Prinses van Wales overdragen aan Elizabeth en was nu slechts 'the lady Mary'.[103][noot 7]

Maria liet duidelijk haar afkeer voor Anna blijken, die ze verantwoordelijk hield voor de vernedering van haar moeder en van haarzelf. Zij weigerde de echtscheiding van haar ouders te erkennen, en erkende dus ook de geldigheid van het huwelijk van Anna en Hendrik niet. Daarmee verklaarde ze impliciet dat Anna een concubine was, in haar ogen nauwelijks beter dan een hoer, en Elizabeth een bastaard.[105][106]

Van haar kant verordonneerde Anna met de steun van de koning vernederende maatregelen om voor de wereld duidelijk te maken dat Maria niet langer de wettige erfgenaam was. Ze werd aangesteld als kindermeisje van haar halfzusje Elizabeth, kreeg tijdens maaltijden een plaats tussen de lagere adel toegewezen, en moest haar koninklijke sieraden inleveren. Er gingen geruchten dat Anna plannen had om Maria te laten vergiftigen. Vaststaat dat Anna zich wraakzuchtig over Maria heeft uitgelaten. Ze gaf Lady Shelton, die verantwoordelijk was voor Maria, opdracht om haar te slaan. Ook zou ze gezegd hebben dat ze met Maria ‘zou afrekenen’ zodra ze zelf een zoon had.

Anna deed enkele pogingen om de relatie met Maria te verbeteren. Zij eiste echter altijd dat Maria eerst zou erkennen dat het huwelijk van haar ouders ongeldig was geweest. Maria wees dit met minachting van de hand.[noot 8][105][106]

Macht, invloed en impact

[bewerken | brontekst bewerken]

Grondbezit en inkomen

[bewerken | brontekst bewerken]

Anna Boleyn werd in de loop van haar relatie met Hendrik VIII een rijke vrouw. De landerijen en privileges die de koning haar voor hun huwelijk schonk en de bezittingen van Catharina van Aragon die aan haar werden toebedeeld, zorgden voor een riant inkomen, geschat op vijfduizend pond per jaar (vergelijkbaar met circa vier miljoen pond in 2026).[108] Als koningin-gemalin had ze ook nog recht op inkomsten uit verbeurdverklaarde of geconfisqueerde goederen, en een toelage ( ‘aurum reginae’) ter waarde van 10% van de in Engeland geïncasseerde heffingen en boetes. Zij had de juridische status van femme sole, wat betekende dat ze zelfstandig - zonder toestemming van haar echtgenoot - haar vermogen kon beheren. Haar persoonlijke fortuin en haar zeggenschap over land en pachters gaven haar aanzienlijke macht, los van haar band met de koning. Zij hield zich actief bezig met het beheer van haar landgoederen.[109][110]

Politiek en patronage

[bewerken | brontekst bewerken]

Van de zes vrouwen van Hendrik VIII heeft Anna Boleyn de meeste politieke invloed gehad, ook al voordat ze officieel koningin-gemalin werd. In binnen- en buitenland was bekend dat de koning naar haar luisterde en geneigd was om haar wensen in te willigen. Zij was actief in patronage en werd gevraagd om te bemiddelen bij benoemingen, huwelijksonderhandelingen en rechtszaken. Vooral verzoeken om hulp van vrouwen hadden een goede kans om door haar te worden gehonoreerd.[111] Ze ondersteunde geleerden, gaf schenkingen aan de universiteiten in Oxford en Cambridge, en bepleitte bij de koning om deze instellingen belastingvrijstelling te geven.[112]

Vanaf 1532 werden op belangrijke posten aanhangers van Catharina van Aragon en prinses Maria vervangen door personen die banden hadden met Anna Boleyn: Thomas Cranmer werd aartsbisschop van Canterbury, Anna’s vader Thomas Boleyn werd Lord Privy Seal en haar broer George Boleyn werd ingezet voor diplomatieke missies naar Frankrijk.

Buitenlandse diplomaten besteedden veel aandacht aan het ontwikkelen van een goede relatie met Anna. Zij was uitgesproken Fransgezind, en was persoonlijk betrokken bij het beleid over de relaties tussen Engeland en Frankrijk. Ze had nauwe contacten met de verschillende ambassadeurs die koning Frans I naar Engeland stuurde. De Franse ambassadeur De la Pommeray schreef koning Frans I dat de interventies van Anna voor Frankrijk van onschatbare waarde waren. Haar sympathie voor Frankrijk bekoelde in 1534 na het mislukte plan om een verloving te regelen tussen prinses Elizabeth en een Franse prins. Ook liet Frans I zich na de executie van de internationaal bewonderde Thomas More in 1535 kritisch uit over de invloed die Anna Boleyn op Hendrik VIII had.[111][113]

In de jaren dertig van de 16e eeuw was er in Engeland nog geen sprake van een duidelijke splitsing tussen een protestantse en een katholieke kerk. Wel was er tweestrijd tussen gelovigen die vonden dat de (katholieke) kerk moest worden hervormd, en gelovigen die voor behoud van de traditionele praktijken en structuren waren.[114]

Anna Boleyns exemplaar van de Tyndale vertaling van het Nieuwe Testament

Er is reden om aan te nemen dat Anna Boleyn persoonlijk oprecht gelovig was; dit blijkt ook uit de beschrijving van haar laatste dagen. Anna had in Frankrijk de ideeën van de vroege evangelisch humanistische hervormingsbeweging leren kennen en steunde die. Ze legde een bibliotheek met (hervormingsgezinde) theologische werken aan, die ze liet overkomen uit de Lage Landen en Frankrijk. Zij las zelf de bijbel in het Frans, bevorderde de vertaling van de bijbel in het Engels, en had een exemplaar van Tyndales illegale vertaling van het Nieuwe Testament in haar bibliotheek. Zij bood de Franse hervormer Nicolaas Bourbon de oudere in Engeland asiel aan toen hij in eigen land werd vervolgd. Hij werd benoemd tot leraar van Anna’s neefje en pupil Hendrik Carey.[115][116][117]

Als koningin zette zij zich actief in voor armenzorg en onderwijs. Wat betreft kerkhervorming ging haar belangstelling vooral uit naar het beschikbaar maken van de bijbel in de volkstaal, en vergroten van de zeggenschap van de koning over de kerk. Ze had echter weinig op met radicalen en haar overtuigingen, b.v over transsubstantiatie, bleven in overeenstemming met de doctrines van de katholieke kerk.[118][119]

Haar invloed is vooral zichtbaar bij kerkelijke benoemingen. Van de tien bisschoppen die tussen 1532 en 1536 werden benoemd, waren er zeven beschermelingen van Anna Boleyn. Bij deze benoemingen speelde zeker mee dat ook Thomas Cromwell hervormingsgezind was. Ook zette zij zich in voor hervormingsgezinde personen die op verdenking van ketterij in de problemen waren gekomen. Ze steunde - in ieder geval aanvankelijk - de campagne van Cromwell om de kloosters aan banden te leggen, en corruptie en zedeloosheid aan te pakken. In december 1535 bezocht ze de Abdij van Syon en sprak de nonnen vermanend toe over moreel verval in het klooster.[120][121]

Betrokkenheid bij architectuur en kunst

[bewerken | brontekst bewerken]

Anna Boleyn was vanaf 1530 actief betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering twee grote koninklijke bouwprojecten: de paleizen Whitehall en Hampton Court. Het is bekend dat ze soms persoonlijk met de bouwmeester overlegde. Whitehall, in het hart van Londen, werd aanzienlijk uitgebreid met tuinen, banen voor tennis en bowls, een arena voor Anna's geliefde hanengevechten, en een park waar kon worden gejaagd. Een innovatie uit haar tijd is dat in Hampton Court de appartementen van de koning en de koningin voor het eerst op dezelfde verdieping waren gelegen, en met elkaar verbonden door een verborgen gang.[122][123]

Salomo en de koningin van Sheba door Hans Holbein de Jongere.

Anna Boleyn had als erejoffer gezien hoe belangrijk het was dat een vorstin in een bij haar positie passende grootse staat leefde. Haar appartementen waren weelderig ingericht, waarbij haar voorliefde voor klassieke cultuur duidelijk zichtbaar was. Ook had ze een voorkeur voor gouden of zilveren vaatwerk en ornamenten.[122] Ze waardeerde de kunst uit de Lage Landen die ze in haar jeugd had leren kennen, vooral miniatuurkunst. Veel van haar boeken waren in de Vlaamse of Noord-Franse stijl voor haar verlucht, o.a. door het Londense atelier van de Vlaamse kunstenaar Gerard Horenbout en zijn familie.[124]

Zij was de eerste Engelse mecenas van Hans Holbein de Jonge en leverde daarmee een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van renaissancekunst in Engeland.[125] De miniatuur Salomo en de koningin van Sheba van Holbein was mogelijk een geschenk van Anna Boleyn aan de koning. De afbeelding verwijst naar de onderwerping van de Engelse kerk aan het koninklijk gezag; de afgebeelde koning Salomo lijkt op Hendrik VIII.[126]

De Ambassadeurs door Hans Holbein de Jongere. Links Jean de Dinteville, rechts Georges de Selve. National Gallery

Holbeins beroemde schilderij De ambassadeurs bevat verwijzingen naar de kroning van Anna Boleyn. Het is een dubbelportret van de Franse diplomaten Dinteville en Selve. De afgebeelde vloer verwijst naar het cosmatenplaveisel in Westminster Abbey op de plek waar Anna was gezalfd. De datum op de zuilklok of herdersklok (een eenvoudige zonnewijzer) is vastgesteld op 11 april 1533, de dag waarop Anna Boleyn formeel de status van koningin kreeg. Maar er lijkt ook bezorgdheid tot uitdrukking te komen over een mogelijke kerkscheuring als gevolg van dit huwelijk: een rekenboek ligt open bij de bladzijde over deling (divisie).[127][125]

Huwelijksproblemen

[bewerken | brontekst bewerken]

De relatie tussen Anna Boleyn en Hendrik VIII was gebaseerd op genegenheid en aantrekking, wat ongebruikelijk was voor een koninklijk huwelijk in de zestiende eeuw. Het huwelijk stond bekend als stormachtig. Anna sprak haar man in het openbaar tegen, ze hadden woordenwisselingen en in het gezelschap van vertrouwelingen bespotte ze hem als hij er niet bij was. Zo liet ze zich in aanwezigheid van hovelingen laatdunkend uit over de kleding van de koning en de kwaliteit van zijn gedichten. Mogelijk heeft ze met haar schoonzus Jane en broer George grappen gemaakt over het feit dat de koning problemen had met zijn potentie en niet erg goed was in bed. Dit is in haar proces tegen haar gebruikt. [128][129][130]

Mary Shelton, door Hans Holbein de Jongere

Het lijkt er op dat Hendrik, toen hij eenmaal met Anna was getrouwd, terugviel in het normale patroon van een koninklijk huwelijk. Naast Anna als zijn gemalin had hij verschillende minnaressen. Anna kon relaties van Hendrik met andere vrouwen moeilijk verdragen. In 1534 probeerde ze met hulp van haar schoonzuster Jane om een favoriete van Hendrik van het hof te verwijderen. Hij zette haar hiervoor op haar nummer en gaf haar te verstaan dat ze ’haar ogen hiervoor moest sluiten en het moest verdragen, zoals meer waardige personen ook hadden gedaan.’

Vast lijkt te staan dat Hendrik in 1534-1535 een relatie had met een van de gezusters Shelton (waarschijnlijk Mary Shelton), volle nichten van Anna Boleyn. Het gerucht ging dat Anne Boleyn haar nicht zelf onder de aandacht van de koning had gebracht, om te voorkomen dat hij een relatie zou beginnen met een vrouw die de Boleyns niet goed gezind was.[131][132][133][134]

In september 1535 brachten Hendrik VIII en Anna Boleyn een bezoek aan Wolf Hall, het landhuis van de hoveling sir John Seymour. Dit bezoek wordt vaak aangewezen als het moment waarop Hendrik geïnteresseerd raakte in Sir John's dochter Jane Seymour, een hofdame van Anna. Ambassadeur Chapuys vermeldt haar echter pas in februari 1536 voor het eerst in zijn rapporten aan de keizer.[135]

Dat de belangstelling van de koning voor Jane Seymour snel serieuzer werd, blijkt onder andere uit het feit dat hij haar broer Edward Seymour in maart 1536 in het paleis in Greenwich een appartement gaf met een discrete verbindingsgang naar zijn eigen verblijven. Jane ging daar bij haar broer wonen, zodat Hendrik haar makkelijk en ‘onder toezicht van haar familie’ zou kunnen ontmoeten. Tussen Anna en Jane kwam het tot een klein handgemeen toen Anna ontdekte dat haar rivale een medaillon droeg met daarin een miniatuur van de koning.[136][137]

Jane Seymour, door Hans Holbein de Jongere

Jane Seymour verschilde heel erg van Anna Boleyn. Ze was niet onintelligent, maar had in vergelijking met Anna weinig onderwijs gehad. Ze was conservatief, een tegenstander van de kerkhervorming en gesteld op prinses Maria. Ze kwam volgzaam, ingetogen en zachtaardig over, vermoedelijk deels door persoonlijkheid en deels omdat ze door haar familie en politieke tegenstanders van de Boleyns werd gecoacht hoe ze zich ten opzichte van de koning moest gedragen.[135]

Anna wist dat haar positie als koningin-gemalin kwetsbaarder was dan die van een buitenlandse prinses in een huwelijk dat uit politieke overwegingen was gearrangeerd. Bij huwelijksproblemen kon zij niet rekenen op de steun van een vorstelijk familielid, of diens diplomaten. Ze moest Hendriks persoonlijke genegenheid vasthouden; daarvoor was het essentieel dat ze snel een zoon ter wereld zou brengen. Een paar maanden na de geboorte van prinses Elizabeth in september 1533 was Anna opnieuw zwanger. Ze beviel hoogstwaarschijnlijk in de zomer van 1534 van een doodgeboren kind; volgens sommige bronnen ging het om een bijna voldragen jongetje. Misschien was er een derde zwangerschap die in de loop van 1535 in een miskraam eindigde.[138]

Volgens hovelingen en ambassadeurs waren de koning en koningin de laatste maanden van 1535 veel samen, en in goede stemming. Anna Boleyn raakte weer zwanger en de relatie leek, ondanks de strubbelingen rond Hendriks maîtresses, nog goed te zijn.[139] Op 7 januari 1536 overleed Catharina van Aragon. Voor Anna en Hendrik was haar dood reden voor opluchting. Er heerste de dag daarna een feestelijke sfeer aan het hof; Hendrik danste 's avonds met prinses Elizabeth in zijn armen, terwijl de zwangere Anna toekeek.[140][141] Enkele weken later kreeg ze weer een miskraam; volgens berichten uit die tijd ging het ook nu om een jongetje, in de vierde maand van de zwangerschap.[142][143][144] [noot 9]

Er is een theorie dat Anna in januari 1536 was bevallen van een ‘monsterlijk misvormde’ foetus, en dat dit zou hebben meegespeeld in haar uiteindelijke val. Een misvormd kind zou in die tijd gezien worden als een indicatie van seksueel deviant of promiscue gedrag door de moeder, en ook in verband worden gebracht met hekserij.[146] Er is echter geen bewijs uit die tijd dat wijst op de geboorte van een misvormde foetus; ook tijdens het proces tegen Anna Boleyn is dit nooit aan de orde gekomen. De meeste historici wijzen de theorie af.[147][148][149]

Huwelijkscrisis

[bewerken | brontekst bewerken]

Hendrik begon te vrezen dat er ook op zijn huwelijk met Anna geen goddelijke zegen rustte. Hij zou na de laatste miskraam tegen Anna hebben gezegd dat hij nu zag dat God hem geen mannelijke kinderen zou schenken. Anna weet de miskraam aan haar grote schrik toen de hertog van Norfolk haar een paar dagen eerder op weinig tactvolle manier had verteld dat de koning tijdens een steekspel een ernstig ongeluk had gehad. Ook maakte ze Hendrik het verwijt dat zijn geflirt met Jane Seymour haar zoveel verdriet bezorgde dat ze het kind had verloren.[150][151][152]

Het huwelijk van Anna Boleyn en Hendrik VIII lijkt begin 1536 in een neerwaartse spiraal te zijn geraakt vanwege de miskraam in januari, en de aandacht van Hendrik voor Jane Seymour. Er circuleerden aan het hof steeds meer geruchten dat de koning het huwelijk nietig wilde laten verklaren.[153] Chapuys meldde de keizer dat hij uit ‘betrouwbare bron’ had gehoord dat de koning zou hebben gezegd dat hij door toverij in een huwelijk met Anna was gelokt. [154]

Thomas Howard, derde hertog van Norfolk, door Hans Holbein de Jongere

Voor verschillende facties aan het hof bleef het moeilijk te verteren dat Anna Boleyn koningin was en zoveel invloed had. Sommige groepen zagen Catharina van Aragon - tot haar overlijden - als de enige ware koningin en prinses Maria als de rechtmatige troonopvolger. Andere groepen waren het niet eens met de hervormingsgezinde koers die de Boleyns voorstonden. Adellijke families waren teleurgesteld dat na de uitschakeling van Wolsey de macht niet naar hen was overgegaan, maar naar de Boleyn-factie en Thomas Cromwell.[155]

Anna Boleyn maakte vijanden, ook onder mensen die haar eerder hadden gesteund. Ze kon hooghartig zijn, had een scherpe tong, toonde soms weinig respect voor anderen en liet haar afkeer van de oude adel openlijk blijken. Volgens tijdgenoten werd ze in de loop der jaren hardvochtiger; ze vervreemdde mensen van zich door kwetsende opmerkingen en machtsmisbruik. Rond 1535 behoorden tot haar tegenstanders de conservatieve oude adellijke families Courtenay (o.a. de markies en markiezin van Exeter) en Pole (o.a. de gravin van Salisbury)[noot 10], de hertogin en hertog van Suffolk (de zuster en zwager van de koning), verschillende leden van de Privy Council onder wie de invloedrijke schatkistbewaarder (Treasurer of the Household) William Fitzwilliam, en een aantal van haar eigen familieleden. Met haar oom de hertog van Norfolk was het tot een breuk gekomen nadat ze hem naar zijn zeggen 'als een hond had uitgekafferd.'[156]

Toch was Anna Boleyn zeker tot eind 1535 een van de meest invloedrijke personen in Engeland. Haar positie bleef onaantastbaar zolang haar relatie met de koning stand hield, én ze de steun had van Thomas Cromwell.[157]

Thomas Cromwell

[bewerken | brontekst bewerken]
Thomas Cromwell, circa 1533, door Hans Holbein de Jongere. Frick Collection

Thomas Cromwell was oorspronkelijk in dienst van kardinaal Wolsey. Na diens val werd hij de belangrijkste medewerker van Hendrik VIII. Hij werd in 1530 lid van de Privy Council en in 1534 eerste secretaris (principal secretary) van de koning. Hij was een intelligent, bekwaam en volgens sommige bronnen meedogenloos bestuurder. Door Anna en de Boleyn-factie werd Cromwell, die van lage komaf was, gezien als een van “hun mensen”. Cromwell onderkende de invloed die Anna Boleyn had op de koning. Net als zij sympathiseerde hij met de ideeën van de humanistische hervormingsbeweging. Hij werkte met haar en de Boleyn-factie samen als het hem goed uitkwam, maar hield zijn eigen koers aan en opereerde onafhankelijk.[158][159]

De status-quo veranderde toen Anna Boleyn en Cromwell in conflict kwamen over de opheffing van de Engelse kloosters. Anna wilde de religieuze huizen niet afschaffen, maar ze omvormen tot instellingen voor onderwijs en liefdadigheid. Dit stond haaks op Cromwells voornemen om de kloosters helemaal te sluiten en de opbrengsten in de schatkist te laten vloeien. Met toestemming van Anna hield John Skip, een van haar aalmoezeniers, op 2 april 1536 een preek waarin Cromwell ten overstaan van het hele hof werd vergeleken met Haman, de hebzuchtige koninklijke adviseur uit het Oude Testament. Tussen de regels door werd zij zelf gepresenteerd als Ester, de koningin die haar volk én de koning redt. Het bleek een ondoordachte actie. De gelijkenis schilderde Hendrik VIII impliciet af als een zwakke vorst, die door zijn dienaren wordt misleid en door zijn vrouw moet worden gered. Het viel bij de koning in verkeerde aarde.[160][161]

Buitenlandse politiek

[bewerken | brontekst bewerken]
Keizer Karel V, circa 1532. De positie van Anna Boleyn bleek een obstakel voor verdere toenadering tussen Engeland en het Habsburgse rijk. Jacob Seisenegger. (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

De positie van Anna werd ook een probleem voor de buitenlandse politiek die Cromwell en de Privy Council in gedachten hadden. De Engelse buitenlandse politiek werd in de jaren 1520-1530 grotendeels bepaald door de rivaliteit tussen Frans I van Frankrijk en de Habsburgse keizer Karel V. Hendrik VIII laveerde tussen beide partijen. Hij verkocht zijn steun aan de partij die hem de grootste concessies deed.[162]

Begin 1536 was de Privy Council het eens dat Engeland toenadering tot keizer Karel V moest zoeken, als alternatief voor de bestaande alliantie met Frankrijk. Voor de Engelse handel met de Lage Landen was een goede relatie met het Habsburgse rijk belangrijk. Ook Cromwell was hier een voorstander van. Hij werkte achter de schermen met ambassadeur Chapuys aan een Anglo-Habsburgse coalitie. Na het overlijden van Catharina van Aragon was er aan de kant van Karel V wat meer onderhandelingsruimte; erkenning van zijn nicht prinses Maria als wettig kind en eerste in de lijn van de troonopvolging bleef echter cruciaal. Cromwell wist dat dit voor Anna Boleyn en de koning onbespreekbaar was.[162][163]

Op 16 april kwam Chapuys naar het hof om met de koning en Cromwell over een alliantie te praten. De koning was het er mee eens om toenadering te zoeken tot de keizer; toch stond hij toe dat de ambassadeur voor het gesprek ten overstaan van het hele hof in verlegenheid werd gebracht. Chapuys had instructies van de keizer om Anna Boleyn, die hij in zijn rapporten nog steeds de concubine noemde, uit de weg te gaan en op geen enkele manier te erkennen als koningin. Hij werd in een positie gemanoeuvreerd waar hij gedwongen was om en plein public voor de koningin te buigen.[162][164] In het gesprek met Chapuys kwam het daarna tot een fors conflict tussen Hendrik VIII en Cromwell. Deze begon voor zijn positie - en mogelijk zijn leven - te vrezen en trok zich enkele dagen ziek terug van het hof.[162] [165]

Verdenkingen en onderzoek

[bewerken | brontekst bewerken]

De val van Anna Boleyn kwam voor de buitenwereld onverwacht, en voltrok zich snel. Op 30 april 1536 was de eerste arrestatie in de zaak, en al op 19 mei werd Anna Boleyn onthoofd. Een aantal aspecten van de gebeurtenissen is onduidelijk. Belangrijke stukken zijn verdwenen, waaronder de verklaringen die leden van Anna's hofhouding tijdens ondervragingen hebben afgelegd.[noot 11] Wel zijn er getuigenissen bewaard gebleven van hovelingen, en van mensen die bij de rechtszaken op de publieke tribune zaten of de executies hebben bijgewoond. Ook de verslagen van de buitenlandse ambassadeurs aan het Engelse hof bevatten relevante informatie.[166]

Of Anna Boleyn vermoedde dat haar positie begon te wankelen is onduidelijk. De ambassadeurs rapporteerden in de eerste maanden van 1536 dat de koningin zich zorgen leek te maken. Chapuys schreef dat ze was vermagerd en er oud uitzag.[167] Er is maar één min of meer concrete aanwijzing dat Anna vermoedde dat er iets te gebeuren stond. Daags voor haar arrestatie vroeg ze de geestelijke Matthew Parker met klem om zich om de religieuze opvoeding van haar dochter Elizabeth te bekommeren, mocht haar (Anna) iets overkomen.[168]

Eerste stappen

[bewerken | brontekst bewerken]

In de tweede helft van april 1536 leken verschillende partijen samen te werken om de macht van Anna Boleyn te breken. Cromwell wordt daarin als drijvende kracht gezien, in samenwerking met schatkistbewaarder Fitzwilliam. Ook de Seymours waren betrokken. Ambassadeur Chapuys onderhield het contact tussen prinses Maria en de aan haar loyale families Courtenay en Pole, en wist Maria's instemming te krijgen om tegen Anna op te treden.

Er lijken in deze weken stappen te zijn gezet om een snelle juridische afhandeling van een zaak tegen Anna Boleyn mogelijk te maken. Op 24 april liet de Lord Chancellor Thomas Audley, een bondgenoot van Cromwell, twee commissions of oyer and terminer instellen - één in het graafschap Kent en één in Middlesex.[noot 12] Zulke commissies werden in het Engelse rechtssysteem in het leven geroepen om te beoordelen of een beschuldiging van (hoog)verraad voldoende onderbouwd was om voor de rechter te worden gebracht. Als de commissie besloot dat er een proces moest komen, werd uit hun midden de jury gevormd. De mannen die in de twee commissies werden benoemd waren zeer loyaal aan Hendrik VIII, cliënten van Cromwell, of stonden bekend als opponenten van de familie Boleyn. Ook werd het parlement onverwacht bijeengeroepen voor 8 juni. Een zitting van het parlement zou nodig zijn om wetgeving rond de erfopvolging en het koninklijk huwelijk snel te wijzigen. Bij het instellen van de commissies en het bijeenroepen van het parlement werd echter geen verband gelegd met mogelijke aanklachten tegen de koningin.[169][170]

De aanleiding voor onderzoek werd gevonden in een aantal verklaringen over losbandig gedrag in de kringen rond de koningin. Omdat documenten ontbreken, is de exacte inhoud van die verklaringen niet meer na te gaan. Het is zelfs niet altijd met zekerheid te zeggen wie wat heeft verklaard.

  • Elizabeth Somerset, gravin van Worcester, was een hofdame en vertrouwelinge van Anna Boleyn. Toen haar broer, de hoveling sir Anthony Browne, haar aansprak op haar losbandige gedrag liet zij zich ontvallen dat de koningin wat dat betreft nog veel erger was. De hofmuzikant Mark Smeaton en George Boleyn zouden daar meer over kunnen vertellen.[171][172]
  • De hofdame Bridget Wiltshire, Lady Wingfield, die goed met Anna bevriend was geweest, zou in 1534 op haar sterfbed een verklaring had afgelegd over losbandig seksueel gedrag van Anna Boleyn. Er werd in de 16e eeuw veel waarde gehecht aan wat iemand vlak voor zijn of haar dood opbiechtte.[171][172][173]
  • Jane Boleyn, lady Rochford, de vrouw van Anna’s broer George, legde naar alle waarschijnlijkheid zeer belastende verklaringen af tegen haar man, die de basis zouden vormen voor de aanklacht van incest.[174][175] Enkele historici betwijfelen echter of zij dit heeft gedaan.[176] [177]
  • Daarnaast zou ook een Nan Cobham een belastende verklaring hebben afgelegd. Het is niet duidelijk wie hiermee wordt bedoeld en wat ze heeft verklaard.[178]

Op 23 april 1536 werd Hendrik VIII door Cromwell en Fitzwilliam over de verdenkingen geïnformeerd. In eerste instantie reageerde de koning afwachtend. Hij beval om de zaak te onderzoeken, maar ondernam geen verdere stappen en hij confronteerde Anna Boleyn ook niet met de verdenkingen. Het verdere onderzoek zou zich vooral richten op leden van Anna’s hofhouding.[157]

De zaak kwam rond 29 april in een stroomversnelling na een woordenwisseling tussen Anna Boleyn en Henry Norris, de eerste kamerheer van Hendrik VIII, met wie ze goed was bevriend. Anna had spottend tegen hem gezegd dat hij met haar wilde trouwen als de koning kwam te sterven. Norris reageerde geschokt. Speculeren over de dood van de koning was hoogverraad. De opmerking van Anna, gemaakt in aanwezigheid van andere hovelingen, ging veel verder dan het normale hoofse woordenspel; dat besefte ze zelf ook. Op haar verzoek legde Norris op 30 april tegenover aalmoezenier John Skip een eed af dat de koningin een deugdzame vrouw was. Later die dag was de Schotse hervormer Ales van een afstand getuige van een gesprek tussen een emotionele Anna - met Elizabeth in haar armen - en een boze Hendrik VIII. [179][180]

Het incident met Norris speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de aanklachten tegen Anna Boleyn. Het was voor de onderzoekers maar een kleine stap van 'speculaties over de dood van de koning' naar 'maken van plannen om de koning te doden'. Het ging nu niet meer alleen om overspel, maar om regicide.[181]

Eerste arrestaties

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 30 april 1536 liet Cromwell als eerste de muzikant Mark Smeaton arresteren, die door Lady Worcester was genoemd als een van de minnaars van de koningin. Hij werd ondervraagd en bekende - mogelijk na marteling maar in ieder geval onder zware psychologische druk - drie keer seks met de koningin te hebben gehad. Ook noemde hij andere minnaars: Henry Norris, William Brereton en George Boleyn [182]

De onderzoekers brachten op 1 mei verslag uit aan de koning, waarbij ze er geen twijfel over lieten bestaan dat naar hun oordeel de verdenkingen klopten. Anna zou met een aantal minnaars hebben samengezworen om Hendrik VIII te vermoorden. Zij wilde met een van hen, waarschijnlijk Norris, trouwen en vervolgens over Engeland regeren uit naam van haar minderjarige dochter Elizabeth.[183][184]

De koning was op dat moment met Anna bij een steekspel in Greenwich. Hij vertrok zonder enige uitleg naar Westminster. In zijn gevolg was ook Norris, die hij onderweg persoonlijk ondervroeg en gratie beloofde als hij zou bekennen. Norris ontkende alle beschuldigingen. De volgende ochtend werd hij opgesloten in de Tower. Anna’s broer George, lord Rochford, werd ook gearresteerd, op beschuldiging van incest met zijn zuster.[185][186]Later die week werden de hovelingen Francis Weston, William Brereton, Thomas Wyatt en Richard Page overgebracht naar de Tower. Wyatt en Page zouden later worden vrijgelaten zonder ergens van beschuldigd te zijn.[187]

Boleyn, Brereton, Norris en Weston verklaarden dat ze onschuldig waren en nooit overspel hadden gepleegd met de koningin. Norris zou kort na zijn arrestatie wel ‘iets belastends’ hebben toegegeven maar het is onbekend wat. Later heeft hij dit teruggetrokken en gezegd dat hij tijdens de ondervraging door Fitzwilliam opzettelijk in verwarring was gebracht.[188][189]

De mede-beschuldigden

[bewerken | brontekst bewerken]

De mannen die beschuldigd werden van overspel met de koningin waren allen in meer of mindere mate betrokken bij de Boleyn-factie. George Boleyn en Norris waren zeer invloedrijk binnen die factie én aan het hof; de andere drie niet. Historici hebben gesuggereerd dat zij zijn uitgekozen omdat ze bekend stonden vanwege hun promiscuïteit. De suggestie dat ze ook in verband zijn gebracht met sodomie wordt niet algemeen onderschreven[190][191]

  • George Boleyn (c1502-1536) - Burggraaf Rochford. Hij was een centrale figuur in de kring rond de koningin en in de bredere Boleyn-factie. Hij stond bekend als promiscue, en er gingen geruchten over homoseksuele relaties. [192]
  • William Brereton (1487/1490 - 1536) was al lang verbonden aan de Boleyn-factie maar kwam rond 1536 niet zo vaak meer aan het hof. Hij had de reputatie een rokkenjager te zijn.[193]
  • Henry Norris (ca. 1482-1536) was al twintig jaar in dienst van de koning. Hij had de leiding over de kamerheren (Gentlemen of the Privy Chamber). Hendrik VIII was erg op hem gesteld. Hij was met Anna Boleyn bevriend sinds ze voor het eerst aan het hof kwam, en hoorde bij de kern van de Boleynfactie. [194]
  • Mark Smeaton, ook wel Smeton, (1512-1536) was een hofmuzikant; mogelijk kwam hij uit Vlaanderen. Hij was aan het hof gekomen toen hij als jongenssopraan deel werd van de Chapel Royal (de groep priesters en zangers die de liturgie voor de koning verzorgden).[195]
  • Francis Weston (1511-1536) was ooit een page van Hendrik VIII geweest. Hij was zijn tennis- en bowlspartner, en speelde regelmatig kaart met de koning en koningin. Hij stond erom bekend veel affaires te hebben. Het is onduidelijk in hoeverre hij onderdeel was van de Boleyn-factie.[196][197]

Arrestatie Anna Boleyn

[bewerken | brontekst bewerken]
De Tower of London was zowel koninklijk paleis als gevangenis

Anna Boleyn werd op 2 mei in het paleis in Greenwich 's ochtends gesommeerd om voor enkele leden van de Privy Council te verschijnen, die haar met de beschuldigingen confronteerden. Ze ontkende alles. Enkele uren later werd ze gearresteerd en per sloep overgebracht naar de Tower. Bij haar aankomst in de Tower werd Anna opgewacht door sir William Kingston, de bevelhebber van de Tower en lid van de Privy Council. Ze werd opgesloten in de koninklijke appartementen waar ze de nacht voor haar kroning had doorgebracht. Zij is tijdens haar gevangenschap goed behandeld, conform haar status als koningin.[198]

Reactie Hendrik VIII

[bewerken | brontekst bewerken]

Hendrik VIII lijkt de beschuldigingen onmiddellijk en volledig te hebben geloofd; hij heeft Anna Boleyn na zijn onverwachte vertrek bij het toernooi in Greenwich op 1 mei nooit meer willen zien. Een dag na haar arrestatie zei hij in tranen tegen zijn buitenechtelijke zoon Hendrik Fitzroy dat hij (Fitzroy) en zijn halfzuster prinses Maria ternauwernood aan vergiftiging door Anna waren ontsnapt.[199] De weken tussen Anna’s arrestatie en haar executie verscheen de koning aan het hof niet in het openbaar. Alleen leden van de Privy Council en zijn secretarissen hadden toegang tot hem. Cromwell en zijn medestanders hielden mensen die mogelijk voor Anna Boleyn zouden willen pleiten weg bij de koning.[200] Wel maakte Hendrik VIII 's avonds uitstapjes op de rivier; in zijn privé-appartementen dineerde hij in gezelschap van dames van het hof en werd er muziek gemaakt. [201]

Thomas Cranmer, aartsbisschop van Canterbury. 1545. Door Gerlach Flicke, National Portrait Gallery

Geen steun aan het hof

[bewerken | brontekst bewerken]

Aartsbisschop Cranmer was geschokt door de arrestatie van de koningin, maar kreeg aanvankelijk geen toegang tot Hendrik VIII. In een zeer omzichtig geformuleerde brief aan de koning schreef hij op 3 mei dat hij geen enkele vrouw ooit hoger had geacht dan Anna Boleyn. Vervolgens geeft hij aan dat hij natuurlijk niet twijfelt aan het oordeel van de koning, en dat zij daarom wel schuldig moet zijn. Hiermee is Cranmer een van de zeer weinige personen die enige poging heeft gedaan om het voor Anna op te nemen. De andere bisschoppen die met steun van Anna Boleyn waren benoemd deden er het zwijgen toe.[202][203]

Ook de meeste hovelingen distantieerden zich van Anna Boleyn en de Boleyn-factie. Er ontstond direct een strijd om de verdeling van de bezittingen en lucratieve ambten van de gearresteerden, die verbeurd zouden worden verklaard als ze werden veroordeeld.[204]

Gevangenschap

[bewerken | brontekst bewerken]

Anna Boleyn kreeg in de Tower gezelschap van dames uit haar hofhouding die niet behoorden tot haar kring van vertrouwelingen: Lady Boleyn, getrouwd met de jongste broer van haar vader, Lady Shelton, de zuster van haar vader, Lady Kingston, de vrouw van Sir William Kingston, Margaret Coffin en Mrs Stonor. Met geen van hen stond ze op goede voet - ook niet met haar twee tantes. Anna vroeg of ze vervangen konden worden door vrouwen die ze sympathieker vond, maar dit werd door Cromwell afgewezen. Wel mocht haar oude kindermeisje Mary Orchard bij haar blijven. De vrouwen hadden opdracht van Cromwell om alles wat Anna zei via William Kingston aan hem door te geven. Omdat deze correspondentie tussen Kingston en Cromwell deels bewaard is gebleven, is er vrij veel bekend over Anna’s tijd in de Tower.[205][206]

De eerste dagen was ze volledig in paniek: ze praatte (te) veel en ondoordacht. Ze maakte zich hardop zorgen over het incident met Norris, over een flirterig gesprek met Weston, en over haar contacten met Smeaton. Deze opmerkingen zijn tegen haar gebruikt; Weston werd pas gearresteerd nadat Anna het in de Tower over hem had gehad. Ze vroeg naar haar vader en haar broer, maar naar het schijnt niet naar haar dochter.[207][208] Zij is in de Tower niet meer ondervraagd door de Privy Council, iets waarover ze zich verbaasde.[209]

Volgens Kingston was Anna‘s stemming labiel: ze zwalkte tussen heftig huilen en lachen. In de loop van haar gevangenschap werd ze kalmer en vond steun in haar geloof. Zij sprak vaak met aalmoezenier Skip, was veel in gebed, en vroeg of er een hostie in haar appartement kon worden gebracht.[210] Er zijn geen aanwijzingen dat Anna en George Boleyn contact hebben gehad met hun ouders en zuster.[211] Jane Boleyn, de vrouw van George, stuurde wel een bediende naar de Tower om naar hem te informeren.[212]

De British Library bezit een manuscript, getiteld To the King from the Lady in the Tower, waarvan is gezegd dat het een kopie is van een brief die Anna Boleyn op 6 mei 1536 vanuit de Tower aan Hendrik VIII zou hebben geschreven. Hierin bepleit ze op verwijtende toon haar onschuld. Historici verschillen van mening over de vraag of dit inderdaad een brief van Anna is.[213][214]

Op 9 mei ging de commission of oyer and terminer in Middlesex akkoord met een rechtszaak; op 11 mei deed de commissie in Kent hetzelfde. De aangeklaagden werden beschuldigd van hoogverraad: overspel en samenzwering om de koning ter dood te brengen (regicide). In de aanklacht werden 21 strafbare feiten, meest incidenten van overspel, gedetailleerd en expliciet beschreven. Ze zouden zijn gepleegd tussen oktober 1533 en december 1535.[215]

Personen die beschuldigd werden van verraad hoorden pas tijdens het proces wat de aanklacht tegen hen inhield. Zij hadden geen recht op een advocaat. Aangeklaagden mochten getuigen niet ondervragen, en hadden ook niet het recht om zelf getuigen op te roepen. Hoogstwaarschijnlijk zijn er tijdens de processen geen getuigen in levende lijve gehoord, maar zijn een aantal verklaringen in de rechtszaal voorgelezen.[184][216]

Proces tegen Brereton, Norris, Smeaton en Weston

[bewerken | brontekst bewerken]
Afbeelding van een 18e-eeuws proces wegens hoogverraad in Westminster Hall. Het proces tegen Brereton, Norris, Smeaton en Weston vond hier onder vergelijkbare omstandigheden plaats

Brereton, Norris, Smeaton en Weston waren niet van adel en konden daarom niet samen met de adellijke Anna Boleyn en George Boleyn worden berecht. Cromwell stelde zelf uit de commissions of oyer and terminer de jury samen die over hen moest oordelen. Veel juryleden hadden persoonlijke redenen om vijandig te staan ten opzichte van de aangeklaagden. De voorzitter had schulden bij Brereton, anderen hadden banden met Cromwell of de Seymours. Thomas Boleyn, de vader van Anna en George, was ook lid van deze jury.[217][218]

Het proces vond op 12 mei in het openbaar plaats in Westminster Hall en werd voorgezeten door Lord Chancellor Audley. Alleen Smeaton bekende schuld op de beschuldiging van overspel met de koningin. Allen ontkenden schuld aan samenzwering om de koning te doden. Norris, Weston, Brereton en Smeaton werden door de jury unaniem schuldig gevonden en ter dood veroordeeld, door hangen, trekken en vierendelen.[217][218]

Processen tegen Anna Boleyn en George Boleyn

[bewerken | brontekst bewerken]

Anna Boleyn en George Boleyn verschenen op 15 mei in de Tower afzonderlijk voor een jury van 26 edellieden, hun sociale gelijken. De jury werd voorgezeten door hun oom, de hertog van Norfolk. Het is niet duidelijk of deze juryleden door de kroon waren geselecteerd. Ook de graaf van Northumberland, Anna’s jeugdliefde Henry Percy, was lid van de jury.[noot 13] Hoogstwaarschijnlijk zat hun vader Thomas Boleyn niet in deze jury; de schoonvader van George Boleyn wel.[220][218]

Namens de Kroon werd de zaak gevoerd door de sollicitor general, sir Christopher Hales, bijgestaan door Cromwell als ‘council for the King.' De rechtszaak vond plaats in de grote King's Hall. Op bevel van de koning werd er publiek toegelaten bij het proces; mogelijk waren er tweeduizend toeschouwers. Het was een unicum dat een koningin voor de rechter moest verschijnen, zoiets was in Engeland noch Frankrijk ooit voorgekomen. [220][218]

Het proces van Anna Boleyn vond als eerste plaats. Zij dwong respect af door de manier waarop ze zich verdedigde. Ze was volledig hersteld van de paniek uit de eerste dagen na haar arrestatie, en sprak nu kalm en zonder angst. Volgens ooggetuigen weerlegde ze de aanklachten weloverwogen en met gezond verstand. Ze wist in ieder geval een groot deel van het publiek van haar onschuld te overtuigen en maakte grote indruk op de aanwezige buitenlandse diplomaten.[221][222]

Omdat Brereton, Norris, Smeaton en Weston schuldig waren bevonden, was echter in feite al vastgesteld dat de koningin overspel had gepleegd. De jury veroordeelde haar unaniem ter dood; het was aan de koning om te bepalen of zij zou worden onthoofd of op de brandstapel zou komen. Anna Boleyn hoorde het oordeel kalm aan en verklaarde dat ze niet werd veroordeeld vanwege wat haar ten laste was gelegd, maar om een andere reden. Ze moest ter plekke haar kroon overhandigen en haar adellijke titels werden haar ontnomen. Dit gold niet voor de titel koningin; die was haar bij wet verleend en kon alleen door het parlement worden herroepen. Zij zou als koningin van Engeland sterven.[222][221]

Ook George Boleyn wist zichzelf briljant te verdedigen. Chapuys schreef dat hij zo goed had gesproken, dat sommige aanwezigen overtuigd waren dat hij zou worden vrijgesproken. De jury kon het naar verluidt in eerste instantie niet eens worden over een oordeel. Uiteindelijk werd ook hij unaniem schuldig bevonden en ter dood veroordeeld.[223]

Eerlijkheid proces

[bewerken | brontekst bewerken]

Volgens de meeste bronnen verliepen de processen in overeenstemming met de toen geldende regels en procedures. Het was in Engeland in de 16e eeuw niet gebruikelijk dat, als de aanklacht eenmaal was vastgesteld, de Kroon actief ingreep in een rechtszaak. Dat lijkt ook hier niet te zijn gebeurd. De leden van de jury wisten ongetwijfeld wel heel goed welke uitkomst de koning wenste.[224][225]

Er zijn wel kanttekeningen bij het juridisch proces:

  • Enkele dagen na de processen werd het huwelijk van Anna Boleyn en Hendrik VIII nietig verklaard. Daarmee verviel eigenlijk de beschuldiging van overspel; er kon geen sprake geweest zijn van overspel als er nooit sprake was geweest van een huwelijk.[226][227]
  • Volgens de toenmalige wet was overspel geen halsmisdrijf maar een ernstige schending van de goede zeden, die door een kerkelijke rechtbank behandeld moest worden. Overspel met een koningin was in 1536 nog geen hoogverraad (regicide natuurlijk wel).[228]
  • Juristen vonden het onjuist dat Anna Boleyn veroordeeld was tot de brandstapel óf onthoofding. Een vonnis hoorde ook duidelijk te zijn over de methode van executie, en de wet stelde dat een vrouw die veroordeeld was wegens hoogverraad moest worden verbrand.[229][230][231]

Laatste dagen van Anna Boleyn

[bewerken | brontekst bewerken]

Executie George Boleyn, Brereton, Norris, Smeaton en Weston

[bewerken | brontekst bewerken]

De vijf mannen die schuldig waren bevonden aan overspel met de koningin werden 17 mei op Tower Hill in het openbaar onthoofd. De koning zag af van de gruwelijke straf van hangen, trekken en vierendelen. Volgens sommige bronnen heeft Anna de executies gezien, maar dit is onzeker. In ieder geval had ze vanuit haar verblijf geen zicht op het schavot, al zal ze het gejoel van de menigte hebben gehoord. Het is wel waarschijnlijk dat Thomas Wyatt, nog steeds gevangene in de Tower, vanuit zijn cel heeft toegekeken.[232]

De executies gebeurden in volgorde van rang: de adellijke George Boleyn werd als eerste onthoofd en Mark Smeaton, die als muzikant gezien werd als niet veel beter dan een bediende, het laatst. Volgens de mores van die tijd moesten veroordeelden op het schavot conform de Christelijke leer als zondaar berouwvol hun lot accepteren, en zeker niet publiekelijk hun onschuld verkondigen. Geen van de vijf mannen verklaarde dan ook dat hij onterecht was veroordeeld, maar alleen Smeaton zei letterlijk dat hij de dood door zijn daden had verdiend. Brereton zei dat hij het als zondaar weliswaar verdiende om te sterven, maar dat men hem niet moest beoordelen op wat hem ten laste was gelegd. Henry Norris verklaarde als enige op het schavot openlijk dat de koningin onschuldig was.[232]

Nietigverklaring huwelijk en beslissing over onthoofding

[bewerken | brontekst bewerken]

Anna Boleyn lijkt na haar veroordeling niet direct alle hoop te hebben opgegeven. Ze suggereerde na haar proces nog tegen Kingston dat de koning haar misschien naar een klooster zou sturen.[203][233]

Op bevel van de koning verklaarde aartsbisschop Cranmer op 17 mei het huwelijk van Hendrik VIII en Anna Boleyn nietig. Tegelijkertijd werd prinses Elizabeth tot bastaard verklaard. Als reden voor de nietigverklaring werd aangevoerd dat Hendrik VIII voor zijn huwelijk met Anna een seksuele relatie had gehad met haar zuster Maria - een variant op de reden voor de nietigverklaring van Hendriks huwelijk met Catharina van Aragon. Een poging om Anna’s eerdere relatie met Henry Percy op te voeren als reden mislukte. Percy had in 1523 onder ede moeten verklaren dat er geen sprake was geweest van trouwbeloftes tussen Anna en hem. Hij weigerde pertinent om hierop terug te komen.[234]

Anna Boleyn werd door Cranmer overgehaald om akkoord te gaan met de nietigverklaring van haar huwelijk, en de onwettig verklaring van haar dochter. Mogelijk dacht ze dat ze zo kon ontkomen aan een gruwelijke dood op de brandstapel, of zich misschien zelfs zou mogen terugtrekken in een klooster.[235] Anna wist niet dat al dagen eerder was besloten dat zij zou worden onthoofd. Al vóór haar proces was op bevel van de koning een beul uit Frankrijk ontboden die mensen met één slag van een zwaard kon onthoofden. Dit werd als waardiger en genadiger gezien dan onthoofding door een of meerdere slagen met een bijl, wat in Engeland de gebruikelijke methode was.[236] 

Anna Boleyn dacht dat ze in de ochtend van 18 mei worden geëxecuteerd. Ze ging de avond daarvoor ter biecht bij Cranmer en heeft tot twee keer toe - voor en na het Heilig Avondmaal - gezworen dat ze onschuldig was en nooit ‘met haar lichaam tegen de koning had gezondigd.’ Ze vond het buitengewoon pijnlijk toen bleek dat ze pas een dag later ter dood zou worden gebracht; zij beklaagde zich bij Kingston. Deze zei later dat hij nog nooit een veroordeelde had meegemaakt die zich zo verheugde op de dood.[237][238]

Executie en begrafenis

[bewerken | brontekst bewerken]

De executie van Anna Boleyn vond op 19 mei 1536 tussen acht en negen uur 's ochtends plaats in de Tower. Ze werd niet in het openbaar terechtgesteld, maar toch waren er circa duizend toeschouwers. In ieder geval waren Cromwell, Audley, Fitzwilliam, de hertogen van Norfolk en Suffolk, en Hendrik Fitzroy aanwezig. Buitenlanders waren niet toegelaten.[239]

Volgens sommige ooggetuigen werd Anna in ieder geval naar het schavot begeleid door Lady Kingston en Lady Boleyn, die tijdens haar gevangenschap ook bij haar waren geweest, volgens anderen ook door 'vier jonge dames’. Dit zou erop wijzen dat Anna mogelijk toch haar laatste dagen heeft mogen doorbrengen met vrouwen uit haar hofhouding op wie ze gesteld was. Dit is echter niet zeker en er zijn geen namen bekend van de jonge vrouwen die Anna zouden hebben begeleid.[noot 14] Terwijl ze naar het schavot liep deelde ze aalmoezen uit aan mensen in het publiek, zoals voor ter dood veroordeelden gebruikelijk was. Kingston had haar hiervoor namens de koning een beurs met twintig pond gegeven.[242][239]

Anna Boleyn had zich ook voor dit laatste publieke optreden met zorg gekleed. Ze droeg een mantel van grijs damast met een hermelijnen schoudercape of grote kraag, mogelijk over een donkerrode jurk. Ze droeg geen hoofdkap in de Franse stijl (arcelet), een mode die zij zelf in Engeland had geïntroduceerd, maar een traditionele Engelse kap. Met het hermelijn liet zij haar koninklijke status zien, rood was in de katholieke kerk de kleur van martelaren, en met de Engelse kap distantieerde ze zich van de beschuldigingen dat ze te Fransgezind was. Volgens ooggetuigen oogde ze kalm en zelfs opgewekt.[239][242]

Laatste woorden

[bewerken | brontekst bewerken]

In haar laatste woorden op het schavot bekende zij tegen de conventies in op geen enkele manier schuld.

Good Christian people, I am come hither to die, for according to the law, and by the law I am judged to die, and therefore I will speak nothing against it. I am come hither to accuse no man, nor to speak anything of that, whereof I am accused and condemned to die, but I pray God save the king and send him long to reign over you, for a gentler nor a more merciful prince was there never: and to me he was ever a good, a gentle and sovereign lord. And if any person will meddle of my cause, I require them to judge the best. And thus I take my leave of the world and of you all, and I heartily desire you all to pray for me. O Lord have mercy on me, to God I commend my soul.[243][184]

De kapel St Peter ad Vincula met in de voorgrond het monument voor de personen die in de Tower zijn geëxecuteerd. Bij de executie van Anna Boleyn stond het schavot niet op deze plek.[244]

"Deugdzame christenen, ik ben hier gekomen om te sterven. Volgens de wet en door de wet ben ik ter dood veroordeeld, daarom ga ik dat niet betwisten. Ik ben hier niet heen gekomen om iemand te beschuldigen, noch over de aanklacht en het doodvonnis. Maar ik bid dat God de koning behoedt en dat hij nog lang over jullie mag heersen, aangezien er nooit zo'n goedhartige, genadevolle vorst is geweest. Voor mij is hij altijd een goede, nobele en soevereine heer geweest. Wie zich inlaat met mijn zaak, verzoek ik zo oordeelkundig mogelijk te zijn. Nu ik deze wereld en ook jullie allen ga verlaten, vraag ik jullie vriendelijk om voor mij te bidden. Heer, wees mij genadig. God, U beveel ik mijn ziel."

Vervolgens bedankte Anna Boleyn haar dames voor hun goede diensten en trouw. Met hun hulp deed ze haar mantel en hoofdkap af, en bond een linnen kapje om haar haar zodat haar nek vrij bleef. Ze knielde op het schavot waarbij ze haar rokken zorgvuldig om haar voeten vouwde, dit om te voorkomen dat haar benen te zien zouden zijn als haar onthoofde lichaam op het schavot lag. Ze werd waarschijnlijk door een van haar dames geblinddoekt.

De beul deed volgens ooggetuigen zijn best om haar niet nog banger te maken. Hij had zijn zwaard tot dat moment voor haar verborgen gehouden onder het stro en wist op kousenvoeten achter Anna te gaan staan zonder dat ze het merkte. Terwijl zij hardop bad voor haar zielenheil, scheidde hij met één slag van zijn zwaard haar hoofd van haar lichaam. Volgens verslagen van aanwezigen bewogen haar lippen nog toen haar hoofd op het schavot lag.[242][245]

In de 19e eeuw aangebrachte herdenkingssteen op de plek waar men het graf van Anna Boleyn vermoedde.

Het stoffelijk overschot van Anna Boleyn werd niet door mannen aangeraakt. De vrouwen die de koningin naar het schavot hadden begeleid wikkelden haar lichaam en hoofd in witte doeken. Ze droegen die naar St Peter ad Vincula, een kapel binnen de muren van de Tower. Daar verwijderden ze haar kostbare bovenkleding; deze werd zoals gebruikelijk bij executies eigendom van de Tower. (Anna's kleren werden in opdracht van de koning direct opgekocht, om te voorkomen dat ze als relieken of souvenirs zouden worden verhandeld.) Er was geen grafkist geregeld; Anna Boleyn is begraven in een lange houten kist die gebruikt werd voor het vervoer van pijlen. Haar graf bevindt zich voor het altaar van St Peter ad Vincula, niet ver van het graf van haar broer.[246][noot 15]

Reacties op de executie

[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdgenoten schrijven dat Hendrik VIII na de dood van zijn tweede vrouw opgelucht overkwam. Hij trouwde elf dagen later met Jane Seymour. Hij liet alles wat naar Anna Boleyn verwees of aan haar herinnerde uit de koninklijke paleizen verwijderen of vernietigen. Er werd aan het hof zo min mogelijk over haar gepraat.[248]

Onder de Engelse bevolking was Anna Boleyn nooit populair geweest. De meeste mensen waren in eerste instantie bereid te geloven dat zij schuldig was aan overspel en hoogverraad. Aan de katholieke hoven van Europa werd dat gevoel gedeeld. In hervormingsgezinde kringen in Europa werd met afschuw gereageerd op het nieuws van de executie. De Duitse theoloog Philipp Melanchthon omschreef Anna Boleyn als ‘meer beschuldigd dan schuldig bevonden’, en noemde haar dood een calamiteit.[249][250] Toen er meer informatie bekend werd over het (gebrek aan) bewijs voor Anna's schuld en over haar waardige gedrag op het schavot, begon het perspectief op de zaak enigszins te verschuiven. Ook het feit dat Hendrik VIII zo snel met Jane Seymour trouwde, zette mensen aan het denken. Landvoogdes Maria van Hongarije, die mogelijk als kind Anna Boleyn nog had gekend aan het hof van Margaretha van Oostenrijk, schreef aan haar broer Karel V dat Hendrik VIII zijn vrouw uit de weg had geruimd.[250][249]

Theorieën en verklaringen

[bewerken | brontekst bewerken]

Anno 2026 gaan de meeste historici ervan uit dat Anna Boleyn onschuldig was. Ze hebben daarvoor de volgende argumenten:

  • Van dertien in de aanklacht genoemde gevallen van overspel hebben historici kunnen vaststellen dat ze niet kloppen: de koningin, óf de betreffende man, bevond zich ergens anders dan in de aanklacht stond vermeld.[251][252]
  • De koningin was nooit alleen, er waren altijd hofdames bij haar, ook ‘s nachts. Bij zoveel incidenten van overspel hadden er getuigen moeten zijn, en ook medeplichtigen: vrouwen die Anna en haar veronderstelde minnaars hielpen bij het organiseren van een rendez-vous. Er zijn echter geen hofdames beschuldigd van medeplichtigheid, en ook zijn er geen vrouwen van het hof verbannen vanwege hun betrokkenheid. [253][254]
  • Het hof van Anna Boleyn was in vergelijking met de hofhouding van een koningin-gemalin van buitenlandse koninklijke afkomst vrij informeel. Verklaringen over flirterige gesprekken tussen Anna en mannelijke hovelingen zijn in de aanklachten uitgelegd als aanwijzingen voor overspelige relaties. Historici sluiten niet uit dat zulke gesprekken in de omgangsvormen van de kring rondom Anna vrij onschuldig waren.[255][256]
  • Voor zover bekend waren er tijdens het huwelijk van Anna en Hendrik nooit geruchten over romantische betrekkingen van de koningin met mannen aan het hof. Ook ambassadeur Chapuys, die elke roddel doorgaf aan Karel V, repte er niet over.[257]

Er zijn verschillende verklaringen over de achtergrond van de onverwachte ondergang van Anna Boleyn.

Officiële versie: Anna Boleyn was schuldig en er was geen samenzwering

[bewerken | brontekst bewerken]

De 'officiële versie' van de gebeurtenissen staat vermeld in een brief die Cromwell op 14 mei 1536 stuurde aan Stephen Gardiner, de Engelse ambassadeur aan het hof van Frans I. Anna Boleyn was schuldig aan het haar ten laste gelegde. De zaak was onverwacht aan het rollen gekomen door de opmerkingen van de gravin van Worcester, en ontwikkelde een eigen dynamiek die uiteindelijk leidde tot haar executie. Er was geen vooropgezet plan. De Franse priester Lancelot de Carles was in mei 1536 secretaris van de Franse ambassadeur in Engeland. Hij schreef een paar weken na de executie van Anna een rijmkroniek over de gebeurtenissen die ook dit scenario presenteert.[noot 16][258] Tot begin 20e eeuw gingen veel historici er stilzwijgend vanuit dat Anna Boleyn schuldig moest zijn aan in ieder geval een deel van de aanklachten. [259]

Koning ontdoet zich van echtgenote

[bewerken | brontekst bewerken]

Deze theorie gaat ervan uit dat Hendrik VIII de ondergang van Anna Boleyn in gang heeft gezet. Hij wilde met Jane Seymour trouwen omdat hij genoeg had van Anna, of overtuigd was dat zij geen zoon ter wereld zou brengen. Dit was tot midden 20e eeuw onder historici de gangbare interpretatie van de gang van zaken.[260]

Inmiddels delen niet meer alle historici de mening dat het huwelijk in zulk zwaar weer verkeerde. Twee weken voor haar arrestatie had de koning ambassadeur Chapuys nog in een pijnlijke situatie laten manoeuvreren door hem te dwingen Anna Boleyn als koningin-gemalin eer te bewijzen. Hij vond dat blijkbaar belangrijker dan goed verloop van de onderhandelingen over een alliantie met de keizer. Ook ging Hendrik tot vlak voor de arrestaties door met het verlenen van gunsten aan Anna en haar familieleden.[162][164]

De vraag is ook waarom Hendrik VIII het zichzelf zo ingewikkeld zou maken. Als hoofd van de kerk in Engeland was het voor hem niet moeilijk geweest om het huwelijk nietig te laten verklaren vanwege zijn eerdere relatie met Maria Boleyn.[260] Het is ook bijzonder dat hij ervoor koos om zijn vrouw te beschuldigen van overspel met vijf mannen. Dit was tenslotte ook vernederend voor hemzelf.[261]

Cromwell ontdoet zich van politieke tegenstander

[bewerken | brontekst bewerken]

In de 21e eeuw is de meest geaccepteerde verklaring voor de val van Anna Boleyn dat Thomas Cromwell haar wilde uitschakelen, nadat ze in aanvaring waren gekomen over de opheffing van de kloosters en over buitenlands beleid. Anna Boleyn en haar aanhangers waren een serieuze bedreiging geworden voor zijn positie en politiek. Cromwell heeft na de dood van Anna Boleyn zelf tegen Chapuys gezegd dat hij op 18 april 1536 besloot dat Anna uit de weg moest worden geruimd, en dat hij haar val had geregisseerd. De historici Eric Ives, Alison Weir, en John Guy & Julia Fox ondersteunen deze theorie. Zij gaan er vanuit dat Cromwell een sturende rol had in de val van Anna Boleyn, en dat Hendrik VIII (in meer of mindere mate) geloofde dat zij schuldig was.[262][263][264]

Sommige historici, zoals Retha Warnicke en G.W. Bernard, betwijfelen echter of het zelfs voor Cromwell mogelijk was om in twee weken tijd alle nodige voorbereidingen te treffen voor de eliminatie van de koningin én de hele Boleyn-factie. Daarnaast geven ze ook aan dat Brereton, Weston en Smeaton geen invloedrijke en politiek actieve leden van de Boleyn-factie waren, en dus niet perse een bedreiging vormden voor Cromwells positie.[265] [266]

Een bijzondere theorie stelt dat Anna na haar miskraam op 29 januari 1536 verdacht werd van hekserij, omdat de foetus monsterachtig misvormd zou zijn geweest. De beschuldigingen van overspel zouden vooral bedoeld zijn om te suggereren dat dit kind niet van de koning was geweest. Deze theorie is ontwikkeld door Retha Warnicke.[267]

Deze verklaring wordt door de meeste andere historici afgedaan als erg onwaarschijnlijk. Zo'n geboorte werd in de 16e eeuw doorgaans niet in verband gebracht met hekserij. Dat Anna Boleyn een misvormd kind ter wereld zou hebben gebracht, werd pas in 1585 - vijftig jaar later - voor het eerst genoemd door Nicholas Sander in een katholiek pamflet dat gericht was tegen Anna’s dochter Elizabeth I. [268][269]

Toch schuldig

[bewerken | brontekst bewerken]

Incidenteel wordt ook in de 21e eeuw nog gesuggereerd dat Anna wel overspel heeft gepleegd, in ieder geval met Smeaton en Norris. Zij zou dit gedaan hebben uit boosheid over de belangstelling van de koning voor Jane Seymour, óf omdat het haar niet lukte om zwanger te worden van Hendrik, óf uit lust. Daarbij wordt ook aangehaald dat Anna Boleyn zich aan het Franse hof minder ingetogen zou hebben gedragen dan ze voorgaf, en dat haar broer en zuster ook niet bekend stonden om hun kuise levenswandel. Deze theorie wordt verdedigd door G.W. Bernard.[270]

Nagedachtenis

[bewerken | brontekst bewerken]
Twee anonieme portretten van Anna Boleyn uit de 16e eeuw, vermoedelijk beide gebaseerd op een ouder origineel portret.

Er zijn geen portretten van Anna Boleyn bewaard gebleven waarvan zeker is dat ze haar afbeelden, én zijn gemaakt door een kunstenaar die haar in levende lijve heeft gezien. Hendrik VIII liet veel afbeeldingen vernietigen. De bekendste portretten dateren uit de tijd dat haar dochter Elizabeth op de troon zat (1558-1603); mogelijk willen deze afbeeldingen op aandringen van koningin Elizabeth vooral de gelijkenis tussen moeder en dochter benadrukken. Enkele portretten zijn echter misschien gebaseerd op verloren gegane oudere afbeeldingen, waarvoor Anna Boleyn wel nog heeft geposeerd. Dit geldt ook voor een 17e-eeuwse miniatuur door John Hoskins.[271]

Er zijn twee afbeeldingen bewaard gebleven die redelijk betrouwbaar worden geacht. Tijdens Anna Boleyns eerste zwangerschap werd een herdenkingsmedaille met haar afbeelding gemaakt om de verwachte geboorte van een kroonprins te herdenken. Er is een proefexemplaar van de medaille bewaard gebleven, maar de afbeelding is beschadigd. Elizabeth I had een medaillonring met daarin miniaturen van Anna Boleyn en haarzelf. Het is waarschijnlijk dat Elizabeth moeite heeft gedaan om een zo goed mogelijke gelijkenis van haar moeder te vinden of te laten maken. Op basis van de ring en de medaille is echter weinig meer te constateren dan dat Anna Boleyn een lang ovaal gezicht had met hoge jukbeenderen.[271]

Van een miniatuur door Lucas Horenbout en een tekening door Hans Holbein wordt wel gesuggereerd dat het zou kunnen gaan om afbeeldingen van Anna Boleyn, bij haar leven gemaakt door kunstenaars die haar persoonlijk hebben gekend. Dit is verre van zeker.[272][273][271]

Berichten dat Anna Boleyn een ontsierende wrat in haar nek zou hebben en zes vingers aan haar rechterhand lijken propaganda te zijn geweest van politieke tegenstanders; zij voerden het op als tekenen van een verbond met de duivel. Hoogstwaarschijnlijk ging het om een of meer moedervlekken en een licht misvormde vingertop, mogelijk een dubbele nagel. [274]

Reputatie en eerherstel

[bewerken | brontekst bewerken]
Portret van koningin Elizabeth I van Engeland, dochter van Anna Boleyn en Hendrik VIII (ca. 1560-1569), anoniem, Weiss Gallery, Londen

De hervormingsbeweging in Frankrijk zag Anna Boleyn al direct na haar executie als een martelaar van de reformatie. In Engeland waren de hervormers meer terughoudend. Zij waren bezorgd dat de koningin in haar val de hele beweging met zich mee zou slepen. Tijdens de regeerperiodes van Hendrik VIII en zijn zoon Eduard VI werd er zo weinig mogelijk over haar gesproken. Toen Hendriks oudste dochter in 1553 als Maria I op de troon kwam en de katholieke kerk in ere herstelde, werd Anna Boleyn stelselmatig zwartgemaakt en afgeschilderd als de verdorven vrouw die Hendrik VIII had verleid tot ketterij.[275]

Onder Anna’s dochter Elizabeth I volgde er geen formele rehabilitatie. Elizabeth stond voor het dilemma dat eerherstel voor haar moeder automatisch zou betekenen dat haar vader in een kwaad daglicht kwam te staan. Ook wilde ze niet dat de kwestie van de geldigheid van het huwelijk van haar ouders weer in de aandacht zou komen. Dat zou de vraag kunnen opwerpen of zij zelf wel een wettige dochter van Hendrik VIII was. Zij koos ervoor over de zaak te zwijgen. Ze deed geen pogingen om het vonnis van de rechtszaak tegen haar moeder nietig te laten verklaren, of haar te laten herbegraven in Westminster Abbey. Wel keurde het parlement in 1559 op haar verzoek een wet goed waarmee de verbeurdverklaring van Anna Boleyns bezittingen uit 1536 werd opgeven, en Elizabeth werd erkend als haar wettige erfgenaam.[276]

Ook was er een informeel eerherstel. Elizabeth koos net als Anna Boleyn de witte valk als haar persoonlijk embleem, en droeg juwelen die van haar moeder waren geweest.[277] Ze benoemde veel familieleden van haar moeder in haar hofhouding: Maria Boleyns kinderen Catharina Carey en Henry Carey, haar achterneef Charles Howard en zijn vrouw Catharina - zelf een kleindochter van Maria Boleyn - en leden van de familie Shelton. Ze was erg gesteld op de zoon van de geëxecuteerde Henry Norris, ook Henry Norris genaamd, omdat zijn vader als enige op het schavot de eer van haar moeder had verdedigd. Ze benoemde Matthew Parker in 1559 tot aartsbisschop van Canterbury. Hij was de geestelijke aan wie Anna Boleyn vlak voor haar arrestatie had gevraagd om toe te zien op Elizabeths religieuze opvoeding, iets wat hij ook had gedaan.[278]

Geschiedschrijving

[bewerken | brontekst bewerken]
Gravure van de executie van Anna Boleyn door Jan Luyken - 1699[279]

Er zijn zo goed als geen persoonlijke brieven van Anna Boleyn bewaard gebleven, waardoor onduidelijk blijft wat zij zelf dacht of hoe zij gebeurtenissen heeft ervaren. Vanaf het eerste moment dat zij op het toneel verscheen, stond ze in het middelpunt van controverses. Als een rivale van de gerespecteerde Catharina van Aragon, een voorstander van kerkhervorming, en een bondgenoot van Frankrijk riep ze in Engeland en daarbuiten sterke reacties op. Dit betekent dat brieven, pamfletten, boeken en verslagen geschreven door tijdgenoten vaak in meer of mindere mate een bevooroordeeld zijn als het gaat om Anna Boleyn.[280] 

Zeer waardevol bronmateriaal zijn de verslagen en aantekeningen die twee personen uit hoofde van hun ambt hebben gemaakt:

  • Eustace Chapuys (c.1498-1556) was van 1529 tot 1545 ambassadeur van keizer Karel V aan het Engelse hof. Zijn rapporten aan de keizer geven een ooggetuigenverslag van de opkomst en de val van Anna Boleyn. Hij was een slim observator, maar zag de gebeurtenissen volledig uit het Habsburgse perspectief en kreeg vermoedelijk desinformatie toegespeeld door Cromwell.[281]
  • Sir John Spelman (ca 1480-1546) was een Engelse rechter. Hij was in 1536 lid van de Commission of Oyer and Terminer in Middlesex, en betrokken bij de drie processen. De aantekeningen die hij tijdens de processen maakte zijn bewaard gebleven.[282] [166]

In de jaren na de dood van Anna Boleyn werd haar levensverhaal op papier gezet door ooggetuigen van de gebeurtenissen, of door personen die in ieder geval nog ooggetuigen hebben kunnen spreken

  • Alexander Ales of Aless (ook wel Alesius) (1500-1565) was een hervormingsgezinde Schotse theoloog die in 1536 in Londen woonde. Hij was bevriend met Cromwell en Cranmer. Hij legde zijn herinneringen aan Anna Boleyn in 1559 vast in een brief aan Elizabeth I. Hij was vast overtuigd van Anna's onschuld en haar hervormingsgezinde overtuigingen. [283][284]
  • George Cavendish (1497 – c. 1562) was in dienst geweest van kardinaal Wolsey, die hij zeer bewonderde. Hij schreef een biografie van de kardinaal, waar ook het optreden en de invloed van Anna Boleyn aan de orde kwamen. Hij houdt haar medeverantwoordelijk voor de val van Wolsey en is sterk anti-Boleyn.[285][286]
  • Lancelot de Carles (c. 1508 – 1568) was in 1536 secretaris van de Franse ambassadeur in Engeland. Hij schreef een paar weken na de executie van Anna een rijmkroniek over haar leven en de gebeurtenissen van mei 1536: La histoire de la royne Anne Boulant d'Angleterre. Zijn relaas vertoont veel overeenkomsten met de officiële versie van de gebeurtenissen die Thomas Cromwell verspreidde.[287]
  • John Foxe (1516/1517 – 1587) was een theoloog en historicus die vanaf 1552 schreef aan Het Boek van de Martelaren, waarin hij martelaren van de kerkhervoming in Engeland beschreef. Hij nam Anna Boleyn op in dit boek en zag haar als een overtuigd protestant en slachtoffer van een katholieke samenzwering[288]
  • Nicholas Sanders (ook wel Sander - c. 1530 – 1581) was een Engelse katholieke priester en polemiekschrijver. Hij schreef in 1585 een geschiedenis van de afscheiding van de Engelse kerk waarin hij Anna Boleyn afschilderde als een boosaardige femme fatale. Ook beschrijft hij hoe Anna al als jong meisje volledig verdorven en zedeloos was. De verhalen over de afwijkingen aan Anna's hand en nek, en over de misvormde foetus komen uit zijn koker. [289][290]
  • George Wyatt (1554-1624) was een kleinzoon van de dichter Thomas Wyatt, Anna Boleyns bewonderaar. Hij schreef voor Elizabeth I een biografie van Anna Boleyn, die haar zeer positief afschildert.[291][292]

Veranderend beeld van Anna Boleyn in de geschiedschrijving

[bewerken | brontekst bewerken]

Eind 18e en begin 19e eeuw groeide de belangstelling voor Anna Boleyn; haar leven sloot perfect aan bij de Romantische fascinatie voor tragische koninginnen. Er bleef onder historici een verschil hoe katholieken en protestanten tegen Anna Boleyn aankeken. Voor protestanten was ze een martelaar van de reformatie, maar problematisch vanwege de beschuldigingen van overspel en incest. Katholieken hielden haar verantwoordelijk voor de breuk met Rome: ze was de ketterse verleidster van de koning.

In 1884 schreef Paul Friedmann de eerste serieuze studie over Anna (Anne Boleyn: A Chapter of English History, 1527-1536). Hij gebruikte de rapporten van Chapuys over de gebeurtenissen aan het hof als bron. Zoals meer 19e-eeuwse historici was ook Friedmann geneigd om te geloven dat Anna Boleyn 'ergens' schuldig aan moest zijn geweest.

In de loop van de 20e eeuw werd de theorie gangbaar dat Hendrik VIII haar uit de weg had laten ruimen. Eind 20e eeuw begonnen historici Anna Boleyn te zien als een onafhankelijk optredende vrouw, met invloed op politiek, kerkhervorming en kunst. Haar ondergang werd gezien als het gevolg van de machtspolitiek aan het hof. Er is onder historici wel verschil van mening over hoe groot haar invloed was, met name op het gebied van de reformatie.[259][293]

Muziek, drama, literatuur (selectie)

[bewerken | brontekst bewerken]
Poster van de film Anna Boleyn (1920) van Ernst Lubitsch

Het leven van Anna Boleyn is sinds de Romantiek veel verwerkt in muziek en tekst. Ook in de 21e eeuw verschijnen er nog regelmatig boeken, films en tv series waarin zij een belangrijke rol speelt.

Opera

Muziek

Literatuur

Historische romans[294]

  • Letitia Elizabeth Landon - Two scenes from the life of Anne Boleyn. (online versie) 1837
  • Margaret Campbell Barnes - Brief Gaudy Hour (Nederlandse vertaling: Een enkel uur van klatergoud: de tragedie van Anna Boleyn) (1944)
  • Jean Plaidy - Murder Most Royal (1949) (Nederlandse vertaling: Koninklijke moordenaar, ook verschenen onder de titel Hendrik VIII en Anna Boleyn)
  • Evelyn Anthony - Anne Boleyn (1957)
  • Norah Lofts -The Concubine: A Novel Based Upon the Life of Anne Boleyn (Nederlandse vertaling: Anna Boleyn) (1963)
  • Thera Coppens - De Zes Vrouwen van Hendrik VIII (1970)
  • Robin Maxwell - The secret diary of Anne Boleyn (1997)
  • Philippa Gregory - The Other Boleyn Girl (Nederlandse vertaling: De zusjes Boleyn) (2002)
  • Wendy J. Dunn - Dear Heart, How Like You This? (2003)
  • Suzannah Dunn - The Queen of subtleties (2004) (Nederlandse vertaling: De koningin van de verleiding)
  • Karen Harper - The last Boleyn (2006)
  • Laurien Gardner - A lady raised high (2006)
  • Robin Maxwell - Mademoiselle Boleyn (2007)
  • Karen Harper - The Queen's governess (2009)
  • Hilary Mantel - Wolf Hall (2010) & Bring up the Bodies (2012) (Nederlandse vertalingen: Wolf Hall & Het boek Henry)
  • Alison Weir - Anne Boleyn: A King's Obsession (2017)
  • Natalia Richards - Trilogie: The falcon's rise (2019) - The falcon's flight (2020) - The falcon's triumph (2026)
  • Sandra Byrd - To die for (2023)
  • Caroline Willcocks - The duty of women (2024)

Essay

Andere genres

  • Nell Gavin - Threads: the reincarnation of Anne Boleyn. (2012) (reïncarnatie-roman)
  • Laura Andersen - The Boleyn King trillogie (alternatieve geschiedenis: een zoon van Anna Boleyn en Hendrik VIII wordt koning)
  • C.C. Humphreys - The French Executioner (2002) & Blood Ties (2003) - thrillers rond de Franse beul die Anna Boleyn onthoofde

Theater

  • William Shakespeare - Henry VIII (online versie) (1612-1613)
  • John Banks - Vertue betray'd, or, Anna Bullen : a tragedy. (1711)
  • Henry Hart Milman - Anne Boleyn: a dramatic poem. (online versie) (1826)
  • George H. Boker - Anne Boleyn: a tragedy (1850)
  • Carmen Sylva en Mite Kremnitz Anna Boleyn (1884)
  • Maxwell Anderson - Anne of the Thousand Days (1947)
  • Howard Brenton - Anne Boleyn (2010)
  • Toby Marlow en Lucy Moss. Six - musical. (2017)

Film

Televisie

  • The six wives of Henry VIII - Dorothy Tutin als Anna Boleyn (1970)
  • Henry VIII. Helena Bonham Carter als Anna Boleyn (2003)
  • The Tudors – Natalie Dormer als Anna Boleyn (2007-2010)
  • Wolf Hall. Claire Foy als Anna Boleyn (2015)
  • Anne Boleyn. Jodie Turner-Smith als Anna Boleyn (2021).
  • Blood, Sex & Royalty. Amy James-Kelly als Anna Boleyn (2022)
Wikiquote heeft een of meer citaten van of over Anna Boleyn.
Zie de categorie Anne Boleyn van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.