Het Kamerorkest

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Kamerorkest, voorheen Collegium Instrumentale Brugense is een kamerorkest opgericht in 1970 met Brugge als thuisbasis.

Geschiedenis[bewerken]

Collegium Instrumentale[bewerken]

Het Collegium Instrumentale Brugense werd opgericht in 1970 door dirigent en leider Patrick Peire. Het nam de juridische vorm aan van een vereniging zonder winstoogmerk, met een uitgebreide algemene vergadering en bestuursraad waarin heel wat personaliteiten zetelden (o.a. Mark Eyskens, Guido Maertens en Jan Briers). Voorzitter werd ridder Géry van Outryve d'Ydewalle.

Het ensemble behoorde tot de producten van een muzikale tegencultuur die zich opstelde tegenover de als vermolmd beschouwde grote 'ambtenarenorkesten'. Los van elk statutair dienstverband, flexibel georganiseerd, productie- en uitvoeringsgericht, gelieerd aan een ambitieus orkestleider, ontwikkelde zich het Collegium instrumentale naast enkele andere gelijkaardige orkesten (bv. La Petite Bande van Sigiswald Kuijken, I Fiamminghi van Rudolph Werthen, Il Fondamento van Paul Dombrecht, de Beethoven Academie van Jan Caeyers, het Huelgas Ensemble van Paul Van Nevel, Currende van Eric Van Nevel, het Collegium Vocale en La Chapelle Royale van Philippe Herreweghe, het Prometheus Ensemble van Etienne Siebens en Anima Eterna van Jos Van Immerseel).

Het repertoire van dit kamerorkest was niet beperkt tot één specifieke periode. Het bracht zowel muziek uit de 20e eeuw, als uit de periodes van de romantiek, classicisme en barok. Het creëerde verschillende werken van eigentijdse Belgische componisten. Het hoofdaccent lag nochtans op barokmuziek. Het ensemble eerbiedigde ook de historische uitvoeringspraktijk en probeerde zich muzikaal te verdiepen in de stilistische eigenheid van iedere compositie, ook al deed het dit op moderne instrumenten.

In 1996 behaalde het ensemble (samen met het koor Capella Brugensis) een nominatie voor een Grammy Award (categorie 'Opera recording') voor de opname van Rossini’s opera Tancredi. Naast een drukke concertagenda in eigen land, was het Collegium Instrumentale Brugense regelmatig te gast in Frankrijk, Spanje, Nederland en Italië. Het orkest had ook heel wat verdienste door het veelvuldig optreden met initiatieconcerten, in scholen, voor Jeugd en Muziek, enz.

Patrick Peire was tot einde 2006 dirigent van het ensemble. In januari 2007 werd hij opgevolgd door Ivan Meylemans. In 2007 ging het Collegium Instrumentale Brugense een uitgebreide (structurele) samenwerking aan met het in Brugge gevestigde Symfonieorkest van Vlaanderen (in 1960 gesticht als 'Westvlaams Orkest', in 1984 omgedoopt tot 'Nieuw Vlaams Orkest' en naderhand tot 'Symfonieorkest van Vlaanderen'). Beide orkesten hebben Brugge als thuisbasis en staan onder het management van intendant Dirk Coutigny.

Het Kamerorkest[bewerken]

In 2009 werd beslist de naam van het ensemble na 35 jaar te wijzigen in 'Het Kamerorkest' of 'Het Kamerorkest Brugge'. Een al onder Peire ingezette accentverlegging, van barokmuziek en classicisme naar romantische en hedendaagse muziek, werd verder doorgezet. Composities voor strijkorkest van Mendelssohn, Tsjaikovski, Dvořák, Elgar en Josef Suk behoren nu tot het repertoire van het orkest. Tot het modernere repertoire behoren werken van Sjostakovitsj, Benjamin Britten, Barber, Rota en Piazzolla. Daarnaast worden ook werken uitgevoerd van hedendaagse Vlaamse componisten zoals Jelle Tassyns, Filip Rathé, Jan Van der Roost en Rudi Tas.

Capella Brugensis[bewerken]

Peire stichtte in 1990 ook een koor dat onder de naam 'Capella Brugensis' een natuurlijke aanvulling betekende bij het orkest en dit voor uitvoering van vocaal werk uit de opeenvolgede muziekperiodes.

Als hoogtepunten zijn de uitvoeringen te vermelden die met het Collegium Instrumentale werden gemaakt:

Discografie[bewerken]

Het orkest maakte een 40-tal cd-opnamen voor Eufoda, Naxos, Senza Nome, Vox Temporis, Forlane, René Gailly, Aurophon, Ricercar en Brilliant Classics. Verschillende opnamen gebeurden in samenwerking met het koor Capella Brugensis, hoewel ook met andere koren, solisten en andere orkesten werd samengewerkt. Zie de volledige opgave.

De catalogus vermeldt:

Literatuur[bewerken]

  • Louis Peter GRIJP (red.), Een muziekgeschiedenis der Nederlanden, Amsterdam, 2001, blz. 736.

Externe links[bewerken]