Charles de Foucauld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Charles de Foucauld
Charles de Foucauld.jpg
Priester van de Rooms-Katholieke Kerk
Wapen van een priester
Geboren 15 september 1858
Plaats Straatsburg
Overleden 1 december 1916
Plaats Tamanrasset
Wijdingen
Priester 9 juni 1901
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Charles de Foucauld (Straatsburg, 15 september 1858 - Tamanrasset (Algerije), 1 december 1916) was een Frans soldaat, ontdekkingsreiziger, trappist, taalkundige en heremiet. Hij is grondlegger van een nieuwe christelijke spiritualiteit die hij de "weg van Nazareth" noemde. Hierin staat het navolgen van de "verborgen Jezus" zoals deze in de jaren tot aan zijn openbare optreden leefde, centraal. Foucauld verliet het trappistenklooster om dichter bij de armen te zijn. Hij slaagde er niet in om een congregatie te stichten, maar na zijn dood vond zijn levenswijze erkenning en navolging. In 2005 werd hij zalig verklaard.

Biografie[bewerken]

14 jaar oud

Charles de Foucauld werd op 15 september 1858 geboren in Straatsburg. Toen hij zes jaar was werd hij wees. Zijn moeder stierf door een miskraam en zijn vader overleed aan tuberculose. Samen met zijn jongere zus werd hij opgevoed door zijn grootouders. In 1866 ging hij naar het bisschoppelijk college te Straatsburg, vanwaar hij enkele jaren later overging naar het lyceum aldaar. Zijn leraren hadden een verschillend oordeel over hem. Sommigen vonden hem onverschillig, anderen onstuimig. Ook werd hij omschreven als intelligent en ijverig. In de zomer van 1869 maakte hij op vakantie kennis met zijn nicht Marie. Die was acht jaar ouder en had veel invloed op hem. In 1870 werd de familie genoodzaakt om te verhuizen naar Zwitserland, vanwege de Frans-Pruisische Oorlog. Doordat Duitsland de Elzas annexeerde, konden ze niet terugkeren naar hun woning in Straatsburg. Ze verhuisden via Bern naar Nancy alwaar Foucauld zijn middelbare studies voltooide in 1874. In tussentijd verloor hij zijn geloof en trok zich graag terug in boeken.

als officier in het leger

Hij wilde het leger in en volgde hiertoe nog een andere opleiding in een strenger instituut. In maart 1876 werd hij daar verwijderd vanwege zijn gedrag. Na het gebruikelijke toelatingsexamen in oktober begon hij zijn officiersopleiding aan École Spéciale Militaire de Saint-Cyr. In 1878 stierf zijn grootvader die hem een groot bedrag achterliet als erfenis. Tijdens zijn vervolgopleiding bij de cavalerie in Saumur liet hij zijn geneugten de vrije loop. Zijn kamer werd bekend vanwege de diners. In 1980 werd hij ingedeeld bij het 4e regiment huzaren als onderluitenant. Foucauld hield er een liederlijk op na en werd na acht maanden ontslagen vanwege gebrek aan discipline. Hij vertrok met zijn maîtresse Marie Cardinale naar Évian-les-Bains. Zijn eenheid werd verplaatst naar Algerije en raakte daar betrokken in een opstand. Daarop meldde Foucauld zich terug in Parijs om meteen weer dienst te mogen nemen. Hij vocht acht maanden mee en de manschappen droegen hem op handen.[bron?] Hij nam ontslag in 1882 om ontdekkingsreiziger te worden.

Bekering[bewerken]

Voor hij in 1883 op ontdekkingsreis mocht, werd hij door zijn familie eerst een jaar lang onder curatele gesteld. In juni 1883 trok hij vermomd als rabbijn door de binnenlanden van Marokko. Voor deze prestatie, en ook vanwege zijn wetenschappelijk onderzoek, kreeg hij in 1885 de gouden medaille van het Franse Geografisch Genootschap.

Bij zijn terugkeer in 1884 greep de rusteloosheid hem weer aan. Hij woonde opnieuw samen met zijn maîtresse en nam zijn oude leventje weer op. Ook kwam hij weer in contact met zijn nicht Marie. Zij bracht hem in contact met abbé Huvelin en hij bekeerde zich in oktober 1886. Terwijl in 1888 het verslag van zijn ontdekkingsreis ter perse ging, begon hij zich te bezinnen over de betekenis van het Rooms-katholieke Kerk voor hem. Hij trad in contact met een trappistenklooster en maakte dat jaar een pelgrimstocht naar het Heilige Land. Daar kreeg zijn spiritualiteit rond het verborgen leven van Christus vorm. Na lang zoeken trad hij in 1889 in bij de trappisten van Notre-Dame des Neiges in de Ardèche. Hieraan was een dochterklooster in Syrië verbonden. In 1890 nam Foucauld afscheid van zijn familie en van Marie. Enige tijd later werd hij naar het dochterklooster in Syrië gezonden. In 1896 verliet hij de abdij, omdat hij daar niet kon vinden wat hij zocht.

Kluizenaar[bewerken]

Kluizenarij op het Assekremplateau

Tussen 1896 en 1901 werkte Foucauld grotendeels als knecht bij de clarissen in Nazareth, waar ook zijn droom van een leven zoals dat van de Heilige Familie in Nazareth tot rijping kwam. Hij schreef er een levensregel voor de Kluizenaars van het heilig Hart van Jezus. In 1900 werd hij tot subdiaken gewijd en op 9 juni 1901 tot priester. Op 9 september 1901 vertrok hij naar Béni Abbès in Algerije om daar tussen de moslims te leven, om zo van Christus te getuigen. In 1902 besefte hij dat de regel die hij in Nazareth had opgesteld veel te streng was. Hij schreef een nieuwe regel voor de kleine broeders en kleine zusters van het Hart van Jezus ter voorbereiding van actief missiewerk door gebed, voorbeeld en vriendelijkheid.

Interieur van de kluizenarij

In 1904 kwam Foucauld in contact met de Toearegs in het Ahaggar gebergte en bezocht hij voor het eerst Tamanrasset. In die tijd schreef hij een woordenboek ToearegFrans, want hij was van mening dat de missionarissen de taal van het volk moesten spreken vooraleer ze aan de missie begonnen. In 1951 werd dit woordenboek postuum gepubliceerd in vier delen. Tamanrasset werd van 1907 tot aan zijn dood in 1916 zijn verblijfplaats. Gedurende die periode ging hij in 1909 naar Frankrijk in de hoop metgezellen te krijgen voor de gemeenschap die hij wilde stichten. Met diezelfde hoop keerde hij nog enkele keren terug, maar steeds met weinig succes. In 1911 bouwde hij zijn kluizenarij op het plateau Assekrem (2780 m) in de Ahaggar (80 km van Tamanrasset in het zuiden van Algerije).

In 1916 brak een opstand uit binnen de Toearegs. Op 1 december van dat jaar vielen leden van een van de stammen zijn hut in Tamanrasset binnen. Foucauld werd naar buitengeroepen, geboeid, en onder bewaking voor zijn kluis geplaatst, terwijl anderen de kluis plunderden. Plots ontstond er verwarring toen men twee gedaanten zag opduiken. De bewaker verloor zijn tegenwoordigheid van geest en loste een schot. Foucauld viel dood neer.

Graf in El Menia, Algerije

Spiritualiteit[bewerken]

Navolging van de "verborgen Christus"[bewerken]

Charles de Foucauld ontwikkelde een eigen spiritualiteit. Op zijn bedevaart naar Bethlehem en tijdens zijn verblijf in het klooster in Syrië rijpte zijn voorstelling van het leven van Christus in Nazareth: een man die jarenlang leefde als arme en stille arbeider in Nazareth, voordat hij begon met zijn publieke optreden. De navolging van Jezus vereiste volgens Foucauld radicale armoede en een leven, werken en kleden zoals de armen. Foucauld wilde niet alleen de als onwenselijk ervaren afstand klooster-wereld (monniken versus armen) afschaffen, maar ook het verschil in dagtaken tussen priester en broeder.

Eucharistische Christus[bewerken]

Hij noemde de eucharistie Bethlehem en Calvarië, en verbond met de aanbidding van het Allerheiligste Sacrament de voortdurende dialoog met God. Daarom stelde hij in zijn Directoire de dagelijkse aanbidding als centraal moment van de dag verplicht. De dialoog met God, het gebed, baseerde Foucauld op Theresa van Avila. Hij verwachtte het inhouden van regelmatige gebedstijden, een retraite, het lezen van geestelijke literatuur en overwegen van de bijbel, meemaken van catechese en de devotie tot het Heilig Hart.

Kerk als bruid van Christus[bewerken]

Voor Foucauld is de Kerk de bruid van Christus. Zijn houding jegens de Kerk en de Hiërarchie werd bepaald door Jezus' vertelling aan de apostelen: "Wie naar u luistert, luistert naar Mij" (Luc 10,16). Het magisterium van de kerk moet met eerbied tegemoet worden getreden, vond Charles. In het verlengde daarvan meende hij dat elke christen een geestelijk leidsman nodig had en deze trouw zou moeten zijn.

Apostolaat[bewerken]

Onlosmakelijk verbonden met het christelijke leven is volgens Foucauld het apostolaat. Het ging er volgens hem niet om apologeet te zijn, door discussie te overtuigen. Het zou integendeel nodig zijn te missioneren door eenvoudig aanwezig te zijn tussen de mensen en door evangelisch te leven een voorbeeld te zijn en aantrekkingskracht op anderen uit te oefenen.

Invloed[bewerken]

Standbeeld in Straatsburg

Foucauld had tijdens zijn leven geen medebroeders. Pas in 1932 kregen de eerste volgelingen hun kleed. Deze gemeenschap noemden zich de kleine broeders van Jezus en was gesticht door René Voillaume. Die stichtte ook nog de kleine broeders van het Evangelie. Onder zijn invloed stichtte kleine zuster Magdeleine de kleine zusters van Jezus in 1939. Minder bekend is de congregatie van de kleine zusters van het Heilig Hart die in dezelfde periode onstond.

Daarnaast ontstonden her en der nog vele andere gemeenschappen. Zo ontstonden lekenfraterniteiten, gemeenschappen van leken die in de geest van Foucauld willen leven, en seculiere instituten en priesterfraterniteiten. In België staat een jongerenfraterniteit open voor jeugd die in de geest van Foucauld wil leven. Een voorbeeld van zo'n beweging die in de geest van Foucauld tracht te leven is 'Les Fraternités Monastiques et Laïques de Jérusalem'. De stichter van deze beweging, pater Pierre-Marie Delfieux, trok zelf naar Tamanrasset waar Charles de Foucauld had geleefd.

Heden kan men zelfs van een reveil spreken binnen deze spirituele familie. Zo zijn er op verschillende plaatsen gemeenschappen aan het ontstaan die in de geest van Foucauld willen leven.[bron?]

Foucauld heeft ook indirect invloed uitgeoefend op de christelijke spiritualiteit. Jan Vermeire, de stichter van Poverello, vond zijn 'roeping' na het lezen van Au coeur des masses van René Voillaume. Hoewel de gemeenschap Poverello los staat van de Associatie van gemeenschappen van Foucauld, is de spiritualiteit er sterk door beïnvloed.

In Nederland zijn verscheidene scoutinggroepen vernoemd naar Charles de Foucauld, maar later veelal gefuseerd met andere of opgeheven. In Spijkenisse is een mavo-school naar hem genoemd.[1]

Op 13 november 2005 werd Charles de Foucauld door Benedictus XVI zalig verklaard.