Hans Jansen (arabist)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hans Jansen
Hans Jansen (arabist).jpg
Persoonlijke gegevens
Volledige naam Johannes Juliaan Gijsbert Jansen
Geboortedatum 17 november 1942
Geboorteplaats Amsterdam
Sterfdatum 5 mei 2015
Sterfplaats Amsterdam
Wetenschappelijk werk
Vakgebied Arabistiek, islamologie
Hans Jansen (arabist)
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Partij PVV
Politieke functies
2014-2015 Lid Europees Parlement
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Johannes Juliaan Gijsbert (Hans) Jansen (Amsterdam, 17 november 1942 – aldaar, 5 mei 2015) was een Nederlands arabist, islamoloog, columnist-publicist en politicus namens de Partij voor de Vrijheid.

Loopbaan[bewerken]

Jansen studeerde Arabisch en Semitische talen in Amsterdam, Leiden en Caïro. Na het behalen van zijn propedeuse theologie aan de Universiteit van Amsterdam en zijn doctoraalexamen Arabisch aan de Universiteit Leiden werkte hij in Egypte. Hij werd vervolgens universitair docent in Leiden en Groningen. Van 2003 tot 1 mei 2008 was hij bijzonder hoogleraar voor het hedendaags islamitisch denken aan de Universiteit Utrecht. In de media trad Jansen vaak op in programma's waar de islam ter sprake kwam; hij was medewerker van het in 2008 ter ziele gegane opinieweekblad Opinio en van HP/De Tijd. Ook werkte hij in Egypte als directeur van het Nederlands Instituut. Verder zat hij in de Nationale Adviesraad voor ontwikkelingssamenwerking en was actief voor het Rode Kruis. Hij publiceerde regelmatig in het dagblad Trouw en op de website hoeiboei.nl[1] artikelen over de islam en zijn ervaringen als Nederlandse arabist. Ook had hij een wekelijkse column op GeenStijl.

Hij kreeg bredere bekendheid toen hij als getuige-deskundige voor Wilders optrad. Zijn aanvankelijk milde standpunt over de Islam veranderde in de loop der jaren door een aantal incidenten tot angst voor extremisme. Hij raakte bevriend met Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali. De moord op van Gogh bevestigde zijn analyses.[2]

Europees Parlement[bewerken]

Jansen gold als één van de vertrouwelingen van Wilders. Zo adviseerde hij Wilders onder meer over Koranteksten in de film Fitna. Jansen stond voor zijn partij, de PVV, op de vierde plaats op de kandidatenlijst voor de Europese Parlementsverkiezingen van 2014.[3] Nadat Geert Wilders afgezien had van pogingen zijn zetel in het Europees Parlement in te nemen werd Jansen op 25 juni 2014 door de Kiesraad in zijn plaats benoemd verklaard.[4][5]

Achtergrond en standpunten[bewerken]

Jansens proefschrift over de interpretatie van de Koran dateert van 1974. Hij concentreerde zich in zijn werk vooral op onderwerpen als de Koran, Mohammed en het moslimfundamentalisme. Zijn vakgebied kreeg begin 21e eeuw in de media te maken met een oplevende belangstelling door de aanslagen op 11 september 2001 en nationaal de moord op Theo van Gogh en het optreden van de politici Pim Fortuyn en Geert Wilders, die keer op keer debatten over de islam aanzwengelden.

In 1986 schreef hij voor het eerst een wetenschappelijk boek over het fundamentalisme dat door een Amerikaanse uitgever gepubliceerd werd. Jansens latere werk is, mogelijk mede door de polarisatie in het islam-debat, meer opiniërend van aard. Jansen studeerde Arabische en Semitische talen en baseerde zich dan ook vooral op geschreven bronnen in het Arabisch, zoals sharia-handboeken, berichten in Arabische media en oude teksten of inscripties. Andere deelnemers aan het islam-debat waren sociologen, politicologen en filosofen zoals Michiel Leezenberg. Jansen herinnerde zulke deelnemers aan het islam-debat er nog weleens aan dat zij geen Arabisch kenden en niettemin vraagtekens zetten bij zijn opvattingen over de tekst van de Koran. Jansen kreeg dan weer regelmatig het verwijt dat hij zich baseerde op 'oude teksten' of Arabische krantenberichten die de meeste Nederlandse moslims niet kenden.

Jansen was actief voor het Rode Kruis en had van 1991 tot 1997 zitting in de Nationale Adviesraad voor Ontwikkelingssamenwerking, destijds het belangrijkste adviesorgaan van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking en betrokken bij het beoordelen en toekennen van projectgelden. In 1990 werd Jansen door het Rode Kruis ingezet voor een humanitaire missie rondom gegijzelden in Irak; vlak voor de val van het regime van de Iraakse dictator Saddam Hoessein. Na deze ervaringen raakte Jansen het vertrouwen kwijt in het fenomeen ontwikkelingshulp en ging publiceren over de vermeende nutteloosheid ervan. In oktober 2010 herhaalde hij kort zijn kritiek in het praatprogramma Pauw & Witteman, maar Jansen schreef al geruime tijd niet meer over dit onderwerp, omdat hij het academische debat als afgerond beschouwde. Jansens conclusie was dat ontwikkelingshulp nooit had gewerkt, behalve voor het schuldgevoel van de gever.

Ook als het gaat om zijn standpunten over de islam was Jansen van mening veranderd. Aanvankelijk was hij een van de critici van Pim Fortuyn en ging bijvoorbeeld fel met hem in debat in het programma Buitenhof. Jansen verweet Fortuyn dat hij miskende dat politieke uitsluiting de oorzaak is van het fundamentalisme en dat in Nederland daarom de voedingsbodem voor radicalisme ontbrak. Daarnaast wees hij Fortuyn op de snelle secularisatie onder Nederlandse moslims. De fundamentalisten zouden zich bovendien vooral tegen hun eigen regimes keren en niet tegen het Westen. Nadat Jansen signaleerde dat steeds meer islamitische ideologen het voeren van jihad niet meer als exclusieve overheidstaak beschouwden en begonnen te schrijven over het Westen als 'de vijand' begon hij van mening te veranderen. Sinds de moord op Theo van Gogh - die Jansen persoonlijk goed kende - was de islamoloog steeds feller gaan waarschuwen voor de gevaren/donkere kanten van de islam; ook in een Nederlandse context. Ook voordien betoogde Jansen al wel dat het goed mogelijk is om de Koran en de Hadith op te vatten als een 'license to kill' en dat er dus altijd moslims zouden zijn, die de Koran ook zo zouden opvatten; net zoals er volgens Jansen altijd christenen zouden zijn die op de Bijbel bezwaren tegen abortus of homoseksualiteit baseren.

Jansen verzette zich overigens tegen het uitgangspunt dat de Tora of het Oude Testament net zo agressief zouden zijn als de Koran. Met Harry de Winter verschilde hij daarover sterk van mening in het televisieprogramma Pauw & Witteman, waarbij Jansen de kritiek van De Winter, dat hij geen Hebreeuws kende, in diezelfde taal pareerde.[6] Dit fragment werd later herhaald in programma's als De Wereld Draait Door. De Koran bestond volgens Jansen hoofdzakelijk uit heilige groepsopdrachten, die worden verstaan als het letterlijke woord van God. De Bijbel bestond volgens Jansen vooral uit stichtende verhalen, die door mensen zijn opgeschreven. Daarnaast betoogde hij dat sommige soera's vrijwel niet anders zijn uit te leggen dan zoals de standaard-handboeken en de fundamentalisten dat doen, terwijl de agressievere teksten in de Bijbel historisch zijn weg te interpreteren; althans in de praktijk weinig betekenis hebben. Eenmaal algemeen geaccepteerd, waren volgens Jansen ook agressieve Koran-interpretaties heilig in het theologische systeem van de islam, omdat Mohammed - de profeet van de islam - zou hebben gezegd: "Mijn volk zal niet overeenstemmen in een dwaling." Daarom zou er volgens Jansen ook in de toekomst geen ruimte meer zijn om bijvoorbeeld terug te komen op de huidige geaccepteerde uitleg van de - volgens critici althans - agressieve verzen. Jansen betoogde dat de Hadith en ook de Koran zelf regelmatig stelling namen tegen vermeende flexibiliteit en onduidelijkheden over bronteksten binnen het Christendom en het Joodse geloof. Jansen was daarom pessimistisch over de mogelijkheid tot hervormingen binnen de officiële leer van de islam.

Hoogleraren Martin van Bruinessen en Dick Douwes lieten zich kritisch uit over zijn werk 'Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten' en betitelden het als onwetenschappelijk. Jansen zou door zijn vakgenoten niet serieus worden genomen, omdat hij al jaren uitsluitend populariserend schreef.[7] Jansen zelf daagde in zijn publicaties regelmatig tegenstanders uit om aan te tonen dat hij zich over een brontekst had vergist.

Proces-Wilders[bewerken]

In oktober 2010 werd Jansen als getuige-deskundige opgeroepen in het proces tegen Geert Wilders, die beschuldigd werd van haatzaaien tegen moslims. Hij verklaarde onder andere dat wat Wilders gezegd had ook echt in de Koran en de Hadith staat. Daarnaast betoogde hij dat volgens zijn inschatting 20% van de moslims radicaal is, 60% neutraal en 20% liberaal tot ongelovig (een soort Normale verdeling). Tijdens het proces werd door Jansen beweerd dat raadsheer Tom Schalken van het Amsterdamse gerechtshof hem had proberen te overtuigen van de juistheid van diens beslissing om Wilders te laten vervolgen. Dit gesprek had plaatsgevonden tijdens een etentje georganiseerd door Bertus Hendriks, enkele dagen voordat Jansen zou getuigen. Wilders' advocaat Moszkowicz vroeg de rechtbank daarop Jansen te horen, omdat het volgens Moszkowicz van belang was hoe Schalken zich had uitgelaten tegenover Jansen. Het feit dat de rechtbank dat verzoek afwees, terwijl Jansen in de zaal zat, leidde in combinatie met twee eerdere incidenten tot wraking van de rechtbank. Velen verbaasden zich over de timing waarop Jansen het etentje naar buiten had gebracht: de laatste dag van het proces. Volgens Jansen was dat toeval en hij verklaarde al die tijd niet te hebben ingezien dat het etentje juridisch van belang was en toonde zich ook achteraf 'verbijsterd' over de gang van zaken, omdat hij door de gesprekken tijdens dit etentje niet beïnvloed was. Niettemin had Wilders aangifte gedaan van een poging tot beïnvloeding van Jansen door Schalken. Eind 2010 verscheen een bijdrage van Jansen over het proces-Wilders in het boek 'De Onzichtbare Ayatollah' van Carel Brendel. Jansen gaat daar in op zijn rol in het proces-Wilders, maar bespreekt ook de zaak Nekschot en politieke showprocessen in Egypte waarin ook het - al dan niet - agressieve karakter van de islam aan de orde kwam in strafzaken.

Op 13 april 2011 werd Jansen opnieuw als getuige gehoord over het gebeurde tijdens het etentje bij Hendriks. Hij verklaarde nu onder ede, desgevraagd bij herhaling, dat raadsheer Schalken had geprobeerd hem te beïnvloeden. In de bundel van Brendel had hij daarentegen geschreven: "Schalken heeft geprobeerd mij van de ‘redelijkheid van zijn standpunt’ te overtuigen, die woorden herinner ik me precies, maar hij heeft geen moment geprobeerd, of gezegd, dat ik mijn mening dat het hier een ketterproces betrof diende te herzien".[8] Overigens staat in de wet niet dat het verboden zou zijn een getuige te beïnvloeden. Strafbaar is degene die "opzettelijk mondeling, door gebaren, bij geschrift of afbeelding zich jegens een persoon uit, kennelijk om diens vrijheid om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd" (art. 285a Sr). Naar aanleiding van de affaire stapte Schalken op als rechter.

Boeken[bewerken]

Jansen schreef tussen 1974 en 2010 17 boeken over de islam die verschenen bij Nederlandse, Duitse en Amerikaanse uitgevers. Zijn werk is onder andere in het Duits en het Turks vertaald. Zijn boek The Neglected Duty (1986, New York: Macmillan) geldt internationaal als één van de eerste belangrijke wetenschappelijke studies naar het moderne islamitisch fundamentalisme. Samen met Asad Jaber schreef hij in 1992 een bewerking van een bekende Koran-vertaling van Kramers bij de Arbeiderspers. In 2008 schreef hij samen met de Nederlandse moslim Abdul-Jabbar van de Ven het boek Bombrieven, over hun onderlinge correspondentie-dialoog. Eveneens in 2008 verschenen de boeken Islam voor Varkens en Zelf Koran Lezen. In 2009 stelde hij samen met Bert Snel de bundel Eindstrijd samen, waarin hij zelf twee bijdragen publiceerde.

Overleden[bewerken]

Hij overleed aan een herseninfarct op 72-jarige leeftijd.

Trivia[bewerken]

Bibliografie[bewerken]

  • The Interpretation of the Koran in Modern Egypt, 1974 (als J.J.G. Jansen)
  • The Neglected Duty: The Creed of Sadat's Assassins and Islamic Resurgence in the Middle East, 1986 (als Johannes J.G. Jansen)
  • Inleiding tot de Islam, 1987 (als J.J.G. Jansen)
  • De Koran uit het Arabisch Vertaald door Prof. dr. J.H. Kramers, 1992 (bewerkt door Drs. Asad Jaber & Dr. Johannes J.G. Jansen)
  • The Dual Nature of Islamic Fundamentalism, 1997 (als Johannes J.G. Jansen)
  • Nieuwe Inleiding tot de Islam, 1998 (als J.J.G. Jansen)
  • Het Nut van God, 2001
  • God heeft gezegd: terreur, tolerantie en de onvoltooide modernisering van de islam, 2003
  • De radicaal-islamitische ideologie: Van Ibn Taymiyya tot Osama ben Laden, Oratie Universiteit van Utrecht, 3 februari 2004[9] (als Johannes J.G. Jansen)
  • Islam: een hoorcollege over de islamitische godsdienst en cultuur., Home Academy Publishers 2005 (audio-cd)
  • De historische Mohammed: de Mekkaanse verhalen, Arbeiderspers 2005
  • De historische Mohammed: de verhalen uit Medina, Arbeiderspers 2007
  • Bombrieven, Uitgeverij Van Praag 2008 (briefwisseling met Abdul-Jabbar van de Ven)
  • Islam voor varkens, apen, ezels en andere beesten, Uitgeverij Van Praag 2008, ISBN 9789049024031
  • Zelf Koran lezen, Arbeiderspers 2008
  • De ontkenning van Holocaust en jihad, opgenomen in de bundel: Jansen, Hans en Bert Snel (red.) 'Eindstrijd - De finale clash tussen het liberale Westen en een traditionele islam', Uitgeverij Van Praag 2009, ISBN 978 90 490 2404 8
  • De Onzichtbare Ayatollah, Carel Brendel, Hans Jansen & Nahed Selim, Uitgeverij Van Praag 2010
  • Op, op, ten strijde, Jeruzalem bevrijden! : het ware verhaal van de kruistochten, Uitgeverij van Praag 2011

Externe link[bewerken]