Hans Kammler

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Hans Kammler
Kammler’s NSDAP-ID foto, 1932
Kammler’s NSDAP-ID foto, 1932
Geboren 26 augustus 1901
Stettin, Koninkrijk Pruisen, Duitse Keizerrijk (hedendaags Polen)
Overleden 9 mei 1945
Nabij Praag; dood verklaard op 7 september 1948
Religie Protestant tot 1932, verklaarde zich later Gottgläubig[1][2]
Land/zijde Vlag van Duitse Keizerrijk Duitse Rijk
Vlag van Duitsland tijdens de Weimarrepubliek Weimarrepubliek
Vlag van Nazi-Duitsland Nazi-Duitsland
Flensburgregering
Onderdeel Flag of the Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Dienstjaren 1933 - 1945
Rang HH-SS-Obergruppenfuhrer-Collar.pngSS Obergruppenführer.jpg
SS-Obergruppenführer en generaal bij de Waffen-SS
Eenheid 2. Leib-Husaren-Regiment „Königin Viktoria von Preußen“ Nr. 2
Bevel Chef Amtsgruppe C,
SS-Wirtschafts und Verwaltungshauptamt
(SS-WVHA)
Hoofd V-1 en V-2 programma (31 januari 1945 -
8 mei 1945)
Division zur Vergeltung
(1 oktober 1944 -
27 januari 1945)
Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Onderscheidingen zie onderscheidingen
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Hans Friedrich Karl Franz Kammler (Stettin, 26 augustus 1901 - Praag, 9 mei 1945) was een Duitse architect, hoofd van de bouw- en bewapeningsprojecten van het Derde Rijk en SS-Obergruppenführer en generaal bij de Waffen-SS. Als leider van het bouwwezen van de SS was hij verantwoordelijk voor alle concentratiekampgebouwen en gaskamers, crematoria. Aan het einde van de oorlog beval hij een moordpartij op burgers in het bloedbad in het Arnsberger Wald van 21 tot 23 maart 1945.

Leven[bewerken]

Toen Hans geboren werd, was zijn vader Franz Kammler Oberleutnant in de Deutsches Heer. Zijn vader zou later nog bevorderd worden tot Oberst in de infanterie en gendarmerie. Hans Kammler bezocht diversen scholen van 1908 tot 1918, waaronder het humanistische gymnasium in Bromberg, Ulm en Danzig waar hij in 1919 zijn eindexamen aflegde.

Kammler was zeer nationaal-conservatief gezind en trad daarom begin februari 1919 als vrijwilliger in het 2. Leib-Husaren-Regiment „Königin Viktoria von Preußen“ Nr. 2. Wegens de dreigende demobilisatie van zijn eenheid, stapte hij over naar het Vrijkorps Roßbach in het Grenzschutz Ost. In oktober 1919 begon Kammler een studie in architectuur met de studierichting in hoogbouw aan de Technische universiteit Danzig. Bovendien studeerde hij één semester aan de Technische Universiteit München. Tijdens zijn studie's was Kammler lid van de gymnastiekvereniging (ATV) Cimbria.

Op 25 oktober 1923 sloot hij het examen aan de Technische universiteit Danzig met een ingenieursdiploma af.

In 1924 was hij in het kader van zijn opleiding als regeringsbouwleider voor de Pruisische staatsdienst werkzaam. Vanaf februari 1924 tot februari 1925 was hij de uitvoerder over de wijk Onkel Toms Hütte. Vanaf 1925 tot 1928 ontwierp hij en hield toezicht op de utiliteitsbouw voor garages, werkplaatsen. Ook planning van wijken en vrijstaande huizen. Hij nam deel aan een wedstrijd van algemene ontwikkelingsplannen en van de bouw van grote gebouwen. Op 4 februari 1928 legde hij het staatsexamen af en werd tot Regierungsbaumeister benoemd. "Die Stärke des jungen Architekten lag nicht so sehr im Entwurf als in der Planung und Organisation von Arbeitsabläufen bei größeren Bauvorhaben." Van april 1928 tot maart 1931 was Kammler werkeloos. Daarna werkte hij als deeltijd wetenschapper bij het Reichsforschungsgesellschaft voor economie in de bouw- en woningen.

Vanaf 1 april 1931 tot 1 september 1933 werkte Kammler als werknemer in het Reichsarbeitsministerium mee aan de Stiftung zur Förderung von Bauforschungen in Berlijn.

Op 29 november 1932 promoveerde hij aan de Technische universiteit Hannover tot dokter der ingenieurswetenschappen.

Nationaalsocialisme[bewerken]

Tegen het einde van de Weimarrepubliek, radicaliseerde de politieke houding van Kammler. Hij werd begin maart 1932 lid van de NSDAP en op 20 mei 1933 van de SS. Van 1931 tot 1933 werkte hij voor de SS en NSDAP als administratief medewerker in een technische ingenieursafdeling van de gouwleiding van het Groot-Berlijn. Maar hij was ook bezig met andere werksectoren.

Van tijd tot tijd was hij in de SS werkzaam op het bureau voor het bewijzen van niet-Joodse afkomst (Ariernachweis). Van 1933 tot 1936 was hij voor de NSDAP de leider van de afdeling voor woon- en planologie in de gouwleiding van Groot-Berlijn. In 1937 trad hij als opleidingsspreker voor de Berlijnse politie op. Van 1933 kreeg Kammler de opdracht om leiding te geven aan de Rijksbond van Volkstuinders en grondbezitters die gezamenlijk een bestand hadden van een miljoen leden[3].

Op 10 oktober werd Kammler in het Rijksministerie voor Voeding en Landbouw ingezet. Hij was adviseur voor boeren nederzettingen in de afdeling VII. Daarmee verbonden waren talrijke belangrijke posten, onder andere leider van de Reichsgutachterausschusses für Bauvergabe, lid van de senaat van de Duitse academie voor bouwhistorie en als verbindingsofficier van de RMEL voor de gezamenlijke rijksministeries in bereik van de bouworde. In augustus 1934 werd Kammler benoemd tot lid van de regeringsraad in het Rijksministerie voor Voeding en Landbouw.

Op 1 augustus 1940 werd de hoofdbetrekking van Kammler als lid van SS het SS-Wirtschafts und Verwaltungshauptamt. Op 1 juni 1941 verwisselde hij de Waffen-SS en werd tot Chef van het SS-Hauptamtes Haushalt und Bauten benoemd. Na de oprichting van het SS-Wirtschafts und Verwaltungshauptamt begin februari 1942, werd hij leider van de Amtsgruppe C (bouwwezen) van het WVHA tot het einde van de oorlog.

Hij had het oppertoezicht over alle concentratiekamp bouwplannen, inbegrepen gaskamers en crematoria, daarom mag hij "technocraat der vernietiging" heeten[4]. In de nazomer van 1942 begon hij met de planning voor de bouw van de nieuwe crematoria in Auschwitz, die tot dan geprojecteerd crematievermogen van 2650 lijken per dag (80.000 per maand) ontoereikend leek[5]. Kammler was de deskundige in het bouwprogramma van de Führer in de staf van Robert Ley.

In augustus 1943 werd Kammler verantwoordelijk voor het uitbouwen van de ondergrondse (U-Verlagerung) productieplaatsen voor de straalmotoren, straalvliegtuig, motoren en V2's. Op 1 september 1943 werd hij door de Reichsführer-SS Heinrich Himmler tot "bijzonder gevolmachtigde van de Reichsführer-SS voor het V2-programma" onder SS-Obergruppenführer Oswald Pohl benoemd. Onder Kammlers leiding begon de bouw van de ondergrondse productieplaatsen in het Kohnstein. Albert Speer prees na de oorlog de bouw van het zogenaamde Mittelwerk in de buurt van Nordhausen als een "echt unieke daad".

Met het tot stand brengen van de productie van de B8 Bergkristal werkte Kammler aan de grootste en modernste ondergrondse fabrieken voor de Messerschmitt Me 262 in Sankt Georgen an der Gusen niet ver van Mauthausen.

In augustus 1944 werd de verantwoording voor de inzet van de V-2 hem toegewezen[6], dit gebeurde onder de auspiciën van de SS. De Division zur Vergeltung kwam onder Kammler zijn bevel, deze divisie beschikte over meerdere raketwerperbatterijen. Het personeelsbestand bedroeg aanvang 1945 ongeveer 11.000 man. De wapensystemen bevonden zich eind 1944 in Nederland, België en West-Duitsland. Vanaf september 1944 werden er raketten op Londen, Parijs en later op Antwerpen en Brussel afgevuurd. Met het oprukken van de geallieerden moesten de raketstellingen in Nederland en België ontruimd worden, ook de stellingen in West-Duitsland moesten geruimd worden.

Op 3 april 1945 was Kammler voor de laatste maal bij Hitler en dat gaf hem kennelijk hoop. "Kammler maakte het uitstekend, en zette in op grote verwachtingen". (Goebbels, dagboek: 4 april 1945). Was Kammler in de Führerbunker nog de energieke generaal, gaf hij op 13 april tegenover Speer zijn toekomstplannen aan. De oorlog was verloren, het was nu beter om zich nu terug te trekken. Hij wilde contact maken met geallieerden en zo de nieuwe wapentechnologie uitwisseling tegen zijn persoonlijke vrijheid.

Na 23 april 1945 ging Kammler vooruit naar Ebensee in Oostenrijk, waar hij een vergadering had met de SS-leiding. In de morgen van 4 mei ging hij naar Praag. Tegenover de journalist Günther d'Alquen voorspelde Kammler "dat we in Praag nog wat zullen beleven". Op de avond van 4 mei begon de Praagse Opstand. Op 9 mei 1945 bezette het Rode Leger de stad.

Dood Kammler[bewerken]

De dood van Kammler is niet meer met zekerheid vast te stellen. Er doen de verschillende verklaringen de ronde:

  • Kammler pleegde op 9 mei 1945 zelfmoord[7]. Dit werd duidelijk in het verloop van 9 december 1957 in Arnsberg begonnen proces tegen de ondergeschikte van Kammler. Vanwege de slachting van buitenlandse arbeiders in het Arnsberg bos, dat vanaf 20 tot en met 22 maart 1945 door zijn eenheid gepleegd was. In de beslissing van de regionale rechtbank werd vastgesteld dat Kammler, begeleid door zijn ordonnansofficier en bestuurder, begin mei 1945 in Praag was, en de opstand van Praag en de capitulatie van de Duitse troepen ervaarde. Op 9 mei vluchtte hij met twee auto's de stad uit. Nadat hij uitgesproken had "ik heb voor jullie geen doel meer" liet hij bij een bosgebied ten zuiden van Praag halt houden. Hij eiste dat zijn begeleider, zich erdoor zou slaan terug naar Duitsland, en ging het bos in. Korte tijd daarna werd zijn lijk door zijn ordonnansofficier, SS-Obersturmführer Zeuner en bestuurder SS-Oberscharführer Preuk gevonden. Hij had zich waarschijnlijk met behulp van cyanide van het leven beroofd. Het lijk werd vervolgens door de aanwezige ter plekke begraven.
  • In het boek de Vier Prinzen zu Schaumburg-Lippe, Kammler und von Behr, (2013), staat een brief van de getuige Ingeborg Alix Prinses te Schaumburg-Lippe aan Jutta Kammler daarin kan nagelezen worden over de laatste dagen van Kammler in Praag[8].
  • In 2014 betwijfelde de historicus Rainer Karlsch, dat Kammler in 1945 wel zelfmoord gepleegd heeft. Hij had zich in 1945 eerder in de bescherming van de Amerikaanse inlichtingendiensten begeven.[9].
  • In april 1945, waarschijnlijk op bevel van hemzelf door zijn eigen adjudant SS-Obersturmbannführer Hans Schleiff doodgeschoten.[10].
  • Op 9 juli 1945, richtte Kammler's weduwe een verzoek aan de rechtbank om haar man vanaf 9 mei 1945 dood te laten verklaren. Zij overhandigd een verklaring onder ede, gedateerd van 8 mei 1948, door Kammler's chauffeur, SS-Oberscharführer Kurt Preuk. Volgens Preuk, had hij persoonlijk het "lijk van Kammler gezien en was present geweest bij zijn begrafenis" op 9 mei 1945. Door de uitspraak van het gerechtshof van het district van Berlijn-Charlottenburg op 7 september 1948; (dossier 14.II 344/48); werd de dood van Kammler op 9 mei 1945 officieel vastgesteld. In een andere verklaring onder ede van 16 oktober 1959 betrof het de uitkering bij overlijden, waarin Kurt Preuk verklaarde dat de datum van zijn dood "rond 10 mei 1945 was", maar dat hij niet van bewust was van de doodsoorzaak. Op 7 september 1965, verklaarde de adjudant van Kammler, Heinz Zeuner (geboren op 12 mei 1921 in Clausthal-Zellerfeld), dat Kammler overleed op 7 mei 1945, ten zuidelijk van Daffle/Moldavië. Zeuner verklaarde dat hij samen met Preuk en andere van Kammler's staf, het lijk van de SS-generaal geobserveerd hadden. Alle ooggetuigen overlegden over de kwestie en beweerden met zekerheid dat de doodsoorzaak wel cyanide vergiftiging was.[1].

Familie[bewerken]

Op 14 juni 1930 trouwde Hans Kammler met Jutta Carla Anna Horn (12 april 1908 in Naumburg) zij was lid van de Nationalsozialistische Volkswohlfahrt, NSD-Studentenbund, en NS-Bund Deutscher Technik. Het echtpaar had meerdere kinderen: twee zonen (geboren 11 februari 1940 en 10 december 1943), vier dochters (geboren 13 maart 1931 (overleden 16 september 1931); 25 maart 1932; 6 juli 1934 (overleden 12 maart 1936); en 11 februari 1937)[1].

Bellettrie[bewerken]

De persoon Hans Kammler vond literaire verwerking in de roman Der Trojaner van Eric Verna (2013), ISBN 978-3-8495-7145-0. Kammler verschijnt ook in de roman Der General des letzten Bataillons (2014) van Dan König.

In de roman Das letzte Experiment van Philip Kerr (2009), ISBN 978-3-499-24923-5, wat zich in 1950 in Argentinië afspeelt, daarin verschijnt Kammler ook.

Militaire loopbaan[bewerken]

Lidmaatschapsnummers[bewerken]

Onderscheidingen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Agoston, Tom. Teufel oder Technokrat? Hitlers graue Eminenz. Mittler-Verlag, Berlijn 1993, ISBN 3-8132-0432-4.
  • Thad Allen, Michael. The Business of Genocide – The SS, Slave Labour and the Concentration Camps. Londen 2002.
  • Fröbe, Rainer. Hans Kammler, Technokrat der Vernichtung. In: Robert Smelser, Enrico Syring (Hrsg.): Die SS. Elite unterm Totenkopf. 30 Lebensläufe. Paderborn 2000.
  • Gutschow, Niels. Ordnungswahn. Architekten planen im eingedeutschten Osten 1939–1945. (= Bauwelt Fundamente. 115). Birkhäuser, Berlijn 2001, ISBN 3-7643-6390-8.
  • Karlsch, Rainer. Hitlers Bombe. Die geheime Geschichte der deutschen Kernwaffenversuche. DVA, München 2005, ISBN 3-421-05809-1.
  • Karlsch, Rainer & Petermann, Heiko. (Hrsg.): Für und wider Hitlers Bombe. Waxmann Verlag, Münster/ New York 2007, ISBN 978-3-8309-1893-6.
  • Klee, Ernst. Das Personenlexikon zum Dritten Reich: Wer war was vor und nach 1945. Fischer-Taschenbuch-Verlag, Frankfurt am Main 2005, ISBN 3-596-16048-0.
  • Naasner, Walter. (Hrsg.): SS-Wirtschaft und SS-Verwaltung – Das SS-Wirtschafts-Verwaltungshauptamt und die unter seiner Dienstaufsicht stehenden wirtschaftlichen Unternehmungen. (= Schriften des Bundesarchivs. 45a). Droste Verlag, Düsseldorf 1998, ISBN 3-7700-1603-3.
  • Schulte, Jan Erik. Zwangsarbeit und Vernichtung: Das Wirtschaftsimperium der SS. Oswald Pohl und das SS-Wirtschafts-Verwaltungshauptamt 1933–1945. Schöningh, Paderborn 2001, ISBN 3-506-78245-2. (Dissertation der Universität Bochum, 1999).
  • Wagner, Jens-Christian. (Hrsg.): Konzentrationslager Mittelbau-Dora 1943–1945. Begleitband zur ständigen Ausstellung in der KZ-Gedenkstätte Mittelbau-Dora. Wallstein, Göttingen 2007, ISBN 978-3-8353-0118-4.
  • Merkel, Reiner. Hans Kammler - Manager des Todes: Eine "deutsche" Karriere. August-von-Goethe-Literaturverl., 2010, ISBN 978-3-837-20817-7