Jozef Bonaparte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jozef I
1768 – 1844
Joseph Bonaparte als koning van Spanje
Joseph Bonaparte als koning van Spanje
Koning van Napels
Periode 1806 – 1808
Voorganger Ferdinand IV
Opvolger Joachim Murat
Koning van Spanje
Periode 1808 – 1813
Voorganger Karel IV
Opvolger Ferdinand VII
Vader Carlo Maria Buonaparte
Moeder Maria Laetitia Ramolino
Dynastie Bonaparte

Jozef Bonaparte (Frans: Joseph; Italiaans: Giuseppe; Spaans: José) (Corte, 7 januari 1768Florence, 28 juli 1844) was de oudere broer van Napoleon Bonaparte. Dankzij hem werd hij koning van Napels (1806–1808) en vervolgens van Spanje (1808–1813).

Jozef was van oorsprong advocaat te Ajaccio, een van de leiders van de democratische Fransgezinde partij op Corsica en officier in het leger. Samen met de andere - toen nog arme en onbelangrijke - Bonapartes vluchtte hij toen deze partij door de conservatieve partij van Pasquale Paoli was overwonnen in 1792 naar Marseille.

Op 1 augustus 1794 trouwde hij te Cuges-les-Pins (Frankrijk) met Julie Clary, dochter van een rijk zijdehandelaar en zuster van Désirée Clary, met wie Napoleon in zijn jonge jaren (toen hij nog in Marseille woonde) een relatie had.

Wapen van Jozef Bonaparte als koning van Spanje

Jozef hielp in 1796 en 1797 namens het Directoire het Franse bestuur op Corsica organiseren en in 1797 en 1798 was hij Frans gezant bij de paus. Hij leidde de onderhandelingen met Oostenrijk onder Frans I die resulteerden in de Vrede van Lunéville (9 februari 1801). Hij was altijd jaloers op zijn broer Napoleon, die het veel verder had geschopt dan hij en hoewel 1 jaar jonger, hoofd van de clan Bonaparte was geworden. Daar Jozef slechts dochters had, trachtte Napoleon hem er na zijn kroning tot keizer toe te brengen van zijn aanspraak op troonopvolging af te zien, hetgeen hij weigerde.

Napoleon achtte zijn oudere broer echter hoog en maakte hem in 1806 tot koning van het door Frankrijk veroverde koninkrijk Napels. Jozef Bonaparte werd bijgestaan door excellente medewerkers en hervormde de kloosterorden, justitie, openbare financiën en het onderwijs.

Toch slaagde hij er volgens de keizer te weinig in de invloed van de oude Napolitaanse Bourbon-koning Ferdinand IV te doen afnemen. De keizer benoemde op 15 juli 1808 zijn zwager Joachim Murat tot nieuwe koning van Napels en maakte Jozef koning van Spanje. De vorige Spaanse koning Karel IV was op 2 mei 1808 onder druk ten gunste van Napoleon afgetreden. De nieuwe koning wilde het hopeloos vervallen en achterlijke land moderniseren en liberale hervormingen doorvoeren. Zo moest de inquisitie verdwijnen. Jozef was vanaf het begin zeer impopulair bij de conservatieve Spaanse bevolking, die trouw bleef aan de Spaanse Bourbons en werd el rey intruso ("de binnengedrongen koning") oftewel een usurpator genoemd. Josef en zijn aanhangers kregen nooit een volledige controle over het land.

Spaanse munten uit 1812, met portret van Josef Bonaparte.

Jozef I van Spanje nam behalve de kroon ook de soevereiniteit over de Orde van het Gulden Vlies over, hij deed dat zonder enig recht[1]. Napoleon en Lodewijk Napoleon werden door hem in de Orde van het Gulden Vlies opgenomen. Op zijn koningsportret droeg hij de keten van de door hem ingestelde Orde van Spanje op de ereplaats aan een langere keten dan het Gulden Vlies. Jozef Bonaparte, die Spanje en de Spaanse gebruiken helemaal niet kende was niet opgewassen tegen de opstand die na zijn usurpatie van de troon spoedig uitbrak. Jozef had nauwelijks invloed op het verloop van de oorlog tegen de opstandelingen, die gesteund werden door de Britten. De Franse bevelhebbers van het leger stonden erop om eerst te overleggen met Napoleon alvorens de instructies van Josef uit te voeren.

Vanwege de door hem geheven belasting op wijn noemde het Spaanse volk hem Pepe Botella ("Joop Fles"). In de Spaanse geschiedschrijving werd hij vaak afgeschilderd als een hevig drinker, alhoewel hij dat niet was. Na de nederlaag bij Vitoria-Gasteiz van 21 juni 1813 verliet hij Spanje voorgoed. Hij ging het leger in en moest als commandant van Parijs voor de geallieerden capituleren. Na de val van Napoleon nam hij de titel graaf van Survilliers aan en ging naar Bordentown, New Jersey (VS). 17 jaar later verhuisde hij naar Florence, alwaar hij ook stierf. Hij ligt begraven in Les Invalides te Parijs.

Kinderen[bewerken]

Jozef en Julie hadden drie dochters, van wie er één jong stierf: