Delta II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Delta II-raketlancering vanaf Cape Canaveral

De Delta II is een door United Launch Alliance (ULA) – en van 1997 tot 2006 door Boeing en voor 1997 door McDonnell Douglas – gebouwde draagraket uit de Delta-reeks, die sinds 1989 onder meer door NASA en de Amerikaanse Luchtmacht is gebruikt om objecten te lanceren. Anno 18 november 2017 waren er 154 onbemande missies met dit type raket gelanceerd.

De Delta II was voor NASA ideaal om de meeste marslanders te lanceren. Dit betrof namelijk betrekkelijk lichte voertuigen die een hoge snelheid nodig hadden om aan de invloed van de zwaartekracht van de aarde te ontsnappen.

Geschiedenis[bewerken]

Toen begin jaren 80 de Spaceshuttle gereed was, was het de bedoeling dat vrijwel alle Amerikaanse satellieten met dat voertuig al dan niet met behulp van een extra Centaur-raket die in het ruim mee moest kunnen in de juiste baan gebracht zouden worden. Na het ongeluk met spaceshuttle Challenger kwam men tot het besef dat men voor het simpelweg lanceren van satellieten liever geen bemanningen meer riskeerde. Daarna zijn in versneld tempo een aantal nieuwe, eenmalig te gebruiken raketten (Expendable Launch Vehicles) ontworpen en in gebruik genomen. McDonnell Douglass’ bijdrage daaraan was de Delta II. Ook de introductie van Atlas I en Atlas II en de Titan IV van Lockheed Martin pasten in die tijdgeest.

Eind jaren 90 was McDonnell Douglas (na overname in 1997 onderdeel van Boeing) bezig met de ontwikkeling twee maal zo krachtige Delta III als beoogde opvolger voor de Delta II. Na 2 mislukte en een deels mislukte vlucht werd die ontwikkeling stilgezet en verder gegaan met de reeds ingezette ontwikkeling van Delta IV. De vaste brandstof-motoren van de Delta III (GEM-46) werden echter optioneel aan de Delta II toegevoegd voor de Delta II-heavy-configuratie.

Ontwerp[bewerken]

De Delta II-raket is verkrijgbaar in twee- en drietrapsuitvoering. De draagkracht van dit rakettype varieert van 891 tot 2142 kg voor objecten naar geostationaire banen en 2700 tot 6000 kg voor lager gelegen banen.

Eerste trap[bewerken]

Een eerste trap op het lanceerplatform

De eerste trap was bij de 6000 serie net als eerdere Delta raketten (Delta 2000, Delta 3000 en Delta 5000) uitgerust met een RS-27 raketmotor en bij de 7000 serie met een RS-27-A. De RS-27 was een aangepaste versie van de H-1 van de Saturnus 1 en Saturnus IB. De RS-27-A is een verbeterde uitvoering met onder meer een verlengde straalpijp waardoor de stuwkracht tot op grotere hoogte effectief blijft. De hoofdmotor is niet in kracht terug te schakelen en is ook niet herstartbaar. Deze hoofdmotoren maken gebruik van RP1-raketkerosine en vloeibarezuurstof. Om te kunnen sturen zitten er twee zogenaamde veniermotoren vanopzij. Dit zijn kleine beweegbare straalpijpen die onderdeel van de hoofdmotor uitmaken die de raket in onder meer een gecontroleerde rolbeweging kunnen brengen. De Delta III gebruikte de eerste trap van de Delta II-7000.

Tweede trap[bewerken]

Een Delta K, de tweede trap voor integratie.

De tweede trap, de Delta K werd al op eerdere Delta raketten gebruikt. Deze wordt voortgestuwd door een hypergolische raketmotor van het type AJ10-118k. De brandstof is aerozine 50 met als oxidator distikstoftetraoxide.

Optionele derde trap[bewerken]

Optioneel kan er nog een derde trap van het type PAM-D worden toegevoegd die door een Star 48B wordt voortgestuwd. Deze gebruikt een vaste brandstof.

Extra boosters[bewerken]

Een GEM 40-booster

Afhankelijk van het gewicht van de lading en de beoogde baan wordt een Delta II uitgerust met drie, vier of negen vastebrandstof motoren. Op vroege Delta II's werden Castor 4A boosters toegevoegd. Vanaf 1990 werd overgeschakeld op grafiet epoxy motoren (normaalgesproken GEM-40 maar voor de Delta II-heavy GEM-46). Zowel Castors als GEM's waren afkomstig van Thiokol, dat opging in ATK en daarna in Orbital ATK. Wanneer er negen boosters zijn toegevoegd dan worden er zes stuks bij vertrek ontstoken. Wanneer deze zijn opgebrand worden deze afgeworpen. 1,5 seconde later worden de resterende drie ontstoken.

Missies[bewerken]

De eerste Delta II werd gebruikt voor het lanceren van de gps-satelliet NAVSTAR II-1 op 14 februari 1989. De eerste commerciële lading was de communicatiesatelliet BSB-R1 van British Satellite Broadcasting. Tussen 1996 en 1999 heeft NASA Delta II's gebruik voor het lanceren van vier missies naar Mars. In 1999 brak de Delta II het record "meeste satellieten lanceren in een zo kort mogelijke tijd" door in 68 dagen 17 satellieten in een baan om de aarde te brengen. Het totale aantal Delta II lanceringen staat anno 18 november 2017 op 154 en zal naar verwachting in 2018 uitkomen op 155.

Anomalie[bewerken]

Twee missies kwamen niet tot succes. In 1995 koppelde een van de boosters niet af waardoor de lading in een lagere baan dan beoogt werd gebracht. In 1997 ontplofte een Delta II dertien seconden na lancering, nadat een op transport (voor het oog) licht beschadigde booster open scheurde. [1]

Uitfasering[bewerken]

In 2007 is de laatste militaire vracht gelanceerd. NASA en commerciële partijen bleven nog wel gebruikmaken van de Delta II. Sinds 2011 worden er geen Delta II raketten meer gebouwd. Maar er waren nog vijf complete raketten beschikbaar. Anno 18 november 2017 zijn daarvan drie stuks gelanceerd. De Lancering van een van de twee overgebleven Delta II's staat gepland in 2018. De laatst overgebleven Delta II lijkt niet te zullen worden gelanceerd. Er is geen missie geboekt en ULA CEO Tory Bruno denkt ook geen lancering meer voor deze raket te verkopen. Mogelijk wordt deze aan een museum geschonken[2]. In 2011 werden ook de lanceercomplexen SLC-17A en SLC-17B van het Cape Canaveral Air Force Station gedeactiveerd wat betekende dat de resterende raketten alleen nog voor lanceringen in een polaire of retrograde baan vanaf Vandenberg Air Force Base konden worden gebruikt. Vanaf 2019 moeten alle ULA-raketten met uitzondering van de Delta IV Heavy vervangen worden door de diverse configuraties van de Vulcan-raket, die sinds 2015 bij ULA op de volop in ontwikkeling is.

Dat er weinig Delta II meer gelanceerd werden heeft te maken met een verandering van de markt. Doordat de veel zwaardere draagraketten Atlas V, Ariane 5 en Proton-M begin jaren 2000 beschikbaar kwamen, werd het aantrekkelijker om zwaardere satellieten met meer capaciteit en/of een langere levensduur te bouwen. Daarnaast werd het door nieuwe technieken juist mogelijk om veel lichtere wetenschapssatellieten te bouwen die bij lange na niet de capaciteit van de Delta II nodig hebben. Hierdoor is dit marktsegment met name in Amerika weggevallen. Ook de in kracht en formaat vergelijkbare Antares van Orbital ATK heeft hier commercieel onder te lijden.

Trivia[bewerken]

De blauwe kleur van de Delta II wordt "Delta Blue" genoemd. De kleurverhouding is 36.47% rood, 55.69% groen en 58.82% blauw. De hexadecimale kleurcode is #5d8e96.

Externe link[bewerken]

Delta II website van ULA