Conflict in Nagorno-Karabach (2020)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Unbalanced scales.svg De neutraliteit van dit artikel wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.
Conflict in Nagorno-Karabach (2020)
Een kaart van de 2020-staakt-het-vuren-overeenkomst
Datum 27 september 2020 - 10 november 2020
Locatie Nagorno-Karabach, Azerbeidzjan
Resultaat Azerbeidzjaanse overwinning.
Staakt-het-vuren bemiddeld door Rusland.[1]
Strijdende partijen
Vlag van Artsach Nagorno-Karabach
Vlag van Armenië Armenië
Vrijwilligers Armeense diaspora[2]
Bewapening:
Vlag van Rusland Rusland
Vlag van Azerbeidzjan Azerbeidzjan
Syrische huurlingen[3]
Bewapening:
Vlag van Israël Israël
Vlag van Rusland Rusland
Vlag van Turkije Turkije
Leiders en commandanten
Vlag van Artsach Arajik Haroetjoenian (President)
Vlag van Artsach Jalal Haroetjoenian (Minister van Defensie), gewond geraakt en vervangen[4]
Vlag van Artsach Mikael Arzoemanian (Minister van Defensie)
Vlag van Armenië Nikol Pasjinian (Premier)
Vlag van Armenië David Tonojan
(Minister van Defensie)
Vlag van Azerbeidzjan Ilham Aliyev (President)
Vlag van Azerbeidzjan Zakir Hasanov (Minister van Defensie)
Vlag van Azerbeidzjan Hikmat Mirzayev (Commandant Special Forces)
Vlag van Azerbeidzjan Hikmat Hasanov (Generaal Eerste Leger)
Troepensterkte
onbekend onbekend
Verliezen
Volgens Armenië
3330 militairen gedood[5]

Volgens Azerbeidzjan
2.300+ militairen gedood of gewond[6]


Volgens Azerbeidzjan
2783 militairen gedood[7]

92 burgers gedood en 404 gewond[8]


Volgens Armenië
6.309 militairen en huurlingen gedood

Volgens Rusland
Ca. 5.000 doden aan beide kanten.[9]

Het conflict in Nagorno-Karabach in 2020 of de oorlog in Nagorno-Karabach in 2020 was een gewapend conflict tussen Azerbeidzjan enerzijds en Nagorno-Karabach (Artsach) en Armenië anderzijds in en rondom de regio Nagorno-Karabach, een bergachtig gebied in de Zuidelijke Kaukasus dat historisch gezien bewoond werd door Armeniërs[10].

Na een eerdere oorlog van 1988-1994 was het gebied de facto in handen gekomen van de niet-erkende republiek Nagorno-Karabach, hoewel het internationaal beschouwd werd als Azerbeidzjaans grondgebied. De Armeense Nagorno-Karabachers, die een meerderheid in het gebied vormden ten opzichte van de Azerbeidzjanen ter plaatse, vochten tijdens die oorlog eveneens zij aan zij met Armenen uit Armenië zelf.[11][12]

Eind september 2020 braken gevechten uit langs de grens die ontstond na het staakt-het-vuren van 1994. Het Azerbeidzjaanse leger slaagde erin, ondersteund door 2580 Syrische huursoldaten[13] en met diplomatieke en militaire steun van Turkije[14] en Pakistan[15] terreinwinst te boeken en delen van de regio op de Armeniërs te veroveren. Aan de Armeens-Karabachse zijde vochten enkel vrijwilligers uit de Armeense diaspora mee.[16]

Internationale pogingen tot een staakt-het-vuren te komen liepen aanvankelijk op niets uit, totdat Azerbeidzjan in november 2020 de stad Şuşa veroverde. Daarna kwamen de partijen, onder Russisch toezien, overeen de gevechten te staken. De overeenkomst werd door de Azerbeidzjanen als een overwinning gevierd. In de Armeense hoofdstad Jerevan ontstonden enige rellen tegen de regering en de oppositie riep op tot protest.[17][18] Volgens schattingen heeft het conflict enkele duizenden levens geëist.[19]

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

Bevolkingsopbouw van de autonome oblast Nagorno-Karabach in 1989:
Hoofdzakelijk Armeens
Hoofdzakelijk Azerbeidzjaans

De betwiste regio Nagorno-Karabach, met zijn etnisch Armeense meerderheid,[20][21][22] is de jure een deel van Azerbeidzjan, maar is de facto in handen van de zelfverklaarde republiek Nagorno-Karabach, die ondersteund wordt door Armenië.[23] Etnisch geweld begon eind jaren 1980 en explodeerde in een oorlog na de ontbinding van de Sovjet-Unie in 1991. Op 20 februari 1988 nam de sovjet van de autonome regio Nagorno-Karabach een resolutie aan waarin werd verzocht de autonome oblast van de Azerbeidzjaanse SSR over te brengen naar de Armeense SSR. Azerbeidzjan heeft het verzoek meerdere malen afgewezen. Nadat de autonome status van Nagorno-Karabach werd ingetrokken door de centrale overheid van Azerbeidzjan, werd in de regio op 10 december 1991 een referendum gehouden. Dat werd geboycot door de Azerbeidzjaanse bevolking, die toen ongeveer 22,8% van de bevolking uitmaakte: 99,8% stemde voor. Zowel Armenië als Azerbeidzjan werd in 1992 onafhankelijk van de Sovjet-Unie.

De oorlog in Nagorno-Karabach resulteerde in een vluchtelingenstroom van 750.000 Azerbeidzjanen en 353.000 Armeniërs, zowel tussen als binnen beide landen.[24][25] De oorlog eindigde met een wapenstilstand in 1994, waarbij Armeniërs de controle kregen over het grootste deel van de regio Nagorno-Karabach. Tijdens de oorlog werden de omliggende districten Agdam, Cəbrayıl, Füzuli, Kəlbəcər, Qubadlı, Laçın en Zəngilan van Azerbeidzjan echter ook ingenomen, terwijl die regio's in meerderheid door Azerbeidzjanen werden bewoond.[26][27][28]

Ruïnes in de stad Agdam
Delen van Nagorno-Karabach die in de jaren '90 verwoest werden, zoals de spookstad Ağdam, belandden na de oorlog in een bufferzone. In 2020 zou Azerbeidzjan de stad overnemen.

Gedurende drie decennia hebben meerdere schendingen van de wapenstilstand plaatsgevonden, met als meest ernstige incidenten voorafgaand aan het huidige conflict grensgevechten in 2016.[29] Langdurige internationale bemiddelingspogingen om een vredesproces tot stand te brengen, werden in 1994 geïnitieerd door de OVSE Minsk-groep, met de onderbroken Madrid Principles (2009) als meest recente poging.[30][31][32] Hoewel het onduidelijk is hoe de huidige bewoners van het gebied het grondgebied willen besturen (onafhankelijk, of onderdeel worden van Armenië), blijkt uit enquêtes dat ze geen deel willen uitmaken van Azerbeidzjan. In augustus 2019 bezocht de Armeense premier Nikol Pasjinian Nagorno-Karabach en verklaarde: "Artsach is Armenië, punt uit". Hiermee zette hij een wijziging in qua politieke koers van Armenië.[24]

In juli 2020 vonden schermutselingen plaats op de grens tussen Armenië en Azerbeidzjan.[33] Duizenden Azerbeidzjanen demonstreerden hierna voor oorlog tegen Armenië, waarbij Turkije propaganda maakte ter ondersteuning van Azerbeidzjan.[34]

Op 23 juli 2020 kondigde Armenië de start aan van een gezamenlijke oefening van het luchtverdedigingssysteem met Rusland.[35] Een week later voerde Azerbeidzjan een reeks militaire oefeningen uit, die duurde van 29 juli tot 10 augustus en begin september vonden oefeningen in samenwerking met Turkije plaats.[36] Azerbeidzjan en Turkije zijn nauwe bondgenoten.[37]

Begin[bewerken | brontekst bewerken]

De beschietingen begonnen in de vroege ochtend van 27 september 2020. Beide partijen beschuldigden elkaar ervan de wapenstilstand, die sinds 1994 geldt, te hebben geschonden. Analist Thomas de Waal benadrukt dat Azerbeidzjan als eerste een aanval lanceerde en dat zij er ook belang bij hadden, in tegenstelling tot de Armeniërs.[38] Nog dezelfde dag werd de Staat van Beleg en totale mobilisatie afgekondigd in Nagorno-Karabach en Armenië. In Azerbeidzjan werd tevens de staat van beleg afgekondigd en werd een avondklok ingesteld in sommige steden. Een dag later, op 28 september, kondigde Azerbeidzjan gedeeltelijke mobilisatie af. In de avond maakte Azerbeidzjan bekend Nagorno-Karabach te zijn binnengevallen en enkele gebieden te hebben ingenomen.

Verloop[bewerken | brontekst bewerken]

Territoriale verschuivingen[bewerken | brontekst bewerken]

De Azerbeidzjaanse strijdkrachten namen gedurende de oorlog enige delen in het noorden en met name in het zuiden in van Nagorno-Karabach, waaronder de plaatsen Cəbrayıl, Hadroet, Füzuli, Zəngilan, Qubadlı en Şuşa.[39][40][41][42][43][44]

Aanvallen op Gəncə en Bərdə[bewerken | brontekst bewerken]

Gəncə, de op een na grootste stad van Azerbeidzjan, werd meerdere keren bestookt met ballistische raketten. Armenië erkende slechts gedeeltelijk verantwoordelijkheid voor de aanvallen.[45] Hierbij kwamen tientallen burgers om en raakten nog eens tientallen burgers gewond.[46][47][48] De plek van de inslag van de raketten werd bezocht door vertegenwoordigers van meerdere landen.[49][50][51]

Op 28 oktober 2020 werd het centrum van de Azerbeidzjaanse stad Bərdə getroffen door raketten, waarbij meerdere winkels en voertuigen in brand zijn gevlogen. Ten minste 21 burgers kwamen hierbij om het leven. Nog eens 40 burgers raakten gewond bij de aanval.[52] Hikmet Hajiyev, assistent van de president van Azerbeidzjan, beweert dat Armeense troepen cluster-Smerch-raketten hebben gebruikt bij de aanval.[53] Het Azerbeidzjaanse ministerie van Defensie bevestigde in een verklaring dat "er doden en gewonden zijn gevallen" en dat "civiele infrastructuur beschadigd is".[54] Shushan Stepanian, woordvoerder van het Armeense ministerie van Defensie, ontkende de claim van Azerbeidzjan.[55]

Aanvallen op Stepanakert[bewerken | brontekst bewerken]

De 19de-eeuwse kathedraal van Şuşa - herbouwd in de jaren negentig - werd beschadigd tijdens het conflict.

Stepanakert (Chankendi), de hoofdstad van Nagorno-Karabach, was meermaals het doelwit van raketten en artilleriegranaten.[56][57][58] De aanvallen op de stad, waarbij ook clustermunitie gebruikt werd,[59] begonnen met een bombardement op 27 september; na drie weken oorlog was een groot deel van de bevolking van de stad en van Nagarno-Karabach in zijn geheel voor het oorlogsgeweld gevlucht.[60]

Ook de nabijgelegen kathedraal van Şuşa werd in oktober door luchtaanvallen beschadigd; Azerbeidzjan ontkent hiervoor verantwoordelijk te zijn.[61]

Wapenstilstanden[bewerken | brontekst bewerken]

Meerdere malen is gepoogd een wapenstilstand te bereiken tussen de vechtende partijen, die ineffectief bleken.

Op 10 oktober 2020 bereikten de ministers van Buitenlandse Zaken van Azerbeidzjan en Armenië een staakt-het-vuren na besprekingen in Moskou onder leiding van de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergey Lavrov. Vrijwel direct na het ingaan van de wapenstilstand werden de vijandelijkheden hervat, waardoor het staakt-het-vuren mislukte.[62]

Op 17 oktober 2020 bereikten de partijen opnieuw een akkoord voor een humanitair staakt-het-vuren, dat ook weinig effect bleek te hebben.[63][64]

Op 26 oktober 2020 kwamen de twee landen een nieuw humanitair staakt-het-vuren overeen na bemiddeling door de Verenigde Staten. Kort na het ingaan van de wapenstilstand beschuldigden beide landen elkaar ervan het bestand te schenden.[65]

Neerhalen Russische helikopter[bewerken | brontekst bewerken]

Op de avond van 9 november 2020 schoten Azerbeidzjaanse militairen een Russische Mi-24 neer bij de grens van Armenië met de autonome Azerbeidzjaanse exclave Nachitsjevan. Hierbij kwamen twee Russische piloten om, terwijl één piloot gewond raakte. Al snel erkende Azerbeidzjan verantwoordelijkheid en bood excuses aan voor de vergissing. Rusland maakte bekend dat de helikopter een Russisch konvooi begeleidde en accepteerde de excuses van Azerbeidzjan.[66] Enkele uren na deze gebeurtenis maakten de partijen bekend een akkoord te hebben gesloten over het einde van de oorlog.

Staakt-het-vuren en reacties[bewerken | brontekst bewerken]

De kaart, zoals deze er na de overeenkomst uitziet. De rode en olijfgroene gebieden blijven Azerbeidzjaans. Het gestreepte deel zal uiterlijk 1 december 2020 aan Azerbeidzjan overgedragen worden. In het lichtgroene stuk van de kaart, het deel van Nagorno Karabach dat resteert, zal de Russische vredesmacht gestationeerd zijn.

In de nacht van 9 op 10 november 2020 tekenden de president van Azerbeidzjan, Ilham Aliyev, de premier van Armenië, Nikol Pasjinian en de president van Rusland, Vladimir Poetin, een staakt-het-vuren dat een einde maakte aan de gevechten. Overeengekomen werd om per 00:00 uur (Moskoutijd) op 10 november 2020 de vijandigheden te staken. De president van het internationaal niet-erkende Nagorno-Karabach, Arayik Harutyunyan, stemde hiermee eveneens in. Tevens werd afgesproken:

  • Dat een Russische vredesmacht naar de regio komt voor een periode van minstens 5 jaar om de grenzen van Nagorno-Karabach en van de Laçın-corridor te beschermen;
  • Dat Armeense troepen zich terugtrekken uit de gebieden die op de kaart gestreept zijn aangegeven;
  • Dat er een corridor van Nachitsjevan naar de rest van Azerbeidzjan via het grondgebied van Armenië komt;

Reactie Armenië[bewerken | brontekst bewerken]

Na het bekendmaken van het verdrag bestormden woedende demonstranten in de Armeense hoofdstad Jerevan het regeringsgebouw en werden er vernielingen gericht.[67] De woning van de Armeense premier Pasjinian werd eveneens bestormd.[68] De parlementsvoorzitter van Armenië Ararat Mirzojan werd uit zijn auto gesleurd en mishandeld door demonstranten.[69] Er ontstonden grootschalige demonstraties waarin het aftreden van de premier werd geeïst.[70]

De Armeense veiligheidsdienst maakte bekend dat een geplande staatsgreep en moordaanslag op de Armeense premier werd verijdeld.[71]

Reactie Azerbeidzjan[bewerken | brontekst bewerken]

In Azerbeidzjan gingen mensen de straten op om de in hun ogen behaalde overwinning te vieren.[72]

Uitvoering[bewerken | brontekst bewerken]

Er werd afgesproken dat Armeense troepen zouden vertrekken uit de districten Kəlbəcər, Ağdam en Laçın. Vrijwel alle Armeniërs vertrokken ook uit de gebieden. Bij het vertrek namen Armeniërs al hun bezittingen mee en staken hun huizen en scholen in brand.[73] Ook werden dieren geslacht[74], elektriciteitsmasten kapotgemaakt en werden bomen in de gebieden gehakt.[75]

Het vertrek uit Kəlbəcər stond gepland op 15 november, maar werd verlengd naar 25 november.[76] Op 24 november trokken de laatste Armeense troepen uit de regio en werd de grensovergang vanuit Armenië naar de regio gesloten.[77] Op 25 november maakte Azerbeidzjan bekend de controle over de hele regio te hebben overgenomen.[78]

Het vertrek uit Ağdam werd gepland op 20 november. Later werd bekend gemaakt dat zeven dorpen, waarvan onduidelijk was of het onder Ağdam viel, ook zouden worden teruggeven aan Azerbeidzjan.[79] Op 19 november trokken Azerbeidzjaanse troepen de bezette delen van het district binnen.[80] Op 20 november werd bekendgemaakt dat de hele rayon onder controle was gekomen van Azerbeidzjan.[81]

Het vertrek uit de regio Laçın stond gepland op 1 december. De status van de Laçın-corridor, die wordt bewaakt door Russische troepen, is evenwel onduidelijk.

Internationale reacties[bewerken | brontekst bewerken]

Landen[bewerken | brontekst bewerken]

Vlag van Canada Canada schortte de wapenexport naar Turkije op, omdat Canadese wapentechnologie door Azerbeidzjan gebruikt zou worden in de oorlog.[82] Premier Justin Trudeau riep alle partijen op een vreedzame oplossing te vinden.[83]

Vlag van Frankrijk Frankrijk liet weten te pleiten voor een duurzame oplossing die de belangen van de Armeniërs zal dienen en in deze moeilijke tijd naast Armenië te staan.[84][85][86][87]

Vlag van Georgië Georgië, buurland van beide landen, riep op tot een staakt-het-vuren.[88] Azerbeidzjan beschuldigde Georgië van het doorlaten van wapentransporten naar Armenië, wat Georgië ontkende. Georgië noemde Azerbeidzjan zelfs een belangrijke strategische partner.[89]

Vlag van Iran Iran, dat grenst aan zowel Azerbeidzjan en Armenië als aan de conflictregio, stelde zich neutraal op in het conflict. Het land zette zich in voor een wapenstilstand tussen de partijen.[90] Ali Khamenei, de hoogste leider van Iran, zei dat het conflict enkel opgelost kan worden door de bezette gebieden terug te geven aan Azerbeidzjan, maar benadrukte wel dat de veiligheid van de etnische Armenen in Nagorno Karabach dient gewaarborgd te worden.[91] In het noorden van Iran, dat vooral bewoond wordt door etnische Azerbeidzjanen, braken grote demonstraties uit waarin er werd geëist dat de grenzen met Armenië gesloten werden.[92] Er was ook woede richting de Iraanse regering vanwege geruchten over wapenleveranties aan Armenië. Ruim 60 demonstranten werden gearresteerd bij de protesten.

Vlag van Israël Israël is een van de belangrijkste wapenleveranciers voor Azerbeidzjan. De Israëlische kamikaze-drones speelden een belangrijke rol in de oorlog.[93] Armenië besloot zelfs zijn ambassadeur in Israël terug te roepen vanwege de belangrijke wapenleveranties aan Azerbeidzjan.[94] Israël ontkende echter Azerbeidzjan te steunen in het conflict en liet weten neutraal te zijn.[95]

Vlag van Hongarije Hongarije verklaarde zich solidair met de 'territoriale integriteit' van Azerbeidzjan.[96]

Vlag van Oekraïne Oekraïne doet op zowel Armenië als Azerbeidzjan een beroep om het conflict te de-escaleren, zei Volodymyr Zelensky.[97] Tegelijkertijd liet Zelensky weten de territoriale integriteit van Azerbeidzjan te steunen.[98]

Vlag van Oezbekistan Oezbekistan liet weten het standpunt van Azerbeidzjan in het conflict te steunen.[99]

Vlag van Rusland Rusland roept al sinds het begin van de escalatie op tot een wapenstilstand.[100] Het land onderhoudt goede contacten met zowel Azerbeidzjan en Armenië en is de grootste wapenleverancier van beide landen. Het land weigerde echter militair in te grijpen in het kader van de Collectieve Veiligheidsverdragorganisatie, waar zowel Rusland als Armenië lid van is, maar Azerbeidzjan niet. De gevechten vinden namelijk formeel plaats op het grondgebied van Azerbeidzjan en niet in Armenië zelf.[101] Russische troepen bewaken al geruime tijd de grens tussen Turkije en Armenië.

Vlag van Syrië Syrië, waarvan het regime een vijandige relatie kent met Turkije, beschuldigde Turkije ervan verantwoordelijk te zijn voor de escalatie in de regio.[102]

Vlag van Turkije Turkije liet van het begin af aan weten solidair te zijn met Azerbeidzjan, waarmee het etnisch en religieus verbonden is. Tevens riep Turkije Armenië op zich terug te trekken uit het grondgebied van Azerbeidzjan. Turkije levert veel wapens aan Azerbeidzjan en liet meerdere malen weten klaar te staan om Azerbeidzjan op alle manieren die Azerbeidzjan wenst te helpen.[103]

Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten De minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, riep Bakoe en Jerevan op tot de-escalatie. De congresleden Brad Sherman, Frank Pallone, Adam Schiff en Ed Markey betuigden hun solidariteit met de Armenen. Sherman en Pallone dienden eerder in 2020 op verzoek van de diaspora-organisatie ANCA (Armenian National Committe of America) twee wijzigingsverzoeken in om als overheid vanaf 2021 geen wapens meer te verkopen aan Azerbeidzjan. Deze verzoeken werden op 21 juli 2020 door het Congres afgewezen.

Internationale Organisaties[bewerken | brontekst bewerken]

De Vlag van Europa Europese Unie geeft aan dat zij in het contact met de ministers van Buitenlandse Zaken van Armenië en Azerbeidzjan erop aan heeft gedrongen dat het staakt-het-vuren onvoorwaardelijk gerespecteerd zou moeten worden door beide zijden. De aanvallen op burgers zouden onmiddellijk moeten stoppen. De EU herhaalt dat zij bereid blijft om de partijen en het OVSE te ondersteunen bij een langetermijnoplossing voor het conflict.[104]

De Vlag van Verenigde Naties Verenigde Naties, bij monde van António Guterres, gaf aan zij het betreurenswaardig acht dat beide zijden voortdurend de herhaaldelijke oproepen vanuit de internationale gemeenschap om het vechten onmiddellijk te staken hebben genegeerd. Hij gaf aan in zijn laatste gesprekken opnieuw met beide ministers van Buitenlandse Zaken erop aangedrongen te hebben, dat beide zijden de verplichting vanwege het internationaal humanitair recht hebben, om voortdurend burgers en burgerdoelen te ontzien tijdens hun militaire operaties.[105]

De Flag of the Turkic Council.svg Turkse Raad sprak solidariteit uit met Azerbeidzjan en riep Armenië op het grondgebied van Azerbeidzjan te verlaten.[106]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Nagorno-Karabakh War van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.