Land van Dendermonde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Land van Dendermonde vormde een heerlijkheid tussen de Schelde en de Dender, met zetel op de burcht te Dendermonde, gelegen op de plaats waar vandaag het gerechtsgebouw van die stad verrijst. Het werd bestuurd door een baljuw en zeven schepenen, in naam van de heer. Deze laatste behoorde aanvankelijk tot een familie Van Dendermonde, die in de 2e helft van de 12e eeuw met Walter II uitstierf. Diens dochter en enige erfgename Mathilde werd de echtgenote van Willem II, heer van Bethune; hun kleindochter Mathilde bracht het Land van Dendermonde als bruidsschat aan Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen. De heerlijkheid zou daarna steeds in de grafelijke familie blijven en daarna toevallen aan de opeenvolgende vreemde vorsten die Vlaanderen hadden geërfd.

Het Land omvatte de parochies Appels, Baasrode, Berlare, Denderbelle, Grembergen, Hamme met Sint-Anna, Kalken, Laarne, Lebbeke, Moerzeke, Opwijk, Oudegem, Overmere met Uitbergen, Schellebelle met Wanzele, Sint-Gillis-bij-Dendermonde met Zwijveke, Wetteren, en Zele. Acht daarvan waren vierscharen die rechtstreeks onder de graaf, heer van het Land van Dendermonde stonden: Baasrode, Berlare, Denderbelle met Sint-Gillis en Zwijveke, Grembergen, Hamme, Opwijk met Lebbeke, Wetteren en Zele. De overige werden elk bestuurd door een eigen heer, die de parochie van de graaf in leen had. Ook Dendermonde zelf maakte er oorspronkelijk deel uit van het Land, maar deze plaats wist zich in 1233 stadsrechten te verwerven, en had dus een eigen, onafhankelijk bestuur.