Edgar Andrews

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Edgar H. Andrews
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Edgar Harold Andrews
Geboortedatum 16 december 1932
Geboorteplaats Didcot
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Wetenschappelijk werk
Vakgebied Natuurkunde, materiaalkunde, relatie tussen wetenschap en religie
Onderzoek Breuken in polymeren
Publicaties
Bekend van Theorie van breuken; kristallisatie van polymeren; relaties tussen structurele eigenschappen in polymeren; geloof en wetenschap; Biblical Creation Society (eerste president), nam deel aan het Huxley Memorial Debate (1986) aan de Oxford Union Society, pleitbezorger van het creationisme
Promotor Leonard Mullins
Overig
Religie Protestantisme (Hervormd Baptist)
Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Natuurkunde

Edgar Harold Andrews, (Didcot, Oxfordshire, 16 december 1932) is een Engelse natuurkundige en ingenieur. Hij is emeritus hoogleraar[1] materiaalkunde aan de Universiteit van Londen (Queen Mary College). Hij woont in Welwyn Garden City, Hertfordshire, Engeland.

Opleiding, kwalificaties en specialismen[bewerken]

Nadat hij in 1953 aan de Universiteit van Londen zijn BSc in de theoretische natuurkunde had gehaald, haalde hij in 1960 een PhD in de toegepaste natuurkunde[2] en in 1968 een DSc (hoger doctoraat) in de natuurkunde (toegekend door vakgenoten na beoordeling van enkele van zijn gepubliceerde werken).

Hij werd op de vroegst mogelijke leeftijd van 25 jaar lid (fellow) van het Instituut voor de Natuurkunde (FInstP), is lid van het Institute of Materials, Minerals and Mining (FIMMM, het Instituut voor Materialen, Mineralen en Mijnwezen), Chartered Engineer (CEng, UK - geregistreerd technisch ingenieur bij de Engineering Council UK, het Britse regulerende orgaan voor technisch ingenieurs) en Chartered Physicist (CPhys - een speciale status toegekend door het Instituut voor de Natuurkunde voor een van zijn specialisaties in de natuurkunde en zijn professionele bekwaamheden).

Loopbaan[bewerken]

Van 1953 tot 1955 was hij technisch medewerker bij Imperial Chemical Industries Ltd., Welwyn Garden City, Engeland. Van 1955 tot 1963 was hij de hoofdnatuurkundige bij de Rubber Producers' Research Association in Welwyn Garden City. Van 1963 tot 1968 was hij universitair docent materiaalkunde, en in 1967 richtte hij de afdeling materiaalkunde op aan het Queen Mary College aan de Universiteit van Londen. Hij begon als rector en was van 1971 tot 1974 hoofd van de faculteit technische wetenschappen. Van 1968 tot 1998 was hij hoogleraar materiaalkunde.

Naast zijn werk aan de universiteit was hij ook directeur van QMC Industrial Research Londen (1970-1988), Denbyware PLC Ltd (niet-uitvoerend directeur, 1971-1981), Materials Technology Consultants Ltd Welwyn Garden City (1974-heden), Evangelical Press (1975-2004) en Fire and Materials Ltd (1985-1988). Hij zat vijf jaar in de Wetenschappelijke Adviesraad van Neste Oil - de nationale oliemaatschappij van Finland die in 1948 werd opgericht onder naam Neste Oy. Hij was de eerste president van de Biblical Creation Society[3] en was redacteur van de Evangelical Times[4] (1998-2008).

Edgar Andrews was meer dan dertig jaar internationaal adviseur van de Dow Chemical Company (VS en EU) en twintig jaar adviseur van de 3M Company (VS). Hij trad ook veelvuldig op als wetenschappelijk getuigedeskundige in rechtszaken in het Britse Hooggerechtshof en in gerechtshoven in de VS en Canada.

Hij heeft meer dan honderd wetenschappelijke studies en boeken gepubliceerd, alsook twee Bijbelcommentaren en verscheidene werken over wetenschap, religie en theologie. Bovendien verschenen enkele van zijn artikelen in de Proceedings of the Royal Society (Engelands voornaamste wetenschappelijke tijdschrift).[5]

Hij is op dit moment voorganger van de Campus Church[6] in Welwyn Garden City, Hertfordshire, Engeland.

Onderscheidingen en wetenschappelijke erkenning[bewerken]

In 1977 ontving Edgar Andrews de A. A. Griffith Medal and Prize (voor zijn gepubliceerde werk over breuken in polymeren) van de Materials Science Club of Great Britain. De prijs wordt sinds 1965 uitgereikt aan personen wier werk een belangrijke bijdrage heeft geleverd of nog levert aan de materiaalkunde. De Materials Science Club is door de jaren heen uiteindelijk door allerlei fusies opgegaan in het het Instituut voor Materialen, Mineralen en Mijnwezen[7]. In tegenstelling tot de studie van specifieke metalen (zoals metallurgie), stond de materiaalkunde als integrale discipline op dat moment nog in de kinderschoenen, en de Materials Science Club was een orgaan dat leiding gaf aan de verdere ontwikkeling van deze nieuwe discipline. De afdeling die Edgar oprichtte aan het Queen Mary College was de tweede in het land. De eerste afdeling, aan de Universiteit van Noord Wales in Bangor (nu de Universiteit van Bangor), hield zich alleen bezig met elektrische/elektronische materialen, zodat Edgars afdeling de eerste was in Engeland die materialen (zoals metalen, keramiek, polymeren, composieten enz.) integraal bestudeerde. Met zijn afdeling was Edgar pionier op een nieuw gebied van toegepaste wetenschap in Engeland, en de Materials Science Club was een vroege en belangrijke manifesatie van dat feit, ook al lijkt de naam van de club aan betekenis te hebben ingeboet omdat de club niet meer bestaat.

Een groot deel van de winnaars zijn Fellow of the Royal Society. Zie de A. A. Griffith Medal and Prize[8] (Engelstalig) voor meer over deze prijs.

Huxley Memorial Debate, Oxford Union 1986[bewerken]

Edgar Andrews werd uitgenodigd door de Oxford Union Society, een debatvereniging in Oxford, om op 16 februari 1986 deel te nemen aan het Huxley Memorial Debate (genoemd naar de anatoom Thomas Huxley, een van de belangrijkste aanhangers van Darwins theorie in de 19e eeuw). Samen met A. E. Wilder-Smith, Peter Ross en Theodore Wilson steunde hij de motie dat de het creationisme betrouwbaarder is dan de evolutietheorie. Wilson diende de motie in en verzorgde de inleiding. Hun opponenten waren Richard Dawkins en John Maynard Smith. Zie voor meer over de controverse rond dat debat het artikel Fraudulent report at AAAS and the 1986 Oxford University debate.[9].

Creationistische visie[bewerken]

Edgar Andrews wordt door wetenschapshistoricus Ronald Numbers omschreven als Engelands 'meest gerespecteerde creationistische wetenchapper van de late twintigste eeuw', een Hervormd Baptist, en sinds de jaren 60 van de vorige eeuw een bekeerling tot de zondvloedgeologie zoals die wordt weergegeven in het boek The Genesis Flood: The Biblical Record and Its Scientific Implications, door Henry Morris en John Withcombe. Andrews verwierp echter sommige elementen van deze visie, met name de dogmatische aanvaarding van het jongeaardecreationisme, waarbij hij zelfs zover ging om te suggereren dat de eerste dag van de schepping wel eens 'van onbepaalde duur' kon zijn.[10] Edgar Andrews volgt E. J. Young in zijn visie op Genesis 1:1 als een beschrijving van de schepping van het hele universum, inclusief de aarde, waarbij vers 2 en verder een beschrijving is van het vullen van een 'oude aarde' met 'jonge eigenschappen' (zowel geografisch als biologisch). Op pagina 123 van Wie heeft God gemaakt? citeert hij uit hoofdstuk 9 van zijn oudere boek Alles uit niets, waar hij aangeeft dat hij gelooft dat de schepping van het universum in Genesis 1:1 beschreven wordt (inclusief de aarde), en dat nergens wordt aangegeven hoelang geleden dat gebeurd is. Volgens Andrews is dit scenario goed te verenigen met een 'big bang', maar hij ziet ook problemen met de big bang. Het 'jonge-aarde' aspect beperkt zich volgens Andrews tot de bekleding en vervulling van de aarde vanaf vers 2.

Michigan Molecular Institute[bewerken]

In 1972 was Edgar Andrews een van de vier wetenschappers die speciaal waren uitgenodigd om een wetenschappelijke artikelenreeks voor het MMI te schrijven en deze vervolgens te presenteren op het wetenschappelijk symposium dat plaatsvond na de feestelijke openingsceremonie van het Michigan Molecular Institute.[11] Het hele gebeuren duurde van 28 tot en met 30 september 1972. Aan het symposium deden meer dan vierhonderd wetenschappers uit alle delen van de wereld mee. Er werden meerdere artikelen gepresenteerd, maar die van Andrews behoorde tot de vier speciaal 'uitgenodigde artikelen'. Deze vier artikelen (van dr. Paul J. Flory, dr. Melvin Calvin, Donald Lyman en Edgar Andrews) werden later verzameld en gepubliceerd in H. G. Elias' Trends in Macromolecular Science (Midland Macromolecular Monographs, dl. 1, Gordon & Breach, New York / Londen, 1973). Ze werden ook gepubliceerd in het gezaghebbende tijdschrift Angewandte Chemie (Intern. Ed. 1974, dl. 13, nr. 2).[12]

De hoofdsprekers van de openingsceremonie waren Herman Francis Mark – door velen gezien als de vader van de macromoleculaire wetenschappen – en Paul Flory, die twee jaar later de Nobelprijs voor de chemie zou krijgen. Andere belangrijke aanwezigen bij de openingsceremonie waren Melvin Calvin (winnaar van de Nobelprijs voor de chemie in 1961), Charles Overberger (destijds vicevoorzitter van de afdeling wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit van Michigan) en Herbert D. ‘Ted’ Doan (destijds president van de Michigan Foundation for Advanced Research, die in de begintijd de belangrijkste sponsor van het MMI was).

Publicaties[bewerken]

Audio[bewerken]