Graancirkel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Graancirkels in de vorm van een Triskelion

Graancirkels zijn veelal geometrische complexe vormen in platgelegd graan of andere gewassen. De meesten ontstaan 's nachts, maar incidenteel ook overdag. De grootte kan variëren van circa één meter tot enkele honderden meters in doorsnee. Er bestaan verschillende opvattingen omtrent het ontstaan van deze vormen.

  • Allereerst is er de voor de hand liggende verklaring van menselijke makers: Ockhams scheermes houdt in dat men niet het bestaan van iets moet veronderstellen als onze ervaringen ook op een andere manier kunnen worden verklaard. Een voor de hand liggende verklaring gaat uit van grappenmakerij. Ook worden graancirkels soms voor reclamedoeleinden gemaakt.
  • Dan is er de veronderstelling dat buitenaardse wezens de makers zouden zijn.

Ontstaan[bewerken]

De duivel maait een graancirkel. Uit een 17e-eeuwse Engelse krant.

Van een klein deel van de graancirkels is vastgesteld dat ze door mensen zijn gemaakt. De redenen voor het maken zijn divers. Sommigen willen aantonen dat graancirkels door mensenhanden kunnen worden gemaakt. Zij behoren tot groepen die het maken van figuren in graan als hobby hebben, en zijn verantwoordelijk voor graancirkels met soms zeer ingewikkelde geometrische patronen. De meeste van deze groepen maken de cirkels met toestemming van de eigenaar van het land en laten achteraf ook weten dat zij het zijn geweest die de cirkel hebben gemaakt, vaak nadat de pers en 'deskundigen' de cirkel als 'niet-door-mensenhanden-gemaakt' hebben aangemerkt. Beroemde graancirkelmakers zijn Doug Bower en Dave Chorley die hebben aangetoond dat het mogelijk is met slechts eenvoudige hulpmiddelen ingewikkelde patronen in het graan te maken. Voor hun werk dat aantoonde dat graancirkels door mensen gemaakt kunnen worden ontvingen zij in 1992 de Ig Nobelprijs.[1] Andere graancirkelmakers vinden het amusant mensen in de waan te laten dat buitenaardse wezens verantwoordelijk zijn voor de door hen gemaakte patronen.

Verder zijn er andere uiteenlopende verklaringen voor het ontstaan van graancirkels geopperd, van bolbliksems, plasmadraaikolken, aard-energieen, de geestenwereld, buitenaards leven tot parende egels.

Een andere verklaring voor deze cirkels in Australië, waar ze verschenen in velden waar opium wordt gekweekt voor medische doeleinden, zijn wallaby's die de opiumplanten eten en vervolgens "high as a kite" ("stoned als een garnaal") ronddolen in de velden, waarbij cirkelvormige patronen achterblijven. Ook andere dieren, zoals schapen, vertonen hetzelfde gedrag.[2]

Geschiedenis[bewerken]

Een van de oudste beschrijvingen van een mogelijke graancirkel komt van een Engels vlugschrift van 22 augustus 1678 met daarop een verhaal over een boer wiens akker door de duivel was gemaaid, op een manier waarop geen mens het had kunnen doen. Op een begeleidende afbeelding is een ovaal in het graan te zien waarin een zwart duiveltje met een zicht, een soort korte zeis, aan de gang is.

In 1978 kwamen de graancirkels opnieuw in het nieuws. Ze werden gevonden in Zuid-Engeland, bij oude Keltische heiligdommen zoals Silbury Hill, de steencirkel van Avebury, Stonehenge en bij het Witte paard van Uffington. De meeste cirkels worden nog steeds in Engeland gevonden en concentreren zich dan vooral in Zuidwest-Engeland, in de buurt van Stonehenge en Avebury (Graafschap Wiltshire). Desondanks zijn graancirkels tegenwoordig een wereldwijd verschijnsel. Inmiddels zijn er ruim 7000 geregistreerd in meer dan 60 landen. De laatste jaren is vooral het aantal cirkels in Duitsland toegenomen.

In 1986 werd in Nederland voor het eerst in een krant melding gemaakt van een graancirkel (bij de Usseler Es, Enschede). Vanaf jaren negentig van de 20e eeuw verschenen er steeds meer graancirkels in Nederland. In het recordjaar 1996 werden in totaal 98 graancirkels gemeld. Hier worden de graancirkels vaak gevonden in Hoeven (bij Etten-Leur, Noord-Brabant) en in Zuid-Limburg, maar ook op andere plaatsen. Ook in België zijn graancirkels gevonden, zij het in minder grote aantallen. In 2009 verscheen ook de grootste graancirkel ooit gemaakt in de Wilhelminapolder ten noorden van Goes.[3]

Figuren[bewerken]

Het begrip "graancirkel" dekt tegenwoordig niet meer de volledige inhoud van het verschijnsel. De figuren worden niet langer alleen in graan gevonden, maar ook in akkers met andere gewassen, zoals vlas, koolzaad mais, aardappelvelden, tuinbonen, spinazie in gras en zelfs in de sneeuw. Ook is er meestal geen sprake meer van cirkels, maar van zeer complexe figuren.

Getuigen[bewerken]

Er zijn uitgebreide verslagen en video's bekend van hoe graancirkelmakers graancirkels weten te fabriceren, vaak door henzelf gemaakt. Er zijn echter ook ooggetuigenverslagen van mensen die een graancirkel op een andere manier zagen ontstaan. Er zijn mensen die vertellen over lichtbollen die laag over de akker vliegen en een afdruk in het graan achterlaten. Verder worden er spiralende lichtkolommen gezien. Ook als graancirkels al ontstaan zijn, worden er vreemde verschijnselen gemeld, zoals lichtbollen (light orbs), die op foto's zijn vastgelegd. Deze verhalen vertonen sterke overeenkomst met die over ufo's (ongeïdentificeerde vliegende voorwerpen).

Kenmerken[bewerken]

Mensen die geloven dat graancirkels niet door mensenhanden worden gemaakt, voeren vaak de volgende punten aan die moeten bewijzen dat graancirkels niet door mensenhanden gemaakt kunnen zijn:

  • Zeer complexe figuren zijn in zeer korte tijd gemaakt.
  • Er zijn geen sporen van mensen op de grond.
  • Zeer dikke stengels zoals van maïs of zeer brosse stengels zoals van koolzaad zijn omgebogen zonder breuk.
  • "Multi-layering" bij gewassen; onder de bovenste omgebogen laag is een laag die de andere kant is omgebogen.
  • Klaprozen en andere planten in een graancirkel zijn rechtop gebleven te midden van het omgebogen graan.
  • Biofysische veranderingen zoals afwijkende ontkiem- en groeipatronen van graan, verschil in knooplengte en ontplofte knopen van stengels en verdwenen zaden.
  • Het ontstaan van "Ghosts": afdrukken van de graancirkel die een volgend seizoen zichtbaar worden.
  • Sporen van hitte aan gewassen en bodem.
  • Vreemde substanties die in de graancirkel worden aangetroffen en die daarbuiten niet voorkomen.
  • Invloed op lichaam en geest bij verblijf een graancirkel: zoals misselijkheid, hoofdpijn, extreme vermoeidheid, oorsuizen, maar ook warmtesensaties, diepe ontspanning en spontane genezingen.
  • Invloed op apparatuur in of in de nabijheid van graancirkels: mobiele telefoons en fotocamera's die niet functioneren binnen de graancirkel en wel zodra ze erbuiten zijn, en accu's en batterijen die snel leeglopen.[4]
  • De graancirkels voldoen meestal aan een aantal zeer complexe wiskundige wetmatigheden / regels.

Hierbij moet opgemerkt worden dat sommige van deze echtheidskenmerken ook wel zijn waargenomen door enkele 'graancirkelexperts' bij graancirkels die achteraf door grappenmakers gemaakt bleken te zijn. Dat geldt echter niet voor alle kenmerken die volgens de gelovigen in graancirkels aanwezig zouden zijn.

Onderzoek naar graancirkels in Nederland[bewerken]

I.O.N.

De graancirkels die sinds 1986 in Nederland zijn ontstaan werden als eerste in kaart gebracht door I.O.N. (Integraal Onderzoek Natuurfenomenen) die zijn zetel had in het Natuurmuseum te Enschede. Deze denktank werd in 1993 opgericht door Rudi Klijnstra en Reindert Rooker en had sinds 1994 een graancirkel- en ufomeldpunt. De bevindingen van I.O.N. werden met name tijdens lezingen in het Natuurmuseum bekendgemaakt, wat landelijke bekendheid veroorzaakte. In 1996 & 1997 werden door I.O.N. de eerste graancirkels-sympiosia georganiseerd (Oibibio, Amsterdam). Daarnaast publiceerde I.O.N. als eerste in Nederland de graancirkelvondsten op internet in het 'NL Graancirkel Archief' en hield dit bij tot en met 2000. Dit complete archief werd gepubliceerd in het boek In De Ban van de Cirkel, graancirkelvondsten in de Lage Landen van Rudi Klijnstra (Indigo, 2000).

DCCCS

Een latere organisatie voor graancirkelonderzoek was de DCCCS (Dutch Center for Crop Circles Studies) dat in 1995 werd opgericht in Amsterdam tijdens een workshop van de Engelse cereoloog Busty Taylor. De DDCS werkte nauw samen en deed veldwerk voor BLT-resarch in de VS door onder meer monsters in graancirkels te nemen, waarna de halmen werden onderzocht.

Expositie graancirkels en onderzoek

In 2016 was in Nederland voor het eerst een tentoonstelling over graancirkels en de laatste stand van zaken van het onderzoek te zien (Den Haag, Graancirkels, de onbekende feiten). Het doel van de (reizende) tentoonstelling is om een volledig beeld te geven van het graancirkelfenomeen. Zowel de door mensen gemaakte als de onverklaarbare graancirkels worden belicht.

Literatuur[bewerken]

  • Rudi Klijnstra: Graancirkels, codes uit een andere dimensie (Ankh-Hermes, 1996), ISBN 9020281186 & In de Ban van de Cirkel, graancirkels in de Lage landen, (Indigo, 2000), ISBN 9789060384787.
  • Eltjo Haselhoff: Het Raadsel van de Graancirkels - Feiten, analysen, hypothesen (Ankh-Hermes, 1998), ISBN 9789020281620.
  • Eltjo Haselhoff: Geheimzinnige Graancirkels (Spectrum Uitgeverij, 2002), ISBN 9789027479853.

Externe links[bewerken]