Jenin

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Zie artikel Voor het gelijknamige gouvernement, zie Jenin (gouvernement).
Jenin
جنين
Plaats in Palestina Vlag van Palestina
Jenin
Jenin
Situering
Gouvernement Jenin
Coördinaten 32° 27′ NB, 35° 18′ OL
Algemeen
Oppervlakte 37.3 km²
Inwoners (2007) 39.004[1]
(1046 inw./km²)
Foto's
Jenin in 2005
Jenin in 2005
Portaal  Portaalicoon   Azië

Jenin (Arabisch: ‏جنين , Dschanin) is een Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever met ca. 39.000inwoners (Census 2007). Het ligt ten noorden van Nablus. Bij de stad ligt tevens een Palestijns vluchtelingenkamp (Engels: Jenin Camp) met 10.371 bewoners (Census 2007[1]), waarvan de helft minderjarig.

Jenin is een oude stad, daterend van ongeveer de 15de eeuw voor Christus (toen bekend onder de naam "Khirbet Balamah"). Het is een agrarisch centrum, goed voor 30% van het Palestijnse nationale inkomen, en een belangrijk marktcentrum voor het noorden van de Westelijke Jordaanoever. Door de centrale ligging nabij de Israëlische, Jordaanse, Libanese en Syrische grenzen is het tevens een regionaal centrum. In de stad is een campus van de Arabische Amerikaanse Universiteit gevestigd.

Op 13 november 1995 werd het bestuur van Jenin, als eerste Palestijnse stad door Israël overgedragen aan de Palestijnse Autoriteit in het kader van de Oslo-akkoorden.

In 1998 was Jenin de plaats van een gezamenlijk Nederlands-Palestijns archeologisch onderzoek naar de vroege bronstijd waar onder meer de Universiteit Leiden aan deelnam.

In april 2002 was Jenin, en dan voornamelijk het nabijgelegen vluchtelingenkamp, het toneel van een grootschalige inval van Israëlische troepen die op hevige tegenstand stuitten, dat veel belangstelling kreeg in de internationale media.

Operatie Beschermingsschild[bewerken]

In 2002 viel het Israëlische leger de stad (net als Nablus) binnen als onderdeel van Operatie Beschermingsschild, om terroristen te bestrijden. Deze operatie kreeg veel aandacht in de internationale media. De inval was onder meer het gevolg van de zelfmoordaanslag van Hamas tijdens sederavond in het Park Hotel in Netanja, waarbij 29 gasten gedood 140 verwond werden.

Op 3 april omsingelden zo'n 1000 Israëlische infanterietroepen met tanks en helikopters Jenin en haar vluchtelingenkamp (Engels: Jenin Camp) in het kader van de Operatie Beschermingsschild, die naast Jenin ook andere grote Palestijnse steden op de Westelijke Jordaanoever omvatte. Het gebied werd een 'gesloten militaire zone' verklaard, waardoor het voor journalisten en hulpverleners niet mogelijk was om het te betreden. Op 9 april werden 13 Israëlische soldaten (onder hen commandant Odeb Colomb) gedood in een hinderlaag in het vluchtelingenkamp.

Na afloop lieten Palestijnen geruchten rondgaan over een 'bloedbad', waarbij 400 tot 1400 mensen om zouden zijn gekomen. Volgens een VN-resolutie, zou een "fact-finding"-missie van de Verenigde Naties het onderzoeken, maar uiteindelijk heeft deze Jenin niet bezocht. Verschillende rapporten van onder andere de Verenigde Naties (gebaseerd op informatie van derden), Human Rights Watch en Amnesty International hebben de beschuldigingen van een bloedbad weerlegd.

Wel gingen de gevechten, volgens het rapport van Human Rights Watch, gepaard met overtredingen van de Conventies van Genève van beide strijdende partijen. Zo vernielde het Israëlische leger de huizen van circa 4000 burgers en kwamen ook onschuldige burgers om in de gevechten. Ambulances van de Rode Halve Maan en ander medisch personeel werd de toegang geweigerd.[bron?] De Palestijnse strijdkrachten kregen een veeg uit de pan omdat men zich had ingegraven met explosieven in een dichtbevolkt vluchtelingenkamp.

Externe links[bewerken]