Jean Barbanson

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jean Pierre J. Barbanson (Brussel 9 juli 1797 - 21 mei 1883) was advocaat, senator en lid van het Belgisch Nationaal Congres.

Levensloop[bewerken]

Barbanson was een zoon van Jean-Baptiste Barbanson, voorzitter van de rechtbank van Eerste aanleg in Brussel en voorzitter van de kerkfabriek van Sint-Katelijne. Zijn zus Jeanne Barbanson trouwde met Pierre-Théodore Verhaegen (1796-1862), de voornaamste stichter van de Vrije Universiteit Brussel, grootmeester van het Belgisch Groot Oosten en liberaal volksvertegenwoordiger.

Barbanson werd in 1818 stagiair aan de balie van Brussel, na zijn diploma van doctor in de rechten te hebben behaald aan de universiteit van Luik. Hij was stafhouder in 1847-48 en in 1860-61.

In 1830 trad hij in dienst van het Voorlopig Bewind en samen met Jacques Fleussu, Joseph Forgeur en Charles Liedts stelde hij een eerste ontwerp van Grondwet op, dat ze samen in november 1830 aan het Nationaal Congres aanboden, assemblee waar hij in oktober voor het arrondissement Brussel in verkozen was. Dit ontwerp was opgemaakt in concurrentie met het ontwerp dat door de officiële grondwetcommissie was opgesteld. Het ging meer in detail in op de ondergeschikte besturen (provincies, gemeenten) maar was voor het overige zeer gelijklopend met het 'officiële' ontwerp. Op 25 november belandde het ontwerp van de heren Forgeur, Barbanson, Fleussu en Liedts op het bureau van het Congres dat het aan de algemene vergadering voorlegde. Er werd beslist het te drukken en te distribueren.

Barbanson behoorde tot de antiklerikale groep, wat nochtans aan zijn stemgedrag niet zo speciaal te zien was, aangezien hij in de eerste plaats unionist was. Hij stemde dan ook praktisch altijd met de meerderheid: voor de aanvaarding van de onafhankelijkheidsverklaring, voor de eeuwigdurende uitsluiting van de Nassaus, voor de hertog van Nemours als koning, voor Surlet de Chokier als regent, voor Leopold van Saksen Coburg en voor de aanvaarding van het Verdrag der XVIII artikelen.

Na het Nationaal Congres vervulde hij nog volgende politieke functies:

In 1824 was Barbanson getrouwd met Elise Gréban de Saint-Germain (1806-1825), die het jaar daarop overleed. Zij was de dochter van de flamboyante Claude-Joachim Gréban de Saint-Germain (1775-1850), die een van de intieme raadgevers was geweest van Willem I, maar er toch in slaagde in het nieuwe België te overleven en er in het bedrijfsleven en de industrie een dynamische rol te vervullen. Vooral bleef hij tot aan zijn dood secretaris van de Société Générale. Geen wonder dan ook dat Barbanson, waarschijnlijk op basis van geërfde of gekochte aandelen, in 1864 directeur (bestuurder) en in 1870 vice-gouverneur van de Société Générale werd.

Na de dood van zijn vrouw hertrouwde Barbanson met Gasparine Pinot. Zijn zoon, Léon Barbanson, trouwde met Léonie Tesch, dochter van de liberale politicus en minister van Justitie Victor Tesch (1812-1892), die eveneens directeur en vervolgens gouverneur van de Société Générale was.

Barbanson was lid van de Brusselse vrijmetselaarsloge L'Espérance die voor de Belgische afscheuring orangistischgezinde personaliteiten verenigde onder leiding van kroonprins Willem. Na 1834 was hij beheerder van de Université Libre de Bruxelles.

Literatuur[bewerken]

  • Carl BEYAERT, Biographies des membres du Congrès national, Brussel, 1930, blz. 36
  • Julienne LAUREYSSENS, Industriëlenaamloze vennootschappen in België, 1819-1857, Leuven, 1975
  • Jean-Luc DE PAEPE & Christiane RAINDORF-GERARD, Le Parlement belge, 1831-1894. Données biographiques, Brussel, 1996.
  • Guy SCHRANS, Vrijmetselaars te Gent in de XVIIIde eeuw, Gent, 2009, blz. 383.