Geschiedenis van de Nederlandse bankbiljetten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Historisch overzicht Nederlandse munt- en bankbiljetten van 1814 tot de invoering van de euro in 2002 (niet volledig).

Bankbiljetten van 1814 tot 2002[bewerken]

Ootje Oxenaar ontwierp twee series bankbiljetten:

Jaap Drupsteen ontwierp een serie bankbiljetten ter waarde van 10, 25, 100 en 1000 gulden.

periode 5 gulden 10 gulden 25 gulden 50 gulden 100 gulden 250 gulden 1000 gulden Hoofdthema Afbeelding
1990–2002
ijsvogel

roodborstje

steenuil

kievit
Abstracte geometrie
1980–2002
zonnebloem

watersnip/poelsnip

vuurtoren
Natuur (huisje, boompje, beestje)
1970–1990
Joost van den Vondel

Frans Hals

Jan Pieterszoon Sweelinck

Michiel de Ruyter

Baruch Spinoza
Erflaters en geometrie
1950–1970
Joost van den Vondel
Hugo de Groot
Christiaan Huygens
Desiderius Erasmus Rembrandt van Rijn Erflaters
1947–1950 Flora, koning Salomon Adriaantje Hollaer
1945–1947 Lieftincktientje
Willem 1 / Staatsmijnen
Willem I / molen van Van Ruisdael
Meisje in het blauw stadhouder Willem III Geldzuivering Willem van Oranje
1925-1945 Zeeuws meisje
Grijsaard
Emma
Meisje met druiven
Staalmeester
Wilhelmina
Minerva
Oestereetster
Luitspelende vrouw Meisje met druiven
1861–1925

geeltje rooie rug Ornamentale rand 25 gulden (1861).jpg
1814–1860

Roodborstje
periode 1 gulden 2,5 gulden 20 gulden
1943-1950 Wilhelmina I
Wilhelmina II
Wilhelmina I
Wilhelmina II
1950–1970
muntbiljet
koningin Juliana

muntbiljet
koningin Juliana
Boerhaave
Emma

Vervanging door de euro en uiterste inleverdatum[bewerken]

Toen op 1 januari 2002 de gulden werd vervangen door de euro, bleven de guldens tot 28 januari 2002 nog wettig betaalmiddel. In deze overgangsperiode mocht met guldens en euro's worden betaald. Hierna mochten de oude munten en bankbiljetten tot 1 januari 2003 worden gestort bij alle banken. Muntgeld mocht tot 1 januari 2007 worden gewisseld. Het meeste papiergeld, dus de bankbiljetten in guldens, kan nog tot 2032 ingewisseld worden bij De Nederlandsche Bank, hoewel voor enkele biljetten een eerdere uiterste datum geldt.[1][2]

In de lijst hieronder staan de verschillende biljetten met hun uiterste inleverdatum.

Biljetwaarde en naam Uiterlijke inleverdatum
5 gulden (Vondel I) 1 mei 2025
5 gulden (Vondel II) 1 mei 2025
10 gulden (Frans Hals) 1 januari 2032
10 gulden (IJsvogel) 1 januari 2032
25 gulden (Jan Pieterszoon Sweelinck) 1 mei 2025
25 gulden (Roodborstje) 1 januari 2032
50 gulden (Zonnebloem) 1 januari 2032
100 gulden (Michiel Adriaenszoon de Ruyter) 23 juli 2016
100 gulden (Snip) 1 januari 2032
100 gulden (Steenuil) 1 januari 2032
250 gulden (Vuurtoren) 1 januari 2032
1000 gulden (Baruch d'Espinoza) 1 januari 2032
1000 gulden (Kievit) 1 januari 2032

Trivia[bewerken]

  • De som van alle cijfers van het serienummer van Nederlandse bankbiljetten is deelbaar door negen (de nummers voldoen aan de negenproef).
  • Op het biljet "Vondel I" uit 1966, staat in microletters op de boog op de achterzijde het begin van een zin uit de Poezy van Vondel uit 1650. Op het volledig herontworpen biljet "Vondel II" uit 1973 staat het tweede deel van de zin. "Twee vaten heeft Iupijn, Hij schenkt nu zuer nu zoet".
  • Op het laatste tientje staat een gedicht van Arie van den Berg.
  • Op het biljet van 250 gulden staat een gedicht van J. Slauerhoff.
  • Op het laatste 1000 guldenbiljet staat een gedicht van Koos van Zomeren.

Zie ook[bewerken]

Appendix[bewerken]