Vleerhonden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Grote vleermuizen)
Ga naar: navigatie, zoeken
Vleerhonden
Pteropus giganteus male.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Chiroptera (Vleermuizen)
Onderorde: Pteropodiformes
Familie
Pteropodidae
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Vleerhonden (ook wel vliegende honden of grote vleermuizen genoemd) (Pteropodidae) zijn een familie uit de orde van de vleermuizen. De familie telt bijna 200 soorten in ongeveer 45 geslachten. De meeste zijn groter dan de rest van de vleermuizen. Hun spanwijdte varieert tussen 24 cm en 180 cm, met een gewicht van bijna een kilogram voor de grootste soorten zoals de kalong. De kleinste soorten verschillen qua grootte nauwelijks van de vleermuissoorten die niet tot deze familie behoren; er zijn soorten die tussen de 15 en 20 gram wegen zoals de kleine epaulettenvleerhond. Vleerhonden danken hun naam aan hun typerende kop.

Hondenkop[bewerken]

De kop van een vliegende hond lijkt meestal inderdaad op een kop van een hond of vos. Hun oren zijn spitser en ze hebben ook grotere ogen dan de andere vleermuizen. Ook zijn hun nekharen langer.

Leefgebied[bewerken]

Deze familie komt voor in Afrika, Azië en Australië. Hij leeft in tropische en subtropische gebieden in bosrijke gebieden. Ze komen zeer ver naar het oosten voor in de Grote Oceaan, zo is Pteropus tonganus op de Cookeilanden het oostelijkste zoogdier vanuit Azië.

Voedsel[bewerken]

De meeste soorten leven van vruchten. Het is dan ook voorstelbaar dat het een ramp is als een groep van deze grote dieren op een mango- of bananenplantage neerstrijkt. De kleinere soorten uit de onderfamilie Macroglossinae doen zich te goed aan nectar en stuifmeel.

Gezichtsvermogen[bewerken]

Vleerhonden hebben hun ogen aan de voorkant van hun kop zitten, zodat ze zien met een stereoscopisch beeld. Daardoor kunnen ze de afstand heel precies inschatten.Omdat ze niet op jacht hoeven, zoals de andere vleermuizen, missen de meeste vliegende honden het orgaan dat echolocatie mogelijk maakt. Ze vertrouwen op hun gezichtsvermogen en hun neus. Wel zijn het nachtdieren. Dat verklaart ook hun grote ogen ten opzichte van de andere vleermuizen.

De jongen[bewerken]

De voortplantingsperiode is in de maanden februari en maart. Na een zwangerschap van 6 maanden wordt er één of hooguit twee jongen geboren. Bijzonder aan deze familie is dat de zogende vrouwtjes in aparte groepen bij elkaar zitten. Een maand lang blijft het jong bij zijn moeder, maar na deze periode zal ze het jong achterlaten in de verblijfplaats en alleen op zoek gaan naar eten. Na twee maanden kan het jong zelf vliegen, maar het zal nog een maand duren voordat het mee gaat om eten te zoeken. Tussen de 4 en 6 maanden is hij geheel onafhankelijk, maar hij wordt pas na 18 maanden vruchtbaar.

Vijanden[bewerken]

Hun natuurlijke vijanden zijn arenden, grote uilen, boomslangen en varanen.

Zoals in veel gevallen, is de mens echter een grotere bedreiging, vooral in fruitteeltgebieden. De boeren doden ze of ze worden vergiftigd.

Er wordt ook jacht op ze gemaakt vanwege het vlees. Al sinds mensenheugenis wordt de vleermuis, en daarbij ook de vleerhond, gegeten door mensen.

Vleerhonden als ziekteverspreiders[bewerken]

Er zijn aanwijzingen dat binnen populaties van bepaalde vleerhondsoorten dragers zijn van ziekteveroorzakende bacteriën en virussen die bij mensen en huisdieren dodelijke ziekten veroorzaken; de vleerhonden zelf vertonen dan geen symptomen van die ziekte, maar hebben wel de antistoffen in hun bloed.

Tussen 2001 en 2003 werden vleerhonden onderzocht op de aanwezigheid van het ebolavirus. Er werden drie soorten vleerhonden gevonden die antistoffen tegen dit virus hadden. De soorten die positief scoorden waren: hamerkopvleerhond (Hypsignathus monstrosus), Franquetvleerhond (Epomops franqueti) en de kraagvleerhond (Myonycteris torquata).[1] Het Marburgvirus werd in 2007 gevonden in de nijlroezet (Rousettus aegyptiacus).[2]

Indeling[bewerken]

In oudere indelingen worden de vleerhonden meestal in een aparte onderorde tegenover de andere vleermuizen (kleine vleermuizen, Microchiroptera) geplaatst. Er is ooit gesuggereerd dat vleerhonden verwant zouden zijn aan de vliegende katten en de primaten. Echter, volgens modern moleculair genetisch onderzoek (DNA-analyses) zijn de vleerhonden nauw verwant aan onder andere de vleermuisfamilies hoefijzerneuzen (Rhinolophidae) en bladneusvleermuizen van de Oude Wereld (Hipposideridae). Zij maken nu deel uit van dezelfde onderorde de Pteropodiformes. De overige vleermuissoorten behoren tot een zogenaamde zustergroep, de Vespertilioniformes.

Ook de indeling binnen de familie is verre van duidelijk. De meest gebruikte indeling was er vanouds een waarin een aantal nectaretende geslachten uit Afrika, Zuidoost-Azië en Australië, zoals Megaloglossus, Notopteris, Melonycteris en Eonycteris, in een aparte onderfamilie Macroglossinae werden geplaatst. De resterende groep werd meestal als één onderfamilie Pteropodinae geizen, maar werd soms ook ingedeeld in verschillende onderfamilies, zoals de Nyctimeninae en de Epomophorinae. Volgens fylogenetische analyses gebaseerd op zowel DNA als morfologie is zowel de Pteropodinae als de Macroglossinae echter geen monofyletische groep, zodat nu een nieuwe indeling, met veel meer onderfamilies, gebruikt wordt. Deze indeling is hieronder gegeven.

De familie omvat de volgende onderfamilies, geslachtengroepen (tribus), geslachten en kenmerkende soorten
(voor volledige soortenlijst klik op link van geslacht)

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Leroy E.M., Kumulungui B., Pourrut X., Rouquet P., Hassanin A., Yaba P., Delicat A., Paweska J.T., Gonzalez J.P., & Swanepoel R., 2005. Fruit bats as reservoirs of Ebola virus. Nature 438, 575-576. abstract
  2. (en) Deadly Marburg virus discovered in fruit bats
  • Giannini, N.P. & Simmons, N.B. 2007. Element homology and the evolution of dental formulae in megachiropteran bats (Mammalia: Chiroptera: Pteropodidae). American Museum Novitates 3559:1-27.