Kraagroos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Rosa agrestis
Kraagroos
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (Planten)
Stam:Embryophyta (Landplanten)
Klasse:Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Rosales
Familie:Rosaceae (Rozenfamilie)
Geslacht:Rosa (Roos)
Soort
Rosa agrestis
Savi (1798)
Kraagroos, habitus
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Rosa agrestis op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De kraagroos (Rosa agrestis, synoniem: Rosa sepium) is een struik uit de rozenfamilie (Rosaceae) die voorkomt op kalkhoudende grond in gematigde streken van Europa en Noord-Afrika. Het aantal chromosomen is 2n = 35 of 42.

De kleinbloemige roos staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en zeer sterk afgenomen. De kraagroos is ook in Vlaanderen een zeer zeldzame plant, met als belangrijkste vindplaatsen de Leemstreek en aansluitend Zuid-Limburg.

Naamgeving en etymologie[bewerken | bron bewerken]

  • Synoniem: Chabertia agrestis (Savi) Gand., Chabertia sepium (Thuill.) Gand., Rosa agrestis subsp. pubescens Rapin, Rosa sepium subsp. agrestis (Savi) Nyman
  • Frans: Rosier agreste, rosier des haies, églantier agreste, églantier des haies
  • Duits: Acker-Rose
  • Engels: Small-Leaved Sweet-Briar

De botanische naam Rosa is de Latijnse naam voor 'roos'. De soortaanduiding agrestis betekent 'akkerbewonend'.

Kenmerken[bewerken | bron bewerken]

De kraagroos is een 150 tot 220 cm hoge, rechtopgaande struik (fanerofyt) zonder wortelopslag en met lange boogvormig overhangende takken. De niet met klieren bezette takken hebben talrijke grote en stevige, haakvormige stekels, die een brede basis hebben. De bladeren zijn oneven geveerd met meestal 7 ovale tot langwerpige blaadjes. De blaadjes staan vaak ver uit elkaar en zijn 2 – 2,7 cm lang en 1 – 1,3 cm breed. Ze hebben een wigvormige voet en kunnen al of niet behaard zijn. De onderzijde van de blaadjes is dicht bezet met gesteelde klieren. De bladrand is meervoudig gezaagd. De bladsteel en bladspil zijn meestal beklierd evenals de steunblaadjes.

De bladeren hebben een appelgeur.

De struik bloeit in juni en juli. De bloemen zijn 2 tot 4 cm in doorsnede en meestal wit, zelden lichtroze. Ze staan alleen of met 2 - 4 bloemen bij elkaar. De 1 - 2 cm lange bloemstelen zijn meestal niet beklierd. De kelkbladen zijn afstaand, direct na de bloei teruggeslagen en vallen na de bloei snel af. Ze zijn aan de randen bezet met klieren. De meestal onbehaarde stijlen staan vrij.

De helderrode, 1 – 2 cm lange en 1 - 1,5 cm brede, elliptisch tot eironde rozenbottel heeft meestal geen klieren. Het stijlkanaal is 0,5 – 0,8 mm groot. De rozenbottel is een vlezige bloembodem met daarin de nootjesachtige vruchten.

Habitat en verspreiding[bewerken | bron bewerken]

De kraagroos groeit voornamelijk op zonnige of halfbeschaduwde plaatsen op matig droge tot vochtige, licht zure tot basische, kalkrijke bodem. Hij is te vinden in bosranden, heggen, struwelen van het ligusterverbond, rond kalksteen- en mergelgroeves en langs holle wegen.

Hij komt van nature verspreid voor in gematigde streken van West-, Midden- en Zuid-Europa van Denemarken en Zuid-Zweden tot in het Middellandse Zeegebied, en in de berggebieden van Noord-Afrika.

In Nederland is de soort zeer zeldzaam in Zuid-Limburg, in Vlaanderen zeer zeldzaam in de Leemstreek en de Kempen. In Wallonië is ze zeldzaam.

Plantengemeenschap[bewerken | bron bewerken]

De kraagroos is een kensoort voor het ligusterverbond (Berberidion vulgaris).

Bedreigingen en bescherming[bewerken | bron bewerken]

In België staat de soort op de lijst van wettelijk beschermde planten in België. Op de Vlaamse Rode Lijst (planten) wordt de kraagroos vermeld als ‘Bedreigd’.