Naar inhoud springen

Koninklijk Concertgebouw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Concertgebouw Amsterdam)
Koninklijk Concertgebouw
De voorzijde van het gebouw, met op de nok van het dak een vergulde lier.
De voorzijde van het gebouw, met op de nok van het dak een vergulde lier.
Opgericht 1886Bewerken op Wikidata
Plaats AmsterdamBewerken op Wikidata
Adres Concertgebouwplein 10Bewerken op Wikidata
Coördinaten 51° 50 NB, 5° 52 OL
Type concertzaal
Personen
Directie Simon Reinink
Gebruiker(s) Koninklijk ConcertgebouworkestBewerken op Wikidata
Gebouw
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 288
Architect Adolf Leonard van Gendt
Pi de Bruijn
Bouwstijl neoclassicistische architectuurBewerken op Wikidata
Overig
Aantal zalen Grote Zaal, Kleine Zaal, Koorzaal en Spiegelzaal
Lid van Vereniging van Schouwburg- en ConcertgebouwdirectiesBewerken op Wikidata
Prijzen en erkenningen predicaat Koninklijk[1]Bewerken op Wikidata
De vergulde lier; in gestileerde vorm thans het logo.
De vergulde lier; in gestileerde vorm thans het logo.
Officiële website Bewerk dit op Wikidata
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Van Gendts ontwerp van het grondplan met de Grote Zaal.
Concertgebouw in 1902, door Jacob Olie.
Voorgevel van het Concertgebouw aan de Van Baerlestraat, met rechts het gebouw van de Amsterdamse IJsclub; circa 1920.
Het Concertgebouw met de omliggende Concertgebouwbuurt gezien vanuit de lucht in noordelijke richting. Bovenaan het Museumplein met het Concertgebouw, op de voorgrond de Obrechtkerk; circa 1930. Luchtvaartafdeeling, 1920-1940.
De oostzijde van het Concertgebouw nog zonder de latere moderne aanbouw.
De oostzijde van het Concertgebouw. De zijvleugel van architect Pi de Bruijn werd aangebouwd in de jaren 80.
De Grote Zaal na restauratie
De Grote Zaal na restauratie
Het Maarschalkerweerd-orgel van het Concertgebouw.

Het Koninklijk Concertgebouw, geopend op 11 april 1888, is een gebouw met diverse concertzalen, gelegen aan de Van Baerlestraat tegenover het Museumplein in Amsterdam. Het is de thuisbasis van het Koninklijk Concertgebouworkest.

Het Concertgebouw heeft vier concertzalen: de Grote Zaal, de Kleine Zaal, de Koorzaal en de Spiegelzaal. Sinds een grote renovatie en verbouwing in 1988 is de hoofdentree niet langer aan de Van Baerlestraat, maar aan het Concertgebouwplein nr. 2.

Het gebouw werd op 4 juli 1974 tot rijksmonument verklaard.[2] Tijdens de viering in 2013 van het 125-jarig bestaan kreeg het Concertgebouw het predicaat Koninklijk. Sindsdien is de officiële naam Het Koninklijk Concertgebouw.[3][4]

De oprichtingsvergadering van de naamloze vennootschap die het Concertgebouw liet bouwen,[5] werd gehouden in 1882 in theaterzaal Odeon aan het Singel, waarin in de 21e eeuw een gelijknamige discotheek is gevestigd.

De bouw begon in 1883 in een veenweidegebied dat destijds net buiten de stadsgrenzen van Amsterdam lag, in de gemeente Nieuwer-Amstel. In 1896 kwam het binnen de grenzen van Amsterdam. Er tegenover lag het latere IJsclubterrein, sinds 1903 het Museumplein. Als fundering werden 2186 heipalen van twaalf tot dertien meter lang tot op de zandbodem geslagen.

De zaal werd geopend op 11 april 1888, met een inwijdingsconcert waaraan 120 musici en een koor van 500 personen deelnamen. Er werd muziek ten gehore gebracht van Wagner, Händel, Bach en Beethoven.

Tweede Wereldoorlog

[bewerken | brontekst bewerken]

Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog werd de uitvoering van werken van joodse componisten als Gustav Mahler en Felix Mendelssohn verboden. De zeventien Joodse leden van het Concertgebouworkest, bijna eenvijfde van het totaal aantal musici, moesten worden ontslagen omwille van de zogenaamde arisering.[6] In 2020 werden de betreffende musici postuum geëerd in het Gedenkteken Joodse Musici in een gang achter de Grote Zaal.

Naoorlogse jaren

[bewerken | brontekst bewerken]

Tot 1952 vormden het gebouw en het Concertgebouworkest één organisatie. In dat jaar werd het orkest organisatorisch losgemaakt van Het Concertgebouw NV en ondergebracht in de Nederlandse Orkest Stichting. Aan deze beslissing ging een langdurig en ernstig conflict vooraf. De directe aanleiding was het aantrekken van de tot Duitser genaturaliseerde Nederlandse dirigent Paul van Kempen als invaller voor de zieke Eduard van Beinum. Het tumult in en buiten het gebouw dat daarvan het gevolg was leidde op 28 januari 1951 tot verstoring van een uitvoering van Verdi's Requiem en een staking van de meerderheid van de orkestleden, die daarop door het bestuur werden ontslagen. Na uitvoerig overleg en bemiddeling werd het conflict bijgelegd en werd de dieper liggende oorzaak weggenomen door de organisatorische splitsing van 'Gebouw' en 'Orkest'.[7]

Binnen het Concertgebouw vonden vaker acties plaats, met als bekendste de Aktie Notenkraker op 17 november 1969, toen progressieve componisten een concert verstoorden uit protest tegen het programmabeleid van het Concertgebouworkest. Ruim een halve eeuw later op 1 november 2022 waren het activisten van Extinction Rebellion die een uitvoering van (opnieuw) Verdi's Requiem onderbraken om te protesteren tegen het (ontbreken van) beleid tegen klimaatverandering in Nederland. In beide gevallen werkten vooral verontwaardigde concertbezoekers de demonstranten snel naar buiten.

Het Concertgebouw werd in 1988 gerenoveerd, waarbij de hoofdingang verhuisde naar het Concertgebouwplein. In dat jaar kreeg het Concertgebouworkest het predicaat 'Koninklijk'. Met het gebouw gebeurde dat 25 jaar later in 2013, bij het 125-jarig jubileum.

In 2024 annuleerde het Concertgebouw twee concerten van het Israëlische Jerusalem Quartet (16 en 18 mei) vanwege aangekondigde demonstraties en recente ontwikkelingen rond protesten in Amsterdam.[8] Na een internationale petitie werd het concert van 18 mei alsnog uitgevoerd met verhoogde veiligheidsmaatregelen en een aangepaste aanvangstijd.[9]

In november 2025 beëindigde het Concertgebouw aanvankelijk de overeenkomst met Stichting Chanukah Concert voor het jaarlijkse Chanoekaconcert van 14 december, nadat geen overeenstemming werd bereikt over vervanging van IDF-Chief Cantor Shai Abramson.[10] Het Concertgebouw stelde dat zijn aanwezigheid als zichtbare vertegenwoordiger van het IDF "haaks staat op de missie om mensen te verbinden met muziek".[11] De stichting kondigde juridische stappen aan en stelde dat de vrijheid van godsdienst in het geding was.[12]

Het besluit leidde tot uiteenlopende reacties. Het hoofdredactioneel commentaar van dagblad De Telegraaf stelde dat het Concertgebouw "bijdraagt aan antisemitisme en het uitsluiten van Joden".[13] Ook de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding uitte kritiek.[14] Daarentegen ondersteunde DENK-fractievoorzitter Sheher Khan (Amsterdam) het besluit, stellend dat onderscheid gemaakt moet worden tussen het Jodendom en de staat Israël.[15] Burgemeester Femke Halsema verwierp Israëlische beschuldigingen over de kwestie als "meer dan verachtelijk".[16] Op 12 november bereikten beide partijen een compromis: het middagconcert op 14 december zou een openbaar familieconcert worden zonder Abramson, terwijl twee besloten avondconcerten met Abramson uitsluitend bestemd moesten worden voor genodigden.[17]

In 2025 bleek dat het Concertgebouw mogelijk niet voldeed aan wetten en regels omtrent belastingvoordelen voor goede doelen had overtreden.[18] De Belastingdienst had bezwaren tegen de sinds 2001 bestaande structuur waarbij een steunstichting met anbi-status gelden belastingvrij doorstuurde naar de Concertgebouw NV, wat volgens de fiscus niet was toegestaan. Directeur Simon Reinink bevestigde dat de structuur niet aan de wet voldeed, maar sprak van te goeder trouw handelen; de organisatie kreeg de opdracht de structuur voor 1 januari 2026 aan te passen.

De architect is Adolf Leonard van Gendt, voor wie de bouwtekening van het in 1884 geopende Neue Gewandhaus in Leipzig als inspiratiebron diende voor de vorm en indeling. Het Neue Gewandhaus liep in 1943 en 1944 zware oorlogsschade op, werd daarna niet meer gebruikt en is in 1968 afgebroken.

Het Concertgebouw werd gebouwd volgens de stijl van het Weens classicisme. De gevel vertoont kenmerken van de neorenaissance. De beeldhouwwerken werden gemaakt door Johannes Franse.

Op het dak van de Grote Zaal staat een lier, het instrument van Apollo, het symbool van de muziek. Deze is vervaardigd van roodkoper en is verguld met bladgoud. De 3,25 hoge lier uit 1993 is een kopie van de originele uit 1888, met dit verschil dat die was vervaardigd uit zink.

Bij een grote renovatie van 1985 tot 1988 werd aan het J.W. Brouwersplein (sinds 1988 Concertgebouwplein) een nieuwe hoofdingang aangebouwd met een moderne glazen foyer, naar ontwerp van Pi de Bruijn. Dit gedeelte heeft geen monumentenstatus.

De 'Grote Zaal' is 44 meter lang, 27,5 meter breed en 17,5 meter hoog en biedt, inclusief het balkon, plaats aan ongeveer 2000 mensen. De zaal heeft een galmtijd van 2,8 seconde zonder publiek, en 2,2 seconde met publiek. Deze afmetingen maken de zaal uitermate geschikt voor het repertoire uit de late romantiek, zoals de werken van Gustav Mahler, en minder geschikt voor versterkte muziek en kamermuziek. De Grote Zaal wordt desondanks ook gebruikt voor solorecitals van beroemde musici.

Vanwege de volgens velen superieure akoestiek wordt de Grote Zaal beschouwd als een van de drie beste zalen ter wereld voor de muziek voor symfonieorkest. De andere twee zijn de Symphony Hall in Boston (ook naar het voorbeeld van het Gewandhaus) en de Große (Goldene) Musikvereinssaal in Wenen.

In de Grote Zaal is een groot concertorgel opgesteld van de orgelbouwer Michaël Maarschalkerweerd. De orgelkas werd ontworpen door architect Van Gendt zelf en maakt dus deel uit van het totale concept van het gebouw. Het is vooral geschikt voor muziek uit de late romantiek. Bij uitvoeringen van barokmuziek wordt in het Concertgebouw doorgaans een kistorgel gebruikt.

Zie Orgel van het Concertgebouw voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Kenmerkend zijn de lange trappen aan weerszijden van het orgel waarover dirigenten en solisten de zaal betreden en weer verlaten.

Achter de Grote Zaal bevindt zich op de bovenverdieping een kleinere ovale zaal, die de 'Kleine Zaal' genoemd wordt. Deze is 20 meter lang en 15 meter breed. Deze meer intieme ruimte is speciaal bedoeld voor kamermuziek. In deze zaal kunnen 438 luisteraars plaatsnemen. Rondom de Kleine Zaal bevinden zich de Felix de Nobel Foyer, de Franse Foyer, de Omloop (sinds 1988) en de Voorhal van de Kleine Zaal. De muziekzaal in het honderd jaar eerder gebouwde Felix Meritis aan de Keizersgracht in Amsterdam diende als voorbeeld voor de Kleine Zaal in Het Concertgebouw.

Achter de Grote Zaal bevindt zich op de begane grond een ovale zaal die precies onder de Kleine Zaal ligt en dezelfde omtrek heeft. Deze wordt de 'Spiegelzaal' genoemd naar de vele spiegels in de deuren. De multifunctionele Spiegelzaal is hoofdzakelijk in gebruik als koffiekamer en foyer, maar wordt ook gebruikt als ontvangstruimte voor speciale gasten en voor toelichtingen bij concerten. Ook radio-uitzendingen zoals AVRO Spiegelzaal (en vroeger Für Elise), komen uit de Spiegelzaal.

Elk jaar vinden er zo'n 900 concerten en andere activiteiten plaats voor een publiek van in totaal 850.000 mensen. Sinds het begin in 1888 heeft het Concertgebouw gediend als thuisbasis voor het Concertgebouworkest, dat in 1988 het predicaat Koninklijk kreeg. Ook het Nederlands Philharmonisch Orkest en het daarmee gelieerde Nederlands Kamerorkest hebben hun vaste concertseries in de Grote Zaal, als voortzetting van de in 1953 begonnen series van het toenmalige Kunstmaandorkest, het latere Amsterdams Philharmonisch Orkest. Een lange traditie sinds 1961 zijn de concerten van de NTR-Zaterdagmatinee (oorspronkelijk georganiseerd door de VARA als Matinee op de Vrije Zaterdag) vanuit de Grote Zaal,[19] meestal met de orkesten van het Muziekcentrum van de Omroep, maar ook regelmatig met andere orkesten en ensembles. Het Concertgebouw heeft ook een eigen programmering in zowel de Grote als de Kleine Zaal voor recitals, kamermuziek en (meestal buitenlandse) symfonieorkesten.

Een van de jaarlijks terugkerende concerten is het Nieuwjaarsconcert van de VARA en het Nederlands Blazers Ensemble: het Nederlandse antwoord op het jaarlijkse Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker. Het concert wordt ieder jaar op 1 januari rechtstreeks uitgezonden op radio en televisie. Verdere tradities zijn de Kerstmatinee die op Eerste Kerstdag rechtstreeks wordt uitgezonden op radio en tv en de passiemuziek op Palmzondag uitgevoerd door het Koninklijk Concertgebouworkest, die rechtstreeks uitgezonden wordt op NPO Klassiek. Op kerstavond is er elk jaar een kerkdienst van de 'Diensten met Belangstellenden'.

Eind jaren '60 en begin jaren '70 werd de zaal ook wel gebruikt voor popconcerten. Artiesten die in het Concertgebouw optraden waren onder meer Aretha Franklin, Rod McKuen, Led Zeppelin, Pink Floyd, Frank Zappa, Grateful Dead, The Who, Janis Joplin, The Doors, Paul McCartney & Wings,[20][21] Frank Sinatra en Roxy Music.

Het Concertgebouw ontvangt volgens eigen opgave jaarlijks ruim 700.000 bezoekers.[22]

Eregalerij van componisten

[bewerken | brontekst bewerken]

Zowel de Grote Zaal als de Kleine Zaal is getooid met cartouches met de namen van de componisten die ten tijde van de bouw van het gebouw (en ook daarna nog) het meest gewaardeerd werden. De namen op de balkonranden in de Grote Zaal zijn van componisten die er hebben opgetreden of van wie een werk in première is gegaan. Voorbeeld hiervan is Mahler, die de eerste vijf van zijn symfonieën heeft gedirigeerd in de Grote Zaal.[23]

De volledige lijst op de muren bestaat uit:

en op de balkonrand:

Op de muren van de Kleine Zaal prijken de namen:

  • Rudolf Mengelberg, Vijftig jaar Concertgebouw, Amsterdam, 1938.
  • Lydia Lansink, Jan Taat, Van Dolf van Gendt naar Bernard Haitink. Negentig jaar Concertgebouw en Concertgebouworkest. 1888-1978, Amsterdam, 1978. 144 pp.
  • H.J. van Royen (red.), Historie en kroniek van het Concertgebouw en het Concertgebouworkest. Zutphen, 1988. ISBN 906011 580 5
  • Paul Fennis, Oud-Zuid; Concertgebouwbuurt en Apollobuurt. 100 jaar verandering in beeld. Amsterdam, 1998.
  • Michel Khalifa e.a. (red.), Bravo! 125 jaar Het Concertgebouw en Koninklijk Concertgebouworkest. Amsterdam, 2013. 336 pp. ISBN 978 94 600 3596 8
  • Albert van der Schoot, Dissonanten in het Concertgebouw. Gorredijk, 2025. 560 pp. ISBN 9789464712834
Zie de categorie Concertgebouw, Amsterdam van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.